ECLI:NL:RBOVE:2026:1061

ECLI:NL:RBOVE:2026:1061

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 26-02-2026
Datum publicatie 03-03-2026
Zaaknummer 08.051486.25 (P)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en bijzondere voorwaarden. De verdachte is schuldig bevonden aan mensensmokkel. De verdachte heeft uit winstbejag kamers verhuurd aan illegale prostituees en daarvan een beroep of gewoonte gemaakt. De rechtbank heeft de verdachte vrijgesproken van mensenhandel.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08.051486.25 (P)

Datum vonnis: 26 februari 2026

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1967 in [geboorteplaats 1] (Turkije),

wonende aan de [woonplaats].

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 12 februari 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. A.C. Huisman, advocaat in Deventer, naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel van [slachtoffer];

feit 2: zich schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel, terwijl verdachte daar een beroep of gewoonte van heeft gemaakt.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1. Hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 januari 2025 tot en met 30 januari 2025 te [plaats 1] en/of [plaats 2],in elk geval op een of meerdere (andere) locaties in Nederland, meerdere malen, althans eenmaal,

een ander, te weten:- [slachtoffer] geboren in [geboorteplaats 2] te Thailand

(telkens)- door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, en/of- door misbruik van een kwetsbare positie,

heeft- geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van [slachtoffer], (sub 1) en/of- gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(en)enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellentot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard, (sub 4) en/of- (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van [slachtoffer], (sub 6)- gedwongen dan wel bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met en/of voor een derde, (sub 9) en/of

immers heeft hij, verdachte:- meerdere malen, althans eenmaal, (ten behoeve van het verblijf van [slachtoffer] en/of de door [slachtoffer] uit te voeren prostitutiewerkzaamheden) een ofmeerdere woningen gehuurd (aan de [adres 1] te [plaats 1] en/of de [adres 2] te [plaats 2]), en/of- meerdere malen, althans eenmaal, (een of meerdere kamers in) die woningen ingericht en gereed gemaakt ten behoeve van (door [slachtoffer] te verrichten)prostitutiewerkzaamheden, en/of- meerdere malen, althans eenmaal, contact opgenomen en/of onderhouden met [slachtoffer] en/of (tijdens dat contact) [slachtoffer] geïnformeerd over het (kunnen)huren en/of het tegen betaling (kunnen gebruiken) van en/of verblijven in en/of uitvoeren van prostitutiewerkzaamheden in en/of vanuit (een kamer) in die woningen, en/of- meerdere malen, althans eenmaal, [slachtoffer] in (een kamer van) die woningen ondergebracht en/of gehuisvest en/of (een kamer in) die woningen aan [slachtoffer](onder)verhuurd en/of anderszins tegen betaling ter beschikking gesteld en/of voor [slachtoffer] geregeld, en/of- meerdere malen, althans eenmaal, [slachtoffer] (met een auto) naar die woning(en) gebracht en/of vervoerd, en/of- (aldus) [slachtoffer] bewogen om naar (de locatie van) die woningen te komen en/of in die woningen te verblijven en/of prostitutiewerkzaamheden uit te voeren, en/of- meerdere malen, althans eenmaal (ten behoeve van de huur en/of het gebruik van die woningen) huur en/of commissie(geld) en/of (andere) kosten bij [slachtoffer] inrekening gebracht en/of (van [slachtoffer]) gelden opgehaald en in ontvangst genomen,

(zulks) terwijl [slachtoffer]:- niet bekend was (met de omgeving) in [plaats 1] en/of [plaats 2], en/of- niet over (andere) eigen inkomsten en/of huisvesting (in Nederland) beschikte, en/of- (in Nederland) geen, althans een beperkt, sociaal netwerk had, en/of- geen (prostitutie)werkzaamheden (in Nederland) mocht uitvoeren en/of niet rechtmatig in Nederland verbleef, en/of- niet de beschikking had over een Thais paspoort en hierdoor niet terug kon keren naar Thailand, en/of- drie kinderen in Thailand heeft en de vader van haar kinderen is overleden en de kinderen hierdoor bij hun oma verblijven, en/of- de Nederlandse en/of Engelse taal niet (goed) beheerste en/of zich (aldus) niet goed verstaanbaar kon maken, en

(aldus) terwijl [slachtoffer] zich in een kwetsbare positie bevond en/of van verdachte afhankelijk was, waaraan [slachtoffer] zich niet heeftkunnen onttrekken en ten gevolge waarvan [slachtoffer] geen weerstand verdachte heeft kunnen bieden;

2

Hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2024 tot en met 1 juni 2025 te [plaats 3] en/of [plaats 1] en/of [plaats 2]en/of elders in Nederland, (telkens) een ander of anderen, te weten:

- [betrokkene 1]- [betrokkene 2]- [betrokkene 3]- [betrokkene 4]- [betrokkene 5]- [slachtoffer] - [betrokkene 6]- [betrokkene 7]

uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland en/of haar/hen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeftverschaft, terwijl hij, verdachte, wist of ernstige redenen had te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk was,

hebbende hij, verdachte:- die bovengenoemde personen (telkens) tegen betaling onderdak en/of verblijfplaats en/of werkplaats geboden en/of contacten gelegd en/of onderhoudenten einde voornoemde personen aan een werkplaats/verblijfplaats en/of aan het werk te helpen, (aldus) voor haar/hen prostitutiewerk mogelijk gemaakt envoornoemde personen (daarmee) geholpen aan middelen van bestaan terwijl verdachte daarvan een beroep en/of gewoonte heeft gemaakt (lid 4).

3. De bewijsmotivering

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde feit. Het onder 2 ten laste gelegde feit kan volgens de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit.

Het oordeel van de rechtbank

Vaststelling van feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op grond van het dossier de volgende feiten en omstandigheden vast.

[adres 3] [plaats 2]

Verdachte is eigenaar van het pand op het adres [adres 3] in [plaats 2]. Hij verhuurde de kamers van dit pand.

Op 9 augustus 2024 ging een politieagent naar de woning in verband met de openstaande celstraf van een op dit adres ingeschreven persoon. Deze politieagent hoorde van omwonenden dat in de woning personen verblijven die zich mogelijk prostitueren. Er was volgens de omwonenden veel aanloop van mannen die een korte tijd in de woning aanwezig waren en dan weer vertrokken. Daarnaast hadden de omwonenden seksgeluiden waargenomen. De eigenaar van de woning zou zelf ergens anders verblijven, maar werd wel regelmatig bij de woning gezien met voorverpakt eten.

Met betrekking tot deze woning waren eerder meldingen binnengekomen in verband met vermoedens van illegale prostitutie. De politie is daarom in de middag van 9 augustus 2024 in de woning binnengetreden. Er werd geconstateerd dat de woning niet was ingericht voor bewoning, maar voor het exploiteren van prostituees.

Op 6 februari 2025 ging de politie naar de [adres 3] in [plaats 2], aangezien gemeenteambtenaren hier eerder die dag prostituees hadden aangetroffen. De politie trof in de woning personen met de namen [betrokkene 2], [betrokkene 3] en [betrokkene 1] aan. Zij liepen rond in lingerie. Ook verdachte was in de woning aanwezig.

[betrokkene 2], [betrokkene 3] en [betrokkene 1] zijn alle drie geen Europees onderdaan en enkel in het bezit van een Colombiaans paspoort. Zij bleken alle drie niet in de politiesystemen voor te komen ter zake van een aangevraagde verblijfsvergunning of een machtiging tot voorlopig verblijf. Met betrekking tot [betrokkene 3] is komen vast te staan dat zij op het moment van controleren geen rechtmatig verblijf had in Europa of in de Europese ruimte en geregistreerd staat als verwijderbaar. [betrokkene 1] beschikte over een Italiaans vreemdelingendocument dat geldig was tot en met 6 augustus 2025.

[betrokkene 3] en [betrokkene 2] boden diensten aan via seksadvertenties op de website [website] die op maandag 3 februari online stonden in de gemeente [plaats 2].

[betrokkene 2], [betrokkene 3] en [betrokkene 1] verklaarden huur te hebben betaald aan verdachte.

Uit de telefoons van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] bleek dat zij voor hun verblijf in het pand aan de [adres 3] verbleven op het adres [adres 4] in [plaats 2]. In de telefoon van [betrokkene 1] is een chatgesprek met verdachte aangetroffen uit de periode waarin zij op het laatstgenoemde adres verbleef. In die chat vraagt [betrokkene 1] op

11 januari 2024 aan verdachte om wodka voor haar te kopen, waarbij zij ook vraagt wat zij hiervoor moet betalen. Verdachte geeft aan dat dit goed is en of hij ook nog iets anders voor haar moet meenemen. Op 14 januari 2025 stuurt [betrokkene 1] aan verdachte dat de politie net voor de deur stond en of hij weet waarom dit is. Verdachte reageert dan als volgt: “Niet openen. Verstopen jullie Als ze vragen dan zijn jullie op vakantie gekomen.’’ [betrokkene 1] stuurt hem vervolgens een briefje van de politie met het verzoek om contact op te nemen.

[adres 4] [plaats 2]

Met betrekking tot het adres [adres 4] in [plaats 2] ontving de politie verschillende meldingen van illegale prostitutie.

De politie is op 2 april 2025 in de woning op dit adres binnengetreden. Zij trof daar een vrouw aan met de naam [betrokkene 6]. Zij gaf aan dat zij werkzaam was als prostituee en contact had met iemand die haar deze woning verstrekte om te werken. Ze betaalde € 80,- per dag voor deze kamer. In de woning werden condooms, lingerie en glijmiddel aangetroffen.

[betrokkene 6] beschikte over een Braziliaans paspoort. Zij bleek niet in de politiesystemen voor te komen ter zake van een aangevraagde verblijfsvergunning of een machtiging tot voorlopig verblijf en mocht als niet EU-onderdaan ook geen arbeid verrichten zonder geldige tewerkstellingsvergunning. Doordat zij niet over een geldige tewerkstellingsvergunning beschikte is een eventueel verblijfsrecht vervallen.

In de telefoon van [betrokkene 6] werd gezien dat zij verschillende betalingen had verricht aan verdachte. Desgevraagd gaf zij aan dat hij degene is die de kamer voor haar heeft geregeld.

In de telefoon van [betrokkene 6] werd ook een chat tussen haar en verdachte aangetroffen. Daarin werd op enig moment door [betrokkene 6] opgemerkt dat zij nog geen geld heeft ontvangen en daardoor geen Kinky of werk kan doen. In reactie daarop wordt haar door verdachte een schermafbeelding gestuurd, waarop te zien is dat verdachte op 20 maart 2025 een bedrag van € 20,- aan haar heeft overgemaakt. Uit de chat blijkt daarnaast dat [betrokkene 6] verdachte vraagt om haar goederen zoals een pakje sigaretten, een aansteker, bier, cola, cocaïne en medicijnen te brengen, waarop hij aangeeft dat hij dit wel wil. De cocaïne is blijkens de chat bedoeld voor klanten van [betrokkene 6] die daar om gevraagd hebben.

[adres 5] [plaats 3]

Door verdachte werd met ingang van 15 december 2023 een woning gehuurd op het adres [adres 5] in [plaats 3]. Met betrekking tot dit adres werd op 27 augustus 2024 een melding ontvangen van prostitutie, waarna de politie deze woning diezelfde dag is binnengetreden. In de woning werden twee vrouwen aangetroffen, onder wie mevrouw [betrokkene 4]. Daarnaast werden verschillende goederen aangetroffen die vaak worden gebruikt door sekswerkers, zoals condooms, babydoekjes, glijmiddel en een dildo.

[betrokkene 4] legitimeerde zich met een Moldavisch paspoort. Zij is meerdere keren gezien tijdens prostitutiecontroles in andere delen van het land. Zij heeft geen rechtmatig verblijf in Europa en staat geregistreerd als verwijderbaar.

[betrokkene 4] sprak Bulgaars en is door middel van een tolk gehoord. Zij verklaarde dat zij sinds

24 augustus 2024 in de woning aan de [adres 5] verbleef en dat zij in Nederland werk probeert te krijgen als prostituee. Zij heeft een advertentie op [website]. Er kwam een Turkse man met de naam [naam 1] of [verdachte] langs om geld op te halen.

[adres 6] [plaats 1]

Door verdachte werd ook een woning gehuurd op het adres [adres 6] in [plaats 1]. De verhuurder van deze woning nam op 28 januari 2025 contact op met de politie, omdat hij op zijn videodeurbel zag dat vrouwen met tassen de woning werden binnengelaten en er een constante aanloop was van mannen. Diezelfde dag kwam een melding bij de politie binnen van een man die aangaf via een advertentie op [website] een seksafspraak te hebben gehad op het adres [adres 6] in [plaats 1], waarna een bedrag van € 100,- van hem zou zijn gestolen.

De politie ging naar aanleiding van de laatstgenoemde melding ter plaatse. De woning werd opengedaan door mevrouw [slachtoffer] , door wie werd bevestigd dat zij een seksafspraak had gehad met de jongen die voor de deur stond en daarvoor € 100,- betaald had gekregen. In de woning leken meerdere kamers te zijn ingericht als afwerkplek. De politie trof veel doekjes en tissues, massageolie en erotische kleding aan.

[slachtoffer] heeft de Thaise nationaliteit, maar beschikte niet over haar paspoort. De politie kon met haar communiceren in de Engelse taal. [slachtoffer] is de Europese Unie in 2024 door middel van een Portugees visum binnen gereisd. Haar visum is verlopen op 29 oktober 2024. Zij had op het moment van bevragen geen rechtmatig verblijf in Europa of in de Europese Economische ruimte en staat gesignaleerd als verwijderbaar.

[slachtoffer] is door middel van een Thaise tolk gehoord. Zij gaf aan dat zij haar paspoort is kwijtgeraakt. Zij wist dat haar Portugese visum was verlopen, maar had geen geld om terug te gaan naar Thailand. [slachtoffer] heeft een advertentie op de website [website] onder de naam [alias]. Zij gaf hierover aan dat niemand haar dwingt om prostitutiewerk te verrichten, maar dat zij dit werk doet omdat zij haar ouders en kinderen in Thailand moet onderhouden.

Tijdens een intakegesprek mensenhandel werd [slachtoffer] gevraagd wie voor haar de woon- en werkruimte had geregeld op de locatie [adres 6] in [plaats 1]. [slachtoffer] toonde naar aanleiding daarvan in de applicatie WhatsApp op haar telefoon een contact met de naam ‘[verdachte]’ gevolgd door een aantal Thaise letters en met het nummer van verdachte.

[adres 2] [plaats 2]

Op 30 januari 2025 heeft de politie een advertentie op [website] gevonden van een sekswerker onder de naam [alias]. Deze advertentie bevatte volgens de zoekmachine van de politie zeven aanwijzingen van mensenhandel. Via de advertentie werd daarom een afspraak gemaakt voor seks tegen betaling. Door [alias] werd daarbij het adres [adres 2] in [plaats 2] doorgegeven.

Op het genoemde adres werd de deur geopend door een Aziatisch uitziende vrouw die bevestigde dat zij een seksafspraak had. In de woning werden twee slaapkamers aangetroffen die waren ingericht als werkkamers voor de aanwezige prostituees. Er werden goederen aangetroffen die gebruikt worden bij prostitutiewerkzaamheden, zoals condooms, glijmiddel en massageolie.

De vrouw die de deur had geopend bleek te zijn mevrouw [slachtoffer] . Zij werd door de politie herkend. In de slaapkamer werd een tweede Thaise vrouw aangetroffen. Dit was mevrouw [betrokkene 5].

[betrokkene 5] bleek de Europese Unie in 2023 door middel van een Italiaans visum te zijn binnen gereisd. Dit visum was geldig tot 23 september 2023. [betrokkene 5] had op het moment van controleren geen rechtmatig verblijf in Europa of in de Europese Economische ruimte en staat gesignaleerd als verwijderbaar.

Door [betrokkene 5] is verklaard dat zij € 100,- per dag betaalde voor een kamer in de woning. Zij betaalde aan een man. Zij liet vervolgens op haar telefoon een contactpersoon zien met het nummer van verdachte. [betrokkene 5] bood door middel van een advertentie seksuele handelingen aan.

Door [slachtoffer] werd verklaard dat zij na haar gesprek met de politie op 28 januari 2025 met de trein naar Amsterdam is gegaan, waar zij een hotel had geboekt. Vanuit Amsterdam is zij naar deze woning gegaan. De rit kostte haar € 200,-. Toen haar werd voorgehouden dat wordt gedacht dat in de woning in [plaats 1] waar zij eerder verbleef ook een licht getinte man van in de vijftig was met wat langer grijzer haar, gaf zij aan dat dit klopt. Deze meneer reed haar rond en heeft haar naar dit huis in [plaats 2] gebracht. Zij kon niet echt met deze man communiceren, aangezien zij geen Nederlands spreekt en de man niet goed Engels. Hij weet wel altijd waar zij naartoe moet. Zij betaalde € 100,- per dag om de kamer in dit huis te huren.

In de telefoon van [slachtoffer] zijn chats aangetroffen tussen haar en verdachte. Op

29 januari 2025 vroeg [slachtoffer] aan verdachte of hij kamers beschikbaar had. Verdachte appte dat hij de volgende dag twee kamers beschikbaar had en vroeg waar [slachtoffer] op dat moment was. [slachtoffer] appte dat zij in Amsterdam was, geen plek had om naartoe te gaan en bang was. Verdachte appte dat hij haar de volgende dag om 15.00 uur kon ophalen.

[adres 7] [plaats 2]

Op dinsdag 20 mei 2025 is een controle uitgevoerd op het adres [adres 7] in [plaats 2]. Er was een afspraak gemaakt met een prostituee met de naam Gilmore. In de woning werden vervolgens drie vrouwen aangetroffen, onder wie mevrouw [betrokkene 7] met wie in de Spaanse taal kon worden gecommuniceerd.

[betrokkene 7] legitimeerde zich met een Chinees paspoort en een Spaans verblijfsdocument. Zij had op het moment van controleren geen rechtmatig verblijf in Europa of in de Europese Economische ruimte en staat gesignaleerd als verwijderbaar.[betrokkene 7] verklaarde in een gesprek met de politie geen seksadvertentie te hebben, maar dit bleek wel het geval te zijn.

Tijdens de controle van 20 mei 2025 werd door een van de andere vrouwen verklaard dat zij voor haar verblijf € 200,- had betaald aan de eigenaar van de woning. Zij wees vervolgens naar een briefje op de koelkast, waarop onder meer de volgende tekst stond: “[verdachte] [telefoonnummer]”. De vrouw vertelde op dit adres te verblijven om in de prostitutie te werken.

Tijdens een eerdere controle werd een andere vrouw in de woning aangetroffen. Er werd toen ook gezien dat in de woning vier kamers waren ingericht als werkkamers. Deze vrouw heeft tegenover de politie verklaard dat zij vanuit de woning werkte als prostituee, dat de eigenaar van de woning een man is van rond de vijftig jaar met half lang wit haar, dat deze man het geld ophaalde voor de huur en dat hij wist dat zij dit werk deed.

Algemeen

Door de politie is onderzoek gedaan naar de bankrekeningen op naam van verdachte. Het reguliere inkomen van verdachte bestaat uit een IVA-uitkering van het UWV. Daarnaast heeft verdachte in de periode tussen 1 januari 2023 en 16 april 2025 bedragen ontvangen van verschillende (rechts)personen. Het gaat daarbij om een totaalbedrag van

€ 181.368,03. Verdachte heeft in 2024 54 betalingen verricht voor het opwaarderen van seksadvertenties.

Verdachte heeft tijdens zowel het tweede verhoor bij de politie als tijdens het onderzoek ter terechtzitting verklaard dat hij niet heeft gecontroleerd of de personen aan wie hij kamers verhuurde rechtmatig in Nederland verbleven of in Nederland mochten werken.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting heeft verdachte ook verklaard dat hij de huurprijs, die hij per dag voor een kamer vroeg, bepaalde door uit te rekenen wat zijn kosten waren en wat hij moest vragen om iets aan de verhuur over te houden. Verdachte kon naar eigen zeggen niet rondkomen van zijn uitkering.

Overwegingen

Vrijspraak mensenhandel

Uitgaande van de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden is de rechtbank met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel. De rechtbank spreekt verdachte hiervan vrij.

Mensensmokkel

De rechtbank is van oordeel dat wel wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de mensensmokkel van de in de tenlastelegging genoemde personen en daarvan een beroep of gewoonte heeft gemaakt. Ter toelichting van dit oordeel volgt hieronder een bespreking van de verschillende bestanddelen van artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht (Sr) waarin mensensmokkel strafbaar is gesteld.

Uit winstbejag behulpzaam zijn bij het verschaffen van verblijf

Relevant is of verdachte het verblijf van de in de tenlastelegging genoemde personen in enigerlei opzicht heeft bevorderd of gemakkelijker heeft gemaakt. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend

Dit blijkt allereerst uit het gegeven dat zij verbleven in een huis dat eigendom was van verdachte of door verdachte werd gehuurd. Dit blijkt daarnaast uit de chat tussen verdachte en [betrokkene 1], waarin verdachte aanbood goederen voor haar te halen en de chat tussen verdachte en [betrokkene 6], waaruit kan worden afgeleid dat verdachte geld aan [betrokkene 6] heeft overgemaakt toen zij aangaf op geld te wachten en daardoor geen Kinky of werk te kunnen doen en waarin verdachte zich bereid toonde om onder meer levensmiddelen, een aansteker, medicijnen en drugs voor haar te regelen. De rechtbank hecht voorts waarde aan de verklaring van [slachtoffer], waarin zij aangeeft dat verdachte haar rondreed.

Vast staat dat verdachte de in de tenlastelegging genoemde personen onderdak heeft verschaft en hun werkzaamheden in de prostitutie op verschillende manieren heeft gefaciliteerd.

Dat verdachte daarbij uit winstbejag heeft gehandeld blijkt uit de betalingen die verdachte op zijn bankrekeningen heeft ontvangen, de verklaringen van de in de verschillende woningen aangetroffen personen over de huur die zij aan verdachte betaalden en de door verdachte afgelegde verklaring over hoe hij de huurprijs bepaalde. Dit blijkt daarnaast uit de verklaring van verdachte dat hij met zijn handelen geld wilde verdienen, omdat hij niet kon rondkomen van zijn uitkering.

De wederrechtelijkheid van het verblijf en de wetenschap daarvan

Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het bestanddeel “wederrechtelijk” in artikel 197a Sr een ruime betekenis heeft en inhoudt: “zonder enig subjectief recht of enige bevoegdheid.”In welke gevallen een vreemdeling het recht heeft om in Nederland te verblijven, wordt bepaald in de Vreemdelingenwet. Van een wederrechtelijk verblijf is ook sprake wanneer een op zichzelf geldige verblijfstitel onder valse voorwendselen is verkregen.

Met betrekking tot alle in de tenlastelegging genoemde personen is komen vast te staan dat zij geen rechtmatig verblijf in Nederland hadden. Voor zover zij op enig moment over een geldig verblijfsrecht beschikten, is dat recht door het verrichtten van prostitutiewerkzaamheden zonder geldige tewerkstellingsvergunning vervallen.

De rechtbank acht ook bewezen dat verdachte wist, althans ernstige reden had te vermoeden, dat het verblijf van de in de tenlastelegging genoemde personen wederrechtelijk was. In dat kader is naar het oordeel van de rechtbank van belang dat verdachte kamers verhuurde aan veel personen met een niet-Europees uiterlijk en dat in ieder geval een deel van de op de tenlastelegging genoemde personen geen Nederlands sprak. Door [slachtoffer] is bijvoorbeeld verklaard dat zij door een taalbarrière niet goed met verdachte kon communiceren. Ook [betrokkene 4] en [betrokkene 7] waren de Nederlandse taal niet machtig.

Uit een chat tussen verdachte en [betrokkene 1] volgt bovendien dat verdachte instructies aan zijn huurders gaf om zich voor de politie te verstoppen en te doen alsof zij op vakantie waren. De hiervoor door verdachte gegeven verklaring, dat hij dit zei omdat hij bang was aangesproken te worden op het aantal huurders, acht de rechtbank gelet op alle feiten en omstandigheden in samenhang bezien ongeloofwaardig.

Verder overweegt de rechtbank dat iedereen in Nederland geacht wordt de wet te kennen. Voor zover dat niet het geval is, heeft iedereen de verantwoordelijkheid om zich daarin te verdiepen. Dit geldt in het bijzonder voor verdachte, nu uit het dossier blijkt dat hij kamers verhuurde van waaruit prostitutiewerkzaamheden werden verricht door personen die afkomstig zijn uit landen van buiten de Europese Unie. Hierdoor rustte op verdachte een vergaande onderzoeksplicht aangaande de rechtmatigheid van het verblijf van de vrouwen. Uit de door verdachte afgelegde verklaringen kan worden afgeleid dat verdachte niet naar de verblijfstatus van de vrouwen heeft geïnformeerd en ook geen enkele andere inspanning heeft verricht om daarvan op de hoogte te raken.

Beroep of gewoonte

Tot slot kan worden bewezen dat verdachte een beroep of gewoonte heeft gemaakt van de hem verweten mensensmokkel. Dit gezien het aantal panden waarin verdachte kamers verhuurde en de langere periode waarover het feit zich heeft uitgestrekt.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

2

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 1 augustus 2024 tot en met 1 juni 2025 te [plaats 3], [plaats 1], [plaats 2]en elders in Nederland, telkens anderen, te weten:- [betrokkene 1]- [betrokkene 2]- [betrokkene 3]- [betrokkene 4]- [betrokkene 5]- [slachtoffer] - [betrokkene 6]- [betrokkene 7]uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland en hen daartoe gelegenheid en middelen heeftverschaft, terwijl hij, verdachte, wist of ernstige redenen had te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk was,hebbende hij, verdachte:- die bovengenoemde personen telkens tegen betaling onderdak en verblijfplaats en werkplaats geboden en aldus voor hen prostitutiewerk mogelijk gemaakt envoornoemde personen daarmee geholpen aan middelen van bestaan terwijl verdachte daarvan een beroep en/of gewoonte heeft gemaakt.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 2

het misdrijf: een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is, begaan door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte maakt, meermalen gepleegd.

5. De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

6. De op te leggen straf of maatregel

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 35 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Aan het voorwaardelijk strafdeel moeten de bijzondere voorwaarden worden verbonden zoals geadviseerd door de reclassering.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om aan verdachte een deels voorwaardelijke straf met een onvoorwaardelijke strafdeel van ten hoogste de duur van het voorarrest op te leggen.

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

De ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensensmokkel en heeft hiervan zijn beroep of gewoonte gemaakt. Hij heeft aan acht personen, die geen rechtmatig verblijf in Nederland hadden, kamers verhuurd waar zij verbleven en hun werk als illegale prostituee uitvoerden. Ook heeft hij deze personen vervoerd, voor promoties van advertenties op [website] betaald en boodschappen Gen zelfs drugs en medicijnen voor hen gehaald. Meerdere controles van zowel de gemeente als de politie hebben verdachte er niet van weerhouden om zijn criminele activiteiten voort te zetten. Verdachte heeft met zijn handelen bijgedragen aan het in stand houden van het illegale circuit van prostitutie waarin financieel voordeel wordt getrokken van kwetsbare personen. Ook heeft verdachte de maatregelen tot bestrijding van illegale toegang tot Nederland en andere lidstaten van de Europese Unie gefrustreerd. Verdachte heeft enkel oog gehad voor zijn eigen financiële gewin en daarbij geen rekening gehouden met de belangen van de vrouwen en de maatschappij in algemene zin. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 5 december 2025. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit. Dit betekent dat het strafblad in die zin niet strafverzwarend werkt.

De rechtbank heeft daarnaast kennisgenomen van de uitgebrachte Pro Justitia rapportage van 9 januari 2026 door J. Kluin, GZ-psycholoog. Hieruit volgt dat bij verdachte sprake is van een licht verstandelijke beperking. Hij komt in het onderzoek naar voren als intellectueel beperkt, impulsief en niet goed in staat om de gevolgen van zijn handelen te overzien, maar de psycholoog uit ook vermoedens dat hij zich meer gemankeerd kan

voordoen als hij wordt geconfronteerd met regel- of wet overtredend gedrag.

Verdachte is in 2008 gediagnosticeerd met paranoïde schizofrenie. Deze diagnose kan door de psycholoog niet worden bevestigd, maar ook niet worden verworpen. Daarnaast komen bij verdachte beperkingen in het persoonlijkheidsfunctioneren naar voren. De deskundige acht het aannemelijk dat de intellectuele beperking invloed heeft gehad op het beoordelings- en sturingsvermogen ten tijde van het plegen van strafbare feit. Er zijn geen gedragskundige argumenten om het advies volledig toerekenen uit te sluiten. De rechtbank gaat daarom uit van volledige toerekeningsvatbaarheid van verdachte ten tijde van het plegen van het feit. Het risico op herhaling wordt ingeschat als matig. De psycholoog adviseert dat verdachte begeleiding en behandeling krijgt gericht op adaptieve vaardigheden, een passende woonplek en dagbesteding, dagelijks functioneren, nadere diagnostiek van mogelijke psychotische klachten en het verkrijgen van zicht op middelengebruik.

De deskundige adviseert een (ambulante) behandeling als bijzondere voorwaarde bij een (deels) voorwaardelijke strafdeel.

Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van het over verdachte opgemaakte reclasseringsadvies van 27 januari 2026, van [naam 2], reclasseringswerker bij Reclassering Nederland. De reclassering kan, gelet op de ontkennende proceshouding van verdachte, geen verband leggen tussen het strafbare feit en de persoon van verdachte. Ook kan er geen inschatting worden gemaakt over het risico op herhaling. De reclassering ziet wel een aantal risicofactoren, namelijk het psychosociaal functioneren, de houding en de financiële situatie van verdachte. Het is aannemelijk dat verdachte de gevolgen van zijn handelen onvoldoende heeft overzien. Daarbij neemt hij geen verantwoordelijkheid voor zijn gedrag. De reclassering sluit zich aan bij het behandelplan zoals is opgesteld door de psycholoog. Zij adviseert dan ook een (deels) voorwaardelijk straf met de volgende bijzondere voorwaarden:

- meldplicht;

- ambulante behandeling;

- dagbesteding;

- beheersing middelengebruik;

- ambulante begeleiding; en

- budgetbeheer.

De op te leggen straf of maatregel

De rechtbank heeft bij de bepaling van de straf rekening gehouden met de straffen die rechters in soortgelijke strafzaken opleggen. De rechtbank rekent in strafverzwarende zin mee dat verdachte geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen. Gezien de ernst van het gepleegde feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Daarbij zal een deel van deze straf in voorwaardelijke zin aan verdachte worden opgelegd, om hem ervan te weerhouden opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten te plegen. Een voorwaardelijk strafdeel biedt verdachte daarnaast een stok achter de deur om zich in te zetten voor een ambulante behandeling.

Alles afwegende legt de rechtbank aan verdachte op een gevangenisstraf voor de duur van

18 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke gevangenisstraf de bijzondere voorwaarden zoals die door de reclassering

zijn geadviseerd.

De inbeslaggenomen voorwerpen

De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat de inbeslaggenomen telefoons moeten worden onttrokken aan het verkeer, omdat hier gegevens instaan die de kans op herhaling van het strafbare feit vergroten.

De raadsman heeft betoogd dat de telefoons moeten worden teruggegeven aan verdachte.

De rechtbank is van oordeel dat de op de beslaglijst vermelde telefoons vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, aangezien zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang, nu deze kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten.

7. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op het hiervoor genoemde wetsartikel. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b en 36d.

8. De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

feit 2, het misdrijf: een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is, begaan door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte maakt, meermalen gepleegd;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 9 (negen) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

De rechter kan de tenuitvoerlegging ook gelasten indien de verdachte gedurende de

proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende bijzondere voorwaarden niet is nagekomen:

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

- zich gedurende de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland, op de door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zo lang deze instelling dat nodig acht;

- zich ambulant laat behandelen bij Trajectum of een soortgelijke instelling, ter beoordeling van de reclassering, indien en zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht. Verdachte werkt mee aan diagnostiek. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden, en/of andere problematiek;

- zich inspant voor het vinden en behouden van onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delict gedrag;

- meewerkt aan controles gedurende de proeftijd om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en drugs (cocaïne/hasj en amfetamine). Deze controles bestaan uit urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;

- zich laat begeleiden door Trajectum of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. Het begeleidingstraject duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de begeleiding;

- meewerkt aan budgetbeheer om zicht te krijgen op zijn financiën. De reclassering bepaalt welke organisatie hiervoor ingezet gaat worden;

- draagt de reclassering op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de verdachte:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

de in beslag genomen voorwerpen

- verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen voorwerpen, te weten twee telefoons, de op de beslaglijst genoemde voorwerpen onder de nummers 867255 en 867257;

opheffing geschorste bevel voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Postma, voorzitter, mr. J. de Ruiter en mr. R. ter Haar, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.M.A. van den Hoek, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?