ECLI:NL:RBOVE:2026:1301

ECLI:NL:RBOVE:2026:1301

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 26-02-2026
Datum publicatie 12-03-2026
Zaaknummer 08.219879.25, 08.119176.25 (gev.), 08.120516.25 (gev.), 08.176163.25 (ttz.gev) en 08.046671.21 (TUL)
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Almelo

Samenvatting

Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden waarvan 468 dagen voorwaardelijk voor onder andere (het medeplegen van) vernielingen, bedreigingen en mishandeling.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08.219879.25, 08.119176.25 (gev.), 08.120516.25 (gev.), 08.176163.25 (ttz.gev) en 08.046671.21 (TUL) (P)

Datum vonnis: 26 februari 2026

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2005 in [geboorteplaats] (Polen),

nu verblijvende bij FPA [locatie].

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 12 februari 2026.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. K. Karapetyan, advocaat in Hengelo, naar voren is gebracht.

Ook heeft de rechtbank kennis genomen van wat namens de benadeelde partijen, [slachtoffer 1] (08.120516.25), bijgestaan door [naam 1], [slachtoffer 2] (08.120516.25), bijgestaan door [naam 2] en [slachtoffer 3] (08.176163.25), bijgestaan door [naam 3], is aangevoerd.

2. De tenlasteleggingen

De verdenking onder parketnummer 08.119176.25 komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 12 september 2024 in Almelo:

feit 1: al dan niet samen met anderen een invalidentoilet en de zich daarin bevindende ijzeren stang en spiegel heeft vernield;

feit 2, primair: openlijk geweld heeft gepleegd tegen goederen, te weten een ruit dan wel;

feit 2, subsidiair: een ruit heeft vernield;

De verdenking onder parketnummer 08.120516.25 komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 17 april 2025 in Hengelo (O):

feit 1: [slachtoffer 1] (hierna ook: [slachtoffer 1]), [slachtoffer 2] (hierna ook: [slachtoffer 2]) en [slachtoffer 4] (hierna ook: [slachtoffer 4]) heeft bedreigd;

feit 2: [slachtoffer 1] heeft mishandeld;

feit 3: [slachtoffer 1] en [slachtoffer 4] heeft beledigd;

feit 4: zich met geweld heeft verzet tegen zijn aanhouding;

De verdenking onder parketnummer 08.176163.25 komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 7 juni 2025 in Hengelo (O) en Borne:

feit 1, primair: openlijk geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 5] (hierna ook: [slachtoffer 5]) dan wel;

feit 1, subsidiair: [slachtoffer 5] heeft mishandeld;

feit 2: [slachtoffer 3] (hierna ook: [slachtoffer 3]) heeft mishandeld;

De verdenking onder parketnummer 08.219879.25 komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 24 juli 2025 in Hengelo:

primair: al dan niet samen met een ander door geweld [slachtoffer 6] (hierna ook: [slachtoffer 6]) heeft gedwongen zijn fietssleutel, fietsaccu en fiets af te geven dan wel;

subsidiair: al dan niet samen met een ander met geweld een fietssleutel, fietsaccu en fiets van [slachtoffer 6] heeft gestolen.

Voluit luiden de tenlasteleggingen aan verdachte, dat:

In de zaak met parketnummer 08.119176.25

1

hij op of omstreeks 12 september 2024 te Almelo

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen

opzettelijk en wederrechtelijk een invalidentoilet en/of de zich daarin bevindende

goederen (een ijzeren stang en/of een spiegel), in elk geval enig goed, dat/die geheel

of ten dele aan Nederlandse Spoorwegen, in elk geval aan een ander

toebehoorde(n)

heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt

2

hij op of omstreeks 12 september 2024 te Almelo,

openlijk, te weten, aan/op de Stationsstraat en/of in/op het station te Almelo, in elk

geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,

in vereniging

geweld heeft gepleegd tegen een of meerdere goederen, te weten een ruit,

door

- een of meermalen met een ijzeren stang, althans enig goed, tegen de ruit te slaan

en/of een ijzeren stang, althans enig goed, tegen de ruit te gooien en/of

- een of meermalen met zijn been en/of voet, althans zijn lichaam, tegen de ruit te

trappen en/of

- een of meermalen met zijn fiets, althans enig goed, tegen de ruit te slaan en/of zijn

fiets, althans enig goed, tegen de ruit te gooien;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 12 september 2024 te Almelo

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen

opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten

dele aan Nederlandse Spoorwegen, in elk geval aan een ander toebehoorde(n)

heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt

In de zaak met parketnummer 08.120516.25

1

hij op of omstreeks 17 april 2025 te Hengelo, gemeente Hengelo (O),

[slachtoffer 1] (buitengewoon opsporingambtenaar), [slachtoffer 2] (buitengewoon

opsporingambtenaar) en/of [slachtoffer 4] (buitengewoon opsporingambtenaar) heeft

bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,

door die [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] dreigend de woorden toe te voegen "ik maak

jullie allemaal dood", "ik maak jullie af" en/of "ik schiet jullie allemaal dood",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2

hij op of omstreeks 17 april 2025 te Hengelo, gemeente Hengelo (O),

een ambtenaar, [slachtoffer 1] (buitengewoon opsporingsambtenaar),

gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn

bediening

heeft mishandeld door die [slachtoffer 1]

meermaals in/op/tegen het gezicht en/of op/tegen het hoofd te slaan;

3

hij op of omstreeks 17 april 2025 te Hengelo, gemeente Hengelo (O),

opzettelijk

meerdere ambtenaren, te weten [slachtoffer 1] (buitengewoon opsporingambtenaar)

en/of [slachtoffer 4] (buitengewoon opsporingambtenaar), gedurende of ter zake van de

rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening,

in zijn/haar/hun tegenwoordigheid,

mondeling

heeft beledigd,

door hem/haar/hen de woorden toe te voegen: "kankerlijers" en/of

"kankerflikkers", althans woorden van

gelijke beledigende aard en/of strekking;

4

hij op of omstreeks 17 april 2025 te Hengelo, gemeente Hengelo (O),

op een of meerdere tijdstippen

zich met geweld en/of bedreiging met geweld,

(telkens) heeft verzet

tegen meerdere ambtenaren, [slachtoffer 1] (buitengewoon opsporingambtenaar) en/of

[slachtoffer 4] (buitengewoon opsporingambtenaar), [slachtoffer 7] (brigadier bij de

Eenheid Oost-Nederland) en/of [slachtoffer 8] (agent bij de Eenheid

Oost-Nederland), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun

bediening, te weten ter aanhouding van verdachte en/of overbrenging van

verdachte

door

- in een andere richting te bewegen dan die waarin voornoemde ambtenaren hem,

verdachte, trachtten te bewegen,

- met zijn, verdachtes, armen om zich heen te slaan/zwaaien en/of

- meerdere kopstoten proberen te geven;

In de zaak met parketnummer 08.176163.25

1

hij op of omstreeks 7 juni 2025 te Hengelo (O) openlijk, te weten op het

Burgemeester Jansenplein, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een

voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een

of meerdere personen, te weten [slachtoffer 5], door:

- die [slachtoffer 5] een kopstoot te geven, en/of

- een of meerdere slaande bewegingen te maken, en/of

- een of meermalen tegen het lichaam te duwen;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 7 juni 2025 te Hengelo, gemeente Hengelo (O) [slachtoffer 5]

heeft mishandeld, door die [slachtoffer 5] een kopstoot te geven;

2

hij op of omstreeks 7 juni 2025 te Borne, [slachtoffer 3], werkzaam als ambtenaar bij

de Politie Eenheid Oost-Nederland, heeft mishandeld, door die [slachtoffer 3] tegen het

hoofd, althans het lichaam, te slaan, terwijl het misdrijf werd gepleegd tegen een

ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar

bediening;

In de zaak met parketnummer 08.219879.25

hij op of omstreeks 24 juli 2025 te Hengelo, gemeente Hengelo (O)

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer 6] heeft gedwongen tot de afgifte van een fietssleutel, fietsaccu en/of

fiets van het merk Gazelle, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die

[slachtoffer 6] en/of een derde toebehoorde(n)

door

- tegen die [slachtoffer 6] te schreeuwen en/of te zeggen “geef hier die fietsaccu”, althans

woorden van soortgelijke aard en/of strekking,

- die [slachtoffer 6] een knietje tegen te geven, waardoor die [slachtoffer 6] ten val kwam en/of

- die [slachtoffer 6] tegen zijn hoofd, althans zijn lichaam, te schoppen;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 24 juli 2025 te Hengelo, gemeente Hengelo (O)

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een fietssleutel, fietsaccu en/of een fiets van het merk Gazelle, in elk geval enig

goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het

oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd

voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld

tegen die [slachtoffer 6], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of

gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere

deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van

het gestolene te verzekeren, door

- tegen die [slachtoffer 6] te schreeuwen en/of te zeggen “geef hier die fietsaccu”, althans

woorden van soortgelijke aard en/of strekking,

- die [slachtoffer 6] een knietje tegen te geven, waardoor die [slachtoffer 6] ten val kwam en/of

- die [slachtoffer 6] tegen zijn hoofd, althans zijn lichaam, te schoppen.

3. De bewijsmotivering

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich wat betreft het ten laste gelegde onder parketnummer 08.119176.25 op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken. Mocht de rechtbank hier anders over oordelen dan stelt de verdediging zich op het standpunt dat er ten aanzien van het onder feit 2 ten laste gelegde een ontlastende verklaring in het dossier zit zodat verdachte in ieder geval voor dit feit moet worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het ten laste gelegde onder de parketnummers 08.120516.25 en 08.176163.25 heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Wat betreft het ten laste gelegde onder parketnummer 08.219879.25 heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken omdat verdachte niet de intentie had om zich de fiets toe te eigenen.

Het oordeel van de rechtbank

In de zaak met parketnummer 08.119176.25

De vaststelling van de feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op grond van het dossier en hetgeen ter zitting is besproken de volgende feiten en omstandigheden vast.

Op 12 september 2024 is er een aantal vernielingen gepleegd op het station in Almelo. In het invalidentoilet is een beugel van de muur gesloopt waarmee een spiegel kapot is geslagen. Met de beugel is vervolgens een ruit van het station vernield.

De overwegingen van de rechtbank

- Verklaring van verdachte

Verdachte heeft verklaard dat hij zich niet veel meer van de betreffende dag kan herinneren. Wel geeft hij aan zichzelf te herkennen in het beeldmateriaal in het dossier en als degene die als persoon 1 wordt omschreven. Verder heeft verdachte verklaard dat hij ook wel “[alias]” wordt genoemd.

- Bewijsoverwegingen

Uit de bewijsmiddelen volgt dat er op 12 september 2024 een groepje jongeren vernielingen heeft gepleegd in het invalidentoilet. Op de camerabeelden is te zien dat persoon 1, zijnde verdachte, en persoon 2 de deur weten te openen en naar binnen gaan. De andere jongeren gaan enkele minuten later ook het toilet in. Na 30 seconden verlaten de jongeren één voor één het toilet. Verdachte gaat als laatste naar buiten en hij heeft dan een voorwerp, een beugel uit het invalidentoilet, in zijn hand. [medeverdachte] heeft verklaard dat verdachte deze stang van de muur heeft gebroken en hiermee ook de spiegel kapot heeft geslagen. Vervolgens is op camera te zien dat verdachte deze beugel buiten tegen de ruit aangooit waardoor de ruit kapot gaat, waarna verdachte nog een keer tegen de ruit springt om vervolgens te vertrekken. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het verdachte is die de ruit heeft vernield. De rechtbank komt om deze reden niet tot een bewezenverklaring van het onder 2 primair ten laste gelegde geweld in vereniging.

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte het onder feit 1 en 2 subsidiair, ten laste gelegde feit heeft gepleegd.

In de zaak met parketnummer 08.120516.25

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten op grond van de in de bewijsbijlage opgenomen bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

In de zaak met parketnummer 08.176163.25

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten op grond van de in de bewijsbijlage opgenomen bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

In de zaak met parketnummer 08.219879.25

De vaststelling van de feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op grond van het dossier en hetgeen ter zitting is besproken de volgende feiten en omstandigheden vast.

Op 24 juli 2025 zit [slachtoffer 6] in het Prins Bernhard Plantsoen in Hengelo. Hij komt daar verdachte tegen met wie hij aan de praat raakt. Vervolgens komt er een andere jongen bij die tegen [slachtoffer 6] begint te schreeuwen. [slachtoffer 6] geeft zijn fietssleutel aan verdachte af.

De overwegingen van de rechtbank

- Verklaring van verdachte

Verdachte heeft bekend dat hij de fiets van [slachtoffer 6] heeft meegenomen omdat [slachtoffer 6] hem nog geld verschuldigd was. Dat hij hierbij ook geweld heeft gebruikt kan verdachte zich niet herinneren en hij kan het zich niet voorstellen.

- Bewijsoverwegingen

Hoewel verdachte het zich niet meer kan herinneren volgt uit de bewijsmiddelen dat hij geweld heeft gebruikt tegen [slachtoffer 6]. De aangifte van [slachtoffer 6], waarin deze verklaard over het geweld dat [alias] tegen hem heeft gebruikt, wordt ondersteund door de verklaring van getuigen dat zij geschreeuw hoorden en benen door de lucht zagen vliegen. Een getuige ziet zelfs een schoenafdruk op de linkerzijde van het gezicht van [slachtoffer 6] en getuigen [getuige 1] en [getuige 2] hebben verklaard dat [slachtoffer 6] erg was geschrokken. Om het geweld te laten stoppen heeft [slachtoffer 6] zijn fietssleutel afgegeven.

De verklaring dat verdachte de fiets van [slachtoffer 6] heeft weggenomen omdat hij nog geld van hem tegoed had, vindt geen steun in het dossier.

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte het onder dit parketnummer primair ten laste gelegde heeft begaan.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

In de zaak met parketnummer 08.119176.25

1

hij op 12 september 2024 te Almelo

tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk en wederrechtelijk een invalidentoilet en de zich daarin bevindende goederen (een ijzeren stang en een spiegel), die geheel aan de Nederlandse Spoorwegen, toebehoorden heeft vernield, beschadigd en onbruikbaar gemaakt;

2, subsidiair

hij op 12 september 2024 te Almelo

opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, die geheel aan de Nederlandse Spoorwegen, toebehoorde heeft vernield en/of beschadigd;

In de zaak met parketnummer 08.120516.25

1

hij op 17 april 2025 te Hengelo (O),

[slachtoffer 1] (buitengewoon opsporingsambtenaar), [slachtoffer 2] (buitengewoon opsporingsambtenaar) en [slachtoffer 4] (buitengewoon opsporingsambtenaar) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] dreigend de woorden toe te voegen "ik maak jullie allemaal dood", "ik maak jullie af" en "ik schiet jullie allemaal dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2

hij op 17 april 2025 te Hengelo (O),

een ambtenaar, [slachtoffer 1] (buitengewoon opsporingsambtenaar),

gedurende of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening heeft mishandeld door die [slachtoffer 1] meermaals tegen het gezicht te slaan;

3

hij op 17 april 2025 te Hengelo (O),

opzettelijk meerdere ambtenaren, te weten [slachtoffer 1] (buitengewoon opsporingsambtenaar) en [slachtoffer 4] (buitengewoon opsporingsambtenaar), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid,

mondeling heeft beledigd, door hen de woorden toe te voegen: "kankerlijers" en "kankerflikkers";

4

hij op 17 april 2025 te Hengelo (O), op meerdere tijdstippen

zich met geweld en bedreiging met geweld, telkens heeft verzet tegen meerdere ambtenaren, [slachtoffer 1] (buitengewoon opsporingsambtenaar) en [slachtoffer 4] (buitengewoon opsporingsambtenaar), [slachtoffer 7] (brigadier bij de Eenheid Oost-Nederland) en [slachtoffer 8] (agent bij de Eenheid Oost-Nederland), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten ter aanhouding van verdachte en overbrenging van verdachte door

- in een andere richting te bewegen dan die waarin voornoemde ambtenaren hem, verdachte, trachtten te bewegen,

- met zijn, verdachtes, armen om zich heen te slaan/zwaaien en

- meerdere kopstoten proberen te geven;

In de zaak met parketnummer 08.176163.25

1, primair

hij op 7 juni 2025 te Hengelo (O) openlijk, te weten op het Burgemeester Jansenplein, , in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer 5], door:

- die [slachtoffer 5] een kopstoot te geven, en

- een of meerdere slaande bewegingen te maken;

2

hij op 7 juni 2025 te Borne, [slachtoffer 3], werkzaam als ambtenaar bij de Politie Eenheid Oost-Nederland, heeft mishandeld, door die [slachtoffer 3] tegen het hoofd te slaan, terwijl het misdrijf werd gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

In de zaak met parketnummer 08.219879.25

hij op 24 juli 2025 te Hengelo (O),

tezamen en in vereniging met een ander,

met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 6] heeft gedwongen tot de afgifte van een fietssleutel die geheel aan die [slachtoffer 6] toebehoorde door

- tegen die [slachtoffer 6] te schreeuwen en te zeggen “geef hier die fietsaccu”,

- die [slachtoffer 6] een knietje tegen te geven, waardoor die [slachtoffer 6] ten val kwam en

- die [slachtoffer 6] tegen zijn hoofd te schoppen.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 47, 141, 180, 266, 267, 285, 300, 304, 317 en 350 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

In de zaak met parketnummer 08.119176.25

feit 1

het misdrijf: medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen of beschadigen of onbruikbaar maken;

feit 2, subsidiair

het misdrijf: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen of beschadigen;

In de zaak met parketnummer 08.120516.25

feit 1

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

feit 2

het misdrijf: mishandeling, gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

feit 3

het misdrijf: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd;

feit 4

het misdrijf: wederspannigheid;

In de zaak met parketnummer 08.176163.25

feit 1 primair,

het misdrijf: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;

feit 2

het misdrijf: mishandeling, gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

In de zaak met parketnummer 08.219879.25

primair,

het misdrijf: afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

5. De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

6. De op te leggen straf of maatregel

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een gevangenisstraf wordt opgelegd voor de duur van 20 maanden waarvan 468 dagen voorwaardelijk met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Aan het voorwaardelijke strafdeel moeten de voorwaarden worden gekoppeld zoals door de reclassering geadviseerd met een proeftijd voor de duur van drie jaren. Wat betreft de opname voor de duur van een jaar wordt nadrukkelijk verzocht om deze te laten ingaan op de dag waarop het vonnis wordt gewezen, zodat de volle termijn benut kan worden.

Het standpunt van de verdediging

Door de verdediging is geen strafmaatverweer gevoerd.

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

De ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten waaronder een aantal geweldsdelicten. Verdachte heeft meerdere ambtenaren bedreigd en mishandeld. Het gaat om mensen die hun werk doen ten behoeve van de veiligheid van de maatschappij en die zonder enige aanleiding door verdachte worden bedreigd, beledigd en/of mishandeld. Ook [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] zijn willekeurig slachtoffer geworden van het handelen van verdachte. Verdachte heeft op geen enkele wijze respect getoond voor de lichamelijke integriteit van al deze willekeurige slachtoffers. De rechtbank rekent dit verdachte aan. Daarnaast heeft verdachte ook meerdere goederen vernield. Hiermee heeft verdachte laten zien geen enkel respect te tonen voor de eigendommen van anderen en heeft hij veel schade en overlast veroorzaakt.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte van 29 december 2025. Hieruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbaar feiten. Daarnaast merkt de rechtbank op dat artikel 63 Sr van toepassing is.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het over verdachte opgemaakte reclasseringsadvies, opgemaakt door [naam 4], reclasseringswerker en [naam 5], unitmanager van 20 oktober 2025. Het rapport houdt, kort en zakelijk weergegeven, het volgende in.

Verdachte was ten tijde van het plegen van de feiten onder invloed van alcohol en cannabis. Veel van de feiten werden gepleegd in vereniging met anderen. Het middelengebruik in combinatie met het negatieve sociale netwerk van verdachte worden gezien als voornaamste risicofactoren. Verdachte heeft baat bij intensieve ondersteuning en heeft veel behoefte aan nabijheid en sturing. Buiten detentie gaat hij zijn eigen gang en komt dan snel in verleiding tot het gebruik van middelen. Verdachte maakt een kwetsbare indruk. Er is vermoedelijk sprake van psychische kwetsbaarheid. Verdachte heeft zelf sterk de indruk dat een ambulant traject onvoldoende is om aan zijn problematiek te werken. Hij stelt zich afhankelijk van hulpverlening op. Uit het verdiepende onderzoek is naar voren gekomen dat een langdurige klinische opname geïndiceerd is met aansluitend beschermd wonen met intensieve begeleiding. De risico’s op recidive en letsel worden ingeschat als hoog en het risico op onttrekken aan voorwaarden wordt ingeschat als gemiddeld. De belangrijkste risicofactor is dat verdachte niet alleen is wanneer hij de delicten pleegt en onder invloed is van middelen.

De reclassering adviseert om aan verdachte een voorwaardelijke straf op te leggen met daaraan gekoppeld een aantal bijzondere voorwaarden.

Uit het e-mailbericht van [naam 6], reclasseringswerker van 30 januari 2026 volgt aanvullend, kort en zakelijk weergegeven, het volgende.

Verdachte verblijft sinds 20 november 2025 in FPA [locatie]. Ten behoeve van deze klinische behandeling is de voorlopige hechtenis van verdachte geschorst . De voorwaarden uit het voornoemd reclasseringsadvies zijn toereikend om het toezicht vorm te geven. Het is wenselijk om de bijzondere voorwaarde: “opname in een zorginstelling” voor de duur van maximaal één jaar op te nemen en in te laten gaan op het moment dat het vonnis onherroepelijk is. Het is wenselijk dat de behandeling bij FPA [locatie] wordt voortgezet. Gezien de ernst (en hoeveelheid) van de problematiek is de inschatting dat de behandeling de nodige tijd in beslag zal nemen.

De strafmodaliteit en de hoogte daarvan

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf rekening gehouden met wat in vergelijkbare gevallen doorgaans als straffen worden geëist en opgelegd. De rechtbank heeft ook rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij met name de behandelnoodzaak veel gewicht in de schaal heeft gelegd, alsmede de positieve weg die verdachte is ingeslagen sinds hij bij FPA [locatie] verblijft.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden, waarvan 468 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, passend en geboden. Aan het voorwaardelijke strafdeel zal de rechtbank de bijzondere voorwaarden koppelen zoals door de reclassering geadviseerd. Verdachte heeft een forse voorwaardelijke straf als stok achter de deur om de door hem ingeslagen weg vol te houden.

De voorlopige hechtenis

De voorlopige hechtenis is bij bevel van de meervoudige raadkamer bij de rechtbank Overijssel van 19 november 2025, geschorst per 20 november 2025. Dit onder meer vanwege de opname bij FPA [locatie]. Uit het rapport van de reclassering, de aanvulling hierop en uit hetgeen ter terechtzitting van 12 februari 2025 naar voren is gekomen, blijkt dat verdachte veel baat heeft bij de opgestarte behandeling en dat deze behandeling naar verwachting nog wel de nodige tijd in beslag zal nemen. Gelet hierop zal de rechtbank het geschorste bevel voorlopige hechtenis in stand laten zodat er, tot het moment van onherroepelijk worden van het vonnis, een (strafrechtelijke) titel bestaat op basis waarvan verdachte zijn behandeling bij FPA [locatie] kan continueren.

7. De schade van benadeelden

De vorderingen van de benadeelde partijen

In de zaak met parketnummer 08.119176.25

- De vordering van Nederlandse Spoorwegen

NS Groep NV, vertegenwoordigd door gemachtigde [naam 7], heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 3.014,91 (drieduizendveertien euro en éénennegentig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- € 1.056,41 factuur van ruit;

- € 1.087,50 factuur van spiegel;

- € 871,00 factuur van steunbeugel.

In de zaak met parketnummer 08.120516.25

- De vordering van [slachtoffer 1] (feiten 1, 2, 3 en 4)

[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 1.184,00 (duizend honderdvierentachtig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- € 399,00 barst scherm smartwatch.

Ter vergoeding van immateriële schade wordt een bedrag van € 785,00 gevorderd.

- De vordering van [slachtoffer 2]

heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 500,00 (vijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan.

In de zaak met parketnummer 08.176163.25

- De vordering van [slachtoffer 5] (feit 1)

[slachtoffer 5] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 171,00 (honderdéénenzeventig euro, bestaande uit proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan.

De benadeelde partij heeft verzocht ook een bedrag ter vergoeding van de geleden immateriële schade toe te kennen, maar heeft geen concreet bedrag gevorderd.

- De vordering van [slachtoffer 3] (feit 2)

[slachtoffer 3] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 400,00 (vierhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle vorderingen tot vergoeding van de geleden schade kunnen worden toegewezen. Deze zijn allemaal goed onderbouwd, zijn redelijk en er is geen reden om van de hoogte af te wijken.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de vordering van de NS Groep NV op het standpunt gesteld dat de vordering primair moet worden afgewezen gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair is het standpunt dat het gedeelte dat ziet op de vervanging van de ruit niet toewijsbaar is. Ten aanzien van de andere vorderingen zijn er door de verdediging geen opmerkingen gemaakt.

Het oordeel van de rechtbank

In de zaak met parketnummer 08.119176.25

- De vordering van Nederlandse Spoorwegen

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door de bewezen verklaarde feiten rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadeposten zijn onvoldoende betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 3.014,91, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan (12 september 2024).

In de zaak met parketnummer 08.120516.25

- De vordering van [slachtoffer 1] (feiten 1, 2, 3 en 4)

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is niet komen vast te staan dat verdachte door de bewezen verklaarde feiten rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De rechtbank overweegt hierover dat het horloge niet wordt genoemd in de aangifte en dat verdachte wordt veroordeeld voor een bedreiging. Op welke wijze hierdoor schade aan het horloge van [slachtoffer 1] is ontstaan is voor de rechtbank niet te toetsen.

Wat betreft de gevorderde immateriële schade overweegt de rechtbank het volgende.

Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106, lid 1, sub b, van het Burgerlijk Wetboek (BW) als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd. Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon. De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij onvoldoende gegevens heeft verstrekt waaruit blijkt dat hij door het strafbare feit geestelijk letsel heeft opgelopen. Ook kan de rechtbank niet vaststellen dat anderszins sprake is van een aantasting in de persoon, omdat de benadeelde partij onvoldoende met concrete gegevens heeft onderbouwd welke gevolgen het strafbare feit voor hem heeft gehad. Van een uitzonderlijke situatie waarin geen onderbouwing nodig is, is in dit geval geen sprake, gelet op rechtspraak van de Hoge Raad.

Het in gelegenheid stellen van de benadeelde partij om deze schade alsnog nader te onderbouwen levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank zal de benadeelde partij die gelegenheid niet bieden.

De rechtbank zal de benadeelde partij daarom in de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

- De vordering van [slachtoffer 2]

Wat betreft de gevorderde immateriële schade overweegt de rechtbank het volgende. Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106, lid 1, sub b, van het BW als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd. Zoals hiervoor uiteengezet bij de bespreking van de vordering van [slachtoffer 1], moet het bestaan van geestelijk letsel naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij onvoldoende gegevens heeft verstrekt waaruit blijkt dat hij door het strafbare feit geestelijk letsel heeft opgelopen. Ook kan de rechtbank niet vaststellen dat anderszins sprake is van een aantasting in de persoon, omdat de benadeelde partij onvoldoende met concrete gegevens heeft onderbouwd welke gevolgen het strafbare feit voor hem heeft gehad. Van een uitzonderlijke situatie waarin geen onderbouwing nodig is, is in dit geval geen sprake, gelet op de rechtspraak van de Hoge Raad.

Het in gelegenheid stellen van de benadeelde partij om deze schade alsnog nader te onderbouwen levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank zal de benadeelde partij die gelegenheid niet bieden.

De rechtbank zal de benadeelde partij daarom in de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

In de zaak met parketnummer 08.176163.25

- De vordering van [slachtoffer 5] (feit 1)

De door [slachtoffer 5] onder proceskosten gevorderde schade is onvoldoende komen vast te staan omdat de gestelde schade onvoldoende is onderbouwd. Het in gelegenheid stellen van de benadeelde partij om deze schade alsnog nader te onderbouwen levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank zal de benadeelde partij die gelegenheid niet bieden.

De rechtbank zal de benadeelde partij daarom in de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Wat betreft de immateriële schade verklaart de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering omdat er geen concreet bedrag is gevorderd ter vergoeding van de immateriële schade en het bestaan van immateriële schade ook niet is onderbouwd. De benadeelde partij krijgt geen gelegenheid om dit te corrigeren, omdat dat leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.

- De vordering van [slachtoffer 3] (feit 2)

Wat betreft de gevorderde immateriële schade, overweegt de rechtbank het volgende. Uit de bewijsmiddelen volgt dat [slachtoffer 3] door het bewezenverklaarde onder 2, lichamelijk letsel heeft opgelopen. Op grond van artikel 6:106, lid 1 sub b, van het BW , heeft [slachtoffer 3] recht op een vergoeding van immateriële schade.

De rechtbank acht het billijk, gelet op de aard en de ernst van het letsel, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en gelet op wat er in vergelijkbare gevallen in andere zaken is toegewezen om een bedrag van € 400,00 toe te wijzen, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen hebben verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht.

Als door de verdachte niet volledig wordt betaald, kan deze verplichting worden aangevuld met de navolgende dagen gijzeling:

- NS Groep NV (08.119176.25) 30 dagen;

- [slachtoffer 3] (08.176163.25) 4 dagen.

Toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

8. De vordering tenuitvoerlegging (08.046671.21)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de proeftijd te verlengen dan wel om de voorwaardelijke jeugddetentie om te zetten in een werkstraf.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft eveneens om verlenging van de proeftijd verzocht dan wel om de voorwaardelijke jeugddetentie om te zetten in een werkstraf.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de vordering van de officier van justitie moet worden afgewezen. Hoewel is gebleken dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan het plegen van nieuwe strafbare feiten heeft schuldig gemaakt, acht de rechtbank het toewijzen van de vordering, gelet op de bij dit vonnis opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf niet opportuun.

9. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c en 57 Sr.

10. De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder parketnummer 08.119176.25, feit 2 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder parketnummer 08.119176.25 feiten 1 en 2 subsidiair, het onder parketnummer 08.120516.25, feiten 1, 2, 3 en 4, het onder parketnummer 08.176163.25, feiten 1 primair en 2 en het onder parketnummer 08.219879.25 primair, ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feiten

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

In de zaak met parketnummer 08.119176.25

feit 1, het misdrijf: medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen of beschadigen of onbruikbaar maken;

feit 2, subsidiair, het misdrijf:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen of beschadigen;

In de zaak met parketnummer 08.120516.25

feit 1, het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

feit 2, het misdrijf: mishandeling, gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

feit 3, het misdrijf: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd;

feit 4, het misdrijf: wederspannigheid

In de zaak met parketnummer 08.176163.25

feit 1 primair, het misdrijf: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;

feit 2, het misdrijf: mishandeling, gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

In de zaak met parketnummer 08.219879.25

primair, het misdrijf: afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 (twintig) maanden;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 468 (vierhonderdachtenzestig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de proeftijd van drie (drie) jaren de navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De rechter kan de tenuitvoerlegging ook gelasten indien de verdachte gedurende de proeftijd van drie (drie) jaren de navolgende bijzondere voorwaarden niet is nagekomen:

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

- zich meldt bij de uitvoerende verslavingsreclasseringsinstelling in de regio waar hij klinisch opgenomen zal worden. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. Gedurende het gehele toezicht houdt verdachte zich aan de aanwijzingen van de reclassering en stemt in met huisbezoeken;

- zich laat opnemen in de door het ifz/DIZ geïndiceerde kliniek of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname duurt een jaar of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Deze termijn vangt aan op het moment dat het veroordelend vonnis onherroepelijk is geworden. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt betrokkene mee aan de indicatiestelling en plaatsing;

- zich na zijn klinische opname, indien dit geïndiceerd blijkt in het kader van verdere behandeling en nazorg, ambulant laat behandelen bij een forensische polikliniek of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling.

Bij een terugval in middelengebruik of verslechtering van het psychiatrische ziektebeeld kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal verdachte zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling;

- na het klinische behandeltraject verblijft in een nader te indiceren instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;

- meewerkt aan controle van het gebruik van alcohol en drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;

- draagt de reclassering op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de verdachte:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

In de zaak met parketnummer 08.119176.25

De vordering van Nederlandse Spoorwegen

- wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 3.014,91, bestaande uit materiële schade;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij: NS Groep NV (feiten 1 en 2) van een bedrag van € 3.014,91, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 september 2024 met dien verstande dat als en voor zover al door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat de verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 3.014,91, (zegge: drieduizendveertien euro en éénennegentig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 september 2024 ten behoeve van de benadeelde en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 30 dagen kan worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

In de zaak met parketnummer 08.120516.25

De vordering van [slachtoffer 1] (feiten 1, 2, 3 en 4)

- bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer 1], (feiten, 1, 2, 3 en 4): in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen;

De vordering van [slachtoffer 2]

- bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer 2], (feit 1): in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen;

In de zaak met parketnummer 08.176163.25

De vordering van [slachtoffer 5] (feit 1)

- bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer 5] (feit 1) in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen;

- De vordering van [slachtoffer 3] (feit 2)

- wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 400,00, bestaande uit immateriële schade;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] (feit 2) van een bedrag van € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 juni 2025;

- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 400,00, (zegge: vierhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 juni 2025 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 4 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf met parketnummer 08.046671.21

- wijst de vordering af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.G.J. Gehring, voorzitter, mr. A.F. Germs-de Goede en mr. M.A.H. Heijink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. W.H. Bomans-Weekhout, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2026.

Buiten staat

Mr. R.G.J. Gehring is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

In de zaak met parketnummer 08.119176.25

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2024426548 van 3 maart 2025. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1. Het proces-verbaal van aangifte door [aangever] namens Nederlandse Spoorwegen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 9-11):

Er zijn gisteravond 12 september 2024 een aantal vernielingen gepleegd op het centraal station te Almelo. Ik zag dat een melding van vernieling van het invalidetoilet binnengekomen was. Ik zag bij de details staan dat het specifiek ging om de spiegel die was vernield en de invalidebeugel was vernield. De invalidebeugel zit naast de toiletpot voor mensen met een belemmering, zodat zij met ondersteuning kunnen gaan zitten en weer kunnen opstaan.

Ik zag een tweede melding omtrent de vernieling van een ruit.

2. Het proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door [verbalisant], voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 54-56) ):

Ik heb camerabeelden bekeken van een vernieling gepleegd op het station te Almelo.

Ik zie een groepje van 5 personen zitten. Ik kan de personen als volgt omschrijven:

Persoon 1:

man / blank / zwarte schoenen / blauwe jas met daaronder een fel blauwe trui / blond rossig haar/ normaal postuur.

Te zien is dat persoon 1 en 2 bij het openbaar toilet gaan staan. Ik zie dat persoon 1 meermaals tegen de deur trapt in de hoop dat deze opengaat. Ik zie dat de rest van de groep bij het tweetal komt staan. Ik zie dat ze samen proberen de deur te openen. Ik zie dat persoon 1 en 2 naar binnen gaan en de deur dichtdoen. Ik zie dat de overige personen weglopen. Ik zie dat na vier (4) minuten de overige personen weer voor de toiletdeur gaan staan en ik zie dat de deur geopend wordt. Ik zie dat de overige personen (3) het toilet binnengaan. Ik zie dat de deur dicht gaat. Ik zie dat na ongeveer 30 seconden de deur weer opengaat en dat de jongeren 1 voor 1 weglopen uit het toilet richting de voorkant van het station. Ik zie dat persoon 1 en 2 als laatste uit het toilet komen lopen. Ik zie dat persoon 1 een voorwerp vast heeft dat afkomstig is uit het toilet.

Ik zie de groep jongeren buiten het station staan. Ik zie dat persoon 1 het voorwerp dat afkomstig is uit het toilet gericht gooit in de richting van het gebouw. Ik zie dat het voorwerp tegen de ruit aankomt waardoor deze kapot gaat. Ik zie dat de groep wegloopt in de richting van de binnenstad. Ik zie dat persoon 1 met een aanloop richting de vernielde ruit rent om er tegen aan te springen met 1 been voorruit. Ik zie dat persoon 1 wegloopt achter de groep aan.

3. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 12 februari 2026, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte:

Het klopt dat mijn bijnaam [alias] is. Ik herken mijzelf op de foto’s op pagina 81 en 82 van het procesdossier.

4. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] van 26 november 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 88, 90, 92 en 93):

Wij waren in het station. Ik was met mijn vriend [naam 8]. Ook waren daar [naam 9], [naam 10] en [alias] (Nederlandse jongen). [alias] en [naam 9] probeerden de wc open te maken van het NS station. Uiteindelijk is dit gelukt en ging iedereen naar binnen. Ik ging ook naar binnen en ging mijn haar nat maken. [alias] pakte de stang die bedoeld is voor mensen die minder valide zijn en breekt deze van de muur af. Met deze stang slaat hij de spiegel kapot.

In de zaak met parketnummer 08.120516.25

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2025177362 van 21 april 2025. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 12 februari 2026, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.

2. Het proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door [slachtoffer 4] van 17 april 2025, pagina’s 17 tot en met 19.

3. Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] van 18 april 2025, pagina’s 20 tot en met 22.

4. Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] van 17 april 2025, pagina’s 31 tot en met 35.

In de zaak met parketnummer 08.176163.25

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2025266132 van 10 juni 2025. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 12 februari 2026, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.

2. Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 5] van 7 juni 2025, pagina’s 6 tot en met 10.

3. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] van 8 juni 2025, pagina’s 21 tot en met 23.

4. Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] van 7 juni 2025, pagina’s 24 tot en met 29.

In de zaak met parketnummer 08.219879.25

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2025353533 van 26 juli 2025. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

In aanvulling op het bewijsmiddel zoals hiervoor genoemd bij parketnummer 08.119176.25 onder nummer 3.

1. Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 6] van 24 juli 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 11-13):

Op 24 juli 2025 in Hengelo stopte ik bij het park bij het station in Hengelo. Ik heb de fiets buiten de poort geparkeerd en heb de accu eruit gehaald. Ik ben vervolgens op een bankje gaan zitten en heb de accu naast mij neergelegd. Toen ik op het bankje zat zag ik dat er een jongen in mijn richting liep. Ik herkende de jongen als [alias], zijn echte naam is [verdachte]. Ik hoorde dat hij mijn naam riep en ging vervolgens naast mij op het bankje zitten. Een minuut of 5 later kwam er een andere jongen aanlopen. De jongen liep naar ons toe en kwam bij ons op het bankje zitten. De jongen schreeuwde opeens

tegen mij: ‘Geef hier die fietsaccu”. [alias] begon toen opeens aan mijn jas te trekken. Ik heb hem geprobeerd af te weren, maar dat lukte niet goed. Ik kwam op de grond terecht, ik lag op mijn linkerzij. Ik zag en voelde toen dat [alias] mij met kracht een knietje gaf tegen mijn kin. Daarna schopte hij mij met veel kracht met zijn voet tegen mijn hoofd, ten hoogte van mijn linkerslaap. Ik voelde kort daarna heel kort een hevige pijn.

Omdat ik niet wilde dat [alias] nog meer geweld tegen mij zou gebruiken, heb ik de fietssleutel aan hem afgegeven, Ik zag toen dat [alias] en de andere jongen wegrenden richting de uitgang van het park.

2. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] van 24 juli 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 16-):

Op 24 juli 2025 heb ik het volgende gezien en gehoord.

Wij zagen dat de jongen in het zwart gekleed wegrende richting een andere groep jongens. Wij zagen dat er nog een jongen met hem mee rende. Ik zag dat het slachtoffer verbaasd om zich heen keek, hij zag er verslagen uit. Ik hoorde het slachtoffer zeggen dat zijn fiets accu en zijn fiets zojuist gestolen waren. Ik vroeg aan hem of dit door de twee jongens, die zojuist bij hem stonden, was gedaan.

3. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] van 24 juli 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 20 en 21):

Op 24 juli 2025 heb ik het volgende gezien en gehoord.

Ik heb een gesprek gevoerd met het slachtoffer vlak na de beroving. Ik vroeg aan hem hoe het met hem ging. Hij gaf aan dat hij erg was geschrokken. Ik vroeg wat er was gebeurd. Ik hoorde hem zeggen dat hij op de grond was gegooid. Hij vertelde mij dat de jongens hebben geprobeerd hem te kopschoppen en dat hij zichzelf moest beschermen door zijn armen om zijn hoofd te klemmen. Ook hoorde ik de twee vrouwen zeggen dat ze de benen van het slachtoffer door de lucht zagen vliegen maar dat ze te bang waren om in te grijpen.

4. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] van 25 juli 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 25-27):

Ik zat op 24 juli 2025 met vriendinnen in het Prins Bernhard Plantsoen.

Op een gegeven moment hoorde ik veel geschreeuw en zag ik opeens twee benen door de lucht vliegen.

Toen ik bij de man kwam die aangevallen werd, zag ik dat hij een schoenafdruk op de linkerzijde van zijn gezicht had.

5. Het proces-verbaal verhoor verdachte in raadkamer van 19 november 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

De verdachte verklaart na afstemming met zijn raadsman dat hij de betrokkenheid bij de beroving op 24 juli 2025 in Hengelo nu alsnog bekent.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?