ECLI:NL:RBOVE:2026:1359

ECLI:NL:RBOVE:2026:1359

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 29-01-2026
Datum publicatie 16-03-2026
Zaaknummer C/08/334176 / JE RK 25-985
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

In de vorige beschikking van 31 juli 2025, waarbij de muhp werd verlengd, is overwogen dat voor het perspectief van het kind (van 2 jaar en 4 maanden oud) het komende halfjaar bepalend is, omdat de hechting van het kind (dat reeds 2 jaar in een pleeggezin woont, waarvan 1 jaar en 9 maanden in het huidige pleeggezin) aan de pleegouders doorgaat en plaatsing van het kind bij de moeder een hechtingsbreuk zal betekenen, die alleen verantwoord is als het zeer waarschijnlijk is dat de moeder ook echt het kind kan verzorgen en opvoeden. Ook is toen overwogen dat de moeder het komende halfjaar behandeling moet aangaan voor haar problematiek en dat duidelijk moet zijn dat zij daar baat bij heeft. Hierna is ingezet op uitbreiding van de begeleide omgang. Deze begeleiding is zowel voor de moeder als het kind ondersteunend. Hoewel de moeder wel vooruitgang boekt, denkt de kinderrechter dat de moeder een te positief gekleurd beeld van haar eigen stabiliteit heeft en van haar mogelijkheden om te zien.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

locatie Zwolle

team familie- en jeugdrecht

zaakgegevens: C/08/334176 / JE RK 25-985

datum uitspraak: 29 januari 2026

beschikking verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

Jeugdbescherming Overijssel, de gecertificeerde instelling,

hierna te noemen: de GI,

gevestigd te Zwolle,

betreffende

[kind] , geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [kind] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[moeder] , hierna te noemen: de moeder,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. A.L. Witteveen,

en

[pleegouders] ,

hierna te noemen: de pleegouders,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1. Het verdere verloop van de procedure

Bij beschikking van 31 juli 2025 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling

van [kind] verlengd tot 1 augustus 2026 en de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind] in een pleeggezin verlengd tot 1 februari 2026 onder aanhouding van de behandeling van het verzoek voor het overige.

De kinderrechter heeft nadien kennisgenomen van de volgende stukken:

een op 6 januari 2026 binnengekomen bericht van de GI;

een op 9 januari 2026 binnengekomen update van de GI van die datum, met bijlagen;

een op 16 januari 2026 binnengekomen bericht van de GI, met als bijlage de behandelovereenkomst Jeugd GGZ van [kind] , gedateerd 8 januari 2026 en opgesteld op 14 januari 2026;

een op 16 januari 2026 binnengekomen brief van mr. Witteveen van die datum, met bijlagen;

een op 16 januari 2026 binnengekomen bericht van de GI;

een op 19 januari 2026 binnengekomen brief van mr. Witteveen van die datum, met bijlagen.

Op 20 januari 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet.

Daarbij waren aanwezig:

de moeder met haar advocaat;

de pleegouders;

- [naam 1] , [naam 2] , mr. [naam 3] , alsmede mevrouw [naam 4] , gedragswetenschapper, allen namens de GI.

2. De feiten

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 31 juli 2025 de

ondertoezichtstelling van [kind] verlengd tot 1 augustus 2026.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 31 juli 2025 de machtiging

tot uithuisplaatsing van [kind] in een pleeggezin verlengd tot 1 februari 2026.

Voor de overige feiten wordt verwezen naar de beschikking van 31 juli 2025.

3. Het verzoek

De GI handhaaft haar verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van

[kind] gedurende dag en nacht in een pleeggezin tot 1 augustus 2025.

Ter onderbouwing van het verzoek verwijst de GI naar de overgelegde stukken. De GI

heeft zich tijdens de mondelinge behandeling op het standpunt gesteld dat het perspectief van [kind] bij de pleegouders ligt. De moeder heeft op dit moment twee keer per week gedurende twee uur omgang met [kind] onder begeleiding van Trias. De omgang kan nog niet zonder begeleiding plaatsvinden, omdat gezien wordt dat [kind] en de moeder tijdens de omgang beiden teruggrijpen naar de begeleider. Mogelijk zal de GI een andere instantie zoeken voor begeleiding van de omgang, aangezien het voor Trias niet mogelijk is om de omgang langer dan twee uren per keer te begeleiden.

De Jeugd GGZ ziet aanknopingspunten om in te zetten op verbetering van de hechting

tussen de moeder en [kind] en er in de komende tijd met de moeder aan te gaan werken dat zij leert om beter af te stemmen op wat [kind] nodig heeft. De ouder-kind behandeling kan snel starten en er wordt daarbij ingezet op een goede relatie tussen [kind] en de moeder, vanuit de thuissituatie bij de pleegouders. De GI is niet van plan om opnieuw de beoordelingsboog of andere ouderschapsbeoordeling in te zetten om zicht te krijgen op de opvoedvaardigheden van de moeder. De GI acht het risico dat de situatie bij de moeder thuis onvoldoende stabiel zal zijn, te groot. Trias heeft al eerder de beoordelingsboog toegepast, alsmede een herziening daarvan. Voor zowel [kind] als het pleeggezin is het belangrijk dat er duidelijkheid komt over het perspectief van [kind] . De omgang staat los van het perspectief en de GI vindt het belangrijk dat [kind] omgang heeft met de moeder.

4. De standpunten van de belanghebbenden

De moeder voert verweer tegen het verzoek tot verlenging van de machtiging tot

uithuisplaatsing van [kind] gedurende dag en nacht in een pleeggezin voor de duur van zes maanden. Zij stemt in met verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind] gedurende dag en nacht in een pleeggezin voor de duur van drie maanden en verzoekt de kinderrechter om het resterende deel van het verzoek aan te houden. De moeder is van mening dat het te vroeg en ook niet noodzakelijk is om het opgroeiperspectief van [kind] te bepalen. De GI heeft niet onderbouwd dat de aanvaardbare termijn voor [kind] is verstreken en uit de informatie van de pleegouders blijkt dat ook niet. Het bepalen van de aanvaardbare termijn is maatwerk. De moeder wil een reële kans krijgen om [kind] zelf op te kunnen voeden en daarvoor is nodig dat de omgang wordt uitgebreid in uren en deels onbegeleid plaatsvindt. Dat staat nu stil en het is niet duidelijk of en hoe de omgang zal worden uitgebreid. Volgens de moeder werkt de GI zonder druk van de rechtbank niet voortvarend aan uitbreiding van de omgang, terwijl [kind] dit wel nodig heeft. De situatie bij de moeder is al twee jaar veilig en stabiel. De moeder is clean, houdt de vader buiten de deur en is gestart met passende individuele behandeling. Daarmee voldoet zij aan de voorwaarden die twee jaar geleden aan haar zijn gesteld. De moeder volgt op dit moment emotieregulatie-training op individuele wijze bij Dimence [locatie] en hierna zal behandeling van team P worden ingezet voor de persoonlijkheidsproblematiek. De sociaal-emotionele vaardigheden van de moeder zijn eerder in kaart gebracht en waren voldoende en in het rapport van Trias staan geen zorgelijke dingen over het aansluiten van de moeder bij [kind] . Het grenzen stellen gaat nu goed en het gedrag van [kind] vraagt soms speciale aandacht, maar het is organisch proces, waarbij [kind] naar de moeder moet toegroeien. Uit het stuk van Trias van 8 januari 2026 blijkt ook dat Trias het voorstelbaar vindt dat de omgang deels onbegeleid plaatsvindt. [kind] ontwikkelt zich goed en het is positief dat hij zich heeft gehecht aan het pleeggezin. Hij kan zich dan aan meerdere personen hechten en daarom is het belangrijk dat de omgang wordt uitgebreid. De moeder wil daarvoor de tijd krijgen omdat het niet reëel is dat daarin grote stappen worden gezet. De moeder staat er ook voor open dat de pleegouders in beeld blijven voor [kind] nadat hij bij de moeder is teruggeplaatst.

De pleegouders stemmen in met de verzochte verlenging van de machtiging tot

uithuisplaatsing van [kind] gedurende dag en nacht in een pleeggezin. De pleegouders stellen zich dienstbaar op en proberen hun neutraliteit te behouden. De pleegouders zijn dankbaar dat ze [kind] en de moeder iets moois kunnen geven.

5. De verdere beoordeling

Thans dient nog beslist te worden op het aangehouden gedeelte van het verzoek van de

GI om de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind] in een pleeggezin te verlengen tot

1 augustus 2026.

De kinderrechter is van oordeel dat de door de GI verzochte verlenging van de

machtiging tot uithuisplaatsing van [kind] voor de duur van zes maanden noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding en zal daarom het verzoek van de GI toewijzen.

De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

Op dit moment acht de kinderrechter het niet reëel om te verwachten dat [kind] in het

komende halfjaar zal kunnen worden teruggeplaatst bij de moeder. De moeder volgt op dit moment emotieregulatie-therapie bij Dimence en het is niet bekend wanneer de therapie zal zijn afgerond. Na afronding van deze therapie zal voor de moeder behandeling van het team Persoonlijkheidsproblematiek worden ingezet, die naar alle waarschijnlijkheid invloed zal hebben op haar gemoedstoestand. Verder blijkt uit de door de moeder overgelegde brief van de praktijkondersteuner huisarts GGZ van 13 januari 2026 dat begeleiding en ondersteuning nodig blijft en dat de controle over haar emoties voor de moeder een aandachtspunt blijft, ook al heeft zij hierin een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Ook staat in deze brief dat de moeder onder begeleiding van een gezinscoach een liefdevolle opvoedsituatie zal kunnen bieden maar dat ondersteuning nodig zal blijven om stabiliteit te garanderen voor moeder en kind.

De kinderrechter ziet niet dat hierin in het komende halfjaar voldoende verandering zal komen om de stap van terugplaatsing van [kind] bij de moeder verantwoord te achten.

De kinderrechter volgt het standpunt van de moeder niet, dat uit het verslag van Trias van

8 januari 2026 (overgelegd door de GI op 9 januari 2026) blijkt, dat Trias van mening is dat de volgende stap in de omgang nu al kan zijn dat deze wordt uitgebreid met onbegeleide momenten. Trias stelt immers ook dat er geen concreet ja of nee als antwoord gegeven kan worden op de vraag of het haalbaar is dat [kind] voor langere duur alleen bij de moeder kan zijn.Ook wordt hierbij vermeld dat [kind] elke omgang de begeleiders van Trias opzoekt, vaak om even een boekje te lezen en dat hij hierin rust lijkt te zoeken en vinden, terwijl de moeder een beroep doet op de begeleiding wanneer zij het even niet weet; de aanwezigheid van begeleiding dient daarom meerdere doelen, zegt Trias.

De kinderrechter is van oordeel dat het niet begeleiden van een deel van de omgang weer meer duidelijkheid kan geven over de opvoedvaardigheden van de moeder, maar kan uit het verslag van Trias niet concluderen dat de moeder en [kind] al klaar zijn voor onbegeleide omgang.

De inzet van Jeugd-GGZ lijkt een goede manier om de hechting tussen de moeder en [kind] te proberen te verbeteren, wat hoe dan ook belangrijk is voor de ontwikkeling van [kind] op meerdere gebieden, of [kind] nu teruggeplaatst zal worden bij de moeder of niet.

De GI ziet in de combinatie van de persoonlijke problematiek van de moeder en de

hechting van [kind] aan de huidige perspectiefbiedende pleegouders, die een belangrijke basis vormt voor zijn emotionele stabiliteit en welzijn, reden voor de conclusie dat het perspectief van [kind] bij de pleegouders ligt. De moeder heeft nog onvoldoende vooruitgang geboekt in de behandeling van haar emotieregulatieproblematiek en is nog niet begonnen met behandeling van haar persoonlijkheids-problematiek (kenmerken van borderline), waardoor het risico te groot is dat de thuissituatie bij de moeder onvoldoende stabiel zal zijn en terugplaatsing van [kind] bij de moeder op dit moment geen haalbare en verantwoorde optie is.

De moeder is het hier niet mee eens en stelt dat haar sociaal emotionele vaardigheden eerder (in 2023-2024) in kaart zijn gebracht en toen voldoende waren. Zij ziet in de (omgangs)verslagen van Trias geen zorgelijke dingen waaruit zou blijken dat de moeder niet goed kan aansluiten bij [kind] . Zij wil, kort gezegd, meer tijd hebben om te laten zien dat zij wel stabiliteit kan bieden en daarvoor is uitbreiding van de omgang noodzakelijk.

De kinderrechter is van oordeel dat de moeder niet voldoende onder ogen ziet dat zij nog

een intensief hulpverleningstraject te gaan heeft, dat invloed kan hebben op haar stabiliteit. Ook onderkent zij onvoldoende de signalen die Trias geeft over de manier waarop zij aansluit bij [kind] . Zo zegt de moeder (bijvoorbeeld) dat [kind] met iedereen wel graag een boekje wil lezen, terwijl Trias het feit dat [kind] de begeleider van de omgang opzoekt om een boekje te lezen duidt als het zoeken van rust, die de moeder op dat moment kennelijk onvoldoende kan geven. Verder vond zij, in ieder geval nog kortgeleden, dat langdurige hulpverlening bij team P niet nodig was. De kinderrechter denkt dat de moeder hierin een te positief gekleurd beeld van haar eigen stabiliteit heeft en van haar mogelijkheden om te zien wat [kind] nodig heeft en wat er op dat vlak bij haar nog ontbreekt. Dat het moeilijk zal zijn om haar eigen tekortkomingen onder ogen te zien is begrijpelijk en daarom vindt de kinderrechter het des te knapper dat de moeder wel transparant is en open staat voor tips en aanwijzingen van de omgangsbegeleiders en verdere behandeling wil aangaan. In de samenwerking met de GI is de moeder echter niet zo bereidwillig om open te zijn en adviezen aan te nemen.

In de beschikking van 31 juli 2025 heeft de kinderrechter overwogen dat de moeder in de

afgelopen periode opnieuw positieve stappen heeft gezet en ook dat de moeder het komende halfjaar moet laten zien dat zij de behandeling bij Dimence aangaat en dat duidelijk moet zijn dat zij daar baat bij heeft. Verder heeft de kinderrechter overwogen dat voor het perspectief van [kind] het komende halfjaar bepalend is, omdat de hechting van [kind] aan de pleegouders doorgaat en plaatsing van [kind] bij de moeder een hechtingsbreuk zal betekenen, die alleen verantwoord is als het zeer waarschijnlijk is dat de moeder ook echt [kind] kan verzorgen en opvoeden.

Om de hiervoor onder 5.5. genoemde redenen is de kinderrechter van oordeel dat de moeder nog niet zo ver is dat tot terugplaatsing besloten kan worden en naar de verwachting van de kinderrechter het komende halfjaar ook nog niet zo ver zal zijn. De kinderrechter kan zich daarom voorstellen dat de GI van mening is dat het perspectief van [kind] in het pleeggezin ligt. Het risico dat [kind] bij terugplaatsing bij de moeder een verstoorde hechtingsontwikkeling doormaakt is te groot en dit heeft een negatieve invloed op hoe [kind] in de toekomst hechte relaties aangaat en hoe hij zich op andere gebieden ontwikkelt.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat

wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind] in een pleeggezin voor de

resterende duur tot 1 augustus 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. van der Hoeven, kinderrechter, in tegenwoordigheid van A. van der Weide, als griffier en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2026.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?