ECLI:NL:RBOVE:2026:1531

ECLI:NL:RBOVE:2026:1531

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 17-03-2026
Datum publicatie 20-03-2026
Zaaknummer 11828395 \ CV EXPL 25-2355
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Enschede

Samenvatting

Bij tussenvonnis van 23 december 2025 heeft de kantonrechter partij A opgedragen te bewijzen dat partij B 1 met de bedrijfsactiviteiten van partij B 2 op het terrein van CLM het non-concurrentiebeding zoals omschreven in artikel 12.1 van de arbeidsovereenkomst tussen partij B 1 en partij A, schendt en/of geschonden heeft. Bij akte van 20 januari 2026 heeft partij A kenbaar gemaakt op welke wijze zij het bewijs wenst te leveren. Hierop hebben partij B bij antwoordakte gereageerd.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer: 11828395 \ CV EXPL 25-2355

Vonnis van 17 maart 2026

in de zaak van

[partij A] B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats 1],

eisende partij in conventie en voorlopige voorziening, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen: [partij A],

gemachtigde: mr. Z. Alkan,

tegen

1. [partij B 1],

wonende te [woonplaats],

gedaagde sub 1 in conventie en voorlopige voorziening, eiser sub 1 in reconventie,2. [partij B 2] B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats 2],

gedaagde sub 2 in conventie en voorlopige voorziening, eiseres 2 in reconventie,

hierna ook wel samen te noemen: [partij B],

gemachtigde: mr. C. Mutlu.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 23 december 2025;

- de akte van 20 januari 2026 van [partij A];

- de antwoordakte van [partij B] van 2 februari 2026.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De zaak in het kort

Bij tussenvonnis van 23 december 2025 heeft de kantonrechter [partij A] opgedragen te bewijzen dat [partij B 1] met de bedrijfsactiviteiten van [partij B 2] op het terrein van CLM het non-concurrentiebeding zoals omschreven in artikel 12.1 van de arbeidsovereenkomst tussen [partij B 1] en [partij A], schendt en/of geschonden heeft.

Bij akte van 20 januari 2026 heeft [partij A] kenbaar gemaakt op welke wijze zij het bewijs wenst te leveren. Hierop hebben [partij B] bij antwoordakte gereageerd.

3. De verdere beoordeling

De kantonrechter is voornemens een deskundige te benoemen

Bij tussenvonnis van 23 december 2025 heeft [partij A] een bewijsopdracht gekregen en is de zaak naar de rol verwezen van dinsdag 6 januari 2026 voor uitlating door [partij A] of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel.

Bij akte van 20 januari 2026 heeft [partij A] verklaard dat zij bewijs wenst te leveren door:

a. het horen van getuigen, te weten de heer [getuige 1] en de heer [getuige 2];

b. het overleggen van (schriftelijke) bewijsmiddelen en gegevensdragers;

c. door een door [partij A] aan te dragen deskundige verbonden aan het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau B.V. (NFO) te Enschede,

dan wel:

een door de rechtbank aan te stellen deskundige,

en daarbij te bevelen dat [partij B 2] en/of [partij B 1] toegang dien(en)(t) te bieden aan de deskundige tot het portaal van [partij B 2], toegang met een demo-account, configuratiebestanden, systeemarchitectuur, logbestanden en functionele documentatie van [partij B 2] alsmede API-documentatie van [partij B 2], voor zover noodzakelijk om de aanwezigheid en werking van de betreffende CLM-functionaliteiten technisch vast te stellen, en andere systemen die de deskundige in de loop van het onderzoek nodig acht.

[partij B] hebben in hun antwoordakte, kort samengevat, hiertegen de volgende bezwaren ingebracht:

- het NFO is gespecialiseerd in forensisch onderzoek en niet in de beoordeling van commerciële softwareproducten of de uitleg van concurrentiebedingen in de context van de markt van CLM-software;

- de onderzoeksvraag aan Tozetta (NFO) is verkeerd, beperkt, vooringenomen en partijdig;

- er is sprake van een ‘fishing expedition’ omdat [partij A] tot nu toe geen concreet bewijs heeft aangedragen en nu een grootschalig digitaal onderzoek voorstaat. Dit gaat veel te ver. Het raakt bovendien de bedrijfsgeheimen en concurrentiegevoelige informatie van [partij B 2] en privacygevoelige gegevens van haar klanten. De bewijsopdracht ziet op de website van [partij B 2] en niet op de software van [partij B 2].

Op grond van deze bezwaren van [partij B], die voldoende onderbouwd zijn, zal de kantonrechter het verzoek van [partij A] om een door haar aan te dragen deskundige van het NFO toe te laten, afwijzen.

Gelet op de belangen van [partij A] om uitvoering te kunnen geven aan de bewijsopdracht, zal de kantonrechter daarentegen wel het verzoek van [partij A] toewijzen om zelf een deskundige aan te wijzen. [partij B] hebben daartegen op zichzelf ook geen bezwaar gemaakt.

Bij dit onderzoek zal de nodige geheimhouding in acht genomen moeten worden, en ook zal het onderzoek door de onafhankelijke deskundige(n) niet verder moeten reiken dan nodig is om uitvoering te kunnen geven aan de bewijsopdracht.

De kantonrechter is aldus voornemens om een deskundige te benoemen en deze het onderzoek uit te laten voeren.

[partij B 2] en [partij B 1] zullen de deskundige voor zijn onderzoek - voor zover de deskundige die nodig zegt te hebben- toegang en inzage moeten geven tot de systemen van [partij B 2]. [partij B 2] en [partij B 1] hebben naar het oordeel van de kantonrechter geen gewichtige redenen aangevoerd tegen deze toegang/inzage.

Voordat wordt overgegaan tot de benoeming van de deskundige en het uit te voeren deskundigenonderzoek, zal de kantonrechter partijen in de gelegenheid stellen zich bij akte uit te laten over:

- de persoon van de deskundige;

- de aan de deskundige voor te leggen onderzoeksvragen, en

- de mate waarin de te benoemen deskundige toegang dient te krijgen tot het portaal van [partij B 2], waarbij concreet wordt ingegaan op de vraag wat die toegang moet inhouden.

Daarnaast zal de deskundige in de gelegenheid worden gesteld vooraf te verklaren

welke toegang hij voor de beantwoording van zijn onderzoeksvraag nodig denkt te hebben.

De kantonrechter is voorlopig van oordeel dat kan worden volstaan met de benoeming van één deskundige, in het bijzonder op het gebied van informatica (automatisering).

In dit kader heeft de griffier contact gehad met de heer dr. S.M. van Otterloo CISA CIPP/E, LRGD deskundige, verbonden aan ICT Institute te Utrecht, (hierna: Van Otterloo) en hem gevraagd of hij vrijstaat ten opzichte van partijen en of hij de benoeming als deskundige wenst te aanvaarden. De heer Van Otterloo heeft de kantonrechter laten weten bereid en beschikbaar te zijn om in dit geschil op te treden als gerechtelijk deskundige, en vrij te staan ten opzichte van partijen.

De heer Van Otterloo is geregistreerd als deskundige bij NVBI en SGOA, en is ook geregistreerd privacy-professional (CIPP/E) en Certified Information Systems Auditor (CISA).

De kantonrechter ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt in de wet dat het voorschot op de kosten van de deskundige door de eisende partij moet worden betaald. Dit voorschot moet daarom door [partij A] worden betaald.

In het eindvonnis zal de kantonrechter beslissen wie van partijen uiteindelijk de kosten van de deskundige moet betalen.

De kantonrechter zal de zaak aanhouden en deze verwijzen naar de rol van dinsdag

14 april 2026 voor het nemen van een akte door partijen ten aanzien van de hiervoor onder

genoemde punten.

Partijen moeten de concept-akte uiterlijk een week vóór de roldatum naar elkaar toesturen, zodat zij in hun definitieve akte op de akte van de wederpartij kunnen reageren.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4. De beslissing

De kantonrechter:

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van dinsdag 14 april 2026 om beide partijen in de gelegenheid te stellen een akte in te dienen waarin zij zich uitlaten over het aangekondigde deskundigenbericht, meer in het bijzonder over:

- de persoon van de te benoemen deskundige;

- de aan de deskundige voor te leggen onderzoeksvragen;

- de mate waarin de te benoemen deskundige toegang dient te krijgen tot het portaal van [partij B 2], waarbij wordt ingegaan op de vraag wat die toegang moet inhouden.

bepaalt dat partijen elkaar uiterlijk een week vóór de genoemde roldatum de concept-akte moeten toesturen, zodat zij ieder in hun eigen akte nog kunnen reageren op de standpunten van de wederpartij,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen te Enschede door mr. W.W. van Tol en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?