ECLI:NL:RBOVE:2026:1590

ECLI:NL:RBOVE:2026:1590

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 19-02-2026
Datum publicatie 25-03-2026
Zaaknummer C/08/343756 / JE RK 26-76
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Verzoek ondertoezichtstelling en machtiging tot deeltijduithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg. De kinderrechter wijst de verzoeken toe. Er zijn zorgen over of de ouders kunnen voldoen aan de emotionele behoeftes en de basale verzorging van de kinderen. Daarnaast krijgen de kinderen te maken met volwassenenzaken en de noodzakelijke hulpverlening is nog niet voldoende ingezet. De kinderrechter vindt het, ondanks dat de ouders vrijwillig mee willen werken aan een deeltijduithuisplaatsing, belangrijk dat hiervoor een machtiging wordt gegeven. In de eerste plaats vereist de wet dat als er een ondertoezichtstelling geldt. Verder moet het duidelijk zijn voor de ouders dat de deeltijduithuisplaatsing noodzakelijk is en met een machtiging wordt voorkomen dat de jeugdbeschermer over die noodzaak in discussie moet gaan met de ouders.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Zwolle

Zaaknummer: C/08/343756 / JE RK 26-76

Datum uitspraak: 19 februari 2026

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming,

gevestigd te Zwolle,

hierna te noemen de raad,

over

[kind 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2018 in [geboorteplaats 1] ,

hierna te noemen [kind 1] ,

[kind 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 in [geboorteplaats 2] ,

hierna te noemen [kind 2] ,

[kind 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2026 in [geboorteplaats 3] ,

hierna te noemen [kind 3] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat mr. J. Bouwhuis uit Zwolle,

[vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat mr. J. Bouwhuis uit Zwolle.

De kinderrechter merkt als informant aan:

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Zwolle, hierna te noemen de GI.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 15 januari 2026;

een bericht van mr. Bouwhuis met bijlagen van 27 januari 2026;

een bericht van de raad van 27 januari 2026;

een bericht van de raad van 28 januari 2026;

een bericht van de raad van 6 februari 2026;

een bericht van de raad van 10 februari 2026;

een bericht van de raad van 10 februari 2026;

een bericht van de raad met bijlagen van 13 februari 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder met haar advocaat;

- [Naam 1] namens de Raad;

- [Naam 2] en [Naam 3] namens de GI.

De vader is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen op de mondelinge behandeling.

De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan [begeleider 1] , [begeleider 2] en [begeleider 3] , begeleiders van de ouders vanuit [hulpverlening 1] .

2. De feiten

De vader en de moeder hebben het ouderlijk gezag over [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] .

[kind 1] , [kind 2] en [kind 3] wonen bij hun vader en moeder.

3. Het verzoek

De raad verzocht bij verzoekschrift van 15 januari 2026 om [kind 1] , [kind 2] en het ongeboren kind [kind 3] onder toezicht te stellen van de GI voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Bij verzoekschrift van 13 februari 2026 heeft de raad zijn verzoek gewijzigd. De raad verzoekt om [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] onder toezicht te stellen van de GI voor de duur van een jaar. Daarnaast verzoekt de raad om [kind 1] en [kind 2] uit huis te plaatsen in een voorziening van (deeltijd)pleegzorg voor de duur van een jaar.

De raad licht toe dat de ouders eerst niet met de raad wilden spreken. Gelukkig zijn er andere manieren gevonden om de ouders adviezen en informatie te geven en zo goed mogelijk uit te leggen wat het doel van de raad is. De raad vindt het belangrijk dat de hulpverlening betrokken blijft bij het gezin en dat die wordt ondersteund door een jeugdbeschermer. Zo kan er zicht komen op wat er goed gaat in het gezin en waar wel hulp bij nodig is. De raad wil graag dat de kinderen thuis kunnen blijven wonen en dat de ouders zo veel mogelijk voor hen kunnen blijven zorgen. Tegelijkertijd ziet de raad dat de kinderen er best goed op reageren als zij ergens anders een deel van de zorg en opvoeding krijgen. Daarvoor is de machtiging tot (deeltijd)uithuisplaatsing nodig. Zo wil de raad bereiken dat de opvoedsituatie in z’n geheel goed genoeg is voor de kinderen. De raad vindt het belangrijk om de deeltijdplaatsing op papier te zetten met een machtiging tot uithuisplaatsing. Dan kan de GI hier goed mee aan de slag.

4. De standpunten

De ouders zijn het eens met het verzoek tot ondertoezichtstelling van de kinderen. Het is fijn als de GI hen verder kan helpen met de al aanwezige hulpverlening. De ouders vragen om het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen in een (deeltijd)pleeggezin af te wijzen. De ouders zijn in gesprek met de betrokken hulpverlening en ze zien dat ze op sommige punten van anderen kunnen leren. De ouders willen vrijwillig meewerken aan een deeltijduithuisplaatsing van de kinderen. Een machtiging uithuisplaatsing moet een uiterste maatregel zijn en die is niet nodig nu de ouders instemmen met de (deeltijd)uithuisplaatsing. De grondslag van het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing komt dan te vervallen. Er zit bij de ouders ook veel emotie rondom de uithuisplaatsing omdat de ouders in het verleden zelf uithuisgeplaatst zijn geweest.

5. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter zal [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] onder toezicht stellen voor de duur van een jaar. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

De ontwikkeling van [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] wordt ernstig bedreigd, omdat de ouders minder beschikbaar zijn, er zorgen zijn of de ouders kunnen voldoen aan de emotionele behoeftes en de basale verzorging van de kinderen, de kinderen te maken krijgen met volwassenen zaken en de noodzakelijke hulpverlening nog niet voldoende is ingezet.

In de afgelopen periode gebruikten de ouders regelmatig verdovende middelen. Dat is bijvoorbeeld duidelijk geworden doordat er in de urine van [kind 3] na zijn geboorte cannabis is aangetroffen. De ouders hebben een bericht naar de raad gestuurd dat zij zijn gestopt met het gebruiken van middelen, maar de kinderrechter heeft hier nog wel zorgen over. In het verleden waren de ouders namelijk ook niet altijd open over hun middelengebruik. De ouders brengen hiermee niet alleen hunzelf, maar ook de kinderen in gevaar. Zo heeft de vader onder invloed met de kinderen op een scooter gereden. Om de onduidelijkheid rondom het middelengebruik van de ouders weg te nemen moet hier zicht op komen. Verder hebben de ouders persoonlijke problematiek. De beide ouders hebben namelijk een lagere intelligentie en een belast verleden. De leerbaarheid van de ouders is hierdoor onder het gemiddelde. Door de persoonlijke problematiek van de ouders kunnen zij minder beschikbaar zijn. Als er nog steeds sprake is van middelengebruik bij de ouders is dit nog erger.

Met de mindere beschikbaarheid van de ouders is het onduidelijk of zij emotioneel genoeg kunnen aansluiten bij de kinderen. Het lijkt er op dit moment op dat dat de ouders (zelfstandig) niet helemaal lukt. [kind 1] is bijvoorbeeld bang om te poepen op school. In het verleden was hij ook bang om thuis te douchen. De ouders schreeuwen ook regelmatig tegen de kinderen. De kinderen kunnen hier last van hebben omdat dit tot spanning leidt. Verder vinden de ouders het moeilijk om de kinderen te begrenzen, waardoor de kinderen niet weten waar zij aan toe zijn en niet leren hoe ze zich moeten gedragen bij andere mensen. De ouders kunnen de basale verzorging van de kinderen ook niet goed aan. In de afgelopen periode droegen de kinderen regelmatig vieze kleding en vroegen zij om eten bij de buren. De kinderen lopen in hun ontwikkeling ook iets achter. De ouders hebben in de afgelopen weken hierin wel een verbetering laten zien, maar deze verbetering is nog maar kort aanwezig en daardoor is het niet duidelijk of dit zo blijft.

Op dit moment kan worden aangenomen dat de kinderen te maken hebben met zaken die alleen voor volwassenen bedoeld zijn. Zo zijn de kinderen regelmatig getuige van conflicten tussen de ouders. Het lukt de ouders op deze momenten niet om zich te beheersen en hun emoties onder controle te houden. De kinderen zien hun ouders ook regelmatig onder invloed van middelen (drugs en alcohol). De conflicten en het middelengebruik van de ouders leidt tot spanning bij de kinderen omdat zij tijdens deze momenten niet weten hoe de ouders gaan reageren. Het is belangrijk dat de ouders in de komende periode leren om deze onrust weg te houden bij de kinderen zodat de kinderen zich daarover geen zorgen hoeven te maken en zich kunnen richten op hun eigen ontwikkeling. Dan kunnen de kinderen echt kind zijn.

Voor de zorgen die hierboven staan beschreven ontvangen de ouders op dit moment hulp van verschillende instanties. Zij proberen met de ouders de zorgen rondom de kinderen weg te nemen. Zo is er hulpverlening van [hulpverlening 1] en staat de moeder op de wachtlijst bij [hulpverlening 2] . Toch nemen de zorgen rondom de kinderen onvoldoende af. Het lijkt er op dit moment op dat er te weinig overzicht is in de betrokkenheid van de verschillende hulpverleningsinstanties. De hulpverlening van [hulpverlening 1] is wel betrokken, maar vanuit deze hulpverlening is er nog onduidelijkheid. Er is bijvoorbeeld nog geen checklist Goed Genoeg Ouderschap afgenomen bij de ouders. De kinderrechter vindt dit wel noodzakelijk dat dit gaat gebeuren. Er moet ook nog hulpverlening worden ingezet om de ouders te helpen van het drugs- en alcoholgebruik af te komen. Het zou goed zijn als de ouders hulpverlening krijgen voor hun belaste verleden en de gevolgen daarvan voor hun dagelijkse leven. De kinderrechter is van oordeel dat de jeugdbeschermer een helpende rol zal hebben omdat zij de regie kan voeren en dan overzicht zal creëren in de gezinssituatie.

De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat de ouders door hun persoonlijke problematiek niet goed kunnen inschatten welke hulp zij nodig hebben en zij ook niet altijd samenwerken met de hulpverlening.

In de komende periode zal binnen de ondertoezichtstelling worden gewerkt aan de volgende doelen:

[kind 1] , [kind 2] en [kind 3] zien er verzorgd en schoon uit en ruiken fris;

[kind 1] , [kind 2] en [kind 3] krijgen gevarieerd en voldoende eten aangeboden;

Er is altijd een nuchtere en rustige volwassene beschikbaar voor [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] ;

[kind 1] , [kind 2] en [kind 3] krijgen van hun opvoeders de stimulering en de liefdevolle begrenzing die ze nodig hebben;

[kind 1] , [kind 2] , en [kind 3] krijgen van hun opvoeders passend voorbeeldgedrag over het omgaan met emoties, frustraties en lastige dingen.

Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding dat [kind 1] en [kind 2] uit huis worden geplaatst. De kinderrechter zal daarom een machtiging tot deeltijduithuisplaatsing verlenen in een voorziening voor pleegzorg.

Op dit moment komen [kind 1] en [kind 2] op sommige gebieden van hun ontwikkeling tekort. Hierbij valt te denken aan hun emotionele behoeftes zoals het opgroeien zonder spanning. Op het gebied van school hebben [kind 1] en [kind 2] ook ondersteuning nodig omdat zij iets achter lopen in hun ontwikkeling. Het is vooral belangrijk voor hen dat zij echt kind mogen zijn. Bij de ouders kan dat niet altijd omdat [kind 1] en [kind 2] soms te maken krijgen met de volwassenenzaken van de ouders. Het is op dit moment nog niet helemaal duidelijk of de ouders genoeg aan kunnen sluiten bij de behoeftes van de kinderen. Omdat het wel duidelijk is dat [kind 1] en [kind 2] op sommige gebieden tekort komen, zullen zij gedeeltelijk in een pleeggezin gaan verblijven. Op de momenten dat [kind 1] en [kind 2] in een pleeggezin zijn kunnen de ouders verder werken met de hulpverlening. Op die manier kunnen zij leren hoe zij de kinderen nog beter kunnen opvoeden en ondersteunen. Als [kind 1] en [kind 2] weer bij de ouders terugkomen uit het pleeggezin kunnen de ouders de adviezen van de hulpverlening toepassen. Het is de bedoeling dat op deze manier, door de opvoeding van de ouders èn die in het pleeggezin, de opvoedsituatie van de [kind 1] en [kind 2] goed genoeg zal zijn.

De kinderrechter vindt het noodzakelijk dat voor de deeltijduithuisplaatsing een machtiging wordt gegeven. In de eerste plaats is dit op grond van de wet vereist als er een ondertoezichtstelling is. In de tweede plaats wil de kinderrechter hiermee voorkomen dat er discussie kan komen tussen de jeugdbeschermer en de ouders, of het nodig is dat de kinderen naar het pleeggezin gaan. Dit is iets wat de jeugdbeschermers moeten bepalen.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] onder toezicht van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 19 februari 2026 tot 19 februari 2027;

verleent een machtiging tot deeltijduithuisplaatsing van [kind 1] en [kind 2] in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 19 februari 2026 tot 19 februari 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2026 door mr. M. van der Hoeven, kinderrechter, in aanwezigheid van M.E. Sijnstra als griffier, en op schrift gesteld op 5 maart 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?