RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 11971306 \ CV EXPL 25-3626
Vonnis van 3 maart 2026
in de zaak van
STICHTING DELTAWONEN,
te Zwolle,
eisende partij,
hierna te noemen: DeltaWonen,
gemachtigde: Flanderijn Incasso Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
De zaak in het kort
DeltaWonen verhuurt sinds augustus 2024 een woning aan [gedaagde], die een aanzienlijke huurachterstand heeft laten ontstaan. DeltaWonen vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming en betaling van de achterstand. [gedaagde] erkent de schuld, heeft inmiddels hulpverlening en wil een betalingsregeling treffen om de woning te behouden. De kantonrechter oordeelt dat de achterstand ernstig genoeg is, wijst de ontbinding, ontruiming en betaling van de achterstand, rente en kosten toe, evenals een gebruiksvergoeding tot aan de ontruiming.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 17 februari 2026.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
DeltaWonen verhuurt met ingang van 22 augustus 2024 aan [gedaagde] de woning aan het adres [adres] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 625,67 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
[gedaagde] heeft (een deel van) de huur niet betaald. DeltaWonen heeft [gedaagde] aangemaand op 25 juli 2025 om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen.
DeltaWonen heeft [gedaagde] schriftelijk gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening bij betalingsachterstanden. [gedaagde] heeft daarop niet afwijzend gereageerd. DeltaWonen heeft [gedaagde] daarna bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering.
3. Het geschil
DeltaWonen vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 6.453,19 aan huurachterstand met nevenvorderingen.
DeltaWonen legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] is in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens DeltaWonen de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
[gedaagde] erkent dat sprake is van een huurachterstand, maar wenst de woning te behouden en met DeltaWonen een betalingsregeling te treffen. Inmiddels ontvangt [gedaagde] ondersteuning van Budgetbeheer en is de huur over de maand februari voldaan. Ook de huur voor de komende maanden zal tijdig worden betaald. Als gevolg van diverse (zakelijke) problemen is [gedaagde] in financiële moeilijkheden geraakt. Mogelijk volgen nog betalingen uit eerdere juridische procedures. Daarnaast ontvangt [gedaagde] momenteel hulp voor medische klachten. Zijn situatie vertoont inmiddels een duidelijke verbetering en er is sprake van een stijgende lijn. [gedaagde] is gemotiveerd en bereid om de huurachterstand volledig in te lopen.
DeltaWonen heeft aangevoerd dat het Sociaal Wijkteam in deze situatie eerder had kunnen ingrijpen en dat de zorgmeldingen pas in een laat stadium zijn gedaan. Daarnaast geeft DeltaWonen aan dat zij een ontruiming niet wenselijk acht, maar dat zij zich in bepaalde omstandigheden genoodzaakt ziet om deze vordering toch in te stellen. In deze procedure verzoekt zij daarom wel om een vonnis, maar zij is bereid dit onder bepaalde voorwaarden niet ten uitvoer te leggen. DeltaWonen wil hierover nadere afspraken maken met [gedaagde]. Daarbij wordt voorgesteld om voor de duur van één jaar een gebruikersovereenkomst te sluiten. Indien [gedaagde] zich gedurende die periode aan de gemaakte afspraken houdt, kan de huurovereenkomst daarna worden voortgezet.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
De kantonrechter heeft vastgesteld dat DeltaWonen heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.
[gedaagde] heeft aangevoerd dat hij de huurachterstand erkent en dat met ingang van februari 2026 de huurtermijnen weer structureel worden voldaan. Voor de achterstand wil hij graag een betalingsregeling treffen met DeltaWonen. De conclusie uit het voorgaande is dat er berekend tot en met februari 2026 sprake is van een huurachterstand van € 6.453,19. Dit gedeelte van de vordering zal worden toegewezen.
Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen.
Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand 7 maanden. Daarna is de huurachterstand opgelopen en bedraagt de huurachterstand inmiddels 10 maanden.
De huurachterstand is daarom ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden.
De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande worden toegewezen. [gedaagde] zal worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van dertig dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.
DeltaWonen wil ook dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 625,67, te rekenen vanaf de maand maart 2026 tot het moment dat [gedaagde] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [gedaagde] nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering zal worden toegewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten en rente
De huurovereenkomst is gesloten met een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen). De voor de vordering relevante bedingen in artikel 13.1 tot en met 13.3 van de Algemene Huurvoorwaarden zijn getoetst en niet oneerlijk bevonden.
DeltaWonen vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is. Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. DeltaWonen heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Daarom zal een bedrag van € 578,36 worden toegewezen.
[gedaagde] is te laat met het betalen van de verschillende huurtermijnen en dus zal de gevorderde wettelijke rente over de huurachterstand worden toegewezen.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van DeltaWonen worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
146,14
- griffierecht
€
543,00
- salaris gemachtigde
€
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
€
144,00
Totaal
€
1.553,14
5. De beslissing
De kantonrechter
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het adres [adres],
veroordeelt [gedaagde] om binnen dertig dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van DeltaWonen zijn, en de sleutels af te geven aan DeltaWonen,
veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan DeltaWonen:
- € 6.453,19 aan achterstallige huur tot en met februari 2026, te vermeerderen met de wettelijke rente over de verschuldigde huurtermijnen, telkens te rekenen vanaf de vervaldata van die huurtermijnen tot de dag van voldoening,
- € 625,67 per maand vanaf maart 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
veroordeelt [gedaagde] om aan DeltaWonen te betalen een bedrag van € 578,36 aan buitengerechtelijke kosten,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.553,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.N. Bartels en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026. (jb)