RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 11850927 \ CV EXPL 25-2533
Vonnis van 3 maart 2026
in de zaak van
de stichting
STICHTING DELTAWONEN,
te Zwolle,
eisende partij,
hierna te noemen: deltaWonen,
gemachtigde: A. Duijff (Flanderijn Incasso Gerechtsdeurwaarders),
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de akte van deltaWonen van 23 januari 2026
- de mondelinge behandeling van 3 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de spreekaantekeningen van [gedaagde] van 3 februari 2026.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De kern van de zaak
[gedaagde] huurt een woning van deltaWonen. Volgens deltaWonen is de tuin niet netjes omdat [gedaagde] deze niet goed onderhoudt. Deltawonen heeft [gedaagde] diverse malen verzocht de tuin op te ruimen, maar tevergeefs. Daarom heeft deltaWonen het onderhoud uiteindelijk laten uitvoeren door een hovenier en zij wil dat [gedaagde] de factuur voor de werkzaamheden betaalt. [gedaagde] is het hier niet mee eens.
De kantonrechter zal [gedaagde] veroordelen om de factuur van de hovenier te betalen. Hierna legt de kantonrechter uit hoe hij tot dit oordeel is gekomen.
3. De feiten
[gedaagde] huurt sinds 16 oktober 1996 de woning aan de [adres] van deltaWonen. Tot het gehuurde behoort een voor- en achtertuin.
Op de overeenkomst is het huurreglement woning van toepassing. In het huurreglement woning is – voor zover hier van belang – het volgende opgenomen:
“Artikel 6
Huurder zal het gehuurde als een goed huurder en overeenkomstig de daaraan bij overeenkomst gegeven bestemming van woonruimte gebruiken.
(…).
Artikel 7
1. De volgende onderhouds- en reparatiewerkzaamheden komen voor rekening van de huurder:
(…)
e. de aanleg en het onderhoud van de tuin, tenzij er een gemeenschappelijke tuin is;”
DeltaWonen heeft na tuincontroles bij [gedaagde] geconstateerd dat de tuin er niet netjes uit ziet.
DeltaWonen heeft [gedaagde] op 22 april 2024, 25 april 2024, 17 juni 2024, 24 juni 2024 en 25 juni 2024 aangeschreven om de tuin op te ruimen.
Op 5 juni 2024 heeft [bedrijf] een offerte opgemaakt van € 1.131,20 (exclusief BTW) voor de kosten die gemoeid zijn met het opruimen van de tuin van [gedaagde] .
De advocaat van deltaWonen heeft [gedaagde] op 10 september 2024 aangeschreven om [gedaagde] nog eenmaal de kans te geven om onderhoud te verrichten aan de tuin en dat [gedaagde] tot 23 september 2024 de tijd had om die werkzaamheden uit te voeren. Daarbij heeft de advocaat van deltaWonen aangekondigd dat als het tijdig uitvoeren van onderhoud zou uitblijven, deltaWonen het onderhoud zal laten doen door en hovenier en de kosten van ongeveer € 1.200,00 op [gedaagde] zal verhalen.
De advocaat van deltaWonen heeft [gedaagde] op 26 september 2024 aangeschreven en hierbij aangegeven dat deltaWonen de benodigde werkzaamheden zal laten verrichten door de hovenier en dat de kosten daarvan op [gedaagde] worden verhaald.
[bedrijf] heeft de werkzaamheden in november 2024 uitgevoerd.
DeltaWonen heeft [gedaagde] voor de werkzaamheden op 27 januari 2025 een factuur gestuurd van € 1.368,75 (inclusief BTW).
DeltaWonen heeft [gedaagde] bij brieven van 8 mei 2025, 2 juni 2025, 19 juni 2025 en 11 juli 2025 aangemaand tot betaling van de factuur.
4. Het geschil
DeltaWonen vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.617,18, vermeerderd met rente en kosten.
Volgens deltaWonen is de voor- en achtertuin van [gedaagde] niet netjes omdat hij deze niet goed onderhoudt. De voor- en achtertuin staan vol met onkruid en drie bomen. In de achtertuin is de gevel van de woning niet te zien door de begroeiing. Dit zorg voor overlast bij de buren. DeltaWonen heeft gedurende de afgelopen jaren veelvuldig getracht om [gedaagde] te bewegen tot het onderhouden van zijn tuin maar helaas zijn alle pogingen tevergeefs gebleken. DeltaWonen heeft nog aangeboden om het onkruid en de bomen te laten verwijderen door [bedrijf] , maar [gedaagde] vond dit te duur en daarom zou hij het zelf doen. [gedaagde] heeft een start gemaakt met de snoeiwerkzaamheden, maar volgens deltaWonen was dit geen succes. De brandweer moest zelfs worden ingeschakeld omdat een gevaarlijke situatie ontstond. Hierna heeft [gedaagde] , ondanks diverse aanmaningen, zijn tuin nog niet opgeruimd. [gedaagde] handelt daarom volgens deltaWonen in strijd met de algemene voorwaarden en artikel 7:213 in samenhang met artikel 7:217 BW.
[gedaagde] is het hier niet mee eens. Volgens [gedaagde] heeft hij voldaan aan de instructies die door een medewerker van deltaWonen op 28 juni 2024 aan hem zijn gegeven. Eén van de drie bomen heeft hij weggehaald, de andere heeft hij gesnoeid en over de derde boom heeft [gedaagde] gesteld dat die geen overlast veroorzaakt bij zijn buren. Hij snoeit deze boom, ook in de tuin van de buren, in overleg met de buren. Verder heeft [gedaagde] aangevoerd dat hij graag een mooie tuin wil, maar dat dit hem onmogelijk wordt gemaakt door de buren aan de andere kant. Telkens als hij iets kocht en plantte werd het door de buren vernield. Hierdoor is het onderhouden van de tuin ook onmogelijk. Het maakt [gedaagde] dan ook boos dat deltaWonen de bomen en struiken die er nog wel stonden heeft laten weghalen. [gedaagde] heeft een tegenvordering ingesteld inhoudende dat deltaWonen wordt veroordeeld om de schade te herstellen in de vorm van twee bomen die teruggeplaatst dienen te worden, te vermeerderen met een materiële en immateriële schadevergoeding.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5. De beoordeling
De kantonrechter oordeelt als volgt.
[gedaagde] moet de factuur betalen
In artikel 6 en 7 van het huurreglement, die op de huurovereenkomst van toepassing is, staat dat de huurder zich als een goed huurder dient te gedragen en dat hij de tuin moet onderhouden.
Uit artikel 7:217 BW, artikel 7:240 BW en de bijlage bij het Besluit kleine herstellingen volgt dat de huurder verplicht is om op eigen kosten kleine herstellingen uit te voeren. Onder kleine herstellingen worden onder meer verstaan het onderhoud van erven, opritten en erfafscheidingen, zodanig dat deze een verzorgde indruk maken. Daaronder wordt in elk geval verstaan het regelmatig verwijderen van onkruid in de tuin en tussen tegels en opritten, toegangspaden en terrassen, het regelmatig snoeien van heggen, hagen en opschietende bomen, het vervangen van dode beplanting en het rechtzetten en recht houden van houten erfafscheidingen.
Kort gezegd is [gedaagde] op grond van de huurovereenkomst en de wet dus verplicht om zijn tuin en de erfafscheidingen te onderhouden en de beplanting in de tuin te snoeien, zodat het er verzorgd uitziet en geen overlast bij de buren veroorzaakt.
[gedaagde] heeft gesteld dat hij heeft voldaan aan de instructies die door een medewerker van deltaWonen aan hem zijn gegeven. De kantonrechter gaat hier echter niet in mee. DeltaWonen heeft [gedaagde] , na de werkzaamheden van [gedaagde] en het incident met de brandweer, er op gewezen dat de tuin niet netjes (genoeg) was en dat [gedaagde] verder onderhoud diende uit te voeren. [gedaagde] heeft dat niet weersproken. Ter onderbouwing heeft deltaWonen gesteld dat zij nog steeds klachten van buren ontving, dat niet alle drie de bomen waren verwijderd en dat door de omvang van de bomen en struiken de gevel van de woning niet te zien was. DeltaWonen heeft ter onderbouwing foto’s overgelegd. Onder die omstandigheden acht de kantonrechter het gerechtvaardigd dat de verhuurder er voor kan kiezen om zelf de hovenier in te schakelen en de kosten te verhalen op de huurder. Verder is de kantonrechter van oordeel dat deltaWonen voldoende heeft onderbouwd dat deze situatie niet voldoet aan de eisen die het huurreglement en de wet stellen. [gedaagde] heeft dat ook niet weersproken. De kantonrechter zal daarom een bedrag van € 1.368,75 toewijzen.
Omdat de vordering van deltaWonen is toegewezen acht de kantonrechter de tegenvordering van [gedaagde] tot het terugplaatsen van twee bomen of het vergoeden van materiële of immateriële schade niet terecht, want deltaWonen heeft niet onrechtmatig gehandeld en zij is ook niet tekortgeschoten in verplichtingen die op de verhuurder rusten. Er is dus geen wettelijke grondslag voor. De tegenvorderingen van [gedaagde] zullen daarom worden afgewezen. Omdat deltaWonen tegen de tegenvorderingen geen verweer heeft gevoerd, komt de kantonrechter niet toe aan oordeel over proceskosten die hiermee samenhangen. Die heeft deltaWonen namelijk niet gemaakt.
De bijkomende kosten
DeltaWonen vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. Daarom zal een bedrag van € 248,43 worden toegewezen.
De kantonrechter zal ook de gevorderde wettelijke rente over € 1.368,75 vanaf
18 augustus 2024 tot de dag van volledige betaling toewijzen.
De proceskosten
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van deltaWonen worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
146,14
- griffierecht
€
385,00
- salaris gemachtigde
€
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
€
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.073,64
6. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om aan deltaWonen te betalen een bedrag van € 1.617,18, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 1.368,75, met ingang van 18 augustus 2025, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.073,64, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026. (jm)