ECLI:NL:RBOVE:2026:1222

ECLI:NL:RBOVE:2026:1222

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 25-02-2026
Datum publicatie 06-03-2026
Zaaknummer C/08/342789 / KG ZA 25-311
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Partijen zijn buren van elkaar. Tussen partijen bestaat een geschil over onder andere de vier camera’s die gedaagden aan hun woning hebben geplaatst. Volgens eiser staan de camera’s (mede) gericht op de openbare weg rondom de woning en maken gedaagden daarmee een onrechtmatige inbreuk op haar privacy. Zij vordert daarom in kort geding verwijdering dan wel herpositionering van de camera’s. Gedaagden zijn het daar niet mee eens. Volgens hen filmen zij alleen hun hun eigen perceel en bovendien hebben zij belang bij de camera’s ter beveiliging van hun woning. Eiser vindt daarnaast dat van gedaagden de door hen aangebrachte verhoging van de gemeenschappelijk schutting tussen de tuinen van partijen moeten verwijderen en zij vindt dat aan gedaagden een contactverbod moet worden opgelegd. Gedaagden zijn het daar niet mee eens. De voorzieningenrechter komt tot het oordeel dat gedaagden de (huidige) deurbelcamera aan de voorzijde van de woning moet verwijderen en verwijderd moet houden en de beveiligingscamera aan de voorzijde van de woning zodanig moeten positioneren en gepositioneerd moeten houden dat alleen de eigen voortuin wordt gefilmd. De overige vorderingen zullen worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer: C/08/342789 / KG ZA 25-311

Vonnis in kort geding van 25 februari 2026

in de zaak van

[eiser] ,

te [woonplaats 1],

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser],

advocaat: mr. A. Hoekman,

tegen

1. [gedaagde 1],

te [woonplaats 2],2. [gedaagde 2],

te [woonplaats 3],

gedaagde partijen,

hierna samen te noemen: [gedaagden],

verschenen in persoon.

1. De zaak en het oordeel in het kort

Partijen zijn buren van elkaar. Tussen partijen bestaat een geschil over onder andere de vier camera’s die [gedaagden] aan hun woning hebben geplaatst. Volgens [eiser] staan de camera’s (mede) gericht op de openbare weg rondom de woning en maken [gedaagden] daarmee een onrechtmatige inbreuk op haar privacy. Zij vordert daarom in kort geding verwijdering dan wel herpositionering van de camera’s. [gedaagden] zijn het daar niet mee eens. Volgens hen filmen zij alleen hun hun eigen perceel en bovendien hebben zij belang bij de camera’s ter beveiliging van hun woning. [eiser] vindt daarnaast dat van [gedaagden] de door hen aangebrachte verhoging van de gemeenschappelijk schutting tussen de tuinen van partijen moeten verwijderen en zij vindt dat aan [gedaagden] een contactverbod moet worden opgelegd. [gedaagden] zijn het daar niet mee eens.

De voorzieningenrechter komt tot het oordeel dat [gedaagden] de (huidige) deurbelcamera aan de voorzijde van de woning moet verwijderen en verwijderd moet houden en de beveiligingscamera aan de voorzijde van de woning zodanig moeten positioneren en gepositioneerd moeten houden dat alleen de eigen voortuin wordt gefilmd. De overige vorderingen zullen worden afgewezen. De voorzieningenrechter legt dat oordeel hierna uit.

2. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;- het verweer met producties;

- de wijziging van eis;- de mondelinge behandeling van 11 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

3. De feiten

Partijen zijn buren van elkaar. [gedaagden] hebben vier camera’s aan hun woning geplaatst. Het betreft een deurbelcamera bij de voordeur van de woning, een deurbelcamera aan de achterzijde van de schutting achter de woning, een beveiligingscamera aan de achterkant van de woning en een beveiligingscamera aan de voorgevel van de woning.

Op 27 juni 2025 en 25 juli 2025 heeft de advocaat van [eiser], [gedaagden] gesommeerd de camera’s te verwijderen. Daarbij is aangegeven dat inbreuk wordt gemaakt op de privacy van [eiser] en dat de meest ernstige privacy schending wordt veroorzaakt door de camera aan de achterzijde van de woning, die mede gericht is op de tuin van [eiser].

[gedaagden] hebben niet op de brieven gereageerd. Wel hebben zij op enig moment de schutting tussen de achtertuinen van partijen verhoogd. Omdat de schutting het zicht ontneemt, filmt de camera aan de achterzijde van de woning van [gedaagden] niet langer de tuin van [eiser].

In oktober 2025 is de situatie geëscaleerd en heeft er in het pad achter de woningen een handgemeen plaatsgevonden tussen [eiser] en mevrouw [gedaagde 2].

4. Het geschil

[eiser] vordert na wijziging van eis, uitvoerbaar bij voorraad, - samengevat -

I. [gedaagden] hoofdelijk te veroordelen om alle camera’s te verwijderen en verwijderd te houden die gericht zijn op de openbare weg, het openbare achterpad en/of het perceel van [eiser], binnen zeven dagen na betekening van het vonnis, op straffe van een dwangsom van € 500,- per camera per dag of dagdeel dat [gedaagden] niet aan de veroordeling voldoen, met een maximum van € 25.000,-,

II. [gedaagden] hoofdelijk te veroordelen de schuttingverhoging (twee planken) te verwijderen en verwijderd te houden, binnen zeven dagen na betekening van het vonnis, op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag of dagdeel dat [gedaagden] niet aan de veroordeling voldoen, met een maximum van € 25.000,-,

III. [gedaagden] hoofdelijk te veroordelen om zich te onthouden van verdere wijzigingen aan (mede) eigendommen van [eiser] dan wel eigendommen waarover [eiser] het (mede) gebruiksrecht heeft, op straffe van een dwangsom van € 500,- per wijziging met een maximum van € 25.000,-,

IV. [gedaagden] te verbieden direct contact op te nemen met [eiser], zowel in persoon als telefonisch dan wel anderszins, op straffe van een dwangsom van € 500,- per overtreding met een maximum van € 25.000,-,

Subsidiair, ten aanzien van de vordering onder I.

I. [gedaagden] hoofdelijk te veroordelen om alle camera’s aantoonbaar zodanig te (her)positioneren en ge(her)positioneerd te houden dat uitsluitend het eigen perceel van [gedaagden] wordt gefilmd, op straffe van een dwangsom van € 500,- per camera per dagdeel, met een maximum van € 25.000,-.

[eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. De camera’s van [gedaagden] staan (deels) op haar achtertuin en de openbare weg gericht en maken daarom een onrechtmatige inbreuk op de privacy van [eiser]. Ook hebben [gedaagden] een onrechtmatige inbreuk gemaakt op haar (mede)eigendomsrecht door, zonder voorafgaand overleg, de schutting tussen de tuinen van partijen te verhogen. Tot slot voert [eiser] aan dat zij belang heeft bij een contactverbod omdat de situatie tussen partijen is geëscaleerd en mevrouw [gedaagde 2] haar heeft geslagen.

[gedaagden] voeren verweer. [gedaagden] concluderen tot afwijzing van de vorderingen van [eiser].

[gedaagden] voeren het volgende aan. De deurbelcamera aan de achterzijde van de schutting achter de woning is kapot en zal door [gedaagden] worden verwijderd. Over de twee beveiligingscamera’s brengen [gedaagden] naar voren dat deze alleen het eigen perceel filmen en dat er daarom geen (onrechtmatige) inbreuk wordt gemaakt op de privacy van [eiser]. Verder zijn de camera’s volgens [gedaagden] noodzakelijk ter beveiliging van hun woning en een vereiste vanuit de verzekering. Over de schutting zetten [gedaagden] uiteen dat die eerst, zonder overleg, door [eiser] is verlaagd, waarna zij zonder overleg, de schutting hebben verhoogd. Ook betwisten zij dat mevrouw [gedaagde 2] [eiser] zou hebben geslagen. Volgens hen heeft [eiser] mevrouw [gedaagde 2] aangevallen.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling

Spoedeisend belang

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [eiser] daarbij een spoedeisend belang heeft. Omdat [eiser] meerdere vorderingen heeft ingesteld zal de voorzieningenrechter per vordering beoordelen of zij een spoedeisend belang heeft bij die vordering. Daarnaast geldt dat de voorzieningenrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.

Camera’s

[eiser] heeft haar spoedeisend belang bij de vordering onder I. voldoende onderbouwd. De voorzieningenrechter is van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat sprake is van een voortdurende situatie, die – indien de camera’s daadwerkelijk de achtertuin van [eiser] en de openbare weg registreren – mogelijk onrechtmatig is. Een dergelijke voortdurende onrechtmatige situatie hoeft [eiser] niet te dulden. Het spoedeisend belang is daarmee gegeven.

Uitgangspunt is dat de eigenaar van een perceel in beginsel camera’s mag plaatsen ter beveiliging van zijn woning en perceel. Dit recht is echter niet onbegrensd. Met camera’s die zicht verschaffen op de achtertuin van een ander of (een groot deel van) de openbare weg, wordt in beginsel een inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van een ander. Dat is onrechtmatig, behalve als daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat. Of er een rechtvaardigingsgrond is, moet worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval en onder afweging van de ernst van de inbreuk enerzijds en de belangen die met de inbreuk makende handelingen redelijkerwijs kunnen worden gediend anderzijds. De voorzieningenrechter overweegt dat per camera de vraag moet worden beantwoord of die inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van [eiser] en, indien dat het geval is, of daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat.

Deurbelcamera achterkant schutting

Over de deurbelcamera aan de achterkant van de schutting achter de woning van [gedaagden] hebben zij tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat deze al langere tijd niet meer werkt en dat zij deze zullen weghalen. Omdat [gedaagden] hebben toegezegd dat zij deze deurbelcamera zullen verwijderen, heeft [eiser] geen belang meer bij haar vordering ten aanzien van de deurbelcamera aan de achterkant van de schutting.

Beveiligingscamera achterkant woning

Partijen zijn het erover eens dat de beveiligingscamera aan de achterkant van de woning van [gedaagden], sinds de verhoging van de schutting door [gedaagden] (waarover hierna onder 5.13. meer), de achtertuin van [eiser] niet langer filmt. Omdat de schutting volgens [eiser] verlaagd moet worden en de camera dan wel weer de achtertuin van [eiser] kan registreren, moet de camera verwijderd worden, aldus [eiser]. Ook heeft [eiser] tijdens de mondelinge behandeling aangevoerd dat de camera door de planken van de schutting heen een deel van het openbaar achterpad filmt. [gedaagden] betwisten dat en voeren aan dat de camera alleen de achtertuin in beeld brengt.

Zoals tijdens de mondelinge behandeling met partijen is besproken aan de hand van foto’s, is de achtertuin van [gedaagden] omheind met hoge schuttingen. [eiser] heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter, gelet op de gemotiveerde betwisting van [gedaagden], onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de betreffende camera tussen de planken van de schutting door alsnog een deel van het openbaar pad achter de woningen kan filmen. Nu vaststaat dat de camera de achtertuin van [eiser] niet langer filmt en onvoldoende aannemelijk is dat een deel van het openbare pad wordt gefilmd, maken [gedaagden] met de camera aan de achterzijde van hun woning geen inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [eiser]. Dat betekent dat de vordering voor de betreffende camera wordt afgewezen.

Beveiligingscamera voorgevel woning

[eiser] voert aan dat de beveiligingscamera aan de voorgevel van de woning een groot deel van de openbare stoep en de weg filmt en dat zij dagelijks in de gaten wordt gehouden wanneer zij van haar voordeur naar de auto gaat. [gedaagden] voeren aan dat de camera alleen hun eigen perceel registreert en de openbare weg niet filmt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft mevrouw [gedaagde 2] aangeboden via een verbinding op haar mobiele telefoon te laten zien wat de camera op dat moment registreert. De voorzieningenrechter merkt daarover op dat het goed is dat [gedaagden] nu duidelijkheid willen verschaffen, maar dat het beeld ten tijde van de zitting alleen een momentopname is en daarom niet voldoende zekerheid geeft over wat er in het verleden in beeld is gebracht of in de toekomst zal worden gebracht.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is voldoende aannemelijk dat de beveiligingscamera aan de voorgevel van de woning, zoals [eiser] stelt, een groter bereik heeft dan alleen de voortuin van [gedaagden] van 1.80 meter diep. Dat betekent dat voldoende aannemelijk is geworden dat de camera (mogelijk) ook de openbare weg voor beide woningen filmt en daarmee een inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van [eiser] die daar, zoals zij onbetwist heeft aangevoerd, haar auto parkeert en dagelijks vanaf haar voordeur naar de auto loopt. Voor die inbreuk op de persoonlijke levenssfeer is met betrekking tot deze camera, geen rechtvaardigingsgrond aangevoerd. [gedaagden] hebben tijdens de mondelinge behandeling namelijk zelf verklaard dat zij geen enkel belang hebben om de openbare weg te filmen omdat zij alleen hun eigen perceel willen registreren en beveiligen en dat zij de camera ook zo instellen.

De voorzieningenrechter ziet geen grond om [gedaagden] te veroordelen de camera aan de voorzijde van de woning te verwijderen. Zoals hiervoor overwogen mogen zij camera’s plaatsen om hun eigen perceel te beveiligen. De voorzieningenrechter zal de subsidiaire vordering daarom toewijzen en [gedaagden] veroordelen de camera aan de voorzijde van de woning aantoonbaar zodanig te positioneren en gepositioneerd te houden, dat uitsluitend het eigen perceel wordt gefilmd. De voorzieningenrechter zal, zoals gevorderd, als prikkel tot nakoming een dwangsom aan die veroordeling verbinden, maar acht de door [eiser] gevorderde dwangsom bovenmatig. De dwangsom zal worden gematigd tot € 50,- per dag of gedeelte daarvan dat niet aan de veroordeling wordt voldaan, met een maximum van € 2.500,-. De voorzieningenrechter overweegt daarbij dat, indien de camera aantoonbaar alleen de voortuin van [gedaagden] filmt (zoals [gedaagden] aanvoeren), zij de camera niet meer hoeven te herpositioneren en ook geen dwangsommen verbeuren.

Deurbelcamera voordeur

[eiser] stelt dat de deurbelcamera naast de voordeur van [gedaagden] de openbare weg filmt en dat zij in beeld komt als zij zich op de openbare weg voor de voordeur van [gedaagden] bevindt. [gedaagden] voeren aan dat de deurbelcamera recht vooruit filmt en voornamelijk hun eigen voortuin en het pad naar de voordeur filmt. Zij menen dat zij een gerechtvaardigd belang hebben bij de deurbelcamera, namelijk om hun woning te beveiligen en om te zien wie er aanbelt. Daarbij is het volgens [gedaagden] niet mogelijk om de deurbelcamera bij te stellen zodat geen enkel deel van de openbare weg in beeld wordt gebracht.

De voorzieningenrechter kan in deze procedure niet vaststellen wat de deurbelcamera daadwerkelijk filmt, maar acht het, gelet op de diepte van de tuin van 1.80 meter, voldoende aannemelijk dat deze (een deel van) de openbare stoep voor de woning van [gedaagden] filmt. De voorzieningenrechter overweegt dat [eiser] in beginsel het recht heeft om niet gefilmd te worden op de openbare weg voor de woning van [gedaagden] en zij dus met de deurbelcamera inbreuk maken op haar persoonlijke levenssfeer. De voorzieningenrechter komt daarom toe aan de vraag of er een rechtvaardigingsgrond is voor deze inbreuk.

[gedaagden] hebben gesteld dat zij belang hebben om hun woning te beveiligen en dat zij willen zien wie er voor hun deur staat. Zij hebben echter niet duidelijk gemaakt wat hun huidige deurbelcamera precies filmt en hoe scherp en herkenbaar de beelden van de openbare weg zijn. Ook hebben zij niet uitgelegd of de camera steeds opneemt als er iemand voorbijloopt, of dat dat alleen gebeurt als er iemand aanbelt. Daarmee hebben zij niet onderbouwd dat het beveiligen van hun eigendommen niet kan worden bereikt op een wijze die geen of een minder verstrekkende inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van [eiser]. In deze procedure is een rechtvaardigingsgrond voor de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [eiser] dus niet aannemelijk geworden.

De primaire vordering van [eiser] ten aanzien van de deurbelcamera aan de voorkant van de woning wordt daarom toegewezen. Omdat [gedaagden] te kennen hebben gegeven dat de huidige deurbelcamera niet anders kan worden gepositioneerd, moeten zij deze verwijderen. De voorzieningenrechter zal ook hier een gematigde dwangsom aan de veroordeling verbinden van € 50,- per dag of gedeelte daarvan dat niet aan de veroordeling wordt voldaan, met een maximum van € 2.500,-.

Verwijderen van de ophoging van de schutting

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft [eiser] geen spoedeisend belang bij haar vordering om [gedaagden] te veroordelen de door hen aangebrachte verhoging van de schutting tussen de tuinen van partijen te verwijderen. De schutting betreft een gezamenlijk eigendom van partijen en is door [eiser], zoals zij tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard, eerst verlaagd, waarna de schutting door [gedaagden] is verhoogd. [eiser] heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat haar belang bij verlaging van de schutting dusdanig spoedeisend is dat een bodemprocedure niet kan worden afgewacht en dat dit een maatregel in kort geding rechtvaardigt.

Verbod tot het wijzigen van eigendommen van [eiser]

De voorzieningenrechter wijst de vordering van [eiser] om [gedaagden] te veroordelen zich ervan te onthouden wijzigingen aan te brengen in de (mede)eigendommen van [eiser] af. [eiser] legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagden] wijzigingen hebben aangebracht aan de schutting en zij daarom veroordeeld moeten worden zich daarvan in de toekomst te onthouden. De voorzieningenrechter stelt voorop dat het [gedaagden] inderdaad niet is toegestaan zonder overleg wijzigingen aan te brengen aan (mede)eigendommen van [eiser]. De wijziging aan de schutting door [gedaagden] betrof echter een inbreuk op het (mede)eigendomsrecht van [eiser], nadat [eiser] eerst zelf zonder overleg wijzigingen aan de schutting had aangebracht. Niet gesteld of gebleken is dat [gedaagden] vaker wijzigingen hebben aangebracht aan (mede)eigendommen van [eiser] of dat er concrete aanwijzingen zijn dat zij dit in de toekomst zullen doen. [eiser] heeft daarom geen (spoedeisend) belang bij haar vordering.

Contactverbod

De voorzieningenrechter overweegt dat het spoedeisend belang bij het gevorderde contactverbod voortvloeit uit de aard van de vordering en daarmee is gegeven. Een contactverbod alleen kan worden toegewezen als sprake is van ernstig onrechtmatig handelen en van concreet gevaar voor herhaling daarvan. De voorzieningenrechter moet vervolgens alle relevante omstandigheden van het geval in aanmerking nemen en de betrokken belangen van partijen afwegen om te beoordelen of dat verbod, zoals gevorderd, kan worden gerechtvaardigd. Het is daarbij aan [eiser] om dat gevaar voor herhaling aannemelijk te maken.

Vooropgesteld overweegt de voorzieningenrechter dat het partijen duidelijk moet zijn dat hetgeen [eiser] mevrouw [gedaagde 2] verwijt, namelijk het slaan met een bezem, een ernstig onrechtmatig handelen inhoudt. Of die onrechtmatige gedraging daadwerkelijk heeft plaatsgevonden is in dit kort geding echter onvoldoende vast komen te staan. Beide partijen hebben een geheel andere lezing van wat er precies gebeurd is. Mevrouw [gedaagde 2] betwist dat zij [eiser] heeft geslagen en voert op haar beurt aan dat [eiser] juist haar heeft aangevallen. Vast staat in elk geval dat er nog geen (strafrechtelijke) opvolging is gegeven aan de aangifte die [eiser] heeft gedaan. Daarbij komt dat beide partijen tijdens de mondelinge behandeling te kennen hebben gegeven dat zij geen enkel contact meer met elkaar willen hebben en dat zij elkaar uit de weg zullen gaan. Omdat het gaat om een eenmalig voorval, waarvan de toedracht niet is komen vast te staan, partijen elkaar nadien uit de weg zijn gegaan en verder zullen gaan, ziet de voorzieningenrechter geen concreet gevaar voor herhaling. Er is daarom op dit moment onvoldoende grondslag voor een vergaand middel als een contactverbod. De vordering zal worden afgewezen.

Proceskosten

Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

6. De beslissing

De voorzieningenrechter

veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk de huidige deurbelcamera bij de voordeur van de woning te verwijderen en verwijderd te houden, binnen zeven dagen na betekening van het vonnis, op straffe van een dwangsom van € 50,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan deze veroordeling voldoen, tot een maximum van € 2.500,00 is bereikt,

veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis, de beveiligingscamera aan de voorzijde van de woning aantoonbaar zo te positioneren en gepositioneerd te houden dat uitsluitend het eigen perceel gefilmd wordt, op straffe van een dwangsom van € 50,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan deze veroordeling voldoen, tot een maximum van € 2.500,00 is bereikt,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.R.H. Lutjes en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?