ECLI:NL:RBOVE:2026:1523

ECLI:NL:RBOVE:2026:1523

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 12-03-2026
Datum publicatie 20-03-2026
Zaaknummer 08.058178.25 (P)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Almelo

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 292 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk, een taakstraf van 120 uren, het betalen van een schadevergoeding en stelt dat hij zich meldt bij de Reclassering. De verdachte is schuldig bevonden aan medeplegen van diefstal met geweld.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08.058178.25 (P)

Datum vonnis: 12 maart 2026

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2006 in [geboorteplaats],

wonende aan de [woonplaats].

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 februari 2026.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw mr. N.L.A.N. Weusthof, advocaat in Enschede, naar voren is gebracht.

Ook heeft de rechtbank kennis genomen van de slachtofferverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer] en van wat namens hem als benadeelde partij door mr. M. Adolfs is aangevoerd.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

al dan niet samen met een ander of anderen, (onder bedreiging) met geweld goederen van

[slachtoffer] heeft gestolen (primair) dan wel (onder bedreiging) met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot het afgeven van goederen (subsidiair).

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij op of omstreeks 25 september 2024 te [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een scooter en/of een telefoon en/of een portemonnee (met inhoud) en/of een sleutelbos en/of een scootersleutel en/of een horloge, in elk geval enig(e)goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer], in elk geval aan een anderdan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen methet oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werdvoorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweldtegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden ofgemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of anderedeelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit vanhet gestolene te verzekeren, door- pepperspray, althans een (bijtende) vloeistof, in de ogen en/of het gezicht van die[slachtoffer] te spuiten en/of- die [slachtoffer] op de grond te leggen en/of te duwen en/of- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, (met kracht) in het gezicht en/of tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan en/of te stompen en/of- een taser, althans een soortgelijk voorwerp, op/tegen de zij van die [slachtoffer] te zetten en/of af te drukken en/of- die [slachtoffer] (daarbij) de woorden toe te voegen: "durf je wel met een 16 -jarig meisje, vieze pedofiel. Je sleutels van je scooter" en/of "we weten nu jouw naam, we weten waar je woont. De volgende keer zijn het geen vuisten maar kogels. Snap je dat, snap je dat?",althans handelingen en/of woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden:

hij op of omstreeks 25 september 2024 te [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een scooter en/of een telefoon en/of een portemonnee (met inhoud) en/of een sleutelbos en/of een scootersleutel en/of een horloge, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer] en/of een derde toebehoorde(n)door- pepperspray, althans een (bijtende) vloeistof, in de ogen en/of het gezicht van die [slachtoffer] te spuiten en/of- die [slachtoffer] op de grond te leggen en/of te duwen en/of- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, (met kracht) in het gezicht en/of tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan en/of te stompen en/of- een taser, althans een soortgelijk voorwerp, op/tegen de zij van die [slachtoffer] te zetten en/of af te drukken en/of- die [slachtoffer] (daarbij) de woorden toe te voegen: "durf je wel met een 16 -jarig meisje, vieze pedofiel. Je sleutels van je scooter" en/of "we weten nu jouw naam, we weten waar je woont. De volgende keer zijn het geen vuisten maar kogels. Snap je dat, snap je dat?",althans handelingen en/of woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.

3. De bewijsmotivering

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de ten laste gelegde geweldscomponent (artikel 312 Sr). Verdachte heeft geen geweldshandelingen verricht en zijn betrokkenheid kan niet als medeplegen van diefstal met geweld worden gekwalificeerd, omdat de toepassing van het genoemde geweld - met name de taser en de pepperspray - voor verdachte als een onvoorziene escalatie kwam. De betrokkenheid van verdachte staat een bewezenverklaring voor de diefstal van de scooter niet in de weg.

Het oordeel van de rechtbank

Vaststelling van de feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op grond van de inhoud van het dossier en het behandelde ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast.

Medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1]) heeft medeverdachte [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2]) benaderd om een afspraak te maken met [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer]). [medeverdachte 2] heeft daarop met [slachtoffer] afgesproken om elkaar op 25 september 2024 in [plaats] te ontmoeten. Op verzoek van [medeverdachte 2] is [slachtoffer] vervolgens met haar een park ingelopen. Verdachte en [medeverdachte 1] waren ook in dit park. In het park heeft [medeverdachte 1] [slachtoffer] pepperspray in zijn gezicht gespoten, geslagen, een taser in de zij van [slachtoffer] gezet en hem uitgescholden en bedreigd met de woorden “we weten nu jouw naam, we weten waar je woont. De volgende keer zijn het geen vuisten maar kogels. Snap je dat, snap je dat?” en verdachte heeft [slachtoffer] naar de grond gebracht, nadat [medeverdachte 1] pepperspray in zijn ogen had gespoten. De scooter, sleutelbos, scootersleutel, portemonnee met pasjes, telefoon en het horloge van [slachtoffer] werden weggenomen. Verdachte en [medeverdachte 1] zijn samen op de scooter van [slachtoffer] weggereden.

Bewijsoverwegingen en conclusie

Verklaring van verdachte

Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting verklaringen afgelegd. In de kern komt zijn verklaring erop neer dat hij door [medeverdachte 1] is gevraagd om met hem mee te gaan naar het park voor een gesprek met [slachtoffer]. Op het moment dat de ontmoeting tussen [medeverdachte 1] en [slachtoffer] uit de hand liep heeft hij [slachtoffer] naar de grond begeleid. Verdachte heeft de scootersleutel en de scooter van [slachtoffer] meegenomen en hij is samen met [medeverdachte 1] op de scooter uit het park weggereden.

De rechtbank heeft geen enkele reden te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van [slachtoffer] over de tegen hem uitgeoefende (gewelds)handelingen, de daarbij gebruikte bewoordingen en het feit dat van hem – naast zijn scooter – een telefoon, een portemonnee (met inhoud), een sleutelbos, een scootersleutel en een horloge zijn weggenomen.

Op grond van voornoemde overwegingen acht de rechtbank bewezen dat de in de tenlastelegging genoemde goederen van [slachtoffer] zijn weggenomen en dat het geweld en de bedreigingen tegen [slachtoffer] zijn gebruikt om deze diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken. [medeverdachte 1] sprak af met verdachte om naar het park te gaan, naar een door [medeverdachte 1] georkestreerde ontmoeting tussen [medeverdachte 2] en [slachtoffer], en hield er voorafgaand aan de ontmoeting rekening mee dat er ‘klappen’ zouden vallen. Hij vroeg mede daarom verdachte met zich mee. Verdachte was daardoor op de hoogte van de kans op geweld bij treffen met [slachtoffer]. [medeverdachte 1] had pepperspray en een taser bij zich. Direct na de diefstal zijn verdachte en [medeverdachte 1] op de weggenomen scooter van [slachtoffer] weggereden. Naar het oordeel van de rechtbank zijn hiermee de bijdragen van verdachte en [medeverdachte 1] aan de gezamenlijke uitgevoerde diefstal met geweld van voldoende gewicht geweest om te kunnen spreken van een nauwe en bewuste samenwerking en dus van medeplegen.

De rechtbank acht aldus het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 25 september 2024 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander, een scooter en een telefoon en een portemonnee (met inhoud) en een sleutelbos en een scootersleutel en een horloge, die geheel aan [slachtoffer], toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door- pepperspray in de ogen en het gezicht van die [slachtoffer] te spuiten en- die [slachtoffer] op de grond te leggen en- die [slachtoffer] meermalen in het gezicht en tegen het hoofd en het lichaam te slaan en- een taser, op/tegen de zij van die [slachtoffer] te zetten en/of af te drukken en- die [slachtoffer] (daarbij) de woorden toe te voegen: "durf je wel met een 16 -jarig meisje, vieze pedofiel. Je sleutels van je scooter" en "we weten nu jouw naam, we weten waar je woont. De volgende keer zijn het geen vuisten maar kogels. Snap je dat, snap je dat?”

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte primair meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 47 en 312 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

primair

het misdrijf: medeplegen van diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd tegen personen, met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

5. De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

6. De op te leggen straf of maatregel

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte wordt opgelegd een taakstraf voor de duur van 120 uur, bij niet naar behoren verrichten te vervangen door 60 dagen hechtenis, en een gevangenisstraf voor de duur van 292 dagen waarvan 180 dagen voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest, en een proeftijd van twee jaar. Als bijzondere voorwaarden dienen de voorwaarden te gelden zoals die door de reclassering zijn geadviseerd. Verder heeft de officier van justitie een contactverbod met [slachtoffer] gevorderd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen voor de duur van zes maanden waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de duur voorarrest. Als bijzondere voorwaarden dienen de voorwaarden te gelden zoals die door de reclassering zijn geadviseerd.

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

Verdachte is op verzoek van de mededader [medeverdachte 1] meegegaan naar een confrontatie waarna er fors geweld is gepleegd tegen het slachtoffer en spullen van het slachtoffer zijn weggenomen. De mededader [medeverdachte 1] heeft, uitgaande van een onjuiste veronderstelling, als initiator het slachtoffer onder misleidende omstandigheden naar een locatie laten komen om “wraak” te nemen waarna de situatie volledig is geëscaleerd. Verdachte en zijn mededader [medeverdachte 1] kenden het slachtoffer niet. Het slachtoffer was zich er niet van bewust dat hij door verdachte en [medeverdachte 1] in een hinderlaag werd gelokt. Zonder enige aanleiding is het slachtoffer overrompeld door hem pepperspray in zijn gezicht te spuiten. Het slachtoffer is vervolgens door verdachte en de mededader [medeverdachte 1] naar de grond gewerkt en er is een taser gebruikt. Toen hij op de grond lag is hij tegen het hoofd, gezicht en lichaam geslagen. Het buitensporig geweld heeft een grote impact gehad op het slachtoffer. Door zijn handelen heeft verdachte het slachtoffer ernstig aangetast in zijn lichamelijke integriteit. Slachtoffers van feiten als deze ondervinden niet alleen pijn en letsel, maar gaan vaak nog lang gebukt onder de (psychische) gevolgen daarvan, wat in deze zaak ook blijkt uit de door het slachtoffer ter terechtzitting afgelegde verklaring en het verzoek tot schadevergoeding. De rechtbank rekent dit alles verdachte zwaar aan.

De rechtbank heeft verder rekening gehouden met:

- het uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 8 januari 2026;

- het reclasseringsadvies van 23 januari 2026, opgemaakt door [naam], reclasseringswerker bij Tactus verslavingszorg.

Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij vaker met politie en justitie in aanraking is gekomen, maar niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld.

In het reclasseringsadvies wordt onder meer beschreven, zakelijk weergegeven, dat verdachte een belaste voorgeschiedenis kent waarin onder andere pedagogische verwaarlozing heeft plaatsgevonden. Als gevolg van de problemen in zijn opvoedsituatie heeft hij in zijn jeugd in diverse jeugdinstellingen verbleven. Verdachte is gedurende deze plaatsingen gediagnosticeerd met ADHD, ASS-problematiek en er is daarbij sprake van trauma's opgelopen in zijn jeugd, dagelijks (problematisch) cannabisgebruik en een disharmonisch intelligentieprofiel. In december 2025 is de voorlopige hechtenis van verdachte (opnieuw) geschorst. Waar verdachte in een eerder stadium bij de reclassering niet open stond voor begeleiding en behandeling, wil hij hier nu wel graag aan meewerken. Tot op heden komt verdachte de afspraken na en maakt hij een gemotiveerde indruk. Verdachte komt over als een enigszins kwetsbare jongeman, die vanuit impulsiviteit en ook beïnvloedbaar zijn zich behoorlijk in de nesten heeft gewerkt. Om te voorkomen dat verdachte opnieuw met justitie in aanraking komt is het van belang dat hij gaat leren wat de risico's zijn van middelengebruik, het zich bevinden in een negatief sociaal netwerk en het vergroten van zijn copingvaardigheden en inzicht in zijn (on)mogelijkheden. Daarbij is het wenselijk dat verdachte leert op eigen benen te staan en stabiliteit verkrijgt op alle leefgebieden. Gezien de nog (onvoldoende) onbehandelde problematiek van betrokkene en het op dit moment ontbreken aan stabiliteit op de diverse leefgebieden worden de risico’s op recidive, letsel en onttrekken aan voorwaarden ingeschat als gemiddeld. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden aan verdachte op te leggen. Een (onvoorwaardelijke) gevangenisstraf zal zwaarwegende negatieve consequenties hebben.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de strafmodaliteit en de hoogte daarvan rekening gehouden met het advies van de reclassering. Tevens heeft de rechtbank acht geslagen op de straf die in soortgelijke zaken doorgaans wordt opgelegd. De rechtbank is van oordeel dat in beginsel oplegging van een forse straf, hoger dan de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, passend en nodig is. Gezien de persoon van verdachte is ook behandeling nodig die bijdraagt aan zijn ontwikkeling. Verdachte heeft langdurige begeleiding en verdere hulpverlening nodig om de kans op recidive te doen verminderen. Een deel van de straf zal dan ook voorwaardelijk worden opgelegd om begeleiding en hulpverlening binnen een voorwaardelijk kader van gevangenisstraf te bieden en ook om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Gelet op het gegeven advies ziet de rechtbank aanleiding om de geformuleerde bijzondere voorwaarden op te leggen.

Alles afwegende acht de rechtbank een straf zoals geëist door de officier van justitie, te weten een taakstraf voor de duur van 120 uur, bij niet naar behoren verrichten te vervangen door 60 dagen gevangenisstraf passend en geboden. Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte opleggen een gevangenisstraf voor de duur 292 dagen waarvan 180 dagen voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden, zoals geadviseerd door de reclassering, met een proeftijd van twee jaren.

De hoogte van deze taakstraf is lager dan de aan de mededader [medeverdachte 1] opgelegde taakstraf. De reden hiervan is dat [medeverdachte 1] de initiator van het strafbare feit is en verdachte hierin een – in vergelijking met [medeverdachte 1] – beperkte rol heeft gehad. Ook heeft de rechtbank er rekening mee gehouden dat de schorsingsperiode van verdachte positief is verlopen.

De rechtbank zal geen contactverbod, zoals namens de benadeelde partij [slachtoffer] verzocht, opleggen. Niet is gebleken dat verdachte op enig moment ongewenst toenadering of contact heeft gezocht met [slachtoffer] sinds het ten laste gelegde plaatsvond.

Voorlopige hechtenis

De rechtbank zal het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.

7. De schade van benadeelde

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 4601,03, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

-eigen risico zorgkosten 2024, 2025 en 2026 € 921,72;

-kosten slaapmedicatie € 441,66;

-kosten openbaar vervoer € 159,71;

-reiskosten € 77,94.

Ter vergoeding van immateriële schade wordt een bedrag van € 3.000,-- gevorderd.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde materiële schade en de gevorderde immateriële schade, kunnen worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat, gelet op de bepleite vrijspraak ten aanzien van geweldscomponent, verdachte voor een groot deel van de schade zoals zorgkosten, medicatiekosten en reiskosten naar mediant niet aansprakelijk is. Verdachte is bereid om de kosten openbaar vervoer te voldoen. Voor het overige dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in diens vordering.

Subsidiair is de gevorderde schade ten aanzien van zorgkosten 2024 en 2025 voldoende onderbouwd. 2026 betreft toekomstige schade en daarvoor is thans geen ruimte. De gevorderde kosten slaapmedicatie is onvoldoende onderbouwd. Tegen de gevorderde kosten openbaar vervoer en reiskosten is geen bezwaar.

Indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt van artikel 312 Sr dan verzoekt de raadsvrouw de rechtbank om ten aanzien van de gevorderde immateriële schade gebruik te maken van haar schattingsbevoegdheid en een bedrag toe te kennen van ad. € 1.500,--.

Het oordeel van de rechtbank

Materiële schade

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadeposten zorgkosten (eigen risico 2024, 2025 en 2026), kosten slaapmedicatie, kosten openbaar vervoer en reiskosten (bezoek Mediant Enschede), zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. Voor zover de zorgkosten (eigen risico 2024, 2025 en 2026) zijn betwist wegens het ontbreken van facturen over 2025 en 2026, heeft de benadeelde partij daartegenover voldoende onderbouwd gesteld dat hij zorgkosten in die periode heeft gemaakt die ten laste van zijn eigen risico zijn gekomen. Dat het slachtoffer nog geen afrekening eigen risico heeft betaald over 2025 en 2026, betekent niet dat hij die schade (nog) niet heeft geleden. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 1597,91 te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

De rechtbank zal de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de schadepost zorgkosten eigen risico 2024 bepalen op 25 september 2024, eigen risico 2025 op 31 december 2025 en eigen risico 2025 op 12 maart 2026.

De rechtbank wijst de vordering ten aanzien van de reiskosten naar het politiebureau af. Uit vaste jurisprudentie volgt dat deze reiskosten niet onder vermogensschade in de zin van artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek vallen.

Immateriële schade

Ten aanzien van de gevorderde immateriële schadevergoeding is de rechtbank van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het handelen van verdachte immateriële schade heeft geleden. Op grond van artikel 6:106, aanhef en

sub b, BW heeft de benadeelde recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding anders dan vermogensschade als de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, zoals in deze zaak het geval is. Voor zover lichamelijk letsel ook bepaalde psychische gevolgen met zich brengt, kunnen ook deze gevolgen tot op zekere hoogte meegewogen worden bij de bepaling van de omvang van het smartengeld. Gelet op de aard van het letsel en de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd, acht de rechtbank de toekenning van een bedrag aan immateriële schadevergoeding van € 2.000,-- billijk. De wettelijke rente is toewijsbaar vanaf het moment dat de schade is toegebracht.

Voor het overige zal de rechtbank de vordering van de benadeelde partij afwijzen.

Hoofdelijkheid

De verdachte is voor de schade naar burgerlijk recht met zijn mededader hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat de verdachte tegenover de benadeelde partij voor het hele bedrag aansprakelijk is.

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door het feit is toegebracht.

Als door de verdachte niet volledig wordt betaald, kan deze verplichting worden aangevuld met 35 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

8. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c en 22d Sr.

9. De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

primair

het misdrijf: medeplegen van diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd tegen personen, met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het primair bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van

292 (tweehonderdtweeënnegentig) dagen;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 180 (honderdtachtig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren de navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

De rechter kan de tenuitvoerlegging ook gelasten indien de verdachte gedurende de

proeftijd van 2 (twee) jaren de navolgende bijzondere voorwaarden

niet is nagekomen:

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

- zich gedurende de proeftijd meldt bij Tactus Reclassering Enschede. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. Hij houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. Hij werkt ook mee aan huisbezoeken;

- zich laat behandelen door forensische polikliniek JusTact of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;

- zich ambulant laat begeleiden door Humanitas DMH/Homerun of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De begeleiding duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft;

- verblijft in een nader te indiceren begeleide of beschermde woonvorm, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;

- geen drugs gebruikt en meewerkt aan controle op dit verbod. De controle gebeurt met urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;

- zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag, beslaat minimaal 26 uur per week en dient goedgekeurd te worden door de reclassering;

- inzicht geeft aan de reclassering en begeleiding in zijn financiële situatie, mee werkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen;

- op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig is op zijn verblijfadres [adres]. De reclassering stelt de precieze tijdstippen vast, in overleg met verdachte en mede afhankelijk van de dagbesteding. Bij de start hoeft verdachte op doordeweekse dagen met dagbesteding een aaneengesloten blok van veertien uur niet op het verblijfadres te zijn. Op dagen zonder opleiding, (vrijwilligers)werk of behandeling is dat twee uur. In de weekenden heeft verdachte een aaneengesloten blok van acht uur per dag vrij te besteden. Verdachte werkt mee aan elektronische monitoring op dit locatiegebod. Een ander adres voor het locatiegebod is alleen mogelijk als de reclassering daarvoor toestemming geeft. Verdachte gaat niet naar het buitenland zonder toestemming van de reclassering, omdat het voor de elektronische monitoring nodig is dat verdachte in Nederland blijft. Het Openbaar Ministerie kan op verzoek van de reclassering de genoemde bloktijden veranderen of het locatiegebod laten vervallen;

- draagt de reclassering op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de verdachte:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren;

- beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 (zestig) dagen;

schadevergoeding

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van een bedrag van € 3.597,91 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 september 2024 ten aanzien van de zorgkosten 2024, kosten slaapmedicatie, kosten openbaar vervoer, reiskosten; wettelijke rente vanaf 31 december 2025 ten aanzien van zorgkosten 2025; wettelijke rente van 12 maart 2026 ten aanzien van zorgkosten 2026) met dien verstande dat als en voor zover al door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 3.597,91, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 september 2025 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 35 dagen kan worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- wijst de vordering van de benadeelde partij af tot een bedrag van €1.003,12;

opheffing bevel voorlopige hechtenis

- heft het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van heden.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. H. Stam en

mr. H.H. de Boef, rechters, in tegenwoordigheid van H.J.A. Teerlink, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2024451803. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1.

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 26 februari 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:

Op 25 september 2024 was ik in [plaats]. Ik ben samen met [medeverdachte 1] naar het park gelopen. In het park liep [medeverdachte 1] naar [slachtoffer]. Ik bleef op een afstand. Toen het wild begon te worden tussen hun en ik geschreeuw hoorde heb ik mijn capuchon dichtgedaan om onherkenbaar te blijven. Ik ben naar [medeverdachte 1] en [slachtoffer] toegegaan en heb [slachtoffer] naar de grond begeleid. Ik heb de scootersleutel en de scooter meegenomen. Ik ben met [medeverdachte 1] op de scooter weggereden.

2.

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte], van 24 en 25 februari 2025, pagina 106 en 117, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:

V: Wat kan je vertellen over de beroving waar jij van verdacht wordt?

Een persoon zei tegen mij: Ik wil alleen dat je mee gaat voor het geval dat daar 10 man staat en hij juist klappen zou krijgen. Toen ben ik meegegaan met de intentie.

De persoon die zou een paar klappen uitdelen.

V: Wat heb jij allemaal gezien dan. Wat gebeurde er allemaal tussen de persoon waar jij samen mee was en het slachtoffer?

A: Het slachtoffer is gepeppersprayed. Klappen gehad. Volgens mij ook getrapt. Dat was alles wat ik zelf heb gezien.

V: En wat hoorde je allemaal?

A: Gescheld.

3.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer], van 25 september 2024, pagina’s 156, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever:

Op een gegeven moment zag ik plotseling twee personen aan komen lopen. Ze liepen langs ons heen en gingen vlak bij mij staan. Ik voelde ineens iets in mijn gezicht gespoten worden. Ik kneep gelijk mijn ogen dicht. Ik had het meisje vast en ik voelde dat er iemand met

mij meeging naar de grond. Ik ging namelijk door mijn knieën. Ik ging met mijn armen

naar mijn gezicht toe om in mijn ogen te wrijven. Ik deed mijn armen over mijn hoofd heen om mij te beschermen. Ik voelde een aantal keer een vuist op mijn achterhoofd en kaak. Ik werd ook geslagen in mijn zij. Ik hoorde het tikken van een handtaser in mijn zij. Ik hoorde een jongen zeggen: "durf je wel met een 16 jarig meisje, vieze pedofiel. Je sleutels van je scooter." Ik deed mijn handen omhoog en zei: "pak alles maar wat je wilt". Ik voelde handen in mijn zakken gaan en ik had mijn horloge om mijn linker pols. Ik voelde dat mijn horloge werd afgedaan. Ik hoorde een van de jongens zeggen: "we weten nu jouw naam, we weten waar je woont. De volgende keer zijn het geen vuisten maar kogels. Snap je dat, snap je dat?". Toen ik later mijn zakken naging zag ik dat ik mijn sleutelbos, scootersleutel,

portemonnee met pasjes en mijn telefoon kwijt was. Ik zag ook dat mijn scooter weg was.

4.

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1], van 26 februari 2025, pagina 77, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:

V: Kun je wat vertellen of de beroving en de mishandeling?

A: Ik wilde eerst met hem praten. Toen ik die jongen voor me had dacht ik fock dat ook eigenlijk. Ik liet me denk ik opgaan in emotie op dat moment.

V: Wat heb je gedaan?

A: Eerst wat er gebeurde, hij ging naar de grond.

V: Heb je hem mishandeld met pepperspray?

A: Ja, min of meer.

V: Heb je hem mishandeld met een taser?

A: Ik weet nog wel dat ik hem heb laten zien en dat hij hem overduidelijk heeft gezien en gehoord. Ik zal hem vast wel geraakt hebben.

V: Heb jij het slachtoffer ook nog geslagen?

A:. Er zou vast wel een stoot of duw bij gekomen zijn.

V: Was je daar met [verdachte] ?

A: Ja. Ik heb hem wel benaderd.

V: Hoe zijn jullie bij [medeverdachte 2] gekomen?

A: Via via.

V: Wie heeft haar benaderd voor de beroving en mishandeling?

A: Ik denk ik.

V: Wat was haar rol?

A: Haar rol was om hem daar te krijgen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?