ECLI:NL:RBOVE:2026:1422

ECLI:NL:RBOVE:2026:1422

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 13-03-2026
Datum publicatie 17-03-2026
Zaaknummer 11937575 \ EJ VERZ 25-235
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Enschede

Samenvatting

In deze zaak verzoekt verzoeker om vernietiging van een opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever en om doorbetaling van zijn loon. PIA stelt dat de overeenkomst van rechtswege is geëindigd. De kantonrechter verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoeken, omdat de arbeidsovereenkomst van rechtswege is geëindigd op 16 juli 2025 en het verzoekschrift te laat is ingediend. De overige verzoeken van verzoeker worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer / rekestnummer: 11937575 \ EJ VERZ 25-235

Beschikking van 13 maart 2026

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekende partij,

hierna te noemen: [verzoeker] ,

gemachtigde: mr. J.A.H. Theunissen,

tegen

PROJECT-INTERIM-ADVIES (PIA) B.V.,

statutair gevestigd te Dordrecht,

verwerende partij,

hierna te noemen: PIA,

gemachtigde: mr. M.J.S. Spanjersberg.

De zaak in het kort

In deze zaak verzoekt [verzoeker] om vernietiging van een opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever en om doorbetaling van zijn loon. PIA stelt dat de overeenkomst van rechtswege is geëindigd. De kantonrechter verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoeken, omdat de arbeidsovereenkomst van rechtswege is geëindigd op 16 juli 2025 en het verzoekschrift te laat is ingediend. De overige verzoeken van [verzoeker] worden afgewezen.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift dat is ontvangen op 24 oktober 2025,

- het verweerschrift,

- de door [verzoeker] nagezonden productie 17,

- de mondelinge behandeling van 9 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,

- de schriftelijke toelichting van [verzoeker] en PIA nadat de kantonrechter per e-mail van 28 januari 2016 partijen heeft verzocht hun standpunten nader toe te lichten.

De beschikking is bepaald op vandaag.

2. De feiten

PIA is een landelijk opererend project-, interim- en adviesbureau. PIA werkt met eigen werknemers en zzp’ers, die zij inzet op projecten bij diverse opdrachtgevers.

Partijen hebben in april 2025 contact gehad over een beschikbare functie bij de gemeente Hengelo. In een e-mail van PIA, bij monde van de heer [naam 1] , aan [verzoeker] van 15 april 2025 staat onder meer het volgende:

[afbeelding]

Naar aanleiding van het aanbod van PIA heeft [verzoeker] per e-mail van 17 april 2025 gereageerd en onder meer gevraagd om een wederzijdse opzegtermijn van één maand op te nemen in de overeenkomst. Daarop reageerde [naam 1] per e-mail van 18 april 2025 als volgt:

[afbeelding]

Partijen zijn vervolgens op 15 mei 2025 een overeenkomst aangegaan, waarbij [verzoeker] zich verbonden heeft om in opdracht van PIA bij de gemeente Hengelo werkzaamheden uit te voeren onder leiding en toezicht van de gemeente Hengelo. In de overeenkomst is onder meer het volgende afgesproken:

[afbeelding]

In de algemene voorwaarden behorende bij de overeenkomst staat het volgende:

[afbeelding]

[verzoeker] is op 15 mei 2025 begonnen met zijn werkzaamheden voor de gemeente Hengelo.

Op 15 juli 2025 kreeg [verzoeker] van zijn leidinggevende bij de gemeente Hengelo, mevrouw [naam 2] , te horen dat zij de opdracht wilde beëindigen. Ze was niet tevreden over het functioneren van [verzoeker] . [verzoeker] was het niet eens met de beëindiging en heeft daartegen zijn bezwaren geuit bij zowel mevrouw [naam 2] als PIA.

Per brief van 16 juli 2025, die PIA bij e-mail van 23 juli 2025 heeft bereikt, heeft de gemeente Hengelo PIA geïnformeerd dat zij de opdracht met [verzoeker] per direct beëindigt.

Op 24 juli 2025 heeft PIA [verzoeker] geïnformeerd dat de overeenkomst met [verzoeker] eindigt op 24 augustus 2025.

PIA heeft [verzoeker] tot en met 24 augustus 2025 loon betaald op basis van een arbeidsduur van 24 uur per week. Daarnaast heeft PIA ook een transitievergoeding van € 565,16 bruto aan [verzoeker] betaald.

3. Het verzoek en het verweer

[verzoeker] stelt dat partijen een arbeidsovereenkomst hebben gesloten en dat deze niet rechtsgeldig is opgezegd door PIA. Daarom verzoekt [verzoeker] bij wijze van voorlopige voorziening voor de duur van het geding PIA te veroordelen tot doorbetaling van zijn salaris. Daarnaast verzoekt [verzoeker] vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst en veroordeling van PIA tot doorbetaling van zijn loon vanaf 25 augustus 2025 tot het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd. Subsidiair voert [verzoeker] aan dat de opzegging door PIA in strijd is met de regels en dat PIA dus ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Daarom stelt [verzoeker] recht te hebben op een billijke vergoeding en een (aanvullende) transitievergoeding van € 939,04 bruto. Verder verzoekt [verzoeker] subsidiair betaling van zijn loon over periode 8 en 9 van 2025 ter hoogte van

€ 3.384,46 bruto, omdat er volgens [verzoeker] vanaf 1 juli 2025 een arbeidsduur van 32 uur per week is afgesproken en hij daarom recht heeft op een hoger loon.

Tot slot stelt [verzoeker] , naar aanleiding van het verzoek van de kantonrechter om zijn standpunt omtrent de vraag of er al dan niet sprake is van een uitzendovereenkomst (met uitzendbeding) toe te lichten, dat er geen sprake is van een uitzendovereenkomst met een uitzendbeding. Volgens [verzoeker] was sprake van detachering, hetgeen past binnen een arbeidsovereenkomst. Bovendien stelt [verzoeker] dat partijen geen geldig uitzendbeding zijn overeengekomen, omdat het uitzendbeding niet schriftelijk is overeengekomen in de arbeidsovereenkomst en omdat [verzoeker] niet door PIA is geïnformeerd over het uitzendbeding.

PIA stelt allereerst dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst, maar van een overeenkomst van opdracht en dat deze is geëindigd op 16 juli 2025. Als er al sprake is van een arbeidsovereenkomst dan is deze volgens PIA van rechtswege geëindigd op 16 juli 2025 en is het verzoekschrift, gezien de geldende vervaltermijnen, te laat ingediend. Daarom is [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoeken. Bovendien stelt PIA zich op het standpunt dat de arbeidsovereenkomst voor betrekkelijk bepaalde tijd is gesloten. Partijen hebben namelijk afgesproken dat [verzoeker] voor de duur van het project bij de gemeente Hengelo ingezet zou worden en dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege is geëindigd op 16 juli 2025, omdat de gemeente Hengelo de opdracht met PIA heeft beëindigd. Van een opzegging van de arbeidsovereenkomst is daarom geen sprake. Mocht onverhoopt geoordeeld worden dat de overeenkomst niet van rechtswege is geëindigd op 16 juli 2025, dan stelt PIA dat de overeenkomst in ieder geval is geëindigd op 1 november 2025, omdat de vacature van de gemeente Hengelo toen is vervuld en de inzet van [verzoeker] vanaf dat moment niet langer nodig was. PIA betwist bovendien dat [verzoeker] vanaf 1 juli 2025 met zijn leidinggevende bij de gemeente Hengelo een arbeidsduur van 32 uur per week heeft afgesproken en daarom recht heeft op een hoger loon.

Naar aanleiding van het verzoek van de kantonrechter om haar standpunt omtrent de vraag of er al dan niet sprake is van een uitzendovereenkomst (met uitzendbeding) toe te lichten, heeft PIA de stelling ingenomen dat er sprake is van een uitzendovereenkomst met een uitzendbeding en dat de uitzendovereenkomst op basis van het uitzendbeding van rechtswege is geëindigd.

4. De beoordeling

Partijen zijn het niet eens over de vraag of de tussen partijen gesloten overeenkomst is geëindigd of nog steeds voortduurt. Als de overeenkomst is geëindigd zijn beide partijen het bovendien niet eens over de vraag op welk moment de overeenkomst is geëindigd. Om vast te kunnen stellen of de overeenkomst al dan niet is geëindigd zal allereerst beoordeeld moeten worden wat partijen hebben afgesproken en vervolgens hoe deze afspraken moeten worden gekwalificeerd.

Wat partijen hebben afgesproken moet worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval, waaronder de bedoeling van partijen en de wijze waarop zij uitvoering hebben gegeven aan de overeenkomst. Vervolgens moet worden beoordeeld of deze rechten en plichten voldoen aan de wettelijke omschrijving van de arbeidsovereenkomst. Dat wil zeggen of sprake is van (1) de verplichting tot het verrichten van arbeid, (2) loon en (3) een gezagsverhouding.

De gemaakte afspraken kwalificeren als een uitzendovereenkomst

De kantonrechter oordeelt dat er in dit geval sprake is van een arbeidsovereenkomst. Uit de afspraken die partijen gemaakt hebben volgt dat [verzoeker] de verplichting had om in opdracht van PIA werkzaamheden te verrichten voor de gemeente Hengelo. Tevens ontving [verzoeker] vierwekelijks loon en had hij recht op 8% vakantiegeld. Tot slot was er sprake van een gezagsverhouding, zoals onder meer blijkt uit artikel 3 en 5 van de ‘algemene voorwaarden arbeidsovereenkomst’ waarin bepaald is dat [verzoeker] voor bepaalde kwesties, zoals het opnemen van vakantiedagen, toestemming van PIA nodig had. Dat het volgens PIA niet de bedoeling was om een arbeidsovereenkomst te sluiten is door PIA, in het licht van het vorenstaande, onvoldoende onderbouwd. De stelling van PIA is overigens ook ongeloofwaardig, omdat PIA een transitievergoeding heeft betaald aan [verzoeker] bij het einde van het dienstverband, hetgeen niet verplicht is bij een overeenkomst van opdracht.

Meer in het bijzonder oordeelt de kantonrechter dat partijen een uitzendovereenkomst in de zin van artikel 7:690 BW hebben gesloten. PIA is een bureau dat eigen werknemers en zzp’ers inzet bij opdrachtgevers. Dit blijkt onder meer uit het door [verzoeker] overgelegde uittreksel van PIA uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel, waarin staat dat PIA personeel projectmatig beschikbaar stelt en activiteiten van een uitleenbureau ontplooit. In dit geval heeft de gemeente Hengelo aan PIA de opdracht verstrekt om een interim-teammanager te leveren. Vervolgens heeft PIA [verzoeker] ingezet bij de gemeente Hengelo, waar [verzoeker] onder toezicht en leiding van de gemeente Hengelo werkzaamheden heeft verricht. In zijn schriftelijke toelichting heeft [verzoeker] ook erkend dat theoretisch sprake zou kunnen zijn van een uitzendovereenkomst. De stelling van [verzoeker] dat niet is gesproken over het aangaan van een uitzendovereenkomst en dat PIA alleen heeft gesproken over detachering staat niet aan bovenstaande kwalificatie in de weg en is overigens ook onjuist. In de e-mail van PIA van 15 april 2025 staat namelijk dat de kandidaat zich op uitzendbasis kan laten uitlenen. Kortom, er is aan de wettelijke voorwaarden van artikel 7:690 BW voldaan zodat sprake is van een uitzendovereenkomst.

Project?

Vervolgens twisten partijen over de vraag voor welke duur de uitzendovereenkomst is aangegaan en hoe deze kan eindigen. Partijen zijn het niet eens over wat onder de term ‘project’ in artikel 2 van de uitzendovereenkomst moet worden verstaan. Ook bij de beoordeling van deze gemaakte afspraak komt het aan op de omstandigheden van het geval, waaronder de bedoeling van partijen en de wijze waarop zij uitvoering hebben gegeven aan de overeenkomst. Volgens [verzoeker] is met de term project bedoeld: het uitoefenen van de functie teammanager en het uitrollen van het project PMC binnen de gemeente Hengelo en is dit project binnen de gemeente Hengelo nog niet geëindigd. Volgens PIA wordt met project bedoeld de opdracht van de gemeente Hengelo aan PIA voor de tijdelijke vervulling van de functie teammanager totdat de gemeente Hengelo een geschikte permanente kandidaat heeft gevonden. Het betreft dus een term die PIA zelf gebruikt voor de opdrachten die zij krijgt en staat los van de taak die de werknemer vervolgens bij de inlener krijgt.

De kantonrechter oordeelt dat met de term project wordt bedoeld: de opdracht van de gemeente Hengelo aan PIA om een tijdelijke teammanager te vinden en dat de duur dus afhankelijk is van de vraag hoe lang de gemeente Hengelo behoefte heeft aan een deze tijdelijke teammanager. De term project in artikel 2 van de uitzendovereenkomst ziet dus niet op het project PMC binnen de gemeente Hengelo, zoals [verzoeker] stelt. Dit blijkt ook uit de tekst in de e-mail van PIA aan [verzoeker] van 15 april 2025 waarin staat dat het tijdelijke invulling betreft van een reguliere functie die normaliter door een werknemer wordt ingevuld. Uit de tekst blijkt dat het niet om een project binnen de gemeente Hengelo ging, maar om tijdelijke externe invulling van een reguliere functie die normaal gesproken door een eigen werknemer van de gemeente Hengelo wordt vervuld. Dat [verzoeker] dit heeft begrepen als het project PMC zoals dat binnen de gemeente werd uitgerold, maakt dat oordeel niet anders en komt voor zijn risico. Het volgt bovendien ook uit de term interim-teammanager die zowel wordt gebruikt in de e-mail van 15 april 2025 als in artikel 2 van de uitzendovereenkomst. De term interim wordt in zijn algemeenheid gebruikt om aan te geven dat een bepaalde functie binnen een organisatie voor een tijdelijke periode wordt vervuld.

Partijen zijn een uitzendbeding overeengekomen

Vervolgens is het de vraag of partijen in de uitzendovereenkomst al dan niet een uitzendbeding zijn overeengekomen. De kantonrechter oordeelt dat dit het geval is. In artikel 2 van de uitzendovereenkomst en artikel 4 van de algemene voorwaarden behorend bij de uitzendovereenkomst zijn partijen schriftelijk overeengekomen dat de uitzendovereenkomst voortduurt zolang PIA ten behoeve van dit project werkzaamheden in de eerdergenoemde functie moeten worden uitgevoerd. Hiervoor is al geoordeeld dat daarmee bedoeld wordt de opdracht van de gemeente Hengelo aan PIA om een interim-teammanager te leveren. Vervolgens staat in artikel 4 van de algemene voorwaarden dat de uitzendovereenkomst van rechtswege eindigt zodra het project voltooid is en dat als bewijslast daarvan kan dienen een schriftelijke verklaring van de gemeente Hengelo. Daarmee is voldaan aan de wettelijke omschrijving van een uitzendbeding, namelijk dat in een uitzendovereenkomst schriftelijk is opgenomen dat die overeenkomst van rechtswege eindigt doordat de terbeschikkingstelling van de werknemer door de werkgever aan de derde als bedoeld in artikel 7:690 BW op verzoek van die derde ten einde komt. Nu partijen deze afspraken nu juist schriftelijk hebben vastgelegd in de uitzendovereenkomst en de daarbij behorende algemene voorwaarden, is [verzoeker] daarover weldegelijk geïnformeerd. Dat hij deze afspraak anders heeft uitgelegd, komt voor zijn rekening en risico. Tot slot heeft de gemeente Hengelo [verzoeker] ook direct geïnformeerd over het voornemen om te stoppen met de inlening.

De kantonrechter oordeelt dat er geen omstandigheden zijn die leiden tot het oordeel dat partijen geen uitzendbeding zijn overeengekomen. PIA heeft het loon van [verzoeker] weliswaar doorbetaald tot en met 24 augustus 2025, nadat de gemeente Hengelo PIA heeft geïnformeerd dat ze de inlening heeft gestopt, maar uit de e-mailwisseling voorafgaand aan de totstandkoming van de uitzendovereenkomst blijkt dat PIA [verzoeker] duidelijk heeft geïnformeerd dat PIA werkt met een projectovereenkomst en dat er geen opzegtermijn wordt gehanteerd. PIA heeft daarbij duidelijk aangegeven dat zij geen opzegtermijn kunnen opnemen in de overeenkomst, en voorts alleen dat PIA in de praktijk nog wel een extra maand loon doorbetaald. PIA heeft ook uitvoering gegeven aan deze afspraak door een maand loon door te betalen, zonder dat daar tegenover stond dat [verzoeker] werkzaamheden moest verrichten.

De arbeidsovereenkomst is van rechtswege geëindigd op 16 juli 2025

Dan resteert vervolgens de vraag of de inlening van [verzoeker] op verzoek van de gemeente Hengelo is geëindigd zodat daarmee de uitzendovereenkomst van rechtswege is geëindigd. Per brief van 16 juli 2025 heeft de gemeente Hengelo aan PIA laten weten dat zij niet langer wil dat [verzoeker] voor de gemeente Hengelo werkt. Daaruit blijkt niet dat de gemeente Hengelo alsnog wenst dat PIA een nieuwe interim-manager levert aan de gemeente Hengelo en dus kan vastgesteld worden dat de aan PIA verstrekte opdracht op verzoek van de gemeente Hengelo is geëindigd. Met deze beëindiging van de opdracht eindigt de uitzendovereenkomst tussen PIA en [verzoeker] van rechtswege, zonder dat hiervoor een opzegging van PIA nodig was.

[verzoeker] is niet-ontvankelijk in zijn verzoeken

Nu de kantonrechter heeft vastgesteld dat er sprake is van een uitzendovereenkomst en dat deze van rechtswege is geëindigd op 16 juli 2025, moet beoordeeld worden of het verzoekschrift door [verzoeker] tijdig is ingediend. Het verzoekschrift van [verzoeker] is ontvangen op 24 oktober 2025. Dat is niet binnen de vervaltermijn van: 1) twee maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst (16 juli 2025) is geëindigd (voor wat betreft de primair verzochte vernietiging van de opzegging en de subsidiaire verzochte billijke vergoeding) en 2) niet binnen drie maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd (voor wat betreft het verzoek tot betaling van de transitievergoeding). Dat betekent dat [verzoeker] niet-ontvankelijk is in bovenstaande verzoeken. Voor de nevenverzoeken die [verzoeker] heeft ingediend geldt geen vervaltermijn, deze zullen daarom hieronder worden beoordeeld.

[verzoeker] heeft geen recht op loon gebaseerd op een arbeidsduur van 32 uur per week

[verzoeker] stelt subsidiair dat hij vanaf 1 juli 2025 recht heeft op loon gebaseerd op een arbeidsduur van 32 uur per week in plaats van 24 uur per week. Deze stelling wordt door PIA gemotiveerd betwist met onderbouwing door middel van diverse loonstroken en een factuur met een overzicht van de door [verzoeker] gewerkte uren. In het licht van de gemotiveerde betwisting van PIA had het op de weg van [verzoeker] gelegen om stukken te overleggen waaruit blijkt dat hij met zijn leidinggevende bij de gemeente Hengelo een arbeidsduur van 32 uur per week had afgesproken. Dat heeft hij niet gedaan zodat niet is komen vast te staan dat [verzoeker] (met de gemeente Hengelo) een arbeidsduur van 32 uur per week heeft afgesproken. Daarom wordt het verzoek tot betaling van loon op basis van een arbeidsduur van 32 uur per week afgewezen.

Voorlopige voorziening

Nu is geoordeeld dat de uitzendovereenkomst van rechtswege is geëindigd op 16 juli 2025, heeft [verzoeker] na die datum geen recht meer op loon. De verzochte voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.

[verzoeker] moet de proceskosten betalen

De proceskosten komen voor rekening van [verzoeker] , omdat [verzoeker] overwegend ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van PIA worden begroot op € 678,00 (€ 543,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De kantonrechter

verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoeken tot vernietiging van de opzegging en tot toekenning van een transitievergoeding en billijke vergoeding,

wijst het meer of anders verzochte af,

veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten van € 678,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verzoeker] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,

veroordeelt [verzoeker] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart deze beschikking wat betreft 5.3 en 5.4 uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.W. van Tol en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?