RECHTBANK Overijssel
Civiel recht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: C/08/344187 / KG ZA 26-19
Vonnis in kort geding van 24 februari 2026
in de zaak van
[eiseres] ,
te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. J.L. Kale,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.
1. De zaak in het kort
[eiseres] en [gedaagde] hebben affectieve relatie met elkaar gehad en zijn gezamenlijk eigenaar van een woning. [gedaagde] verblijft thans in de woning. De tussen partijen gesloten samenlevingsovereenkomst is beëindigd. De voorzieningenrechter bepaalt dat [eiseres] met uitsluiting van [gedaagde] gerechtigd is tot het gebruik van de woning en veroordeelt [gedaagde] om de woning te verlaten en verlaten te houden.
2. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit het volgende.
Na de dagvaarding heeft [gedaagde] op 23 februari 2026 een e-mailbericht met drie bijlagen aan de rechtbank verzonden. In het e-mailbericht staat het volgende vermeld:
“Aan de heer C.A. de Beaufort,
Ik, [gedaagde] ken uw rechtbank niet, u handelt onder het EVRM.
Zie PDF bijlagen en hierbij bent u als rechter op voorhand gewraakt.
https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2024/12/19/nieuwe-ambtseed-voor-rijksambtenaren-mens-en-maatschappij-centraal
MENS >>> het UVRM ! 1 januari 2025.
De juiste EED is, met open hand en ik zweer trouw aan de grondrechten / wet en zeg alleen de waarheid en niks anders.”
Uit het verzoek en de daarbij gevoegde bijlagen blijkt geen enkele omstandigheid waaruit kan volgen dat de rechterlijke onpartijdigheid van de voorzieningenrechter schade kan lijden of dat daarvoor de objectief gerechtvaardigde vrees bestaat. In de bijlage met datum 20 februari 2026 staat slechts: “De taak van Jan Laurens Kale is de rechtbank in te lichten van vernietigen dossier en bij doorzetten rechtzaak is bij deze de rechter al direct gewraakt.” Dat betekent dat iedere motivering van het verzoek ontbreekt. In zodanig geval wordt de behandeling niet op de voet van artikel 37 lid 5 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) geschorst omdat er redelijkerwijs geen twijfel kan bestaan dat het verzoek tot wraking geen wrakingsverzoek in de zin van artikel 36 Rv betreft, zodat het verzoek buiten behandeling door een wrakingskamer kan blijven.
De voorzieningenrechter beslist dan ook het verzoek buiten behandeling te laten.
Vervolgens heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
[gedaagde] is niet verschenen. Aan alle wettelijke vereisten voor betekening van de dagvaarding is voldaan. Tegen [gedaagde] is daarom ter zitting verstek verleend.
3. De feiten
Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Partijen hadden een samenlevingsovereenkomst. Deze is beëindigd.
Uit die affectieve relatie zijn drie kinderen geboren. [eiseres] heeft het gezag over alle kinderen. [gedaagde] heeft alleen het oudste kind erkend.
Partijen hebben gezamenlijk de woning aan de [adres] (hierna: de woning) in eigendom.
[eiseres] heeft de woning op 11 november 2025 met de kinderen verlaten. [gedaagde] verblijft thans in de woning.
[eiseres] verblijft tijdelijk met de kinderen op een woonboot. Deze moeten zij op 31 maart 2026 verlaten.
4. Het geschil
[eiseres] vordert – samengevat – dat de voorzieningenrechter zal bepalen dat [eiseres] met uitsluiting van [gedaagde] gerechtigd is tot het gebruik van de woning aan de [adres] en de zich daarin bevindende inboedel en [gedaagde] te veroordelen om direct de woning te verlaten en niet meer te betreden en om de sleutels van de woning aan [eiseres] te overhandigen, dit alles op straffe van een dwangsom. Verder vordert [eiseres] dat de voorzieningenrechter haar zal machtigen om [gedaagde] te doen verwijderen uit de woning met behulp van de sterke arm van politie en justitie.
[eiseres] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Samenleving met [gedaagde] is feitelijk onmogelijk geworden. Er is sprake van onduidelijkheid en wanbeleid ten aanzien van de financiële situatie waardoor executoriaal beslag op de woning dreigt en er is veel spanning tussen [eiseres] en [gedaagde] . In een nog aanhangig te maken bodemprocedure zal worden gevorderd dat de gezamenlijke woning bij de verdeling aan [eiseres] wordt toebedeeld. Deze vordering heeft kans van slagen, omdat de bank heeft laten weten dat het mogelijk is dat zij het aandeel van [gedaagde] overneemt de hypotheek op haar naam kan zetten. [eiseres] dient met haar kinderen hun tijdelijk onderkomen uiterlijk op 31 maart te verlaten en zij hebben geen woonruimte elders ter beschikking. Het is in het belang van de kinderen dat [eiseres] in aanloop naar die procedure het gebruiksrecht van de woning zal krijgen, met uitsluiting van [gedaagde] , zodat zij rust en stabiliteit krijgen. De belangen van [eiseres] en de kinderen dienen zwaarder te wegen dan het belang van [gedaagde] om in de woning te blijven.
5. De beoordeling
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is sprake van een spoedeisend belang gelet op de aard van de vordering. [eiseres] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat partijen niet langer tegelijk gebruik kunnen maken van de woning en dat het tijdelijke onderkomen voor [eiseres] en de kinderen binnenkort niet meer beschikbaar is. Het spoedeisend belang is daarmee gegeven.
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen, met inachtneming van het volgende.
De voorzieningenrechter acht het redelijk de man een termijn te gunnen om de woning te verlaten. Daarom zal de voorzieningenrechter bepalen dat de gevorderde voorzieningen gelden na ommekomst van twee dagen na betekening van dit vonnis.
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
6. De beslissing
De voorzieningenrechter
bepaalt dat [eiseres] met uitsluiting van [gedaagde] gerechtigd is tot het gebruik van de woning aan de [adres] en de zich daarin bevindende inboedel;
veroordeelt [gedaagde] om de woning aan de [adres] te verlaten, en verlaten te houden, onder gelijktijdige afgifte aan [eiseres] van alle sleutels van de woning,
bepaalt dat de onder 6.1. en 6.2. genoemde voorzieningen gelden na ommekomst van twee dagen na betekening van dit vonnis,
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 2.500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan de veroordelingen onder 6.1. tot en met 6.3. voldoet, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt,
machtigt [eiseres] om [gedaagde] te doen verwijderen uit de woning aan de [adres] met behulp van de sterke arm van politie en justitie indien [gedaagde] na veertien dagen na betekening van dit vonnis in gebreke is de woning te verlaten en niet meer te betreden,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.A. de Beaufort en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2026