RECHTBANK Overijssel
Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/339080 / HA ZA 25-330
Vonnis van 11 maart 2026
in de zaak van
[eiser] ,
te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
advocaat: mr. J. van Andel,
tegen
THERMOSOLUTIONS B.V.,
te Enschede,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Thermosolutions,
advocaat: mr. M.H.J. Booijink.
en waarin heeft gevorderd als partij zich te mogen voegen aan de zijde van [eiser]:
[eiseres]
te [eiseres],
eiseres in incident,
hierna te noemen: [eiseres],
advocaat: mr. J. van Andel.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties,- de conclusie van antwoord met producties,- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de brief van de zijde van [eiser] van 13 februari 2026, waarbij de producties 13 tot en met 16 zijn overgelegd en de eis is vermeerderd,
- de incidentele conclusie tot voeging d.d. 25 februari 2026,
- de mondelinge behandeling van 25 februari 2026, waar partijen (vertegenwoordigd) zijn verschenen, bijgestaan door hun advocaat. Partijen hebben hun standpunten toegelicht, waarbij van de zijde van [eiser] gebruik is gemaakt van spreekaantekeningen. De griffier heeft tijdens de mondelinge behandeling aantekeningen gemaakt.
Het vonnis wordt vandaag bij vervroeging uitgesproken.
2. Samenvatting
In deze procedure is na de conclusie van antwoord door de echtgenote van [eiser] een incident tot voeging ingesteld. Naar het oordeel van de rechtbank is dit te laat. Het door Thermosolutions in de hoofdzaak gevoerde (ontvankelijkheids)verweer dat niet [eiser] maar zijn echtgenote contractspartij is wordt verworpen, zodat aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak wordt toegekomen.
Tussen partijen is in geschil of Thermosolutions toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de op haar rustende verplichtingen uit de overeenkomst met [eiser] op grond waarvan zij in de woning van [eiser] (en zijn echtgenote) spouwmuurisolatie en vloerisolatie zou aanbrengen. Gelet op de inhoud van het rapport dat is uitgebracht door de door Thermosolutions ingeschakelde deskundige en gelet op de omstandigheid dat Thermosolutions de woning in 2020 en 2022 geschikt achtte voor isolatie, is de rechtbank van oordeel dat Thermosolutions toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst. Termosolutions verkeert, anders dan zij betoogt, ook in verzuim. De daarop betrekking hebbende verklaring voor recht zal dan ook worden toegewezen. Nu naar het oordeel van de rechtbank de omzettingsverklaring besloten ligt in de gedingstukken, zal de gevorderde schadevergoeding, hoofdzakelijk bestaande uit vervangende schadevergoeding (namelijk de herstelkosten), worden toegewezen. De vordering die ziet op de ontbinding van de overeenkomst zal worden afgewezen.
Hieronder wordt toegelicht hoe de rechtbank tot deze oordelen is gekomen.
3. De feiten
[eiser] en [eiseres] zijn echtgenoten en gezamenlijk eigenaar van de woning aan de [adres] te [plaats] (hierna: de woning).
In mei 2020 heeft Thermosolutions de woning bezocht en, na inspectie, geadviseerd om de vloer en spouwmuur te isoleren. In juli 2020 heeft de spouwmuurisolatie plaatsgevonden en in september 2020 is de begane grondvloer van de woning geïsoleerd.
In april 2022 is bij Thermosolutions melding gemaakt van vochtschade. Daarop heeft Thermosolutions de zijgevel gereinigd en gehydroforbeerd.
In april 2024 heeft Vochtadvies Nederland een onderzoek uitgevoerd en een rapport uitgebracht.
In augustus 2024 heeft de heer ing. [naam], werkzaam bij Bureau voor Bouwpathologie (hierna: [naam]), in opdracht van Thermosolutions wegens terugkerende vochtproblematiek een onderzoek verricht en daarvan een rapport uitgebracht. In dit rapport is, voor zover van belang, onder het kopje “Analyse” het volgende vermeld:
“Gebreken:
Vastgesteld is dat sprake is van vochtdoorslag door voornamelijk de zijgevel van de woning. Deze vochtdoorslag vindt op grote schaal plaats, op meerdere plaatsen in de zijgevel. Het heeft er de schijn van dat de grootste doorslag plaatsvindt ter plaatse van de hoek van de zijgevel met de achtergevel.
De gevolgschade van de vochtdoorslag van de gevel is dat het binnenspouwblad en het plafond op meerdere plaatsen nat is tot verzadiging aan toe en dat hierdoor afwerkingen verkleuren, beschadigen en plaatselijk beschimmelen. Ook de spullen (inboedel) die voor/tegen de zijgevel staat kunnen hierdoor beschadigd raken.
De na-isolatie in de spouw van de zijgevel is eveneens gebrekkig aangebracht. Op drie plaatsen is met behulp van een endoscoop in de spouw vastgesteld dat de vulling niet volledig is (openingen in de isolatie), veel vervuiling in de spouw aanwezig is (verschillende isolatiematerialen aanwezig en gruis/valspecie) en dat het isolatiemateriaal niet van goede kwaliteit is.
Als laatste valt ondergetekende op dat de gevel is gehydrofobeerd zonder voldoende het voegwerk te
herstellen. Het voegwerk van met name de zijgevel (in mindere mate de voorgevel en de achtergevel) vertoond gebreken.
De oorzaak:
De oorzaak van de vochtdoorslag en dus ook het nat worden van het binnenspouwblad en de plafondafwerking als ook de eventuele schade aan de inboedel is het niet juist zijn geïsoleerd van de zijgevel, de schade aan de gevel en de vervuiling van de spouw.
De reden waardoor voor het uitvoeren van de na-isolatie van de zijgevel mogelijk geen schade zichtbaar was in de woning kan zijn geweest dat er voor die tijd sprake was van spouwventilatie en dus meer droging en minder doorslagpunten/vochtbruggen. De gebrekkige uitvoering van de na-isolatie met het ThermoFoam zal deze gebreken versterken. Meer vochtbruggen door niet sluitend schuim en minder droging door gehele vulling spouw.
(…)
Het herstel:
Herstel in het kader van het onderzoek dient naar de mening van ondergetekende minimaal te bestaan uit het leeghalen van de spouwmuren, verwijderden van vervuiling en isolatiematerialen, waarna de spouw weer opnieuw kan worden na-geïsoleerd.
Hiervoor zullen in het metselwerk van het buitenspouwblad echter grotere gaten (vuil aanzuig-slangaansluitingen) moeten worden gemaakt. Dit heeft tot gevolg dat nieuw metselwerk moet worden ingebracht met een andere baksteen omdat de huidige baksteen niet meer is te verkrijgen. Voornoemde levert een visuele ‘lappendeken’ op.
Daarnaast staat of valt het succes van de ingreep met de mogelijkheid de spouw schoon te krijgen met onder hoge druk blazen van lucht. Op dit moment is niet meer goed zichtbaar welke vormen van vervuiling in de spouw aanwezig zijn en of dit met de huidige beschikbare methodes geheel te verwijderden is.
Voornoemde herstel heeft echter als nadeel dat het huidige baksteen metselwerk van het buiten-spouwblad onvoldoende vorstbestand is. Door het dichte buitenoppervlak van de gevelstenen is er echter een grotere kans op vorstschade aan de gevel en een grotere kans op visuele schade aan de gevel door de trager verlopende droging van de gevel. De vraag of na-isoleren van de betreffende gevel een juiste is op de manier zoals eerder uitgevoerd, is naar de mening van ondergetekende relevant te stellen. Daarbij de vraag of de spouw voldoende schoon te krijgen is en of alle vocht-bruggen zijn opgelost wanneer de spouw leeg gemaakt is, heeft ook geen 100% zekere uitkomst.
Tijdens het onderzoek ter plaatse is niet de kwaliteit van de spouwankers waargenomen of vast te stellen gebleken. De kwaliteit van de spouwankers is onbekend.
Ondergetekende raad dan ook aan andere herstelmogelijkheden te overwegen en indien mogelijk met de bewoners te bespreken.
Dit zouden dan herstelmogelijkheden kunnen zijn als het vervangen van het buitenspouwblad (metselwerk en ankers) door een buitengevelisolatiesysteem (onderhoudsgevoeliger dan metselwerk maar wel betere isolatiewaarde) of een nieuw buitenspouwblad waarbij de spouw wordt geïsoleerd met plaatmateriaal en een zo breed mogelijk spouw wordt gerealiseerd (De breedte van de fundering lijkt ruim voldoende). (hiervoor zal wel langs de gehele zijgevel moeten worden ontgraven tot op de betonnen funderingsstrook. Het resultaat zal vrijwel altijd leiden tot een betere isolatiewaarde van de zijgevel maar ook visueel tot een geheel ander resultaat.
Daarnaast dienen ook de kosten te worden overwogen in het kader van schade herstel, het er niet beter maar zeker ook niet slechter van worden’.
Conform de bij ondergetekende bekende richtlijnen voor het aanbrengen van isolatieschuim vergelijkbaar met ThermoFoam in een bestaande spouw zou minimaal vooraf onderzocht moeten worden: gebreken aan de gevel, vorstgevoeligheid, spouwbreedte, vervuiling in de spouw. De minimale spouwbreedte wordt gehaald op de plaatsen waar geen vervuiling aanwezig is.
De gevel vertoond gebreken. De baksteen lijkt vorstgevoelig en er is/was sprake van vervuiling in de spouw. Voornoemde dient te leiden tot een uitgebreider advies vanuit de vooropname. (…)”
Bij e-mailbericht van 7 december 2024 heeft [eiser], voor zover van belang, het volgende meegedeeld aan Thermosolutions:
“(…)
Wij verwachten dat jullie op korte termijn een nieuw voorstel indienen dat volledig aansluit bij de uitkomsten van het bouwpathologisch rapport. Dit rapport is opgesteld door een expert die door jullie zelf is aangewezen. Het feit dat de voorgestelde oplossingen niet volledig aansluiten op jullie interne beleid is voor ons niet relevant.
Wij eisen een oplossing die is afgestemd op de door het rapport geïdentificeerde oorzaken en die een garantie biedt voor een definitieve afhandeling.
Wij verzoeken jullie daarom met spoed een concrete en gegarandeerde oplossing inclusief een heldere tijdsplanning aan te leveren. Mocht dit plan er niet (…) voor 21 december 2024 liggen, zien wij ons genoodzaakt om juridische stappen te overwegen. Wij hopen uiteraard dat het niet zover hoeft te komen en rekenen op een
snelle en adequate reactie van jullie kant. (…)”
Bij e-mailbericht van 8 mei 2025 heeft de advocaat van [eiser] Thermosolutions gesommeerd om uiterlijk die week aan hem te bevestigen dat zij conform de door Thermosolutions ingeschakelde deskundige geopperde herstelmogelijkheden (zoals verwoord op pagina 7 van het rapport van [naam]) de benodigde en noodzakelijke werkzaamheden (op eigen kosten) zal uitvoeren, bij gebreke waarvan dit in een procedure zal worden gevorderd. Daarnaast wordt verzocht om schadeloosstelling.
Bij e-mailbericht van 26 mei 2025 is namens Thermosolutions hierop gereageerd en is (samengevat) meegedeeld dat Thermosolutions de aansprakelijkheid niet erkent, maar uit coulance bereid is om de klachten te verhelpen. Daartoe is een plan van aanpak, bestaande uit zes stappen, opgesteld en kenbaar gemaakt.
Bij e-mailbericht van 28 juli 2025 heeft de advocaat van [eiser] twee offertes en een open calculatie, toegestuurd aan de toenmalige advocaat van Thermosolutions. Daarbij is gesommeerd om binnen een week mee te delen of Thermosolutions bereid is (op haar kosten) alle werkzaamheden die terug te vinden zijn in de offertes en open calculatie uit te voeren. Verder is (kort gezegd) meegedeeld dat indien Thermosolutions weigerachtig is om een of meer van deze werkzaamheden uit te voeren of niet reageert een procedure zal worden gestart waarbij Thermosolutions niet meer in de gelegenheid zal worden gesteld deze werkzaamheden te doen uitvoeren, maar de in de offertes en open calculatie vermelde bedragen zullen worden gevorderd. Ook de kosten van het verhuizen/opslaan van goederen zullen door Thermosolutions moeten worden gedragen.
Bij e-mailbericht van 30 juli 2025 heeft de toenmalige advocaat van Thermosolutions hierop gereageerd in die zin dat zij in verband met de vakantieperiode geen overleg kan plegen met Thermosolutions.
4. De beoordeling
In het incident
[eiseres] heeft gevorderd om zich te mogen voegen aan de zijde van [eiser].
Thermosolutions heeft hiertegen verweer gevoerd. Zij stelt daartoe dat de incidentele vordering tot voeging te laat is ingesteld. Bovendien betwist zij dat [eiseres] haar belang bij voeging voldoende heeft onderbouwd.
De rechtbank verklaart [eiseres] niet-ontvankelijk in haar vordering tot voeging. Artikel 218 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bepaalt dat de incidentele vordering tot voeging wordt ingesteld vóór of op de roldatum waarop de laatste conclusie in het aanhangige geding genomen wordt. Die datum is vooralsnog die van de dag waarop Thermosolutions haar conclusie van antwoord genomen heeft. Nadien heeft de rechtbank immers bepaald dat de mondelinge behandeling zal plaatsvinden. Een vordering tot voeging nadat de conclusie van antwoord is genomen kan alsnog worden ingesteld indien bij tussenvonnis alsnog de gelegenheid is gegeven voor het nemen van nadere conclusies. Die situatie doet zich in deze zaak niet voor.
De rechtbank compenseert de proceskosten tussen [eiser] en [eiseres] in die zin dat ieder de eigen kosten draagt. Ook de proceskosten tussen Thermosolutions en [eiseres] zal de rechtbank compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Redengevend daarvoor is dat Thermosolutions in de conclusie van antwoord het verweer heeft gevoerd dat [eiser] niet-ontvankelijk is in zijn vorderingen omdat niet hij maar [eiseres] de contractspartij is. Zoals hierna zal blijken slaagt dit verweer niet. De incidentele vordering is echter wel mede ingegeven door dit verweer. Bovendien is de tijdens de mondelinge behandeling gevoerde discussie over de incidentele vordering gering geweest en is niet gesteld of gebleken dat Thermosolutions in verband met de incidentele vordering afzonderlijke kosten heeft gemaakt.
In de hoofdzaak
Het geschil
Het gevorderde door [eiser] strekt, na vermeerdering van eis, waartegen geen procedurele/formele bezwaren zijn geuit door Thermosolutions, (kort gezegd) tot (1) een verklaring voor recht inhoudende dat Thermosolutions ondeugdelijke werkzaamheden heeft uitgevoerd en toerekenbaar tekort is geschoten tegenover [eiser], (2) primair een verklaring voor recht inhoudende dat [eiser] de overeenkomst met Thermosolutions op goede gronden heeft ontbonden dan wel mag ontbinden, en veroordeling van Thermosolutions om de door [eiser] geleden schade en nog te lijden schade van in totaal € 52.158,43 (inclusief btw) te vergoeden, althans subsidiair (3) veroordeling van Thermosolutions om alle werkzaamheden die door [naam] in zijn rapport zijn opgesomd binnen twee maanden na het te wijzen vonnis op eigen kosten deugdelijk uit te voeren en voltooid te hebben, dit ter beoordeling van [eiser] en op straffe van een dwangsom. Daarnaast wordt gevorderd om Thermosolutions te veroordelen in de (na)kosten van deze procedure.
Thermosolutions verweert zich tegen het gevorderde en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] in zijn vorderingen, dan wel tot afwijzing van het gevorderde.
Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang nader worden ingegaan.
Wie is contractspartij?
Het primaire verweer van Thermosolutions dat [eiser] geen contractspartij is en daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vorderingen slaagt niet. Door Thermosolutions is niet weersproken dat [eiser] en [eiseres] echtgenoten zijn en dat zij gezamenlijk eigenaar zijn van de woning De werkzaamheden die Thermosolutions heeft verricht hebben betrekking op deze woning. De offerte van 8 juni 2020 en de factuur van 16 september 2020 zijn ook gericht aan “dhr/mevr. [eiseres]”. Dat de contacten voorafgaande, tijdens en na de werkzaamheden (aanvankelijk) met [eiseres] plaatsvonden en dat zij de offerte en werkbonnen heeft geaccepteerd en ondertekend, kan in deze omstandigheden niet de slotsom rechtvaardigen dat alleen [eiseres] en niet ook [eiser] contractspartij is bij de overeenkomst. Daarbij wordt ook in aanmerking genomen dat [eiser] toen de vochtproblematiek zich (opnieuw) voordeed, contact heeft gehad met Thermosolutions en (onder meer) het e-mailbericht van 7 december 2024 heeft gestuurd. Ook de advocaat van [eiser] heeft in zijn correspondentie aan Thermosolutions duidelijk gemaakt dat hij optreedt als de advocaat van de familie [eiser]. Van de zijde van Thermosolutions is voorafgaande aan deze procedure op geen enkele manier duidelijk gemaakt dat [eiser] niet contractspartij is bij de overeenkomst. Door Thermosolutions zijn ook geen andere omstandigheden gesteld die de conclusie rechtvaardigen dat alleen [eiseres] als contractspartij bij de overeenkomst is opgetreden. Dit betekent dat dit verweer zal worden verworpen en de rechtbank over zal gaan tot een inhoudelijke beoordeling van de zaak.
Tekortkoming in de nakoming?
Partijen zijn overeengekomen dat Thermosolutions de spouwmuren van de woning zou na-isoleren en de vloer zou isoleren. Deze overeenkomst kwalificeert als een aannemingsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:750 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
[eiser] stelt zich op het standpunt dat Thermosolutions tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst omdat de werkzaamheden ondeugdelijk dan wel gebrekkig zijn uitgevoerd. Na de uitvoering van de werkzaamheden zijn er vochtproblemen opgetreden met ernstige schade aan de muren, de plafonds en de binnenafwerking als gevolg. Ter onderbouwing van zijn standpunt wijst [eiser] op het door [naam] opgestelde rapport.
Thermosolutions stelt zich op het standpunt dat de door haar uitgevoerde werkzaamheden goed en deugdelijk zijn uitgevoerd. Thermosolutions kan zich niet vinden in de conclusie van [naam] dat de door haar aangebrachte na-isolatie de oorzaak is van de vochtdoorslag en dus van de beweerdelijke problemen. De spouw is op een juiste wijze na-geïsoleerd. Aan haar kan niet worden tegengeworpen dat de bouwkundige staat van de woning – meer specifiek de zijgevel – in een zodanige bedenkelijk staat is komen te verkeren dat het vocht opneemt als een soort spons, aldus Thermosolutions.
Naar het oordeel van de rechtbank is Thermosolutions wel degelijk tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst. Uit het rapport van [naam], die nota bene door Thermosolutions is ingeschakeld om te onderzoeken wat de gebreken zijn, wat de oorzaak is en welk herstel is te adviseren, volgt dat hij heeft geconcludeerd dat de oorzaak van de vochtproblematiek is gelegen in het niet juist isoleren van de zijgevel, de schade aan de gevel en de vervuiling van de spouw. Thermosolutions legt de nadruk op de staat van de woning en meer in het bijzonder op de staat van de zijgevel, maar dat neemt niet weg dat [naam] tot de conclusie is gekomen dat de na-isolatie in de spouw van de zijgevel niet goed is aangebracht. Met behulp van een endoscoop heeft hij vastgesteld dat de vulling niet volledig is, dat er veel vervuiling in de spouw aanwezig is en dat het isolatiemateriaal niet van goede kwaliteit is. Bovendien kan er niet aan voorbij worden gegaan dat Thermosolutions de woning heeft geïnspecteerd voordat zij werkzaamheden heeft verricht en zij de zijgevel en het voegwerk geschikt achtte voor na-isolatie. Als Thermosolutions van mening was dat dit niet het geval was dan rustte op haar, zoals van de zijde van [eiser] ook is betoogd, een waarschuwingsplicht. Ook nadat in april 2022 de eerste melding van vochtproblemen werd gedaan, heeft Thermosolutions de staat van de zijgevel en het voegwerk niet als een belemmering gezien om de zijgevel te hydrofoberen, althans heeft Thermosolutions [eiser] daarvoor niet gewaarschuwd. Dit terwijl [naam] opmerkt dat de gevel is gehydroforbeerd zonder voldoende het voegwerk te herstellen. Dat duidt erop dat toen, in zijn visie, het voegwerk ook al niet voldoende was. Dit alles in ogenschouw nemende, waaronder in het bijzonder het rapport van [naam], is Thermosolutions tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen van de overeenkomst. Thermosolutions betwist weliswaar de bevindingen van [naam] in die zin dat zij stelt dat de door haar uitgevoerde werkzaamheden goed en deugdelijk zijn verricht, maar dit is in feite niet meer dan een blote stelling, die op geen enkele wijze is onderbouwd. Juist nu Thermosolutions de bevindingen van de door haar ingeschakelde deskundige in twijfel trekt, had het op haar weg gelegen om dit nader te onderbouwen, bijvoorbeeld met een rapportage van een andere deskundige. Nu Thermosolutions dit heeft nagelaten, passeert de rechtbank deze stelling van Thermosolutions.
Is Thermosolutions in verzuim?
Thermosolutions doet een beroep op artikel 7:759 BW en stelt dat zij niet in verzuim is komen te verkeren. [eiser] heeft haar geen kans gegeven om de gebreken te laten onderzoeken en naar eigen inzicht te op te lossen. Van de zijde van [eiser] is niet gereageerd op het plan van aanpak dat op 26 mei 2025 is toegestuurd, aldus Thermosolutions.
De rechtbank is van oordeel dat Thermosolutions wel in verzuim is geraakt. Daarvoor is het volgende redengevend.
In artikel 7:759 BW is, voor zover hier van belang, bepaald dat indien het werk na oplevering gebreken vertoont waarvoor de aannemer aansprakelijk is, de opdrachtgever, tenzij zulks in verband met de omstandigheden niet van hem kan worden gevergd, de aannemer in de gelegenheid moet stellen de gebreken binnen een redelijke termijn weg te nemen. Uit de wetsgeschiedenis van dit artikel kan worden afgeleid dat de wetgever met het begrip ‘wegnemen van de gebreken’ het oog heeft gehad op het door de aannemer verrichten van herstelwerkzaamheden.
De rechtbank is van oordeel dat [eiser] Thermosolutions genoeg kansen heeft geboden om naar eigen inzicht de (gestelde) gebreken te beoordelen en te herstellen. Het is weliswaar aan Thermosolutions om de wijze van herstel te bepalen, maar als zij zelf een deskundige inschakelt, kan zij de bevindingen van de deskundige (ook wat de wijze van herstel betreft) niet terzijde schuiven, tenzij daarvoor gegronde redenen zijn. Dat daarvan sprake is, is niet (voldoende) onderbouwd gesteld door Thermosolutions. Nadat [naam] zijn rapport heeft uitgebracht - hoezo is Thermosolutions niet in de gelegenheid gesteld de gebreken te (doen) beoordelen? - heeft [eiser] Thermosolutions meer keren in de gelegenheid gesteld om binnen een bepaalde termijn actie te ondernemen wat betreft de te verrichten (herstel)werkzaamheden. Gezien het rapport van [naam], waaruit volgt dat er sprake is van ernstige gebreken in de door Thermosolutions uitgevoerde werkzaamheden en waarin ook aandacht is geschonken aan de wijze van herstel, kon Thermosolutions niet volstaan met het door haar gepresenteerde stappenplan (zoals verwoord in het e-mailbericht van 26 mei 2025). Dit stappenplan is in feite (niet meer dan) een herhaling van zetten, waarbij niet uit het oog kan worden verloren dat in 2022 de zijgevel ook al is gereinigd en gehydroforbeerd, wat (indien de visie van Thermosolutions wordt gevolgd kennelijk) geen (afdoende) oplossing bood. De vochtproblematiek is immers teruggekeerd. In de (summiere) reacties van de zijde van Thermosolutions wordt ook op geen enkele wijze gerefereerd aan het rapport van [naam] en gemotiveerd waarom Thermosolutions zich niet kan vinden in dit rapport. Onder deze omstandigheden is er naar het oordeel van de rechtbank aan de kant van [eiser] dan ook sprake van een gerechtvaardigd gebrek aan vertrouwen in de door Thermosolutions voorgestelde aanpak en mocht hij dat voorstel weigeren. Gelet op de houding en handelwijze van Thermosolutions is het ook niet onbegrijpelijk dat [eiser] in (of omstreeks) juni/juli 2025 bedrijven heeft benaderd om offertes/calculaties op te stellen. Deze offertes/calculaties zijn vervolgens per e-mailbericht van 28 juli 2025 aan de toenmalige advocaat van Thermosolutions gestuurd, waarbij verzocht is om binnen een week mee te delen of Thermosolutions bereid is om de in de offertes/calculaties vermelde werkzaamheden op eigen kosten uit te voeren. Daarop is echter niet (tijdig) inhoudelijk gereageerd door/namens Thermosolutions, zodat [eiser] onderhavige procedure is gestart waarin hij (onder meer) een bedrag aan herstelkosten (in de vorm van schadevergoeding) vordert.
Met inachtneming van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat Thermosolutions in verzuim is komen te verkeren.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de gevorderde verklaring voor recht inhoudende dat Thermosolutions ondeugdelijke werkzaamheden heeft uitgevoerd en toerekenbaar tekort is geschoten tegenover [eiser] toewijzen.
De schade en het causaal verband
Nu Thermosolutions toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst, is zij aansprakelijk voor schade die [eiser] als gevolg daarvan stelt te hebben geleden. [eiser] vordert een bedrag van € 52.158,43 (inclusief btw) als schadevergoeding. Ter onderbouwing verwijst hij naar de offertes/ calculaties van [bedrijf 1] B.V. (hierna: [bedrijf 1]), [bedrijf 2] B.V. (hierna: [bedrijf 2]) en [bedrijf 3] (hierna: [bedrijf 3]).
De rechtbank stelt vast dat het bedrag van € 52.158,43 hoofdzakelijk bestaat uit vervangende schadevergoeding, te weten de kosten van herstel door (een) derde(n). Op de voet van artikel 6:87 lid 1 BW wordt, voor zover nakoming niet reeds blijvend onmogelijk is, de verbintenis omgezet in een vervangende schadevergoeding, wanneer de schuldenaar in verzuim is en de schuldeiser hem schriftelijk meedeelt dat hij schadevergoeding in plaats van nakoming vordert. Een omzettingsverklaring als bedoeld in artikel 6:87 lid 1 BW kan besloten liggen in de dagvaarding of in andere gedingstukken. In beginsel kan niet worden terugkomen op de keuze om in plaats van nakoming vervangende schadevergoeding te vorderen. De rechtbank is, met toepassing van artikel 25 Rv, van oordeel dat het e-mailbericht van 28 juli 2025 van de zijde [eiser] niet anders kan worden opgevat dan dat [eiser], bij geen (tijdige) reactie van de zijde van Thermosolutions niet langer nakoming verlangde maar vervangende schadevergoeding. Er wordt namelijk expliciet vermeld dat in een te voeren procedure Thermosolutions niet meer in de gelegenheid zal worden gesteld de (herstel)werkzaamheden uit te voeren, maar dat [eiser] de bedragen zal vorderen die terug zijn te vinden in de meegestuurde offertes/calculaties (die zijn opgevraagd bij derden). De rechtbank constateert ook dat deze bedragen daadwerkelijk zijn gevorderd bij dagvaarding (en nadien verhoogd zijn bij eisvermeerdering). Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank dat aan artikel 6:87 BW is voldaan.
Thermosolutions heeft het causale verband tussen haar werkzaamheden en de schade betwist. Volgens haar volgt uit het rapport van Vochtadvies Nederland en het rapport van [naam] dat de staat van de woning ervoor zorgt dat dat de zijgevel werkt als een soort spons en het vocht als het ware opneemt. Het vocht kan vervolgens niet weg omdat er geen ventilatieroosters zijn geplaatst ter hoogte van het maaiveld en er ook geen kruipruimteventilatie aanwezig is.
De rechtbank overweegt dat [eiser] het causaal verband tussen de vochtproblematiek in hun woning en de werkzaamheden van Thermosolutions voldoende heeft aangetoond. [eiser] heeft gesteld dat hij voordat Thermosolutions werkzaamheden verrichtte nergens last van had en heeft ter onderbouwing enkele foto’s overgelegd waaruit blijkt hoe het was voordat Thermosolutions haar werkzaamheden heeft uitgevoerd en van de huidige situatie. Daarnaast blijkt uit het rapport van [naam] dat door de gebrekkige uitvoering van de na-isolatie met het ThermoFoam meer vochtbruggen zijn ontstaan door niet sluitend schuim en minder droging door gehele vulling van in de spouw. Thermosolutions wijst weliswaar op de staat van de woning, maar in dat verband kan er ook niet aan voorbij worden gegaan dat zij de woning in 2020 en in 2022 wel geschikt achtte voor (deze vorm van) isolatie, terwijl er in 2022 ook al sprake was van vochtproblematiek. Hetgeen Thermosolutions naar voren heeft gebracht geeft geen aanleiding voor de veronderstelling dat de staat van de woning (en in het bijzonder de zijgevel) in (ruim) twee jaar tijd zodanig is verslechterd dat dat de oorzaak vormt voor de vochtproblematiek en dat de oorzaak niet is gelegen in de gebrekkig uitgevoerde werkzaamheden door Thermosolutions. Het causaal verband kan dan ook in beginsel worden aangenomen.
Omvang van de schade
De rechtbank komt vervolgens toe aan de beoordeling van de gestelde omvang van de schade. De rechtbank stelt voorop dat Thermosolutions niet voldoende heeft betwist dat de prijzen inmiddels zijn verhoogd. De rechtbank zal dan ook uitgaan van de offertes/calculaties die in februari 2026 zijn overgelegd door [eiser].
Thermosolutions heeft verweer gevoerd tegen de overgelegde offerte/calculatie van [bedrijf 1] in die zin dat zij stelt dat het onjuist is dat aangebrachte ThermoFoam niet door blazen en zuigen uit de spouw kan worden verkregen. Volgens Thermosolutions zijn er inmiddels nieuwe technieken ontwikkeld waarmee de aangebrachte spouwisolatie uit de spouw kan worden gehaald zonder daarbij de gehele gevel af te hoeven breken. De nieuwe methode is vele malen efficiënter en goedkoper. Door een bedrag te vorderen van €42.182,75 voldoet [eiser] niet aan zijn schadebeperkingsplicht, aldus Thermosolutions
De rechtbank gaat voorbij aan dit verweer en overweegt daartoe dat, zoals [eiser] ook naar voren heeft gebracht, Thermosolutions alleen heeft gesteld dat er een nieuwe methode is die even effectief maar efficiënter en kostenbesparend is, maar dat zij dit op geen enkele wijze heeft onderbouwd. Het had op zijn minst op haar weg gelegen om informatie over de nieuwe methode in het geding te brengen en de kostenbesparing aan te tonen door bijvoorbeeld het overleggen van een of meer offertes van bedrijven die deze methode hanteren. Dat heeft zij nagelaten. Nu Thermosolutions voor het overige geen zelfstandig verweer heeft gevoerd tegen (de omvang van) de (kosten)posten zoals vermeld op de laatste offerte van [bedrijf 1] zal het bedrag van € 42.182,75, conform laatste offerte, worden toegewezen.
Thermosolutions heeft ook verweer gevoerd tegen het in de overgelegde offerte van [bedrijf 2] vermelde bedrag. Thermosolutions betwist namelijk dat alle op de offerte genoemde kamers volledig zijn gestuct en dat dit stucwerk is aangetast als gevolg van de vochtdoorslag. Dit verweer zal de rechtbank als onvoldoende onderbouwd passeren. Reden daarvoor is dat uit het rapport van Vochtadvies Nederland voldoende volgt dat door na-isolatie het binnen- en buitenspouwblad met elkaar worden verbonden waardoor het vocht naar binnen trekt in het stucwerk en dat het stucwerk van de zijgevel beschadigd is. Ook uit het rapport van [naam] blijkt dat er sprake is van verkleuringen en vlekken in de slaapkamers en woonkamer, waaronder ook het plafond. Uit de offerte van [bedrijf 2] blijkt bovendien dat er op 30 juni 2025 een werkopname is geweest. In de offerte wordt vermeld dat zij in de woonkamer respectievelijk in de twee slaapkamers die grenzen aan de zijgevel de muur van de zijgevel en de twee aangrenzende muren en het plafond, respectievelijk de twee buitenmuren grenzend aan de zijgevel, de aangrenzende wanden en het plafond zal controleren op loszittend stuc- en verfwerk waarna deze objecten opnieuw strak en glad zullen worden gestukadoord. De term “opnieuw” duidt er ook op dat de genoemde kamers zijn voorzien van stucwerk. De rechtbank wijst het gevorderde bedrag van € 7.128,60 (inclusief btw) dan ook toe.
Tegen de omvang van het gevorderde bedrag van € 2.847,08 (inclusief btw) betreffende het schilderwerk, conform offerte van [bedrijf 3], heeft Thermosolutions geen zelfstandig verweer gevoerd, zodat dit bedrag wordt toegewezen.
Ontbinding
De rechtbank stelt vast dat [eiser] naast vervangende schadevergoeding in de vorm van herstelwerkzaamheden ook een verklaring voor recht vordert dat zij de overeenkomst heeft ontbonden, althans mag ontbinden. Uit het stelsel van de wet volgt dat het niet mogelijk is om de overeenkomst te ontbinden en tegelijk aanspraak te maken op vervangende schadevergoeding, nu door de omzetting de primaire verbintenis tot nakoming wordt omgezet in een verbintenis tot (vervangende) schadevergoeding en dus niet meer bestaat, en dus ook niet meer ontbonden kan worden. Reeds daarom kan de gevorderde verklaring voor recht niet worden toegewezen. Ten overvloede overweegt de rechtbank dat [eiser] ook op geen enkele manier onderbouwt wat de rechtsgevolgen van de ontbinding zouden moeten zijn. In dat verband kan er ook niet aan voorbij worden gegaan dat de overeenkomst ook ziet op de vloerisolatie. [eiser] heeft in deze procedure onvoldoende gemotiveerd en onderbouwd gesteld dat de woning ongeschikt was voor vloerisolatie of dat de vloerisolatie niet goed uitgevoerd is.
Overig
Gelet op het vorenstaande behoeft het subsidiair gevorderde geen bespreking meer.
Proceskosten
Thermosolutions is in overwegende mate in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
148,04
- griffierecht
€
1.374,00
- salaris advocaat
€
2.580,00
(2 punten × € 1.290,00)
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
4.291,04
5. De beslissing
De rechtbank
in het incident
verklaart [eiseres] niet-ontvankelijk in het incident tot voeging;
compenseert de proceskosten in die zin dat partijen ieder de eigen kosten dragen.
in de hoofdzaak
verklaart voor recht dat Thermosolutions ondeugdelijke werkzaamheden heeft uitgevoerd en toerekenbaar tekortgeschoten is tegenover [eiser];
veroordeelt Thermosolutions om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 52.158,43 (inclusief btw) uit hoofde van schadevergoeding;
veroordeelt Thermosolutions in de proceskosten van € 4.291,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Thermosolutions niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
verklaart de dictumonderdelen 5.4. en 5.5. uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Verhoeven en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026.