RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 11980026 \ CV EXPL 25-2081
Vonnis in kort geding van 15 januari 2026
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij, hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. M. van Leussen,
tegen
TAXI PERSONEELSDIENSTEN B.V., t.h.o.d.n. Goed Arbeidsmarkt Intermediair,
gevestigd te Emmen,
gedaagde partij, hierna te noemen: Taxi Personeelsdiensten,
gemachtigde: [gemachtigde] .
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 3 december 2025,- de mondelinge behandeling van 8 januari 2026,- de pleitnota van [eiser] ,- de pleitnota van Taxi Personeelsdiensten.
Samenvatting
[eiser] werkt op basis van een payrollovereenkomst voor onbepaalde tijd in loondienst bij Taxi Personeelsdiensten, in de functie van taxichauffeur. Inlener is [bedrijf]. Taxi Personeelsdiensten is met ingang van 1 september 2025 opgehouden met de betaling van het loon aan [eiser] . In deze procedure vordert [eiser] betaling van achterstallig en toekomstig loon. Hij betwist dat hij passend werk heeft geweigerd en dat hij zijn dienstverband heeft opgezegd. Taxi Personeelsdiensten heeft verweer gevoerd en stelt dat [eiser] passend werk heeft geweigerd en daarom geen aanspraak kan maken op doorbetaling van zijn loon. De kantonrechter oordeelt dat [eiser] recht heeft op loon en wijst de vordering toe.
2. De feiten
[eiser] , geboren op [geboortedatum] 1961, is met ingang van 11 september 2019 in dienst getreden bij Taxi Personeelsdiensten, in de functie van taxichauffeur, op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Het salaris bedraagt € 1.912,81 bruto per maand. Het salaris wordt telkens voldaan aan het einde van de maand volgend op de maand waarin de werkzaamheden zijn verricht.
Op de arbeidsovereenkomst is de cao Zorgvervoer en Taxi van toepassing.
[eiser] wordt sinds zijn indiensttreding door Taxi Personeelsdiensten uitgeleend aan [bedrijf] B.V. (verder: ‘’).
Nadat [bedrijf] aan [eiser] liet weten dat de mogelijkheid om daar te werken zou eindigen, is [eiser] eind juli 2025 op verzoek van de heer [naam 1] – middelijk bestuurder van Taxi Personeelsdiensten – op bezoek geweest bij Connexxion in Almelo, om te bezien of hij daaraan kon worden uitgeleend. [eiser] vernam daar dat hij daar dan niet alleen in personenauto’s zou moeten rijden maar ook in kleine busjes (voor onder andere jongerenvervoer). [eiser] deinsde hij daarvoor terug. Tot concrete afspraken om daar te werken is het niet gekomen.
Op 29 juli 2025 liet [bedrijf] per email aan [eiser] weten dat er toch nog een mogelijkheid is om daar te blijven werken. (Er staat: ‘in dienst te blijven’).
Ongeveer 5 weken later, op of omstreeks 2 september 2025 deelde [bedrijf] alsnog aan [eiser] mee dat er geen werkzaamheden meer zouden zijn voor [eiser] .
[eiser] heeft er bij Taxi Personeelsdiensten bij brief van 12 september 2025 op gewezen dat hij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft met Taxi Personeelsdiensten en niet met [bedrijf], en verzocht te bevestigen dat zijn loon zal worden doorbetaald.
Op 14 september 2025 reageerde mevrouw [naam 2] namens Taxi Personeelsdiensten. Zij schreef aan de gemachtigde van [eiser] :
“Vooralsnog is er géén sprake van beëindiging van het dienstverband van de heer [eiser] . De arbeidsovereenkomst met Taxi Personeelsdiensten B.V. blijft onverminderd van kracht. Er is derhalve geen sprake van een onregelmatige of onrechtmatige opzegging. De heer [eiser] blijft gehouden beschikbaar te zijn voor arbeid.
Uit uw schrijven begrijp ik dat de heer [eiser] zich zorgen maakt over de invulling van zijn arbeidsomvang. Nu [bedrijf] de overeengekomen uren niet langer kan garanderen, is GOED Arbeidsmarkt Intermediair B.V. bezig met het zoeken naar een alternatieve plaatsing, bij voorkeur aansluitend op de contractuele arbeidsomvang van 120 uur per maand. Tot op heden is dit nog niet gelukt. Indien structurele invulling van deze uren niet mogelijk blijkt, zullen met de heer [eiser] de vervolgmogelijkheden worden besproken, zoals een eventuele aanpassing van de arbeidsomvang of, indien partijen daar gezamenlijk toe besluiten, beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden door middel van een vaststellingsovereenkomst. Ik benadruk dat hierover nog géén definitieve besluiten zijn genomen en dat dit zorgvuldig en in overleg met de heer [eiser] zal worden besproken. Er zal immers eerst uitgezocht moeten worden wat de mogelijkheden hierin zijn.”
Op 26 september 2025, twee weken na het vorige bericht, berichtte [naam 2] in haar e-mailbericht aan de gemachtigde van [eiser] , voor zover relevant:
(…)
‘’ In mijn eerdere schrijven heb ik aangegeven dat er gezocht zou worden naar een alternatieve plaatsing, bij voorkeur aansluitend bij de overeengekomen contractomvang van 120 uur per maand. arbeidsomvang van 120 uur per maand. (…)
Echter, aan uw cliënt is een herplaatsing aangeboden bij het bedrijf Connexxion, met een arbeidsomvang van 100 uur per maand. Uw cliënt zou aldaar in redelijke omstandigheden zijn werkzaamheden als chauffeur kunnen voortzetten. Voor de resterende 20 uur per maand zou in overleg naar een passende invulling worden gezocht. De aangeboden functie sluit het meest aan bij de overeengekomen contractomvang. Taxi Personeelsdiensten B.V. heeft hiermee voldaan aan haar inspanningsverplichting voortvloeiende uit de arbeidsovereenkomst en de toepasselijke wet- en regelgeving.
Tot onze verbazing heeft uw cliënt dit aanbod evenwel van de hand gewezen. Gelet op de redelijkheid van het aanbod en de verplichting van uw cliënt om in het kader van zijn re-integratie en de voortzetting van zijn arbeid medewerking te verlenen aan een passende herplaatsing, kan deze weigering niet zonder consequenties blijven.
De weigering van uw cliënt zal dan ook aan hem worden tegengeworpen en heeft gevolgen voor zijn rechtspositie, waaronder het risico dat hij geen aanspraak kan maken op loonbetaling voor de uren waarin hij, door eigen toedoen, niet werkzaam is. Taxi Personeelsdiensten B.V. behoudt zich nadrukkelijk alle rechten en weren voor om hieraan de geëigende juridische consequenties te verbinden. (…)”
Vervolgens heeft Taxi Personeelsdiensten in oktober 2025 geen loon (over de maand september) aan [eiser] betaald.
[eiser] heeft bij schrijven van 31 oktober 2025 Taxi Personeelsdiensten gesommeerd het loon door te betalen, een loonvordering aangezegd, alsmede de verschuldigdheid van de wettelijke verhoging, de incassokosten en de wettelijke rente indien tijdige betaling uitblijft.
Taxi Personeelsdiensten reageerde daarop bij e-mailbericht van 11 november 2025:
“Uit navraag bij de heer [naam 1] blijkt echter dat de heer [eiser] op 26 september 2025 zelf heeft aangegeven niet langer voor Taxi Personeelsdiensten B.V. te willen werken, nadat hem was meegedeeld dat de werkzaamheden bij Connexxion niet uitsluitend betrekking zouden hebben op het rijden in personenauto’s. De heer [eiser] weigerde het aangeboden werk bij Connexxion, omdat hij niet ook op een bus wilde rijden naast het rijden in personenauto’s. Zijn letterlijke reactie was; “dan ga ik wel wat anders doen.”
(…)
“De heer [eiser] heeft daarmee feitelijk zelf de arbeidsrelatie beëindigd.”
(…)
“De laatste uitbetaling zal derhalve tevens de eindafrekening vormen.”
3. Het geschil
[eiser] vordert, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Taxi Personeelsdiensten te veroordelen:
a. tot nakoming van de loondoorbetalingsverplichtingen te weten betaling aan [eiser] van het loon van € 1.912,81 bruto per maand, te vermeerderen met de vakantiebijslag en overige emolumenten vanaf september 2025, eventueel bij wijze van voorschot;
b. om binnen twee dagen na het wijzen van de beschikking in deze zaak te betalen aan [eiser] de wettelijke verhoging als bedoeld in art. 7:625 lid 1 BW over het achterstallige loon over de maanden september 2025, oktober 2025 en (afhankelijk van de proceduretijd) november 2025 en december 2025;
c. tot betaling aan [eiser] van de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van voornoemde bedragen tot aan de dag der algehele voldoening;
d. tot betaling aan [eiser] van de buitengerechtelijke incassokosten over het achterstallige loon te begroten conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten;
e. tot verstrekking van deugdelijke bruto/netto-specificaties aan [eiser] van het loon;
f. in de kosten van deze procedure, een bedrag aan salaris van de gemachtigde en de nakosten daaronder begrepen.
[eiser] heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat Taxi Personeelsdiensten ten onrechte zijn loon niet heeft doorbetaald. De arbeidsovereenkomst tussen [eiser] en Taxi Personeelsdiensten is niet opgezegd en [eiser] heeft geen passend werk geweigerd.
Taxi Personeelsdiensten voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Beoordelingsmaatstaf
Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande uit een veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De kantonrechter zal daarbij niet alleen moeten onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. In de afweging van de belangen van partijen moet de kantonrechter mede betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, mocht de bodemrechter anders beslissen.
Spoedeisend belang
Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de vordering. [eiser] is voor zijn levensonderhoud afhankelijk van de loonbetaling door Taxi Personeelsdiensten.
Loonbetaling
[eiser] heeft, samengevat, aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat de loonbetaling ten onrechte is gestopt door Taxi Personeelsdiensten. De arbeidsovereenkomst is tussen partijen blijven voortduren: [eiser] heeft de arbeidsovereenkomst niet zelf opgezegd. En voorts kan [eiser] niet worden aangerekend dat hij een aanbod om bij Connexxion te gaan werken heeft geweigerd. Hem waren immers nog diezelfde dag, 29 juli 2025, al werkzaamheden bij [bedrijf] in het vooruitzicht gesteld. Bovendien betrof het werkaanbod bij Connexxion werkzaamheden waarvan was afgesproken dat [eiser] die niet behoefde uit te voeren.
De arbeidsovereenkomst duurt voort
Taxi Personeelsdiensten heeft zich aanvankelijk op het standpunt gesteld dat [eiser] op 26 september 2025 de arbeidsovereenkomst mondeling per direct heeft opgezegd.
[eiser] heeft dit betwist. Er is geen duidelijke en ondubbelzinnige opzegging van zijn kant geweest. Taxi Personeelsdiensten heeft zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat sprake zou zijn van een mondelinge opzegging op 26 september 2025 door [eiser] .
Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat de arbeidsovereenkomst niet is opgezegd en dat deze nog altijd voortduurt. Dat neem de kantonrechter dan ook tot uitgangspunt van de beoordeling.
Geen arbeid, geen loon?
Nu Taxi Personeelsdiensten niet langer het standpunt inneemt dat er geen loon wordt betaald omdat [eiser] zelf de arbeidsovereenkomst heeft beëdigd, spitst onderhavig geschil zich toe op de vraag of het feit dat [eiser] (vanaf september 2025) geen werkzaamheden voor Connexxion heeft verricht, in redelijkheid voor rekening van [eiser] behoort te komen, in welk geval hij geen recht heeft op loon. Uit artikel 7:628 lid 1 BW volgt immers dat het een werkgever verplicht is het loon ook te voldoen als de werknemer de overeengekomen arbeid niet heeft verricht (terwijl hij zich daartoe wel beschikbaar heeft gehouden) tenzij het niet verrichten van deze arbeid in redelijkheid voor rekening van de werknemer behoort te komen.
Relevant hierbij is dat het gaat om de overeengekomen arbeid. Dat betreft, zoals blijkt uit de arbeidsovereenkomst, in eerste instantie het werk voor [bedrijf]. Dat het werk daar is geëindigd, kan naar het oordeel van de kantonrechter niet aan [eiser] worden toegerekend nu [eiser] daarop geen invloed had.
Ten aanzien van de niet verrichte werkzaamheden bij Connexxion geldt het volgende.
Taxi Personeelsdiensten stelt dat [eiser] ten onrechte het aanbod om bij Connexxion te gaan werken heeft geweigerd en daarom geen aanspraak kan maken op doorbetaling van zijn loon. De werkzaamheden bij Connexxion betroffen immers werkzaamheden die voor [eiser] passend waren. Taxi Personeelsdiensten merkt op dat het in haar branche en payroll-verhouding gebruikelijk is dat er wijzigingen van inleners plaatsvinden.
Taxi Personeelsdiensten wijst vervolgens op artikel 7:628 BW en vaste rechtspraak waaruit volgt dat het weigeren van passende arbeid voor rekening van de werknemer komt en dat van een werknemer mag worden verwacht dat hij zich reëel en onvoorwaardelijk beschikbaar stelt voor passende werkzaamheden.
[eiser] stelt dat hij geen passend werk heeft geweigerd. Het aangeboden werk bij Connexxion was immers niet conform de gemaakte afspraken tussen [eiser] en Taxi Personeelsdiensten. Bovendien heeft hij zich beschikbaar gehouden werkzaamheden voor Taxi Personeelsdiensten te blijven verrichten.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Het feit dat [eiser] geen werkzaamheden voor Connexxion heeft verricht, komt in redelijkheid niet voor zijn rekening. Hij heeft (ook) vanaf september 2025 recht op loon. De kantonrechter zal dit hierna toelichten.
Taxi Personeelsdiensten heeft ter zitting gesteld dat [eiser] op 18 juli 2025 bij Connexxion is gaan kijken en vervolgens het werk daar werk daar niet wilde te accepteren. Vervolgens heeft [naam 1] nog diezelfde dag [eiser] gewezen op de consequenties van deze werkweigering.
[eiser] heeft deze gang van zaken echter voldoende gemotiveerd betwist. Volgens [eiser] heeft er op 18 juli 2025 geen gesprek met [naam 1] plaatsgevonden, en heeft de afspraak bij Connexxion pas op 29 juli 2025 plaatsgehad.
In reactie hierop heeft [naam 1] ter zitting, bij nader inzien, erkend dat het bezoek aan Connexxion niet op 18 juli 2025 heeft plaatsgevonden en kon niet bevestigen dat [eiser] die dag wel is gewaarschuwd. Wel heeft [naam 1] op die dag aan [eiser] laten weten dat hij de week erop een bezoek aan Connexxion moest brengen. Dat [naam 1] al op 18 juli 2025 [eiser] heeft gewaarschuwd voor consequenties als hij zou blijven weigeren om voor Connexxion te werken, is dan ook niet aannemelijk. Van latere waarschuwingen, ook na het bezoek van [eiser] aan Connexxion, is niet gebleken. Weliswaar heeft Taxi Personeelsdiensten op 26 september 2025 aan [eiser] geschreven dat de door hem gestelde weigering voor Connexxion te werken niet zonder consequenties kan blijven maar heeft het daar vervolgens gelaten bij de opmerking dat [eiser] het risico loopt dat zijn loon niet zal worden betaald. Daarbij is geen laatste kans gegeven het werk aldaar alsnog te aanvaarden.
Belangrijker is echter of Taxi Personeelsdiensten hier terecht wijst op een nalaten door [eiser] . Dat doet zij naar het oordeel van de kantonrechter niet. Taxi Personeelsdiensten heeft namelijk niet aannemelijk gemaakt dat zij [eiser] direct na diens bezoek aan Connexxion eind juli 2025 heeft gewaarschuwd dat hij geen loon zou ontvangen als hij het werk bij Connexxion niet zou aanvaarden. Vervolgens mocht [eiser] uit de email van [bedrijf] van 29 juli 2025 opmaken dat hij toch daar kon blijven werken. Dat Taxi Personeelsdiensten ter zitting heeft verklaard niet gebonden te kunnen worden aan deze toezegging door [bedrijf], volgt de kantonrechter niet. Het is immers Taxi Personeelsdiensten zelf geweest die deze payroll-constructie met [bedrijf] heeft afgestemd en van [eiser] hoefde onder deze omstandigheden niet verwacht te worden dat hij alles wat [bedrijf] hem schreef eerst bij Taxi Personeelsdiensten zou verifiëren. Hij mocht ervan uitgaan dat mededelingen van [bedrijf] over de voortzetting van het werk aldaar mede namens Taxi Personeelsdiensten werden gedaan, althans dat deze laatste hier geen bezwaar tegen zou hebben.
En nadat [eiser] op 12 september 2025 zijn zorgen uitte over het voortduren van zijn dienstverband én over zijn recht op loon, heef Taxi Personeelsdiensten zelf op 14 september 2025 gereageerd dat er op dat moment geen sprake is van een beëindiging van het dienstverband en dat er nog gezocht wordt naar ander werk voor [eiser] .
Over het staken van de loonbetaling wordt in dit schrijven niet gerept. Over het risico hierop evenmin.
Pas op 26 september 2025 wordt aan [eiser] geschreven dat er een risico bestaat op het staken van de loonbetaling. Maar van een doorvoeren hiervan, of een laatste kans voordat dit zou worden doorgevoerd is daarbij geen sprake.
En op 11 november 2025 neemt Taxi Personeelsdiensten vanuit het niets het, later ter zitting ingetrokken, standpunt in dat [eiser] zelf op 26 september 2025 zijn arbeidsovereenkomst had opgezegd en wordt minstens gesuggereerd dat dít de reden was waarom geen loon meer werd betaald.
Op grond van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat Taxi Personeelsdiensten niet aannemelijk heeft gemaakt dat [eiser] verplicht was om het werk bij Connexxion te aanvaarden en dat hij op het moment van weigeren (of vlak daarna) wist dat aan hieraan consequenties waren verbonden. Voorts is van belang dat [eiser] er al vanaf 29 juli 2025 op mocht vertrouwen dat hij alsnog bij [bedrijf] kon blijven.
Onder al deze omstandigheden alsmede door de wijze waarop Taxi Personeelsdiensten met [eiser] heeft gecommuniceerd, kan niet de conclusie worden getrokken dat het in redelijkheid voor rekening van [eiser] behoort te komen dat hij geen werkzaamheden heeft verricht voor Connexxion. Daarvoor heeft Taxi Personeelsdiensten, in het licht van de betwisting door [eiser] , onvoldoende aangevoerd.
Of [eiser] ook daadwerkelijk verplicht kon of kan worden om het werk bij Connexxion te aanvaarden valt buiten het kader van onderhavige kwestie.
Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat Taxi Personeelsdiensten gehouden is om het loon aan [eiser] te betalen totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, alsmede alsnog het loon te betalen over de maanden september 2025, oktober 2025 en november 2025. Dat geldt (nog) niet voor het salaris over de maand december 2025 omdat dit loon pas eind januari zal moeten worden betaald en dus nog opeisbaar is.
Ook de gevorderde wettelijke verhoging over het achterstallige loon en de gevorderde wettelijke rente over de verschuldigde bedragen vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van deze bedragen zijn toewijsbaar.
Bruto/netto-specificaties
[eiser] vordert Taxi Personeelsdiensten te veroordelen om deugdelijke bruto/netto-specificaties te verstrekken. Taxi Personeelsdiensten heeft geen verweer gevoerd tegen dit onderdeel van de vordering van [eiser] . De kantonrechter zal dit onderdeel van de vordering toewijzen.
Buitengerechtelijke incassokosten
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht, ook al heeft hij nagelaten om een bedrag te verbinden aan deze vordering.
De kantonrechter acht een bedrag van € 507,56 aan buitengerechtelijke incassokosten toewijsbaar vanwege het verrichten van buitengerechtelijke werkzaamheden voor het verkrijgen van het loon over de maanden september en oktober 2025. De dagvaarding dateert van 3 december 2025, zodat het loon over de maanden november en december 2025 en volgende ten tijde van de dagvaarding nog niet opeisbaar was en daarvoor dus ook nog geen buitengerechtelijke werkzaamheden konden zijn verricht.
Proceskosten
Taxi Personeelsdiensten is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eiser] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal Taxi Personeelsdiensten niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- griffierecht
€
90,00
- salaris gemachtigde
€
543,00
- nakosten
€
102,00
Totaal
€
735,00
5. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt Taxi Personeelsdiensten om aan [eiser] te betalen het loon van € 1.912,81 bruto per maand, te vermeerderen met de vakantiebijslag en overige emolumenten vanaf 1 september 2025;
veroordeelt Taxi Personeelsdiensten om binnen twee dagen na deze beschikking te betalen aan [eiser] de wettelijke verhoging van 20%, als bedoeld in artikel 7:625 lid 1 BW over het achterstallige loon over de maanden september 2025, oktober 2025 en november 2025;
veroordeelt Taxi Personeelsdiensten tot betaling aan [eiser] van de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van voornoemde bedragen tot aan de dag van algehele voldoening;
veroordeelt Taxi Personeelsdiensten tot betaling aan [eiser] van de buitengerechtelijke incassokosten van € 507,56 over het achterstallige loon conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten;
veroordeelt Taxi Personeelsdiensten tot verstrekking van deugdelijke bruto/netto-specificaties aan [eiser] van het loon;
veroordeelt Taxi Personeelsdiensten in de proceskosten van € 735,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. W.W. van Tol en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2026.