RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 11831388 \ CV EXPL 25-1404
Vonnis van 13 januari 2026
in de zaak van
STAD ANTWERPEN,
te Antwerpen (België),
eisende partij,
hierna te noemen: Stad Antwerpen,
gemachtigde: H. Usan LL.M.,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 10 juli 2025- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Het geschil
Stad Antwerpen vordert veroordeling van [gedaagde] om € 228,60 te betalen, vermeerderd met de proceskosten.
Stad Antwerpen legt aan haar vordering het volgende ten grondslag.
Op 27 november 2015 heeft het Vlaams Parlement een Decreet betreffende Lage-emissiezones aangenomen (C-2015/36551). Hierin zijn bij Decreet van 3 mei 2019 diverse bepalingen gewijzigd (C/2019/41146). Bij Besluit betreffende Lage-emissiezones zijn nadere definities opgenomen voor de bepaling van de emissienormen van voertuigen
(C-2016/35312). Stad Antwerpen heeft op grond van voormeld Decreet het Gemeentelijk Reglement Lage-Emissiezone Antwerpen (hierna: het Reglement) aangenomen met de doelstellingen ter vermindering van de uitstoot van vervuilende gassen. De laatste versie is op 1 juni 2021 in werking getreden. De ingestelde Lage Emissiezone in Antwerpen is aangegeven met verkeersborden in de Nederlandse taal die voor iedere automobilist zichtbaar zijn. In deze zone mogen volgens het Reglement alleen automobilisten rijden met voertuigen die voldoen aan de emissienormen of die in het bezit zijn van een LEZ-dagpas. Het motorvoertuig van [gedaagde] bevond zich op 11 oktober 2022 in de Lage Emissiezone terwijl deze niet voldeed aan de emissienormen en [gedaagde] niet in het bezit was van een LEZ-dagpas. Door middel van geplaatste verkeerscamera’s is er een foto gemaakt van het voertuig en het kenteken. Na controle in het RDW is gebleken dat [gedaagde] op het moment van de overtreding verantwoordelijk was voor het motorvoertuig. Stad Antwerpen heeft aan [gedaagde] een brief gezonden waarin een administratieve geldboete van € 150,00 is opgelegd. [gedaagde] heeft niet betaald en heeft geen bezwaar gemaakt. Stad Antwerpen heeft vervolgens twee herinneringen aan [gedaagde] gestuurd, maar ook deze heeft [gedaagde] niet voldaan. Stad Antwerpen vordert daarom betaling van € 228,00. Dat is gelijk aan de boete (€ 150,00), de administratiekosten (€ 20,00), de kosten van invordering (€ 30,00) en de kosten voor de ingebrekestelling (28,60). Deze bijkomende kosten is [gedaagde] volgens Stad Antwerpen verschuldigd op grond van het Besluit betreffende Retributiereglement debiteurenbeheer – Inningskosten niet-fiscale vorderingen (2019_GR_00004, aangenomen door de gemeenteraad van de Stad Antwerpen op 17 december 2018, hierna: Retributiereglement).
[gedaagde] voert verweer. Op de standpunten van partijen gaat de kantonrechter onder de beoordeling verder in.
3. De beoordeling
bevoegdheid en toepasselijk recht
Deze zaak heeft een internationaal karakter en daarom dient eerst beoordeeld te worden of de kantonrechter bevoegd is om van het geschil kennis te nemen.
In artikel 2.3 van het Reglement is opgenomen dat de motorvoertuigen die niet onder het toepassingsgebied van artikel 2.1 of 2.2 vallen niet zijn toegelaten tot de Lage Emissiezone. Ingeval van overtreding zijn deze motorvoertuigen onderworpen aan de sanctie van artikel 7.2 van het Reglement. Daarin is opgenomen dat voor overtredingen een administratieve geldboete wordt opgelegd van € 150,00. Het opleggen van deze sanctie na de overtreding moet gekwalificeerd worden als een verbintenis die voortvloeit uit de wet.
Er is sprake van een administratiefrechtelijke zaak en daarom is de verordening (EU) Nr. 1215/2012 betreffende rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Brussel I-bis) niet van toepassing.
Ook de Verordening (EG) nr. 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EEX-Verordening) mist toepassing, omdat geen sprake is van een rechterlijke beslissing houdende veroordeling tot betaling van een geldboete. Nu er geen verdragen en verordeningen van toepassing zijn en [gedaagde] in Nederland woont is de kantonrechter op grond van artikel 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevoegd.
Op grond van de verordening (EU) Nr. 864/2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Rome II-Verordening) is Belgisch recht van toepassing. Het betreft hier een verbintenis die alleen in België kan zijn ontstaan. Nu er ook geen nauwer verband is met een ander land is Belgisch recht van toepassing.
verschuldigdheid geldboete
[gedaagde] is volgens de brief van Stad Antwerpen van 4 november 2022 een boete van € 150,00 verschuldigd, omdat hij op 11 oktober 2022 in de Lage Emissiezone ter hoogte van de Noorderlaan in Antwerpen reed. Volgens artikel 7.2 van het Reglement mocht Stad Antwerpen bij de eerste overtreding deze boete van € 150,00 opleggen, omdat het
motorvoertuig van [gedaagde] op grond van het Reglement niet voldeed aan de emissienormen en [gedaagde] - zoals onweersproken vast staat - niet in het bezit was van een LEZ-dagpas.
In zijn verweer dat hij de boete niet hoeft te betalen wordt [gedaagde] niet gevolgd.
[gedaagde] heeft allereerst aangevoerd dat hij bezwaar heeft ingediend, maar dit is gemotiveerd betwist door Stad Antwerpen. Stad Antwerpen stelt dat uit de naar [gedaagde] gezonden kennisgeving van de boete van 4 november 2022 blijkt dat bezwaar binnen 30 dagen na de kennisgeving uitsluitend via het bijgevoegde bezwaarformulier kon worden ingediend en aangetekend binnen 30 dagen na de kennisgeving voorzien van bewijsstukken naar haar diende te worden gezonden. Uit haar administratie blijkt volgens Stad Antwerpen niet dat zij een bezwaar van [gedaagde] heeft ontvangen en daarom is de opgelegde geldboete onherroepelijk en uitvoerbaar geworden. Dit is door [gedaagde] niet nader onderbouwd betwist, zodat er vanuit gegaan wordt dat geen (geldig) bezwaar is ingediend. [gedaagde] stelt verder dat de vordering is verjaard op grond van artikel 68 Wegenverkeerswet. Ook hierin wordt [gedaagde] niet gevolgd. De Wegenverkeerswet is niet van toepassing, omdat Belgisch recht toepasselijk is. Stad Antwerpen heeft onweersproken aangevoerd dat de vordering nog niet is verjaard omdat op grond van artikel 3.14.1.0.1. van de Vlaamse Codex Fiscaliteit voor administratieve geldboetes in België een verjaringstermijn van vijf jaar geldt. Deze termijn is nog niet verstreken omdat de overtreding dateert van 11 oktober 2022. Ook het verweer van [gedaagde] dat hij onmogelijk de Lage Emissiezone heeft kunnen ontwijken omdat hij er naartoe werd gedirigeerd en hij ongewild in de Lage Emissiezone terecht kwam, slaagt niet. Volgens [gedaagde] kon hij niet terug nadat hij op de E19 richting Antwerpen na de Craeybeckxtunnel uit drie richtingen moest kiezen (Nederland, Gent of het centrum van Antwerpen) en werd hij daarna naar de Noorderlaan geleid dat binnen de Lage Emissiezone ligt. Stad Antwerpen heeft betwist dat [gedaagde] geen keuze had om de Lage Emissiezone te vermijden. De Lage Emissiezone is volgens haar op grond van artikel 1.2 van het Reglement duidelijk afgebakend met verkeersborden die het begin en het einde ervan aanduiden en deze borden zijn geplaatst op alle hoofdtoegangswegen naar het centrum, waaronder de Craeybeckxtunnel. Ook is volgens Stad Antwerpen uitgebreide informatie beschikbaar over de ligging van de Lage Emissiezone, alternatieve routes en de mogelijkheid om een LEZ-dagpas te kopen op haar website (www.slimnaarnantwerpen.be). [gedaagde] had, zo voert Stad Antwerpen verder aan, op grond van artikel 5.2 van het Reglement ook nog naderhand - tot een dag na het binnenrijden in de Lage Emissiezone - een dagpas kunnen kopen om de boete te voorkomen. Volgens Stad Antwerpen had [gedaagde] derhalve voldoende gelegenheid om een alternatieve route te nemen of tijdig een dagpas aan te schaffen om de overtreding te voorkomen. Door [gedaagde] is ook dit niet nader onderbouwd betwist en daarom wordt de vordering van Stad Antwerpen van € 150,00 toegewezen.
Stad Antwerpen vordert op grond van artikel 3 en 4 van het Retributiereglement ook de administratiekosten (€ 20,00), de kosten van invordering (€ 30,00) en de kosten voor de ingebrekestelling (28,60). Ook deze vorderingen worden toegewezen, omdat Stad Antwerpen twee aanmaningen heeft verstuurd (productie EP2 bij dagvaarding) en in artikel 3 van het Retributiereglement is opgenomen dat voor de verzending van een tweede en derde aanmaning € 20,00 in rekening mag worden gebracht. Daarnaast geldt volgens artikel 4 van het Retributiereglement dat Stad Antwerpen haar incasso- en administratiekosten bij [gedaagde] in rekening mag brengen. Nu deze kosten ook niet onderbouwd zijn betwist en deze de kantonrechter niet onredelijk voorkomen, worden deze toegewezen, zodat [gedaagde] in totaal € 228,60 aan Stad Antwerpen dient te betalen. In het verweer van [gedaagde] dat Stad Antwerpen de schade van € 350,00 (bedoeld is kennelijk € 228,00) niet heeft kunnen onderbouwen wordt hij daarom niet gevolgd.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom ook de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Stad Antwerpen worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
120,78
- griffierecht
€
135,00
- salaris gemachtigde
€
80,00
(2 punten × € 40,00)
- nakosten
€
20,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
355,78
4. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om aan Stad Antwerpen € 228,60 te betalen,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 355,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr.drs. A.M. van Diggele en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2026.