RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08.307286.25 (P)
Datum vonnis: 12 maart 2026
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1996 in Rotterdam,
nu verblijvende de [penitaire inrichting] .
1. Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 februari 2026.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. J.P.M. Denissen, advocaat in Eersel, naar voren is gebracht.
2. De tenlastelegging
De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
al dan niet samen met een ander of anderen, vuurwapens en munitie voorhanden heeft gehad en te koop heeft aangeboden en harddrugs aanwezig heeft gehad, dan wel daaraan medeplichtig is geweest door zijn woning en zijn telefoon beschikbaar te stellen.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
1hij op of omstreeks 1 oktober 2025 tot en met 14 november 2025, te [plaats 1], althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) om een feit, bedoeld in het eerste lid van artikel 26 en/of het eerste lid van artikel 31 van de Wet wapens en munitie, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten het voorhanden hebben van (een) wapen(s) en/of munitie van categorie II en/of III en/of het (zonder erkenning) een of meerdere wapen(s) en/of munitie van categorie II en/of III overdragen en/of verhandelen en/of anderszins ter beschikking stellen en daarvan een beroep en/of gewoonte maken, zijnde een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van 8 jaren ofmeer is gesteld, (telkens) opzettelijk voorwerpen en/of en informatiedragers voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) dat zij bestemd waren tot het begaan van dat misdrijf, door (telkens)- aan een of meerdere (groeps)chats deel te nemen die betrekking heeft/hebben op het verhandelen van goederen en/of voorwerpen, waaronder wapens en/of munitie en/of-(vervolgens) (een) advertentie(s) en/of (een) chatbericht(en) te sturen naar en/ofte ontvangen van een of meer (mogelijke) koper(s)/afnemer(s) en/of anderen en/of- in voornoemde berichten wapens aan te bieden, althans in die berichten aan te sturen op de verkoop en/of aankoop van wapens, door aan die (mogelijke) koper(s)/afnemer(s) afbeeldingen en/of specificaties van de betreffende wapens te sturen en/of het verkoopbedrag en/of aankoopbedrag van de betreffende wapens door te geven en/of over de verkoopprijs en/of aankoopprijs en/of het moment en/of de wijze van overdracht van de betreffende wapens te onderhandelen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte] op of omstreeks 1 oktober 2025 tot en met 14 november 2025, te [plaats 1], althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) om een feit, bedoeld in het eerste lid van artikel 26 en/of het eerste lid van artikel 31 van de Wet wapens en munitie, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten het voorhanden hebben van (een) wapen(s) en/of munitie van categorie II en/of III en/of het (zonder erkenning) een of meerdere wapen(s) en/of munitie van categorie II en/of III overdragen en/of verhandelen en/of anderszins ter beschikking stellen en daarvan een beroep en/of gewoonte maken, zijnde een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van 8 jaren of meer is gesteld, (telkens) opzettelijk voorwerpen en/of en informatiedragers voorhanden heeft gehad, waarvan hij, [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) wist(en) dat zij bestemd waren tot het begaan van dat misdrijf, door (telkens)- aan een of meerdere (groeps)chats deel te nemen die betrekking heeft/hebben op het verhandelen van goederen en/of voorwerpen, waaronder wapens en/of munitie en/of- (vervolgens) (een) advertentie(s) en/of (een) chatbericht(en) te sturen naar en/of te ontvangen van een of meer (mogelijke) koper(s)/afnemer(s) en/of anderen en/of- in voornoemde berichten wapens aan te bieden, althans in die berichten aan te sturen op de verkoop en/of aankoop van wapens, door aan die (mogelijke) koper(s)/afnemer(s) afbeeldingen en/of specificaties van de betreffende wapens te sturen en/of het verkoopbedrag en/of aankoopbedrag van de betreffende wapens door te geven en/of over de verkoopprijs en/of aankoopprijs en/of het moment en/of de wijze van overdracht van de betreffende wapens te onderhandelen,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode 1 oktober 2025 tot en met 14 november 2025 opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door:
(al dan niet) tegen betaling (telkens)- zijn woning aan de [adres 1] te [plaats 1] en/of- zijn telefoon beschikbaar te stellen aan voornoemde [medeverdachte] en/of zijn mededader(s);
2hij op een of meer tijdstippen in de periode 1 oktober 2025 tot en met 14 november 2025, te [plaats 1], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten een machinepistool (Skorpion), zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren, met bijbehorende munitie voorhanden heeft gehad;
3hij op een of meer tijdstippen in de periode 1 oktober 2025 tot en met 14 november 2025, te [plaats 1], althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool (Sig Sauer) met bijbehorende munitie, te weten vijf, althans een of meer, kogelpatronen (kaliber 9x17mm) van categorie III, voorhanden heeft gehad;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte] op een of meer tijdstippen in de periode 1 oktober 2025 tot en met 14 november 2025, te [plaats 1], althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool (Sig Sauer) met bijbehorende munitie, te weten vijf, althans een of meer, kogelpatronen (kaliber 9x17mm) van categorie III, voorhanden heeft gehad,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode 1 oktober 2025 tot en met 14 november 2025, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door:
(al dan niet) tegen betaling (telkens) zijn woning aan de [adres 1] te [plaats 1] beschikbaar te stellen aan voornoemde [medeverdachte] en/of zijn mededader(s);
4hij op of omstreeks 14 november 2025, althans in de maand november 2025, te [plaats 1], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst IA en/of een preparaat daarvan, te weten (ongeveer) 565 gram 2-MMC, aanwezig heeft gehad;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte] op of omstreeks 14 november 2025, althans in de maand november 2025, te [plaats 1], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst IA en/of een preparaat daarvan, te weten (ongeveer) 565 gram 2-MMC, aanwezig heeft gehad, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 14 november 2025, althans in de maand november 2025, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door:(al dan niet) tegen betaling (telkens) zijn woning aan de [adres 1] te [plaats 1] beschikbaar te stellen aan voornoemde [medeverdachte] en/of zijn mededader(s);
5hij op of omstreeks 14 november 2025, althans in maand november 2025, te [plaats 1], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft ongeveer 234 gram amfetamine, althans hoeveelheid van materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden:
[medeverdachte] op of omstreeks 14 november 2025, althans in maand november 2025, te [plaats 1], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft ongeveer 234 gram amfetamine, althans hoeveelheid van materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 14 november 2025, althans in de maand november 2025, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door:
(al dan niet) tegen betaling (telkens) zijn woning aan de [adres 1] te [plaats 1] beschikbaar te stellen aan voornoemde [medeverdachte] en/of zijn mededader(s).
3. De bewijsmotivering
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder 1 primair, 2,
3 primair, 4 primair en 5 primair ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken van de hem ten laste gelegde feiten. Subsidiair kan ten aanzien van feit 1 en feit 4 medeplichtigheid bewezen worden verklaard. Ten aanzien van feit 2 kan overigens niet worden vastgesteld dat sprake is geweest van enig wapen in de zin van de Wet wapens en munitie dan wel dat verdachte het wapen voorhanden heeft gehad.
Het oordeel van de rechtbank
De redengevende feiten en omstandigheden
De rechtbank stelt op grond van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast.
In de openbare handelsgroep “ [telegramgroep] ” op Telegram is op 10 november 2025 een advertentie geplaatst waarin werd verwezen naar andere handelsgroepen op Whatsapp, waaronder “ [whatsappgroep] ”. In de Whatsappgroep “ [whatsappgroep] ” werd op 13 november 2025 door een gebruiker met de naam “ [alias 1] ” met het telefoonnummer [telefoonnummer 1] een advertentie geplaatst waarin een machinepistool Skorpion met houder en geluidsdemper, een pistool SIG Sauer en harddrugs werden aangeboden.
Op 14 november 2025 heeft een pseudokoper van de politie Whatsappcontact gehad met gebruiker “ [alias 1] ” met het telefoonnummer [telefoonnummer 1] om een koop te sluiten voor het machinepistool Skorpion. Tijdens het Whatsappcontact, dat begon om 16:58 uur en duurde tot 18:54 uur, werd een prijs overeengekomen van € 3.300,- voor de koop van het machinepistool Skorpion. Er werd een afspraak gemaakt voor een ontmoeting tussen “ [alias 1] ” en de pseudokoper die zich voordeed als [gebruikersnaam 1] die het machinepistool Skorpion zou ontvangen. Hierna was er tussen 19:30 uur en 21:30 uur meerdere malen videocontact tussen de pseudokoper en de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Medeverdachte [medeverdachte] (hierna [medeverdachte] ) werd herkend als de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] die het gesprek voerde en herhaaldelijk in beeld was te zien. [medeverdachte] bevond zich tijdens het videocontact in de woning aan de [adres 1] in [plaats 1].
Het telefoonnummer [telefoonnummer 1] maakte op 14 november 2025 van 20:05 uur tot en met 21:47 uur gebruik van de mastlocatie aan de [straatnaam 1] te [plaats 1]. Het adres [adres 1] valt onder dit dekkingsgebied. Vanaf 21:50 uur maakte het telefoonnummer [telefoonnummer 1] gebruik van verschillende mastlocaties, waarbij de mastlocatie aan de [straatnaam 2] het eindstation is. [adres 2] in [plaats 1], waar de vriendin van verdachte, [vriendin] (hierna [vriendin] ), op dat moment woonde, valt onder dit dekkingsgebied.
Op 14 november 2025 werd verdachte door de politie geobserveerd. Om 19:30 uur stond bij de woning aan de [adres 1] in [plaats 1] de auto van [vriendin] . Om 21:07 uur vertrok verdachte met de auto en om 21:10 uur kwam de auto terug bij de woning en stapten verdachte en een andere persoon uit de auto. Zij gingen vervolgens die woning in. Om 21:45 uur vertrokken verdachte en een andere persoon met de auto.
Op 14 november 2025 om 23:50 uur werd verdachte aangehouden in de woning van [vriendin] aan [adres 2] [plaats 1]. Onder verdachte werd zijn telefoon met nummer [telefoonnummer 1] in beslag genomen. Op 15 november 2025 omstreeks 00:21 uur werd [medeverdachte] aangehouden in de slaapkamer van de woning aan de [adres 1] in [plaats 1]. Onder [medeverdachte] werden twee telefoons in beslag genomen met telefoonnummers (Iphone 16) [telefoonnummer 2] en [telefoonnummer 3] en (Iphone 15) [telefoonnummer 4] en [telefoonnummer 3] .
In de woonkamer van de woning aan de [adres 1] in [plaats 1] werden een pistool van het merk SIG Sauer en een magazijn met 5 kogelpatronen in beslag genomen en de harddrugs 2-MMC en amfetamine.
Er werd DNA aangetroffen in een mengprofiel op de volgende plekken op de SIG Sauer: DNA van [medeverdachte] aan de binnenzijde van de loop, DNA van [medeverdachte] op dat deel van het magazijn dat in het pistool gaat, DNA van verdachte en [medeverdachte] op de greep/trekker/ruwe delen van het pistool, DNA van verdachte en [medeverdachte] op dat deel van het magazijn dat uit het pistool steekt, DNA van verdachte en [medeverdachte] op kogelpatronen genummerd 2-5 afkomstig uit het magazijn en DNA van verdachte op kogelpatroon genummerd 1. Op het patroonmagazijn van het pistool werd een vingerafdruk van [medeverdachte] aangetroffen.
Op de hengels van de tas waarin de amfetamine werd aangetroffen werd het DNA van verdachte en [medeverdachte] aangetroffen in een mengprofiel.
Verdachte staat ingeschreven op de [adres 1] in [plaats 1] en verbleef voor en ten tijde van de tenlastegelegde periode in de woning. [medeverdachte] verbleef ook in de woning. Het telefoonnummer [telefoonnummer 1] maakte vanaf oktober 2025 veelvuldig gebruik van de locatie van de zendmast aan de [straatnaam 1] in [plaats 1]. De telefoonnummers van [medeverdachte] maakten sinds 23 september 2025 tot en met 14 november 2025 veelvuldig gebruik van de locatie van de zendmast aan de [straatnaam 1] in [plaats 1]. [straatnaam 1] in [plaats 1] valt onder het dekkingsgebied van de [adres 1] in [plaats 1]. Op 13 en 14 november 2025 maakten de telefoons van [medeverdachte] alleen gebruik van de zendmast aan de [straatnaam 1] te [plaats 1].
Bewijsoverwegingen en conclusie
De rechtbank acht de verklaring van verdachte, die erop neerkomt dat hij niet betrokken is geweest bij het te koop aanbieden van wapens, munitie en drugs en niet in het bezit is geweest van die wapens en drugs, niet geloofwaardig. Uit de verklaringen van [medeverdachte] en [vriendin] en de telefoongegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] leidt de rechtbank af dat verdachte grotendeels in de woning aan de [adres 1] woonde. Ook [medeverdachte] woonde in de woning. Verdachte is de gebruiker is van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] en gebruikt op andere social media ook de naam “ [alias 1] ”. Uit het dossier is onvoldoende gebleken dat de telefoon van verdachte in de periode oktober/november 2025 ook bij anderen gebruik was. Dat [medeverdachte] de telefoon van verdachte meerdere keren tegen betaling zou hebben gebruikt, vindt geen steun in het dossier. De advertentie voor de verkoop van de vuurwapens en drugs is op 13 november 2025 in de Whatsappgroep “ [whatsappgroep] ” geplaatst met de telefoon van verdachte. Op 13 november 2025 straalt de telefoon van verdachte op meerdere momenten een mast aan de [straatnaam 3] aan. Deze mast geeft dekking aan de woning van [vriendin] . De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte toen zijn telefoon bij zich had en heeft gebruikt om de advertentie te plaatsen. Op 14 november 2025 om 16:58 uur start het eerste Whatsappcontact met de pseudokoper over de verkoop van de Skorpion met de telefoon van verdachte. Vanaf 17:31 uur straalt de telefoon van verdachte aan op de mast aan de [straatnaam 1] . Deze mast geeft dekking aan de woning van verdachte. De rechtbank gaat ervan uit dat verdachte rond 17:31 uur in de woning aan de [adres 1] is gekomen. [vriendin] heeft verklaard dat verdachte rond 18:00 uur bij haar is weggegaan. [medeverdachte] was in de woning en volgens hem kwam verdachte rond het einde van de middag/begin van de avond in de woning samen met iemand anders. Uit het dossier is niet gebleken dat op dat moment andere personen in de woning aanwezig waren. Verdachte had toen volgens [medeverdachte] de afspraak voor verkoop van de Skorpion al gemaakt. De rechtbank acht dit aannemelijk gelet op het aanstralen van de telefoon van verdachte op de zendmast en het verloop van de inhoud van het Whatsappgesprek. [medeverdachte] heeft op verzoek van verdachte met de telefoon van verdachte contact gehad met de potentiële koper van de Skorpion en het gesprek gevoerd. Tijdens het videobellen bedreigde [medeverdachte] de pseudokoper en werd door hem een pistool van het merk Sig Sauer en een patroonhouder met munitie getoond. Het pistool toont grote gelijkenissen met het pistool dat werd aangeboden via “ [whatsappgroep] . Op de telefoon van [medeverdachte] werden ook meerdere afbeeldingen van een pistool aangetroffen die lijkt op de Sig Sauer. Verdachte was op dat moment ook in de woning en hoorde [medeverdachte] praten terwijl [medeverdachte] aan het videobellen was. Om 21:41 uur vertrekt verdachte uit de woning nadat het videobellen met de pseudokoper voorbij was. De telefoon van verdachte straalt daarna aan op een mastlocatie nabij de woning van [vriendin] . Op het pistool en de munitie is het DNA van verdachte en [medeverdachte] aangetroffen. Dit duidt erop dat verdachte het pistool en munitie ook zelf in handen heeft gehad en daarover heeft beschikt.
Ook kan worden bewezen dat verdachte en [medeverdachte] de feitelijke macht over de Skorpion konden uitoefenen, omdat de Skorpion voorzien van foto’s te koop is aangeboden door verdachte, hetgeen beschikkingsmacht veronderstelt, en omdat verdachte en [medeverdachte] de pseudokoper hebben laten weten dat zij daadwerkelijk de feitelijke macht over het wapen hadden door te zeggen dat het wapen niet naar de fysieke ontmoeting zou worden meegenomen, maar pas daarna zou worden opgehaald. Voor het aanwezig hebben van een wapen hoeft het wapen zich naar vaste rechtspraak zich niet noodzakelijkerwijs in de directe nabijheid van de verdachte te bevinden; dat de Skorpion op het moment van de zoeking niet in de woning is aangetroffen, staat een bewezenverklaring niet in de weg. Dat de foto’s van de Skorpion die zijn gebruikt voor de advertentie niet op internet terug zijn te vinden geeft ondersteuning voor het voor het bestaan van aanwezigheid van de Skorpion bij verdachte en [medeverdachte] .
De aangetroffen amfetamine lag in een tas in de woning. De 2-MCC lag ook in de woning Verdachte en [medeverdachte] verbleven in die woning. Op de hengsels van de tas waarin de amfetamine zat, is DNA van verdachte en [medeverdachte] aangetroffen. Uit de verklaring van [medeverdachte] volgt dat hij wist dat er drugs in de woning aanwezig was. Verdachte heeft verklaard dat hij wist dat er drugs aanwezig was en dat hij drugs heeft verkocht. Het dossier bevat geen enkele aanwijzing dat er andere personen in de woning verbleven die verantwoordelijk zouden kunnen zijn voor de aanwezigheid van de drugs. Zowel verdachte als [medeverdachte] hadden dus de feitelijke beschikkingsmacht over de drugs.
Dit alles, in onderling verband en samenhang bezien, brengt de rechtbank tot de conclusie dat verdachte betrokken is geweest bij het te koop aanbieden van wapens en munitie en daarnaast die wapens en munitie voorhanden heeft gehad en de drugs aanwezig heeft gehad.
Medeplegen
Voor de kwalificatie medeplegen is vereist dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking. Die kwalificatie is alleen gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde – intellectuele en/of materiële – bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Bij de vorming van het oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.
De rechtbank is in het licht van de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden van oordeel dat de gedragingen van verdachte en [medeverdachte] naar de uiterlijke verschijningsvorm moeten worden aangemerkt als een gezamenlijke uitvoering van het te koop aanbieden van vuurwapens en munitie en het aanwezig hebben daarvan, het aanwezig hebben van de drugs en dat verdachte daarbij ook een significante rol had. Verdachte is een onmisbare schakel geweest in het geheel, door zijn telefoon te gebruiken om advertenties te plaatsen, contact te hebben met potentiële kopers en in zijn woning het vuurwapen en de drugs aanwezig te hebben. Dat mogelijk niet alle handelingen feitelijk door verdachte zijn begaan, maakt dat oordeel niet anders. Naar het oordeel van de rechtbank is de bijdrage van verdachte van zodanig gewicht geweest dat van een nauwe en bewuste samenwerking en dus van medeplegen sprake is geweest.
Ten aanzien van feit 1 is rechtbank is van oordeel dat het handelen van verdachte samen met [medeverdachte] getuigt van stelselmatigheid en een vast voornemen om wapens te blijven verhandelen met het oog op financieel gewin zodat ook het maken van een beroep of gewoonte bewezen is.
Conclusie
De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 primair, 2, 3 primair, 4 primair en 5 primair ten laste gelegde feiten.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 primair, 2, 3 primair, 4 primair en 5 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:
1. primairhij in de periode 1 oktober 2025 tot en met 14 november 2025, in Nederland tezamen en in vereniging met een ander, om een feit, bedoeld in het eerste lid van artikel 26 en/of het eerste lid van artikel 31 van de Wet wapens en munitie, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten het voorhanden hebben van (een) wapen van categorie II en/of verhandelen en/of anderszins ter beschikking stellen en daarvan een beroep en/of gewoonte maken, zijnde een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van 8 jaren of meer is gesteld, opzettelijk
informatiedragers voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader wist(en) dat zij bestemd waren tot het begaan van dat misdrijf,
door - aan een of meerdere (groeps)chats deel te nemen die betrekking heeft/hebben op het verhandelen van goederen en/of voorwerpen, waaronder wapens en/of munitie en/of-(vervolgens) (een) advertentie(s) en (een) chatbericht(en) te sturen naar en te ontvangen van een (mogelijke) koper/afnemer en/of- in voornoemde berichten wapens aan te bieden, door aan die (mogelijke) koper/afnemer afbeeldingen en/of specificaties van de betreffende wapen te sturen en/of het verkoopbedrag van de betreffende wapen door te geven en/of de wijze van overdracht van de betreffende wapens te onderhandelen;
2hij in de periode 1 oktober 2025 tot en met 14 november 2025, in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten een machinepistool (Skorpion), zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren, met bijbehorende munitie voorhanden heeft gehad;
3 primairhij in de periode 1 oktober 2025 tot en met 14 november 2025, te [plaats 1], tezamen en in vereniging met een ander, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool (Sig Sauer) met bijbehorende munitie, te weten vijf kogelpatronen (kaliber 9x17mm) van categorie III, voorhanden heeft gehad;
4 primairhij op 14 november 2025, te [plaats 1], tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst IA en/of een preparaat daarvan, te weten (ongeveer) 565 gram 2-MMC, aanwezig heeft gehad;
5 primairhij op 14 november 2025, te [plaats 1], tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft ongeveer 234 gram amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 46 en 47 van het Wetboek van Strafrecht (Sr), artikelen 2, 2a en 10 van de Opiumwet en artikel 26 van de Wet wapens en munitie. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1 primair
het misdrijf: medeplegen van de voorbereiding van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en van het in strijd met de wet verhandelen van wapens of munitie een beroep of een gewoonte maken;
feit 2
het misdrijf: medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, onderdeel 2;
en
het misdrijf: medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
feit 3 primair
het misdrijf: medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III
en
het misdrijf: medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
feit 4 primair
het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het onder artikel 2a, eerste lid, onder C van de Opiumwet gegeven verbod;
feit 5 primair
het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod.
5. De strafbaarheid van verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.
6. De op te leggen straf of maatregel
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte zal worden opgelegd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht om bij oplegging van een gevangenisstraf de onvoorwaardelijke duur daarvan zo kort mogelijk te laten zijn. Daarnaast kan gekozen voor andere strafmodaliteiten zoals een (groot) voorwaardelijk strafdeel al dan niet gecombineerd met een taakstraf.
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
Verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachte [medeverdachte] schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen die zien op wapenhandel via een openbare Whatsappgroep, het voorhanden hebben van vuurwapens en daarbij behorende munitie. Het behoeft geen betoog dat het voorhanden hebben en het verkopen van vuurwapens een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich mee brengt en daarom krachtig dient te worden bestreden. Door het verhandelen van vuurwapens heeft verdachte meegewerkt aan het in omloop brengen van deze wapens. Wapens die in het criminele circuit vaak worden gebruikt om ernstige strafbare feiten mee te plegen. Daarnaast heeft verdachte samen met zijn medeverdachte [medeverdachte] een aanzienlijke hoeveelheid harddrugs aanwezig gehad zeer waarschijnlijk ook bestemd voor de verkoop. Het is een feit van algemene bekendheid dat het gebruik van harddrugs gevaar oplevert voor de gezondheid van de (vaak jonge) gebruikers en kan leiden tot verslaving. Bovendien gaat de handel in dergelijke drugs ook gepaard met criminaliteit en brengt het niet alleen voor de gebruikers, maar ook voor anderen risico’s mee. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij zich geen enkele rekenschap heeft gegeven van het gevaar dat hij met zijn handelen voor de samenleving veroorzaakt.
Bij haar beslissing heeft de rechtbank verder rekening gehouden met:
- het uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 18 februari 2026;
- het reclasseringsadvies van 28 januari 2026, opgemaakt door [naam], reclasseringswerker.
Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij vaker met politie en justitie in aanraking is gekomen. Verdachte liep bovendien in verband met een eerdere veroordeling in een proeftijd. Dit heeft hem er niet van weerhouden om opnieuw een strafbaar feit te plegen.
In het reclasseringsadvies staat onder meer beschreven, zakelijk weergegeven, dat er sprake is van een uitgebreid justitieel verleden, waarbij de criminele diversiteit groot is. Verdachte heeft meermaals onder toezicht gestaan bij de reclassering, met wisselend verloop. Hij bleef terugvallen in delictgedrag, voornamelijk vanwege zijn pro-criminele houding en netwerk. Hierbij speelden ook zijn licht verstandelijke beperking (LVB) en onderliggende gedragsstoornis een rol en was de mate van onmacht hoog. Het risico op recidive wordt ingeschat als hoog. Het risico op letsel en onttrekken aan voorwaarden wordt ingeschat als gemiddeld. Er bestaan risicofactoren op de gebieden huisvesting, dagbesteding, financiën, psychosociaal functioneren en mogelijk nog altijd het sociale netwerk van betrokkene en zijn houding. Ondanks de inzet van bewindvoering, een jongerencoach en ambulante begeleiding, bestaat er instabiliteit. Verdachte lijkt langzamerhand in positieve zin ontwikkelingen door te maken, waardoor in dit stadium aangrijpingspunten worden gezien om behandeling in te zetten op zijn belaste verleden. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden.
De rechtbank is van oordeel dat gelet op de ernst van de feiten niet kan worden volstaan met een andere sanctie dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. De rechtbank weegt de (proces)houding van verdachte in strafverzwarende zin mee. Ondanks alle belastende informatie in het dossier, heeft verdachte geen enkele openheid van zaken willen geven over zijn betrokkenheid en legt wisselende verklaringen af die hij telkens aanpast. Verdachte neemt geen enkele verantwoordelijkheid.
De rechtbank weegt ook het gemak waarmee deze ernstige feiten zijn begaan in zijn nadeel mee. Ook weegt de rechtbank in het nadeel van verdachte dat de feiten zijn gepleegd met aanwijzingen voor geweld en beroepscriminaliteit. In een Whatsappgroep werden vuurwapens en harddrugs aangeboden die vervolgens (deels) in de woning waar verdachte en de mededader [medeverdachte] verbleven werden aangetroffen. Die woning leek niet voor permanente bewoning gebruikt te worden, maar voor de handel in drugs en wapens. Tijdens de verkoop van het vuurwapen werd in het gesprek gedreigd met een schietklaar vuurwapen.
De reactie op deze strafbare feiten moet niet alleen verdachte voldoende afschrikken (speciale preventie), maar ook anderen die overwegen om soortgelijke strafbare feiten te plegen (generale preventie). Met betrekking tot de duur van de gevangenisstraf neemt de rechtbank de oriëntatiepunten van de LOVS als basis. Bij de feiten 2 tot en met 5 geldt als uitgangspunt (12+4+3=) 19 maanden gevangenisstraf, waarbij de munitie buiten beschouwing is gelaten en de harddrugs niet afzonderlijk zijn gewogen. De (voorbereiding) op wapenhandel kent weliswaar geen oriëntatiepunt, maar evident is dat die handel zwaarder weegt dan het voorhanden hebben van vuurwapens. De genoemde oriëntatiepunten gelden voor first offenders en daarvan is bij verdachte geen sprake. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, ook met betrekking tot de proceshouding en het strafblad van verdachte, is de rechtbank van oordeel dat de eis van de officier van justitie geen recht doet aan de ernst van de feiten.
Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, passend en geboden
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.
De inbeslaggenomen voorwerpen
De officier van justitie vordert ten aanzien van het beslag verbeurdverklaring van de onder verdachte in beslag genomen Apple iPhone.
De raadsman heeft aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat de op de telefoon aangetroffen afbeeldingen gerelateerd zijn aan de verdenking.
De rechtbank is van oordeel dat de in beslag genomen Apple iPhone vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer, aangezien niet kan worden vastgesteld welke strafbare gegevens op de telefoon staan en dat dus het ongecontroleerde bezit daarvan, in samenhang met aard van de bewezenverklaarde feiten, in strijd is met de wet of met het algemeen belang.
8. De vordering tenuitvoerlegging
Bij onherroepelijk geworden vonnis van de politierechter van de rechtbank Overijssel van
5 augustus 2025 is verdachte veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van 300,00 euro subsidiair 6 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft tenuitvoerlegging van voormelde straf gevorderd.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat de vordering van de officier van justitie moet worden afgewezen. Hoewel kan worden vastgesteld dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten, is naar het oordeel van de rechtbank toewijzing van de vordering, gelet op de persoon van verdachte en de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf, niet opportuun.
9. De toegepaste wettelijke voorschriften
De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 36b, 36c Sr en artikel 55 van de Wet wapens en munitie.
10. De beslissing
De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het onder feit 1 primair, feit 2, feit 3 primair, feit 4 primair en feit 5 primair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feiten
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1 primair
het misdrijf: medeplegen van de voorbereiding van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en van het in strijd met de wet verhandelen van wapens of munitie een beroep of een gewoonte maken;
feit 2
het misdrijf: medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, onderdeel 2;
en
het misdrijf: medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
feit 3 primair
het misdrijf: medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;
en
het misdrijf: medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
feit 4 primair
het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het onder artikel 2a, eerste lid, onder C van de Opiumwet gegeven verbod;
feit 5 primair
het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod;
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het onder feit 1 primair, feit 2, feit 3 primair, feit 4 primair en feit 5 primair bewezen verklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden;
- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
de in beslag genomen voorwerpen
- verklaart onttrokken aan het verkeer het in beslag genomen voorwerp, te weten het op de beslaglijst genoemde telefoontoestel, voorwerpnummer 873598;
tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf met parketnummer 08.112653.22
- wijst de vordering af.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.H. de Boef, voorzitter, en mr. B.T.C. Jordaans en
mr. M.A.H. Heijink, rechters, in tegenwoordigheid van H.J.A. Teerlink, griffier en is in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026.
Bijlage bewijsmiddelen
Leeswijzer
Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2025553430. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
1.
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 26 februari 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:
De iPhone met nummer [telefoonnummer 5] is van mij. Op 13 en 14 november 2025 had ik de telefoon bij mij. Ik heb de whatsappgroep [whatsappgroep] wel eens op mijn telefoon gezien. Ik wist dat er drugs in de woning lag. Er is wel eens wat drugs verkocht. Ik heb de Sigsauer wel eens vastgehouden.
2.
Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , van 15 november 2025, pagina 320,voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:
V: Welke naam gebruik jij op Snapchat?
A: Alleen [alias 1] .
3.
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 7], van 14 november 2025, pagina’s 40 t/m 44, voor zover inhoudende, als bevindingen van verbalisant:
Ik verbalisant ben voor inwinnings- en onderzoeksdoeleinden lid van de openbare handelsgroep " [telegramgroep] ”. Deze groep is voor een ieder met toegang tot het medium Telegram openbaar te vinden via de link https://t.me/vuurwerkfriesland . In deze groep wordt onder andere illegaal vuurwerk door verschillende gebruikers te koop aangeboden. Ik zag dat op maandag 10 november 2025 in deze groep een advertentie werd geplaatst door een gebruiker met de profielnaam “ [alias 2] ” met het volgende unieke ID-nummer: [ID nummer] . Ik zag dat in deze advertentie werd verwezen naar meerdere handelsgroepen op Whatsapp, waaronder: [whatsappgroep] . In deze WhatsAppgroep zag ik dat op donderdag 13 november 2025 een advertentie werd geplaatst door een gebruiker met het telefoonnummer [telefoonnummer 1] en de profielnaam “ [alias 1] ”. Ik zag dat deze gebruiker een advertentie plaatste waarin meerdere (automatische)vuurwapens te koop werden aangeboden en grote hoeveelheden van de drug 3MMC. Het automatische wapen herken ik ambtshalve als een Skorpion vz. 61 machinepistool met houder en geluidsdemper, dan wel sterk gelijkend hierop. Het afgebeelde handpistool herken ik ambtshalve als een semiautomatische SIG Sauer P320, dan wel sterk gelijkend hierop.
4.
Het proces-verbaal van doorzoeking tot inbeslagneming van verbalisant [verbalisant 1] , van 15 november 2025, pagina’s 50 t/m 56, voor zover inhoudende, als bevindingen van verbalisant:
Op zaterdag, 15 november 2025, omstreeks 00.30 uur, werd door mij, verbalisant voor een
doorzoeking ter inbeslagneming binnengetreden in de woning gelegen aan de [adres 1] te [plaats 1]. Aldaar was even daarvoor het arrestatieteam binnengetreden ter aanhouding en werd door hen de verdachte [medeverdachte] , geboren [geboortedatum 2] 1991, aangehouden. Een vuurwapen van het merk Sig Sauer en een houder met scherpe munitie werd aangetroffen op de bank in de woonkamer. Twee telefoons van het merk Iphone werden aangetroffen op de vloer in de slaapkamer alwaar de verdachte werd aangehouden. In de kamer tussen de twee slaapkamers, aangeduid als washok, werden verschillende soorten drugs aangetroffen in de ingebouwde open kast, direct links achter de deur. Aangezien de drugs in een boodschappentas van de Jumbo zat werd de gehele tas in eerste instantie veiliggesteld op eerder genoemde wijze.
5.
Het proces-verbaal pseudokoop van verbalisant [verbalisant 8], van 15 november 2025, pagina’s 70 t/m 72, voor zover inhoudende, als bevindingen van verbalisant:
Op vrijdag 14 november 2025 tussen 19.30 uur en 21.30 uur heb ik meerdere keren
telefonisch contact gehad met een man die te bereiken was op telefoonnummer
+ [telefoonnummer 1] . Deze man nader te noemen als NN1. Ik had een afspraak gemaakt met NN1
om op 21.00 uur bij het station Almelo de Riet die gevestigd is aan de Annemoonstraat 5 te
Almelo te zijn. Ik hoorde dat NN1 zei dat hij het wapen, te weten een skorpion, niet direct zou meenemen maar eerst mij fysiek wilde zien en daarna het wapen zou gaan halen. Ik zag kort na dit gesprek dat NN1 continu met mij overging naar het videobellen via Whatsapp. Ik zag en ik hoorde dat NN1 continu dezelfde man was waarmee ik videobelde. Ik zag dat NN1 hierbij een bruin handvuurwapen aan mij toonde. Ik hoorde dat NN1 zei dat het vuurwapen van het merk Sig Sauer was. Ik zag dat NN1 hierna een patroonhouder uit het bruine vuurwapen haalde. Hierbij zag ik dat de patroonhouder opgetopt was munitie. Ik hoorde dat NN1 zei dat hij twee Antilianen naarde afgesproken locatie had gestuurd die in een personenauto, een zwarte Golf 8 GTI zouden rijden. Deze Antilianen zouden de Skorpion bij zich hebben.
6.
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 9], van 15 november 2025, pagina’s 80 t/m 86, voor zover inhoudende, als bevindingen van verbalisant:
Aan mij, verbalisant [verbalisant 9], werd door mijn begeleider [verbalisant 10] de opdracht gegeven om contact te leggen met de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Dit naar aanleiding van de bevindingen in proces-verbaal 20251 114H1. 1287, alwaar door deze vuurwapens in een advertentie via WhatsApp te koop werden aangeboden. Hieronder is het gesprek te lezen in chronologische volgorde wat ik verbalisant heb gevoerd met de gebruiker van dit telefoonnummer. Dit gesprek vond plaats middels het medium Whatsapp. Om mijn identiteit te verhullen maakte ik gebruik van de alias “ [gebruikersnaam 2] ”: Van mijn bovengenoemde begeleider kreeg ik naast de opdracht om contact te leggen met de adverteerder ook de opdracht om te vragen of het wapen nog beschikbaar was, te vragen naar een prijs en om tot een afspraak te komen voor een eventuele (pseudo)koop.
[[afbeelding]]
[[afbeelding]]
[[afbeelding]]
[[afbeelding]]
[[afbeelding]]
[[afbeelding]]
[[afbeelding]]
[[afbeelding]]
[[afbeelding]]
[[afbeelding]]
[[afbeelding]]
7.
Het proces-verbaal van verdenking van verbalisant [verbalisant 2] , van 17 november 2025, pagina’s 92 t/m 93, voor zover inhoudende, als bevindingen van verbalisant:
Inzet observatie
Op vrijdag 14 november 2025 heeft tevens observatie plaatsgevonden op verdachte [verdachte]
. Zij hebben het volgende geconstateerd:
19:30 uur:
Nabij de woning aan de [adres 1] staat een Citroen C1 met kenteken
[kenteken] .
Opmerking verbalisant: Het voertuig staat op naam van [vriendin] , woonachtig
aan [adres 2] [plaats 1]. Zij is de vriendin van verdachte [verdachte]
.
21:07 uur:
De Citroen vertrekt bij de woning [adres 1] met vermoedelijk alleen de
bestuurder, maar dat is niet helemaal zeker;
21:10 uur:
De Citroen is terug bij woning, 2 personen komen uit de auto en gaan de woning in;
21:45 uur:
2 personen vertrekken met de Citroen.
8
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] , van 17 november 2025, pagina’s 92 t/m 93, voor zover inhoudende, als bevindingen van verbalisant:
De verdachte [verdachte] is op 14-11-2025 te omstreeks 23.50 door DSI aangehouden aan [adres 2] te [plaats 1]. Op aanwijzen van een collega van de DSI trof ik in de woonkamer van de genoemde woning op de keukentafel een goudkleurige mobiele telefoon aan. Volgens de DSI collega betrof dit de telefoon van de verdachte [verdachte] .
9.
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] , van 17 november 2025, pagina 94, voor zover inhoudende, als bevindingen van verbalisant:
Het telefoonnummer [telefoonnummer 1] maakt van 20.05 uur tot en met 21.47 uur gebruik van dezelfde mastlocatie aan de [straatnaam 1] te [plaats 2], Vanaf 21.50 uur maakt telefoonnummer [telefoonnummer 1] gebruik van verschillende mastlocaties, waarbij de mastlocatie aan de [straatnaam 2] het eindstation is (de woning aan [adres 2] te
[plaats 1] valt onder dit dekkingsgebied).
10.
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 11], van 17 november 2025, pagina 155, voor zover inhoudende, als bevindingen van verbalisant:
Tijdens de aanloop naar de pseudokoop, stuurde de verdachte een filmpje van een bruin op een vuurwapen gelijkend voorwerp. In het filmpje toonde de verdachte ook de houder van het wapen, hierin waren scherpe volmantelpatronen te zien. Naast het document lag een bruin kleurig, op een vuurwapen gelijkend voorwerp waarbij de houder deels in
het wapen stak. Gezien de informatie uit het filmpje, heb ik ter vergelijking met het filmpje de houder uit het wapen getrokken. Ik zag dat er volmantel patronen in de houder zaten.
11.
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 4] , van 17 november 2025, pagina’s 178 t/m 181, voor zover inhoudende, als bevindingen van verbalisant:
In onderzoek Zwaardvis25 zijn een Iphone 15 en een Iphone 16 in beslag genomen. De Iphone 16vbevatte twee IMEI-nummers [IMEI nummer 1] en [IMEI nummer 2] . De Iphone 15 bevatte twee IMEI-nummers [IMEI nummer 3] en [IMEI nummer 4] . In de slaapkamer aan de [adres 1] te [plaats 1] waar de verdachte [medeverdachte] werd aangehouden werden twee telefoons aangetroffen, de hierboven genoemde Iphone 15 en Iphone 16.
IMEI-nummer [IMEI nummer 1] (Iphone 16) en telefoonnummers [telefoonnummer 2] en
[telefoonnummer 3]
IMEI-nummer [IMEI nummer 3] (Iphone 15) en telefoonnummers [telefoonnummer 4] (vanaf hier: * [telefoonnummer 4] ) en [telefoonnummer 3]
Zendmasten telefoonnummer * [telefoonnummer 2] , * [telefoonnummer 4] en * [telefoonnummer 3]
Het telefoonnummer * [telefoonnummer 4] maakt tot en met 22 september 2025 voornamelijk gebruik van
zendmasten in Rotterdam en Barendrecht. Vanaf 23 september 2025 wordt voor het eerst gebruik gemaakt van zendmasten in [plaats 1]. De meest gebruikte mast vanaf 23 september 2025 is de zendmast aan de [straatnaam 1] in [plaats 1], ook in de nachtelijke uren (23:00 - 06:00). De telefoonnummers * [telefoonnummer 3] (periode 12 tot en met 14 november 2025) en * [telefoonnummer 2] (periode 13 oktober tot en met 13 november 2025) maken het meest gebruik van de zendmast aan de [straatnaam 1] in [plaats 1], ook in de nachtelijke uren (23:00 - 06:00). Het gebruik van deze zendmast is aannemelijk bij een verblijf aan de [adres 1] te [plaats 1], zijnde het adres waarop [medeverdachte] op 15 november 2025 is aangehouden.
Zendmast gebruik 13 en 14 november 2025
Van telefoonnummers * [telefoonnummer 2] en * [telefoonnummer 3] zijn gegevens beschikbaar uit de histo’s met betrekking tot de data 13 en 14 november 2025. Het telefoonnummer * [telefoonnummer 2] maakt op 13 en 14 november 2025 enkel gebruik van de zendmast aan de [straatnaam 1] te [plaats 1]. Het telefoonnummer * [telefoonnummer 3] maakt op 13 november en 14 november 2025 voornamelijk gebruik van de zendmast aan de [straatnaam 1] te [plaats 1].
12.
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 4] , van 12 januari 2026, pagina’s 182 t/m 199, voor zover inhoudende, als bevindingen van verbalisant:
Op 14 november is een Apple Iphone XS MAX inbeslaggenomen bij verdachte [verdachte] . Aan dit toestel is telefoonnummer [telefoonnummer 1] gekoppeld. Uit onderzoek is gebleken dat de op 13 november 2025 de advertentie werd geplaatst door een gebruiker met het telefoonnummer * [telefoonnummer 5] en de profielnaam “ [alias 1] ”; Het telefoonnummer * [telefoonnummer 5] maakt vanaf oktober 2025 het meest gebruik van Cell-ID’s van de locatie van de zendmast aan de [straatnaam 1] in [plaats 1], ook in de nachtelijke uren (23:00 - 06:00). Van Groningen is vanaf 13 oktober 2025 ingeschreven aan de [adres 1] te [plaats 1]. Het gebruik van de Cell-ID’s aan de [straatnaam 1] is aannemelijk bij een verblijf aan de [adres 1]
in [plaats 1].
[[afbeelding]]
Conclusie
Op basis van bovenstaande gegevens is het zeer waarschijnlijk dat de gebruiker van het toestel met IMEI-nummer [IMEI nummer 5] en telefoonnummer [telefoonnummer 1] [verdachte] is.
13 november 2025
Op 13 november 2025 zijn er geen contacten met andere telefoonnummers. Op 13 november 2025 zijn er enkele datasessies geregistreerd. Tot en met 16:10 uur wordt gebruik gemaakt van masten in [plaats 1], hierbij wordt het meest gebruik gemaakt van Cell-ID’s van de locatie van de zendmast aan de [straatnaam 2] . Vanaf 16:11 uur is een reisbeweging zichtbaar van [plaats 1] naar Haaksbergen, hierbij wordt gebruik gemaakt van een zendmast in Schiedam locatie Vlaardingerdijk 371 waarna vervolgens om 18:42 uur weer gebruik wordt gemaakt van een zendmast in [plaats 1] locatie [straatnaam 3] . Daarna wordt om 19:34 uur gebruik gemaakt van een zendmast in Haaksbergen locatie [adres 3] , waarna om 19:40 uur weer gebruik wordt gemaakt van de zendmast locatie [straatnaam 3] in [plaats 1].
[[afbeelding]]
13.
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] , van 8 januari 2025, pagina’s 204 t/m 212, voor zover inhoudende, als bevindingen van verbalisant:
Ik, verbalisant, ben belast met het onderzoek aan de in beslag genomen smartphone van de
verdachte [medeverdachte] .
Vuurwapen
Ik, verbalisant, zag dat op dit toestel meerdere afbeeldingen van een vuurwapen opgeslagen zijn. Zeer waarschijnlijk betreft dit hetzelfde vuurwapen dat aangetroffen is bij de aanhouding van de verdachte [medeverdachte] , zoals dat hierna zal blijken. In het bericht van 27 oktober 2025 worden de volgende foto’s gedeeld:
[[afbeelding]]
Onderstaande video en foto komt uit de Snapchat data. Tijdstempel van deze video en afbeelding
staat op 13 november 2025 omstreeks 15:04:18 uur (UTC+1).
[[afbeelding]]
Op een eerdere video is te zien dat de verdachte een horloge om heeft met zeer gelijkend
horlogeband (zie hieronder de rechter still). Ook is een ander video op het toestel opgeslagen
waarin de verdachte vermoedelijk zelfde jas draagt (zie hieronder de linker still) als in de video met daarin vermoedelijk het aangetroffen vuurwapen en verdovende middelen (zie hieronder middelste still), die op pagina 7 te zien is.
[[afbeelding]]
14
Het proces-verbaal onderzoek wapen van verbalisant [verbalisant 6] , met fotoblad, van 8 januari 2025, pagina’s 233 t/m 247, voor zover inhoudende, als bevindingen van verbalisant:
Object Vuurwapen (Getransformeerd Gaspistool)
Merk/type Sig Sauer P320
Kaliber 9x17mm (9mm Browning Kort)
Object Munitie (kogelpatronen)
Kaliber 9x1 7mm (9mm browning kort)
Bijzonderheden In patroonmagazijn
De inbeslaggenomen voorwerpen betreffen een getransformeerd gaspistool met patroonmagazijn en kogelpatronen. Het inbeslaggenomen voorwerp betreft een getransformeerd gaspistool van het merk Sig Sauer, model P320 van het originele kaliber 9mm gas/knal. De originele loop, welke was voorzien was een sper, is vervangen door een geheel open loop. Door het vervangen van de loop is dit getransformeerde gaspistool geschikt gemaakt voor het verschieten van kogelpatronen van het kaliber 9x17mm (9mm Browning Kort). Het inbeslaggenomen getransformeerde gaspistool heb ik gecontroleerd op het goed functioneren van alle essentiële onderdelen. Alle hoofdonderdelen waren aanwezig en functioneerde voor zover ik na kon gaan, naar behoren. Ten tijde van inbeslagname was het patroonmagazijn gevuld met vijf kogelpatronen.
JURIDISCHE BESCHRIJVING
Dit getransformeerde gaspistool is een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 in
verband met artikel 2, lid 1 categorie III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie. Het
vuurwapen valt niet onder categorie II, sub 2, 3 of 6 van de Wet Wapens en Munitie.
JURIDISCHE OMSCHRIJVING
Deze kogelpatronen zijn munitie in de zin van artikel 1 onder 4, gelet op artikel 2
lid 2 categorie III van de Wet Wapens en Munitie.
15
Het schriftelijk bescheid, te weten het rapport Forensisch DNA-onderzoek van 30 december 2025, met bijlage(n), pagina’s 248 t/m 257, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
[[afbeelding]]
[[afbeelding]]
[[afbeelding]]
[[afbeelding]]
[[afbeelding]]
[[afbeelding]]
[[afbeelding]]
[[afbeelding]]
16
Het schriftelijk bescheid, te weten het rapport Forensisch NFiDENT van 6 januari 2026, pagina 264, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
[[afbeelding]]
17
Het schriftelijk bescheid, te weten het rapport Forensisch NFiDENT van 31 december 2025, pagina 265, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
[[afbeelding]]
18
Het proces-verbaal van verhoor getuige [vriendin] , van 6 november 2023, pagina’s 310 t/m 313, voor zover inhoudende als verklaring van getuige:
V: Waar woont [verdachte] ?
A: Hij kreeg een woning in [plaats 2] aan de [adres 1] .
V: Met wie woonde hij daar?
A: Toen hij ging verhuizen was er een jongen die hij [bijnaam] noemde. Ik weet niet wat zijn echte naam
is. Ik denk dat zijn naam met [initialen] begint. Die ging mee.
[[afbeelding]]
A: [verdachte] verblijft niet veel bij mij. Af en toe een nachtje.
V: Die avond van de aanhouding, hoe is hij bij jou gekomen?
A: Hij is met mijn auto een witte Citroen, naar mij toegekomen rond 10 uur ’s avonds.
Toen ik rond 6 uur ’s avonds thuis was, was [verdachte] er ook. Ik had mijn sleutels achtergelaten. Hij is toen met mijn Citroen weggegaan.
19
Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , van 14 januari 2026, pagina’s 353 t/m 365, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:
V: Wanneer ben je in die woning gekomen?
A: Van het begin dat hij zijn huis heeft gekregen.
V: Heeft [verdachte] ook in de woning aan de [adres 1] verbleven?
A: Ja regelmatig. Zijn vriendin zette hem regelmatig het huis uit en dan verbleef hij in de woning aan de [adres 1] .
V: Hoe zag jouw dag eruit op 14 november 2025?
A: Ik was die dag thuis. Die dag was Nederland Polen. Ik was die dag om 4 uur in de middag wakker geworden. Het kan dat ik boodschappen heb gedaan, maar dat weet ik niet zeker. Als ik dat niet heb gedaan was ik de hele dag thuis. Toen de wedstrijd begonnen was, tegen 20.00 uur, kwamen [verdachte] en die vriend van hem binnen. [verdachte] was enthousiast, hij had een afspraak met iemand en was blij om daar naartoe te gaan. [verdachte] heeft mij gevraagd om die man van die afspraak te bellen.
V: Wat was het wat [verdachte] die man wilde verkopen?
A: Dat was een Skorpion met een demper. Dat is een automatisch wapen.
V: Dus [verdachte] vroeg om die man te bellen. Hoe ging het verder?
A: [verdachte] heeft mij gevraagd te bellen. Hij wilde wat zekerheid. Ik heb die persoon gefacetimed.
A: Er stond dat ik ook een wapen in mijn hand had en dat voor de camera heb gehouden. Dat klopt wel, wat die verbalisant zegt. Dit wapen lag op de bank in de woning aan de [adres 1] .
Vuurwapen
O: Tijdens de instap aan de [adres 1] in [plaats 1] is er een vuurwapen aangetroffen. Wij, verbalisanten, tonen een foto van dit vuurwapen.
V: Wat kun je over dit vuurwapen verklaren?
A: Dat het van [verdachte] is. Dit is het vuurwapen waar ik net over heb verklaard.
V: Uit onderzoek blijkt er op meerdere plekken op het vuurwapen jouw DNA is aangetroffen. Wat kun je hierover verklaren?
A: Ik heb het vuurwapen in mijn handen gehad tijdens het bellen met die agent.
V: Uit onderzoek blijkt dat er op meerdere kogelpatronen jouw DNA is aangetroffen?
Wat kun je hierover verklaren?
A: Ik heb die aangeraakt. Ik heb het magazijn uit het wapen gehaald en daarmee raak ik de kogels ook aangeraakt. Ik denk dat dit 14 november is gebeurd, maar ik heb het wapen ook al eens eerder aangeraakt.
V: Er zijn meerdere/verschillende verdovende middelen, drugs, aangetroffen in de woning aan de [adres 1] in [plaats 1]. Wat kun je hierover verklaren?
A: Dit is niet van mij, het is van [verdachte] .