ECLI:NL:RBOVE:2026:1668

ECLI:NL:RBOVE:2026:1668

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 30-03-2026
Datum publicatie 30-03-2026
Zaaknummer 08-179592-24 (P)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Almelo

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt een 45-jarige man tot een taakstraf van 100 uren en een gevangenisstraf van een maand. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennep en 412 hennepplanten.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08-179592-24 (P)

Datum vonnis: 30 maart 2026

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1980 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1] .

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 16 maart 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw mr. S. Groothuismink, advocaat in Enschede, naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er na wijziging van de tenlastelegging, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met (een) ander(en) of alleen op 19 maart 2024 en/of in de periode van 15 december 2022 tot en met 19 maart 2024 in Westerhaar-Vriezenveensewijk:

feit 1: een grote hoeveelheid hennep heeft geteeld of hennepplanten aanwezig heeft gehad;

feit 2: voorbereidingshandelingen heeft verricht gericht op hennepteelt;

feit 3 een grote hoeveelheid hennep aanwezig heeft gehad; feit 4: elektriciteit van Enexis Netbeheer B.V. (hierna: Enexis) heeft gestolen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1

hij op of omstreeks 19 maart 2024 te Westerhaar-Vriezenveense, gemeente Twenterand

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 412 planten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

2

hij op of omstreeks 19 maart 2024 te Westerhaar-Vriezenveense, gemeente Twenterand tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen stoffen en/of voorwerpen heeft bereid, bewerkt, verwerkt, te koop aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, vervaardigd of voorhanden gehad, te weten

- een drukspuit,

- 18, althans een of meerdere, armaturen met assimilatielampen,

- een koolstoffilter,

- een of meerdere buizen (behorende tot het irrigatiesysteem) en/of

- een aan- en afzuiginstallatie,

waarvan hij en zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten;

3

hij op of omstreeks 19 maart 2024 te Westerhaar-Vriezenveense, gemeente Twenterand

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 22,405 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

4

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 december 2022 tot en met 19 maart 2024 te Westerhaar-Vriezenveense, gemeente Twenterand tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, elektriciteit/stroom, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Enexis Netbeheer B.V., in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking.

3. De bewijsmotivering

De vaststaande feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op grond van het dossier en het verhandelde ter zitting de volgende feiten en omstandigheden vast, welke ter zitting ook niet ter discussie hebben gestaan.

Op 19 maart 2024 is in het pand aan de [adres 2] , welk pand op dat moment werd bewoond door verdachte en zijn echtgenoot [medeverdachte] , tevens medeverdachte, in een ruimte in de kelder een hennepkwekerij met 412 hennepplanten aangetroffen. In een andere ruimte zijn goederen aangetroffen die worden gebruikt in hennepkwekerijen, waaronder armaturen, aangesloten assimilatielampen en een koolstoffilter. Voorts zijn in het pand zakken met henneptoppen (20,09 kilogram) en hennepgruis (2,324 kilogram) aangetroffen. Daarnaast is op dit adres elektriciteit afgenomen zonder dat daarvoor is betaald aan de netbeheerder Enexis. Dit was mogelijk doordat de verzegeling van de hoofdaansluitkast was verbroken.

De verklaring van verdachte

Verdachte heeft verklaard dat hij op de hoogte was van de aanwezigheid van de hennepkwekerij en een hoeveelheid hennep in zijn woning, maar dat hij zich daarmee niet heeft bemoeid en vanwege zijn werkzaamheden als eigenaar en kok van een restaurant veelal niet thuis was.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit voor alle ten laste gelegde feiten omdat verdachte:

niet actief heeft bijgedragen aan de hennepteelt (feit 1 impliciet primair), dan wel dat hij geen mogelijkheid had de situatie te beëindigen vanwege de te verwachten risico’s die dat met zich zou brengen (feit 1 impliciet subsidiair),

niet actief heeft bijgedragen aan de voorbereiding van de hennepteelt (feit 2),

hoewel op de hoogte van de aanwezigheid van de hennep in de woning, slechts een passieve houding heeft aangenomen (feit 3) en

op geen enkele wijze betrokken is geweest bij of op de hoogte was van de diefstal van elektriciteit (feit 4).

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder feit 2 en feit 4 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij. Het onder feit 1 en feit 3 ten laste gelegde acht de rechtbank daarentegen wel wettig en overtuigend bewezen. Hieronder zal de rechtbank nader op de feiten ingaan, waarbij, gelet op hun samenhang, deze gezamenlijk zullen worden besproken.

De rechtbank dient allereerst de vraag te beantwoorden of verdachte kan worden aangemerkt als teler, zoals onder feit 1 impliciet primair is ten laste gelegd. Om tot een bewezenverklaring van het (medeplegen van het) telen van hennep te komen moet worden bewezen dat verdachte daaraan een actieve bijdrage heeft geleverd. Uit het dossier blijkt op geen enkele wijze welke rol verdachte zou hebben gehad bij de hennepteelt. [medeverdachte] heeft bij de politie verklaard dat hij verantwoordelijk is voor het laten plaatsen van de hennepkwekerij. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij zich niet heeft bemoeid met de hennepkwekerij, maar wel wist van de aanwezigheid daarvan. Buiten zijn wetenschap van het bestaan van de hennepkwekerij is van enige actieve betrokkenheid bij de teelt niet gebleken. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van het (medeplegen van het) telen van de hennep.

Vervolgens dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of verdachte de hennepplanten opzettelijk aanwezig heeft gehad, zoals onder feit 1 impliciet subsidiair is ten laste gelegd. Hoewel de omstandigheden als hiervoor omschreven onvoldoende zijn voor het (medeplegen van het) telen van hennep, zijn deze wel voldoende voor een bewezenverklaring van het door verdachte opzettelijk medeplegen van het aanwezig hebben van de hennep. Het opzettelijk aanwezig hebben betreft immers een passieve gedraging, waarvoor het voldoende is dat verdachte ondanks zijn wetenschap en beschikkingsmacht geen einde heeft gemaakt aan de situatie. Vast staat dat verdachte samen met [medeverdachte] op de hoogte was van de aanwezigheid van de hennepkwekerij in de kelder van hun woning. Verdachte was hiervan niet alleen op de hoogte, maar heeft zich ook meerdere keren in de ruimte begeven waarin de hennepkwekerij stond. Uit de verklaring van verdachte blijkt dat hij zich op geen enkele wijze heeft gedistantieerd van de situatie en ook niet heeft geprobeerd hier een einde aan te maken, terwijl dit wel van hem had mogen worden verwacht. De rechtbank acht daarom bewezen dat verdachte samen met [medeverdachte] 412 hennepplanten opzettelijk aanwezig heeft gehad, zoals onder feit 1 (impliciet subsidiair) is ten laste gelegd.

De rechtbank acht ook bewezen dat verdachte samen met [medeverdachte] opzettelijk een hoeveelheid van ruim 22 kilogram hennep aanwezig heeft gehad, zoals onder feit 3 is ten laste gelegd. Deze hennep lag (onder meer) opgeslagen in de badkamer, een ruimte waarvan verdachte dagelijks gebruik maakte. Verdachte heeft bovendien verklaard dat hij wist dat er hennep in zijn woning lag opgeslagen. Hieruit volgt dat deze zich binnen zijn machtssfeer (en die van [medeverdachte] ) bevond en dat hij daarover kon beschikken. Het verweer van de verdediging dat bij verdachte slechts sprake was van passieve betrokkenheid bij dit feit, wordt door de rechtbank verworpen. Verdachte was op de hoogte van de aanwezigheid van de hennep in zijn woning, zag de zakken daadwerkelijk liggen en liet dit ondanks die kennis bewust in stand.

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan (het medeplegen van) de diefstal van elektriciteit, zoals onder feit 4 is ten laste gelegd. Op grond van het dossier kan niet worden vastgesteld dat verdachte betrokken was bij het wegnemen van de elektriciteit. Het enkele gegeven dat het een feit van algemene bekendheid is dat bij een hennepkwekerij elektriciteit wordt weggenomen, is niet voldoende. Daarom volgt vrijspraak voor dit feit.

De rechtbank acht ook niet bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan (het medeplegen van) voorbereidingshandelingen voor hennepteelt, zoals onder feit 2 is ten laste gelegd. De rechtbank overweegt daartoe dat in de woning van verdachte weliswaar voorwerpen zijn aangetroffen die geschikt zijn voor de hennepteelt, maar dat uit het dossier op geen enkele wijze blijkt van gedragingen van verdachte die strekten tot de voorbereiding daarvan. Dit betekent dat de rechtbank verdachte ook van dit feit vrijspreekt.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 19 maart 2024 te Westerhaar-Vriezenveensewijk, gemeente Twenterand,

tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad in een pand aan de [adres 2] 412 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

3.

hij op 19 maart 2024 te Westerhaar-Vriezenveensewijk, gemeente Twenterand,

tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 22,405 kilogram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en in de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet (OW). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 en feit 3

telkens het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel.

5. De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

6. De op te leggen straf of maatregel

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een taakstraf van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden met een proeftijd van drie jaren.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht om in het geval van een bewezenverklaring aan verdachte een taakstraf van 120 uren op te leggen.

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennep en 412 hennepplanten. De hennepplanten bevonden zich in een hennepkwekerij in de kelder van het pand waar verdachte samen met [medeverdachte] woonde. Door dit handelen heeft verdachte bijgedragen aan de handel in en verspreiding van softdrugs. Dergelijke activiteiten gaan veelal gepaard met criminaliteit en veroorzaken overlast. Het handelen van verdachte lijkt uitsluitend te zijn ingegeven door financieel gewin, zonder rekening te houden met de mogelijke gevolgen daarvan. De rechtbank rekent dit alles verdachte aan.

De rechtbank heeft kennisgenomen van een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van verdachte van 21 januari 2026. Hieruit volgt dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf gelet op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) en wat in soortgelijke zaken doorgaans wordt opgelegd. De rechtbank heeft in strafmatigende zin rekening gehouden met de omstandigheid dat, hoewel verdachte juridisch als medepleger kan worden aangemerkt, hij bij de uitvoering van de feiten geen initiërende of leidinggevende rol heeft vervuld. Verdachte had slechts een ondergeschikte rol ten aanzien van de in zijn woning aangetroffen hennepkwekerij. Tot slot heeft de rechtbank meegewogen dat er inmiddels twee jaren zijn verstreken sinds het aantreffen van de hennepkwekerij.

Alles afwegend acht de rechtbank een taakstraf van 100 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een maand met een proeftijd van twee jaren passend en geboden. Het voorwaardelijke deel dient als stok achter de deur om verdachte ervan te weerhouden opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten te plegen.

7. De schade van de benadeelde partij Enexis (feit 4)

Enexis heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces en vordert een schadevergoeding. De rechtbank acht echter niet bewezen dat verdachte het onder feit 4 ten laste gelegde heeft begaan. Volgens de wet kan de strafrechter dan geen schadevergoeding toekennen aan een benadeelde. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering.

8. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c en 22d en 57 Sr.

9. De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder feit 2 en feit 4 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder feit 1 en feit 3 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder feit 1 en feit 3 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feiten

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 en feit 3, telkens het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder feit 1 en 3 bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (een) maand;

- bepaalt dat deze gevangenisstraf in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren de navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 100 (honderd) uren;

- beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 (vijftig) dagen;

- beveelt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste zestig dagen doorgebracht in verzekering, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt;

schadevergoeding

- bepaalt dat de benadeelde partij Enexis Netbeheer B.V. (feit 4) in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Wentink, voorzitter, mr. P.M.F. Schreurs en

mr. M.S. de Waard, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.R. Kuiper, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2026.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2024114908. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

T.a.v. de feiten 1 en 3:

1.

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 16 maart 2026, voor zover inhoudend de verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:

Vanaf november 2023 bevond zich in mijn woning gelegen aan de [adres 2] een hennepkwekerij. Ik ben een aantal keer in die kwekerij geweest. Er lag ook een hoeveelheid hennep in mijn woning.

2.

Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte] van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van 20 maart 2024, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 191 tot en met 197:

V: Wist je dat er een hennepkwekerij in jullie woning aanwezig was?A: Ik had wel een vermoeden ja.

V: Een deel van de kwekerij is geoogst aangetroffen. Wat is er met de oogst van de hennepkwekerij gebeurd?

A: Niets, dat lag er dus nog.

3.

Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij van verbalisanten [verbalisant 3] ,

[verbalisant 4] en [verbalisant 1] , van 23 april 2024, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 11 tot en met 19:

In de woning aan de [adres 2] werd op 19 maart 2024 binnengetreden.

Er zijn meerdere sealbags met henneptoppen (en restafval/gruis van hennep) aangetroffen. In de toiletruimte van de kelder-slaapkamer, de kantoorruimte achter de keuken en in de wasruimte werd respectievelijk 15,972 kg, 0,986 kg en 3,132 kg aangetroffen.

Kweekruimte 1

Er werd een volledig ingerichte kweekruimte aangetroffen met 412 hennepplanten. De potten waren voorzien van een irrigatiesysteem. Boven de planten hingen armaturen met assimilatielampen, een koolstoffilter en een ventilator met een vermogen van 100 watt. De luchtverversing en luchtafvoer werd geregeld door een aan- en afzuiginstallatie.

Vaststelling hennep

Wij constateerden op grond van onze kennis en ervaring, opgedaan bij eerdere ontmantelingen van hennepkwekerijen, dat het hennepplanten waren.

4.

Een schriftelijk bescheid, te weten een kennisgeving van inbeslagneming/eerste beslissing van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 83:

Plaats: [adres 2] , [adres 2]

Datum: 19 maart 2024

Omstandigheden: hennep ‘gruis’ lag beneden in de slaapkamer bij het toilet. Lag in een sealbag.

Object: verdovende mid (hennep)

Totale hoeveelheid: 2,324 kg

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?