ECLI:NL:RBOVE:2026:1667

ECLI:NL:RBOVE:2026:1667

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 30-03-2026
Datum publicatie 30-03-2026
Zaaknummer 08-161012-24 (P)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Almelo

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt een 43-jarige man tot een taakstraf van 200 uren, een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand en betaling van een schadevergoeding van € 10.871,06. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben en telen van hennep in zijn woning, waarbij hij ook elektriciteit heeft gestolen. Daarnaast heeft verdachte voorbereidingshandelingen getroffen voor hennepteelt

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08-161012-24 (P)

Datum vonnis: 30 maart 2026

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1982 in [geboorteplaats] ,

inschrijvingsadres: [adres 1] ,

verblijfadres: [adres 2] .

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 16 maart 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. U. Ural, advocaat in Enschede, naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met (een) ander(en) of alleen op 19 maart 2024 en/of in de periode van 15 december 2022 tot en met 19 maart 2024 in Westerhaar-Vriezenveensewijk:

feit 1: een grote hoeveelheid hennep heeft geteeld of hennepplanten aanwezig heeft gehad;

feit 2: voorbereidingshandelingen heeft verricht gericht op hennepteelt;

feit 3 een grote hoeveelheid hennep aanwezig heeft gehad; feit 4: elektriciteit van Enexis Netbeheer B.V. (hierna: Enexis) heeft gestolen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1

hij op of omstreeks 19 maart 2024 te Westerhaar-Vriezenveense, gemeente Twenterand

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 1] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 412 planten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

2

hij op of omstreeks 19 maart 2024 te Westerhaar-Vriezenveense, gemeente Twenterand tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen stoffen en/of voorwerpen heeft bereid, bewerkt, verwerkt, te koop aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, vervaardigd of voorhanden gehad, te weten

- een drukspuit,

- 18, althans een of meerdere, armaturen met assimilatielampen,

- een koolstoffilter,

- een of meerdere buizen (behorende tot het irrigatiesysteem) en/of

- een aan- en afzuiginstallatie,

waarvan hij en zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten;

3

hij op of omstreeks 19 maart 2024 te Westerhaar-Vriezenveense, gemeente Twenterand

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 22,405 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

4

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 december 2022 tot en met 19 maart 2024 te Westerhaar-Vriezenveense, gemeente Twenterand tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, elektriciteit/stroom, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Enexis Netbeheer B.V., in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking.

3. De bewijsmotivering

De vaststaande feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op grond van het dossier en het verhandelde ter zitting de volgende feiten en omstandigheden vast, welke ter zitting ook niet ter discussie hebben gestaan.

Op 19 maart 2024 is in het pand aan de [adres 1] , welk pand op dat moment werd bewoond door verdachte en zijn echtgenoot [medeverdachte] , tevens medeverdachte, in een ruimte in de kelder een hennepkwekerij met 412 hennepplanten aangetroffen. In een andere ruimte zijn goederen aangetroffen die worden gebruikt in hennepkwekerijen, waaronder armaturen, aangesloten assimilatielampen en een koolstoffilter. Voorts zijn in het pand zakken met henneptoppen (20,09 kilogram) en hennepgruis (2,324 kilogram) aangetroffen. Daarnaast is op voornoemd adres elektriciteit afgenomen zonder dat daarvoor is betaald aan de netbeheerder Enexis. Dit was mogelijk doordat de verzegeling van de hoofdaansluitkast was verbroken.

De verklaring van verdachte

Verdachte heeft verklaard dat hij vanaf oktober 2023 zijn woning aan derden ter beschikking heeft gesteld door hen de sleutel te overhandigen, met het doel in die woning een hennepkwekerij op te zetten en te exploiteren. In dat verband vermoedde hij dat de elektriciteit illegaal werd afgenomen. Verder heeft verdachte goederen, bestemd voor de hennepkwekerij, getild en in de woning neergezet, alsmede zakken met henneptoppen en/of hennepgruis opgeborgen achter een schot in de in de kelder gelegen badkamer.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft (partiële) vrijspraak bepleit voor alle ten laste gelegde feiten omdat verdachte:

- geen uitvoeringshandelingen heeft verricht, maar slechts een faciliterende rol heeft vervuld met betrekking tot de hennepkwekerij zodat van medeplegen geen sprake is

(feit 1),

niet de feitelijke macht over de in de woning aangetroffen apparatuur had (feit 2),

de hennep niet onder zijn macht had omdat de kwekers door sleuteloverdracht over (een deel van) de woning beschikten (feit 3) en

geen feitelijke handelingen in de meterkast heeft verricht zodat van medeplegen van diefstal van elektriciteit geen sprake is dan wel dat de diefstal slechts vanaf oktober 2023 kan worden bewezen en niet al vanaf 15 december 2022 (feit 4).

Het oordeel van de rechtbank

Vast staat dat in de kelder van de woning van verdachte en medeverdachte een hennepkwekerij met 412 planten is aangetroffen (feit 1), waarvoor de elektriciteit illegaal werd afgenomen (feit 4). Daarnaast zijn in de woning een hoeveelheid hennep (feit 3) en goederen die bestemd zijn voor een hennepkwekerij aangetroffen (feit 2). De rechtbank dient de vraag te beantwoorden welk aandeel verdachte heeft gehad. Vanwege de samenhang tussen feit 1 en feit 4 zal de rechtbank deze gezamenlijk bespreken. Vervolgens worden feit 2 en feit 3 behandeld.

- feit 1 en feit 4

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat er vanaf oktober 2023 in zijn woning een hennepkwekerij werd geëxploiteerd nadat hij aan anderen, van wie hij de namen niet wenst te noemen, de sleutel van zijn woning had afgegeven. Aanvankelijk heeft verdachte ter zitting verklaard dat deze personen de kelder niet door middel van een sleutel binnentraden, maar via een aparte buitendeur die nooit op slot zat, zodat een sleutel niet nodig was. Later verklaarde hij echter dat toegang wél via een sleutel werd verkregen, omdat de deur door deze personen steeds op slot werd gedraaid. De rechtbank stelt vast dat de verklaring van verdachte over de “anderen” die zich in zijn woning met de hennepteelt zouden hebben beziggehouden, niet concreet en op bepaalde punten inconsistent is. Verdachte heeft geweigerd nadere informatie over deze personen te verstrekken, zodat hun identiteit niet kan worden vastgesteld. Het dossier bevat bovendien geen aanwijzingen dat andere personen dan verdachte en [medeverdachte] bij de (exploitatie van de) hennepkwekerij betrokken waren. [medeverdachte] heeft bij de politie verklaard dat hij op de hoogte was van de hennepkwekerij in zijn woning, maar daar verder geen betrokkenheid bij had. Verdachte heeft dit ter zitting bevestigd.

De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij slechts een faciliterende rol heeft vervuld niet geloofwaardig en op geen enkele wijze aannemelijk. Integendeel, de rechtbank acht op basis van het dossier voldoende aanwijzingen aanwezig dat verdachte een actieve rol bij de hennepteelt heeft gehad. Verdachte heeft, naast het tillen en in de woning plaatsen dan wel verplaatsen van goederen bestemd voor de hennepkwekerij en henneptoppen (opbrengst van hennepteelt), zich blijkens zijn telefoongegevens ook beziggehouden met de verzorging van de hennepplanten. De ter zitting afgelegde verklaring van verdachte dat hij slechts informatie over (de groei van) hennepplanten heeft ingewonnen omdat hij had vernomen dat de planten onverkoopbaar bleken, acht de rechtbank niet geloofwaardig. De rechtbank betrekt daarbij dat op de telefoon van verdachte niet alleen deze zoekopdrachten zijn aangetroffen, maar ook twee applicaties over plantgroei en meerdere agenda afspraken met de aanduiding “plant kijken”. Daarbij komt dat verdachte in eerste instantie bij de politie anders heeft verklaard, namelijk dat de agenda afspraken betrekking hadden op de verzorging van de planten in het restaurant van [medeverdachte] . Dit maakt zijn verklaring bovendien inconsistent en daarmee niet geloofwaardig.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het telen van hennep in zijn woning, zoals onder feit 1 (impliciet primair) is ten laste gelegd. De rechtbank merkt verdachte aan als pleger en spreekt hem partieel vrij van het medeplegen. De rechtbank is ook van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van elektriciteit door middel van verbreking, zoals onder feit 4 is ten laste gelegd. Nu de rechtbank verdachte aanmerkt als (enige) verantwoordelijke voor het opzetten en beheren van de hennepkwekerij is verdachte ook verantwoordelijk voor de wijze waarop de kwekerij is ingericht en opgezet, inclusief de elektriciteitsvoorziening. Ten aanzien van de onder feit 4 laste gelegde periode overweegt de rechtbank dat in het dossier voor de vaststelling van de ontnemingsperiode (15 december 2022 tot en met 19 maart 2024) wordt verwezen naar een rapport ‘indicatie voorgaande kweken’ van Enexis, maar dat dit rapport geen onderdeel uitmaakt van het dossier, zodat de rechtbank de gestelde aanvangsdatum van 15 december 2022 niet kan vaststellen. De rechtbank gaat om die reden uit van de verklaring van verdachte dat de hennepkwekerij in oktober 2023 is opgezet en zal de ten laste gelegde periode beperken tot de periode van 1 oktober 2023 tot en met 19 maart 2024.

- feit 2

In het verlengde van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte, als teler, zich ook schuldig heeft gemaakt aan voorbereidingshandelingen voor hennepteelt, zoals onder feit 2 is ten laste gelegd. De aangetroffen voorwerpen waren geschikt en bestemd voor hennepteelt, waarvan verdachte op de hoogte was. Daarnaast heeft hij goederen gerelateerd aan een hennepkwekerij getild en in de woning geplaatst. Dit betreft gedragingen die strekten tot de voorbereiding van hennepteelt. De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen.

- feit 3

De rechtbank acht ook bewezen dat verdachte samen met [medeverdachte] opzettelijk een hoeveelheid van ruim 22 kilogram hennep aanwezig heeft gehad, zoals onder feit 3 is ten laste gelegd. Verdachte heeft verklaard dat hij zakken waarvan hij wist dat er hennep in zat, in de badkamer heeft opgeslagen, zodat hij (en [medeverdachte] ) daarover kon(den) beschikken. Het betoog van de verdediging dat de hennep zich niet in zijn machtssfeer bevond, omdat hij de sleutel had overgedragen, houdt, gelet op het voorgaande, geen stand. Dit betekent dat de rechtbank verdachte ook voor dit feit veroordeelt.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage weergegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 19 maart 2024 te Westerhaar-Vriezenveensewijk, gemeente Twenterand,

opzettelijk heeft geteeld in een pand aan de [adres 1] 412 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2.

hij op 19 maart 2024 te Westerhaar-Vriezenveensewijk, gemeente Twenterand, voorwerpen voorhanden heeft gehad, te weten

- een drukspuit,

- 18 armaturen met assimilatielampen,

- een koolstoffilter,

- buizen behorende tot het irrigatiesysteem en

- een aan- en afzuiginstallatie,

waarvan hij wist dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten;

3.

hij op 19 maart 2024 te Westerhaar-Vriezenveensewijk, gemeente Twenterand,

tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 22,405 kilogram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

4.

hij in de periode van 1 oktober 2022 tot en met 19 maart 2024 te Westerhaar-Vriezenveensewijk, gemeente Twenterand, elektriciteit die aan Enexis Netbeheer B.V., toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 47 en 311 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en in de artikelen 3, 11 en 11a van de Opiumwet (OW). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid hennepplanten;

feit 2

het misdrijf: voorwerpen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde lid en vijfde lid, van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten;

feit 3

het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel;

feit 4

het misdrijf: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

5. De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

6. De op te leggen straf of maatregel

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een taakstraf van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden met een proeftijd van drie jaren.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om in het geval van een bewezenverklaring aan verdachte een taakstraf van 180 uren en voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaren op te leggen.

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben en telen van hennep in zijn woning, waarbij hij ook elektriciteit heeft gestolen. Daarnaast heeft verdachte voorbereidingshandelingen getroffen voor hennepteelt. Hij heeft deze feiten gepleegd vanwege zijn forse schulden en de wens deze (versneld) af te lossen. Door dit handelen heeft verdachte bijgedragen aan de handel in en verspreiding van softdrugs. Dergelijke activiteiten gaan veelal gepaard met criminaliteit en veroorzaken overlast. Illegale afname van elektriciteit brengt bovendien risico’s met zich, waaronder brandgevaar voor de directe omgeving – daaronder begrepen de logées die verdachte af en toe onderbracht in zijn woning – en omwonenden. Verdachte heeft zich uitsluitend uit geldelijk gewin met deze strafbare feiten ingelaten en heeft zich geen rekenschap gegeven van de gevolgen daarvan. De rechtbank rekent dit alles verdachte zwaar aan. De rechtbank rekent het verdachte verder aan dat hij ter zitting geen volledige verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen.

De rechtbank heeft kennisgenomen van een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van verdachte van 22 januari 2026. Hieruit volgt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting gelet op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) en wat in soortgelijke zaken doorgaans wordt opgelegd. Ook heeft de rechtbank rekening gehouden met het feit dat er inmiddels twee jaren zijn verstreken sinds het aantreffen van de hennepkwekerij.

Alles afwegend acht de rechtbank een taakstraf van 200 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een maand met een proeftijd van twee jaren passend en geboden. Het voorwaardelijke deel dient als stok achter de deur om verdachte ervan te weerhouden opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten te plegen.

7. De schade van benadeelde

De vordering van de benadeelde partij

Enexis heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van

€ 31.960,88, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan.

De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

netwerkkosten elektriciteit: € 1.958,21 (343 dagen x € 5,70907)

verbruik elektriciteit: € 28.792,54 (137.428 KWH x € 0,20951)

administratiekosten: € 469,96, bestaande uit:

- vooronderzoek en dossieraanleg: € 74,20

- dossierverwerking en aangifte: € 148,41

- opmaken factuur: € 98,94

- afhandelingskosten: € 148,41

uurtarief inspecteur (dag): € 246,00

kosten netmeting: € 427,80

elektriciteitsmeter Slim: € 66,37.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel dient te worden toegewezen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat Enexis niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard vanwege de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat de vordering kan worden toegewezen, met uitzondering van de administratiekosten, nu deze onvoldoende zijn onderbouwd. De kostenpost “verbruik elektriciteit” dient te worden gematigd, nu slechts één oogst heeft plaatsgevonden.

Het oordeel van de rechtbank

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezen verklaarde feit 4 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij.

- administratiekosten, uurtarief inspecteur (dag), kosten netmeting en elektriciteitsmeter Slim

De rechtbank acht deze schadeposten, ondanks (gedeeltelijke) betwisting door de verdediging, voldoende onderbouwd en wijst deze toe. Bij de vordering zijn bijlagen gevoegd, waaronder een specificatie van de administratiekosten en een tabel met tarieven over het jaar 2024. De gevorderde kosten komen overeen met deze specificatie en tabel. De rechtbank wijst een bedrag van in totaal € 1.210,13 toe.

- netwerkkosten elektriciteit en verbruik elektriciteit

De rechtbank overweegt over deze schadeposten als volgt. Bij de berekening van de elektriciteitskosten is de benadeelde partij uitgegaan van meerdere oogsten. De rechtbank acht op grond van het dossier bewezen dat sprake is geweest van één eerdere oogst en gaat uit van de volgende netwerkkosten: 63 dagen (gemiddelde kweekcyclus van 9 weken) x

€ 5,70907 = € 359,67. Het verbruik aan elektriciteit daarbij bedraagt € 5.927,43 (28.291,87 KWH x € 0,20951). De netwerkkosten voor de nog in werking zijnde aangetroffen kwekerij wordt als volgt berekend: 49 dagen (hennepplanten 7 weken oud) x € 5,70907 = 279,74. Het daaraan gekoppelde verbruik aan elektriciteit bedraagt: € 3.094,09 (14.768,22 KWH x € 0,20951). De rechtbank wijst in totaal een bedrag van € 9.660,93 aan elektriciteitskosten (netwerk en verbruik) toe.

De rechtbank zal het gevorderde daarom gedeeltelijk toewijzen tot een bedrag van

€ 10.871,06, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan. De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel niet op, nu de benadeelde partij Enexis over zelfstandige invorderingsmogelijkheden beschikt.

8. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 57 Sr.

9. De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder feit 1, feit 2, feit 3 en feit 4 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder feit 1, feit 2, feit 3 en feit 4 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feiten

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1, het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid hennepplanten;

feit 2, het misdrijf: voorwerpen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde lid en vijfde lid, van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten;

feit 3, het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel;

feit 4, het misdrijf: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder feit 1, feit 2, feit 3 en feit 4 bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (een) maand;

- bepaalt dat deze gevangenisstraf in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren de navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 200 (tweehonderd) uren;

- beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 100 (honderd) dagen;

- beveelt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste zestig dagen doorgebracht in verzekering, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt;

schadevergoeding

- wijst de vordering van de benadeelde partij Enexis Netbeheer B.V. toe tot een bedrag van € 10.871,06 (tienduizend achthonderdeenenzeventig euro en zes cent), bestaande uit materiële schade;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Enexis Netbeheer B.V.

(feit 4) van een bedrag van € 10.871,06 (tienduizend achthonderdeenenzeventig euro en zes cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 maart 2024;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Wentink, voorzitter, mr. P.M.F. Schreurs en

mr. M.S. de Waard, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.R. Kuiper, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2026.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2024114908. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

T.a.v. de feiten 1, 2, 3 en 4:

1.

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 16 maart 2026, voor zover inhoudend de verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:

Vanaf oktober 2023 werd er in mijn woning gelegen aan de [adres 1] een hennepkwekerij geëxploiteerd. Ik heb spullen voor de hennepkwekerij getild en in de woning gezet. Ook heb ik zakken met hennep opgeborgen achter een schot in de badkamer in de kelder.

2.

Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte] van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] van 20 maart 2024, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 237 tot en met 243:

V: Gisteren hebben wij in de woning (de rechtbank begrijpt: gelegen aan de [adres 1] ) van jou en jouw man (de rechtbank begrijpt: verdachte [verdachte] ) een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen. Wat kun jij hier zelf over verklaren?

A: Dat die er was.V: Je maakt gebruik van de badkamer en toilet behorende bij de slaapkamer in de kelder?A: Ja.V: Wat kun je vertellen over de gedroogde henneptopen welke wij in de woning hebben aangetroffen?A: Die zullen van de eerste oogst zijn.V: Heb je die wel eens gezien?A: Ja deze stonden in onze badkamer.

3.

Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij van verbalisanten [verbalisant 1] ,

[verbalisant 2] en [verbalisant 3] , van 23 april 2024, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 11 tot en met 19:

In de woning aan de [adres 1] werd op 19 maart 2024 binnengetreden.

Er zijn meerdere sealbags met henneptoppen (en restafval/gruis van hennep) aangetroffen. In de toiletruimte van de kelder-slaapkamer, de kantoorruimte achter de keuken en in de wasruimte werd respectievelijk 15,972 kg, 0,986 kg en 3,132 kg aangetroffen.

Kweekruimte 1

Er werd een volledig ingerichte kweekruimte aangetroffen met 412 hennepplanten. De potten waren voorzien van een irrigatiesysteem. Boven de planten hingen armaturen met assimilatielampen, een koolstoffilter en een ventilator met een vermogen van 100 watt. De luchtverversing en luchtafvoer werd geregeld door een aan- en afzuiginstallatie.

Kweekruimte 2

Er werd een volledig ingerichte kweekruimte aangetroffen. Wij zagen 18 armaturen met assimilatielampen hangen. Ook hingen er een koolstoffilter in het midden van de kweekruimte. Ook waren in de ruimte buizen aanwezig, behorende bij het irrigatiesysteem. Op de grond waren duidelijk de afdrukken van vierkante potten te zien. De luchtverversing en luchtafvoer werd geregeld door een aan- en afzuiginstallatie.

Vaststelling hennep

Wij constateerden op grond van onze kennis en ervaring, opgedaan bij eerdere ontmantelingen van hennepkwekerijen, dat het hennepplanten waren.

4.

Een schriftelijk bescheid, te weten een kennisgeving van inbeslagneming/eerste beslissing van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 83:

Plaats: [adres 1] , [adres 1]

Datum: 19 maart 2024

Omstandigheden: hennep ‘gruis’ lag beneden in de slaapkamer bij het toilet. Lag in een sealbag.

Object: verdovende mid (hennep)

Totale hoeveelheid: 2,324 kg

5.

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever] van verbalisant [verbalisant 5] van 9 juli 2024, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 136 tot en met 143:

Plaats delict: [adres 1] , [adres 1]

Datum fraude constatering: 19 maart 2024

Benadeelde: Enexis Netbeheer B.V.

Uit onderzoek bleek dat er een illegale aansluiting voor de hoofdbeveiliging was gemaakt, op de aansluitleiding in de hoofdaansluitkast. Er was een illegale elektriciteitskabel aangelegd die buiten de elektriciteitsmeter om liep en de elektrische installatie in het betreffende pand voorzag van elektriciteit. Door buiten de hoofdbeveiliging om aan te sluiten is er meer vermogen beschikbaar dan contractueel is overeengekomen met de contractant. Om deze aftakking te realiseren is het noodzakelijk geweest de verzegeling van de aansluitkast te verbreken en de kast te openen. De originele zegels zijn verwijderd, vervangen en of gemanipuleerd. Hiervoor heeft Enexis Netbeheer geen toestemming verleend.

Het totaalbedrag van de schade van de weggenomen energie, arbeidskosten, materiaal en

administratiekosten bedraagt € 31.960,88 vrij van B.T.W.

6.

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] van

16 april 2024 voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 124 en 125:

In de telefoon van verdachte [verdachte] zagen wij in de internet geschiedenis van 4 maart 2024:

- spint bestrijden op je kamerplant

- kleine witte stipjes op plant

- witte puntjes op blad

In de telefoon van verdachte [verdachte] zagen wij in de internetgeschiedenis van 9 maart 2024:

- bladproblemen wietplant

- gele puntjes wietblad

- 7 bladproblemen oplossen

- wat zijn gele vlekken op wietbladeren

- gele puntjes wietblad

Wij zagen dat de apps 'PlantApp' en 'PlantSense' op de telefoon van [verdachte] geïnstalleerd waren.

Wij zagen dat er in de agenda van beide telefoons op meerdere dagen een gedeelde

afspraak “plant kijken” stond. Dit was onder andere op 30 november 2023, 24 december

2023, 17 januari 2024, 10 februari 2024, 5 maart 2024 en 29 maart 2024.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?