RECHTBANK OVERIJSSEL
Strafrecht
Zittingsplaats Almelo
raadkamernummer : 25-026977
Beschikking van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klager] ,
geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats],
domicilie kiezende te [woonplaats],
hierna te noemen: de klager, tevens beslagene,
bijgestaan door mr. J. Michels, advocaat te Oldenzaal.
1. Het verloop van de procedure
Het klaagschrift is gedateerd 20 oktober 2025 en is op diezelfde dag op de griffie van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, ontvangen. Het klaagschrift is namens klager ingediend door mr. J. Michels.
Het klaagschrift ziet op een ingevolge artikel 94 Sv gelegd en gehandhaafd beslag op een auto, merk Volkswagen, type T-Roc, (Duits) kenteken [kenteken] (hierna: de personenauto). Er wordt -zakelijk weergegeven- geklaagd over de handhaving van het beslag en het uitblijven van een last tot teruggave.
Het klaagschrift is behandeld op de openbare zitting van de raadkamer van 1 april 2026. Bij de behandeling zijn de officier van justitie mr. C.P. Dronkers en de raadsman gehoord. Klager is behoorlijk opgeroepen maar niet verschenen.
De zaak is eerder behandeld op 3 december. De zaak is toen aangehouden tot 7 januari 2026 in afwachting van een beslissing van de Hoge Raad op een eerder gegrond verklaard klaagschrift inbeslagname in een vergelijkbare kwestie. De behandeling is op 7 januari 2026 wederom geschorst tot de terechtzitting van 1 april 2026 omdat de Hoge Raad op die datum nog geen uitspraak had gedaan.
De raadkamer heeft kennis genomen van het door de officier van justitie overgelegde dossier van de strafzaak, naar aanleiding waarvan de inbeslagneming heeft plaatsgevonden. De raadkamer heeft daarnaast kennis genomen van de door de officier van justitie overgelegde conclusie met betrekking tot de omstandigheden waaronder het beslag heeft plaatsgevonden en het standpunt van het Openbaar Ministerie met betrekking tot het al dan niet handhaven van het beslag.
2. De standpunten van klager, de raadsman en de officier van justitie
Standpunt van klager en zijn raadsman
De raadsman heeft zich namens klager schriftelijk op het standpunt gesteld dat het klaagschrift gegrond moet worden verklaard, dat het beslag moet worden opgeheven en dat de in beslag genomen personenauto aan klager moeten worden teruggegeven. Klager is – via een operational-lease constructie – de rechthebbende en kentekenhouder van de personenauto. Garagebedrijf VAG Groep te Duiven zal de kilometer-blocker uitbouwen. Klager heeft het voertuig dagelijks nodig en verbeurdverklaring van de auto, dan wel de onttrekking daarvan aan het verkeer door de later oordelende feitenrechter is niet te verwachten.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het klaagschrift gegrond dient te worden verklaard met dien verstande dat de kilometer-blocker wordt gedemonteerd en onttrokken aan het verkeer en dat de auto terug kan naar klager nadat er een deugdelijke kilometerteller met de juiste kilometerstand is ingebouwd.
3. De bevoegdheid van de rechtbank
De rechtbank Overijssel is bevoegd van het klaagschrift kennis te nemen.
4. De ontvankelijkheid
Het klaagschrift is ontvankelijk.
5. De beoordeling
Feiten en omstandigheden
Op 14 oktober 2025 reed [naam] met voornoemde aan klager toebehorende personenauto op de Langestraat in Delden. In verband met een controle op de naleving van de bij of krachtens de WVW gestelde voorschriften is [naam] bevolen de auto aan de Langestraat stil te zetten zodat (technisch) onderzoek aan de auto kon worden verricht. Uit de technische controle kwam naar voren dat de personenauto was voorzien van een zogenaamde kilometer-blocker.
Met een dergelijk apparaat kan de werking van de kilometerteller van een auto worden beïnvloed waardoor de op de teller weergegeven afstand niet overeenkomt met de door die auto werkelijk afgelegde afstand. De auto is in verband met het voorgaande door verbalisanten in beslag genomen. Uit nader forensisch onderzoek bleek dat met het in de Volkswagen T-Roc aangetroffen apparaat daadwerkelijk kilometerstand-fraude was gepleegd.
Maatstaf
Het beklag richt zich tegen een beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv. De rechter dient daarom a) te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo neen, b) de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp aan de beslagene te gelasten, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende van dat voertuig moet worden beschouwd.
Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave indien het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer het voorwerp kan dienen om de waarheid aan de dag te brengen. Voorts verzet het door artikel 94 Sv beschermde belang van strafvordering zich tegen teruggave indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.
In een geval waarin het belang van strafvordering het voortduren van een op de voet van artikel 94 Sv gelegd beslag niet meer vordert en waarin een derde op de voet van artikel 552a Sv een klaagschrift heeft ingediend strekkende tot teruggave, dient de rechter te beoordelen of de klager die stelt rechthebbende te zijn, inderdaad redelijkerwijs als rechthebbende op het inbeslaggenomen goed kan worden aangemerkt.
De raadkamer stelt voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Niet gevergd kan worden dat ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak wordt getreden. Daarvoor is in de beklagprocedure geen plaats omdat ten tijde van een dergelijke procedure veelal het dossier zoals dat uiteindelijk aan de raadkamer ter behandeling zal worden voorgelegd, nog niet compleet is en omdat voorkomen moet worden dat de beklagraadkamer vooruit loopt op het in de hoofd- of de ontnemingszaak te geven oordeel. De raadkamer tekent hier echter bij aan dat moet worden beslist op grond van alle relevante feiten en omstandigheden van het geval op het moment van het beoordelen van het beklag. Het beperkte karakter van de beklagprocedure komt tot uitdrukking in enkele van de aan te leggen toetsingsmaatstaven (Hoge Raad 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654).
Wettelijk kader
In artikel 70m WVW is als misdrijf strafbaar gesteld het (laten) manipuleren van de tellerstand van voertuigen op zodanige wijze dat de op de teller aangegeven afstand niet overeenkomt met de door dat motorrijtuig werkelijk afgelegde afstand. In artikel 3 lid 2 (onder verwijzing naar artikel 2 lid 3) van het Besluit Voertuigen is het de eigenaar van een voertuig verboden om dat voertuig te (laten) rijden indien in dat voertuig een apparaat aanwezig is dat geschikt is om de kilometerteller van een motorrijtuig stil te zetten, of op andere wijze te manipuleren. Uit artikel 36c Sr volgt dat auto’s vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, indien zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.
Overwegingen
Op grond van de stukken en de behandeling op de zitting overweegt de raadkamer als volgt.
Klager wenst de aan hem toebehorende personenauto terug te krijgen. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de personenauto kan worden teruggegeven aan klager als rechthebbende met dien verstande dat de uit het voertuig gedemonteerde kilometer-blocker moet worden onttrokken aan het verkeer en dat de personenauto terug kan naar klager nadat er een deugdelijke kilometerteller met de juiste kilometerstand is ingebouwd.
De vraag die voorligt is of de auto waarin manipulatie middels een daarin gemonteerde kilometer-blocker heeft plaatsgevonden dusdanig gevaarzettend voor de verkeersveiligheid is dat dit grond oplevert om die auto te onttrekken aan het verkeer omdat het ongecontroleerde bezit van een dergelijke auto in strijd zou zijn met de wet of het algemeen belang.
De officier van justitie heeft zich uiteindelijk na kennisneming van de conclusie van de advocaat-generaal bij de Hoge Raad in de zaak die geleid heeft tot het arrest van de Hoge Raad op 17 maart 2026 ECLI:NL:HR:2026:353 op het standpunt gesteld dat het beslag op de auto kan worden opgeheven en dat de auto na demonteren van de kilometer-blocker kan worden teruggegeven aan de rechthebbende, i.c. klager [klager]. De reden voor opheffing van het beslag is dat er geen aanwijzingen zijn dat de auto na demonteren van de kilometer-blocker een gevaar voor de verkeersveiligheid zou kunnen zijn, terwijl ook overigens niet gebleken is van feiten en omstandigheden die aan teruggave van de auto na demonteren van de kilometer-blocker is de weg staan.
Uit het proces-verbaal FO Verkeer blijkt dat de versnellingsbak van het voertuig zelf een kilometerstand bijhoudt. De verbalisant heeft met behulp van de daarvoor bestemde diagnoseapparatuur de kilometerstand uitgelezen. Gebleken is dat de kilometerstand aanzienlijk meer was dan de kilometerstand die het dasboard weergaf.
De raadkamer overweegt dat in Nederland aan de hand van de Nationale Auto Pas kan worden vastgesteld of de kilometerteller van een auto is teruggedraaid. In geval sprake is van een teruggedraaide/gemanipuleerde kilometerstand wordt een dergelijke auto na inbeslagneming niet zonder meer onttrokken aan het verkeer. Immers kan vanwege een gemanipuleerde kilometerstand niet zonder meer de conclusie worden getrokken, laat staan dat in dat geval vastgesteld kan worden dat de verkeersveiligheid in het geding is. Daarvan onderscheiden moet worden de situatie waarin sprake is van een auto die niet kan worden geïdentificeerd omdat de oorspronkelijke VIN (zoals die fabrieksmatig is aangebracht) van een of meer hoofdonderdelen, zijnde het chassis, de carrosserie en de aandrijflijn, niet (meer) is te herleiden doordat deze ontbreekt of is vervalst. (Zie artikel 2.1 van de Regeling voertuigen. De RDW kan op grond van dit artikel een VIN vaststellen. Volgens artikel 5, vierde lid, van de Bijlage bij deze regeling wordt geen VIN vastgesteld indien één of meer hoofdonderdelen niet zijn te identificeren of indien blijkt dat één of meer hoofdonderdelen van diefstal afkomstig zijn).
De raadkamer is van oordeel dat bij de onderhavige auto niet is gebleken dat de auto gevaarlijk is voor de veiligheid in het verkeer en om die reden zou moeten worden vernietigd omdat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet of het algemeen belang. De raadkamer vermag overigens ook niet in te zien dat een auto - na het verwijderen van een verboden kilometer-blocker en eventueel ook nog met een gemanipuleerde kilometerstand - een zodanig groot gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert dat een dergelijke auto nooit meer in het verkeer zou mogen komen. Een genoegzame motivering hiervoor ontbreekt.
Het belang van de strafvordering noopt naar het oordeel van de raadkamer niet tot het nog langer laten voortduren van het beslag op de auto waarvoor bij het ontbreken van een deugdelijke onderbouwing van het gevaar dat samenhangt met het weer in het verkeer brengen van de auto na verwijdering van de (ook) inbeslaggenomen en verboden kilometer-blocker geen dringende redengevende gronden zijn.
Nu de versnellingsbak van de personenauto bovendien zelf de juiste kilometerstand bijhoudt, is de raadkamer van oordeel dat niet blijkt van enig nadeel in het handelsverkeer. Na demontage van de kilometer-blocker is het bezit van de auto niet meer in strijd is met de wet of het algemeen belang.
Uit de stukken is gebleken dat tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging reeds contact is geweest over het laten uitbouwen op kosten van de rechthebbende van de kilometer-blocker via VAG Groep in Duiven en montage van een deugdelijke kilometerteller met de juiste kilometerstand in de auto.
In het licht van al hetgeen hiervoor is overwogen, is de raadkamer van oordeel dat niet gezegd kan worden dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van de personenauto na demontage van de kilometer-blocker zal bevelen, evenmin naar aanleiding van een afzonderlijke vordering daartoe als bedoeld in artikel 36b, eerste lid onder 4°, Sr in verbinding met art 552f Sv.
5. De beslissing
De raadkamer:
Deze beschikking is gegeven door mr. B.W.M. Hendriks, rechter, in tegenwoordigheid van K.M. Barin, griffier, ondertekend door de rechter en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.