ECLI:NL:RBOVE:2026:1746

ECLI:NL:RBOVE:2026:1746

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 02-04-2026
Datum publicatie 02-04-2026
Zaaknummer 08-084276-25 (P)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Almelo

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 200 uren en ontzegt hem de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. De verdachte is schuldig bevonden aan een verkeersovertreding, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht, meermalen gepleegd.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08-084276-25 (P)

Datum vonnis: 2 april 2026

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats],

wonende aan de [woonplaats].

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 19 maart 2026.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. M.Ü. Özsüren, advocaat in Harderwijk, naar voren is gebracht.

Ook heeft de rechtbank kennis genomen van de door [slachtoffer 1] voorgedragen slachtofferverklaring.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 16 juli 2024 in Delden als bestuurder van een bedrijfsauto:

primair: een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft veroorzaakt waardoor aan [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1]) en [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2]) (zwaar) lichamelijk letsel is toegebracht;

subsidiair: zich zodanig op de weg heeft gedragen dat daardoor gevaar op die weg werd veroorzaakt en/of het verkeer werd gehinderd;

meer subsidiair: zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij op 16 juli 2024 te Delden in de gemeente Hof van Twente als bestuurder van een voertuig

(bedrijfsauto, Volkswagen crafter), komende uit de richting Goor, daarmede heeft gereden over de N346 te Delden,

roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of

terwijl op grond van tijdelijke wegwerkzaamheden op de N346 te Delden, tijdelijke verkeerslichten het verkeer regelden en dit werd aangegeven op een afstand van 200 meter door middel van borden conform model J32 en door middel van borden conform model T53-X62-X02 met onderbord OB401-T op een afstand van 300 meter en/of

terwijl voor bovenvermelde verkeerslichten meerdere motorrijtuigen op de weg stilstonden,

- heeft gereden met een gemiddelde snelheid van 100 kilometer per uur, in elk geval met een

hogere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 80 kilometer per uur, in elk

geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of

- in strijd met artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een mobiel elektronisch apparaat (een mobiele telefoon) heeft vastgehouden en/of de mobiele telefoon meerdere keren heeft gebruikt en/of bediend en/of

- ( daarbij) niet (voortdurend) de controle over het door hem bestuurde voertuig heeft gehouden en/of

- niet of onvoldoende heeft geanticipeerd op het voor hem rijdende verkeer en/of zijn snelheid niet of onvoldoende heeft aangepast en/of

- zijn aandacht niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en/of de

(verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of gehad en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van de door hem bestuurde personenauto niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was de personenauto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of

(vervolgens) heeft hij, verdachte, toen het voor hem uit rijdende verkeer snelheid had verminderd en/of tot stilstand was gekomen (met nagenoeg onverminderde snelheid) een kettingbotsing veroorzaakt, althans is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, een voor hem uit langzamere rijdend of stilstaande meerdere voertuigen (personenauto’s en/of bedrijfsauto’s) (welke op hun beurt zijn gebotst tegen, althans in aanrijding zijn gekomen met, een of meerdere andere voertuigen (personenauto’s en/of bedrijfsauto’s)),

en aldus heeft hij, verdachte, zich zodanig gedragen dat een aan zijn schuld te wijten

verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor aan ander(en),

- genaamd [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of

- genaamd [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op 16 juli 2024 te Delden in de gemeente Hof van Twente als bestuurder van een voertuig

(bedrijfsauto, Volkswagen crafter), komende uit de richting Goor, daarmede heeft gereden over de N346 te Delden en naderend en tijdelijke , voor welke voornoemde brug meerdere motorrijtuigen op die weg stilstonden,

terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of

terwijl op grond van tijdelijke wegwerkzaamheden op de N346 te Delden, tijdelijke verkeerslichten het verkeer regelden en dit werd aangegeven op een afstand van 200 meter door middel van borden conform model J32 en door middel van borden conform model T53-X62-X02 met onderbord OB401-T op een afstand van 300 meter en/of

terwijl voor bovenvermelde verkeerslichten meerdere motorrijtuigen op de weg stilstonden,

- heeft gereden met een gemiddelde snelheid van 100 kilometer per uur, in elk geval met een

hogere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 80 kilometer per uur, in elk

geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of

- in strijd met artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een mobiel elektronisch apparaat (een mobiele telefoon) heeft vastgehouden en/of de mobiele telefoon meerdere keren heeft gebruikt en/of bediend en/of

- ( daarbij) niet (voortdurend) de controle over het door hem bestuurde voertuig heeft gehouden en/of niet of onvoldoende heeft geanticipeerd op het voor hem rijdende verkeer en/of zijn snelheid niet of onvoldoende heeft aangepast en/of

- zijn aandacht niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en/of de

(verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of gehad en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van de door hem bestuurde personenauto niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was de personenauto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of

(vervolgens) heeft hij, verdachte, toen het voor hem uit rijdende verkeer snelheid had verminderd en/of tot stilstand was gekomen (met nagenoeg onverminderde snelheid) een kettingbotsing veroorzaakt, althans is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, een voor hem uit langzamere rijdend of stilstaande meerdere voertuigen (personenauto’s en/of bedrijfsauto’s) (welke op hun beurt zijn gebotst tegen, althans in aanrijding zijn gekomen met, een of meerdere andere voertuigen (personenauto’s en/of bedrijfsauto’s)),

en door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon

worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 16 juli 2024 te Delden, gemeente Hof van Twente als bestuurder van een

voertuig (bedrijfsauto) rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, N346, zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, immers heeft hij, verdachte, toen het voor hem uit rijdende verkeer snelheid had verminderd en/of tot stilstand was gekomen (met nagenoeg onverminderde snelheid) een kettingbotsing veroorzaakt, althans is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, een voor hem uit langzamere rijdend of stilstaande meerdere voertuigen (personenauto’s en/of bedrijfsauto’s) (welke op hun beurt zijn gebotst tegen, althans in aanrijding zijn gekomen met, een of meerdere andere voertuigen (personenauto’s en/of bedrijfsauto’s)).

3. De bewijsmotivering

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden, waardoor het verkeersongeval aan de schuld (aanmerkelijke schuld) van verdachte is te wijten in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994). Door het ongeval heeft [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel opgelopen en heeft [slachtoffer 2] zodanig lichamelijk letsel opgelopen dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering van de normale bezigheden is ontstaan.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994 en verzoekt verdachte vrij te spreken van het primair ten laste gelegde. Daartoe heeft de raadsman bepleit dat de gedragingen van verdachte, bezien in hun onderlinge samenhang en tegen de achtergrond van de concrete omstandigheden van het geval, niet kunnen worden aangemerkt als een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Er kan worden gesproken van een moment van onoplettendheid in een complexe en onverwachte verkeerssituatie. Het subsidiair ten laste gelegde artikel 5 WVW 1994 kan wettig en overtuigend bewezen worden verklaard, aldus de raadsman.

Het oordeel van de rechtbank

De vaststelling van de feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast.

Op 16 juli 2024 reed verdachte als bestuurder van een bedrijfsauto (merk Volkswagen Crafter, kenteken [kenteken 1]) over de N346 in Delden komende uit de richting van Goor en gaande in de richting van Hengelo. De N346 betreft een rechte weg en is verdeeld in twee rijstroken die gescheiden worden door een dubbele doorgetrokken markering met daartussen een verdrijvingsvlak. De maximumsnelheid ter plaatse is 80 kilometer per uur. Verdachte was ter plaatse bekend.

Op de N346 waren tijdelijke verkeersmaatregelen van kracht als gevolg van wegwerkzaamheden en hierdoor waren tijdelijke verkeerslichten geplaatst. Dit werd aangegeven met bebording op een afstand van 200 meter door middel van borden conform model J32 van bijlage 1 van het RVV 1990 (tijdelijk verkeerslicht) en borden conform model T53-X62-X02 met onderbord OB401-T (wegversmalling) op een afstand van 300 meter.

Op 16 juli 2024 omstreeks 12:34 uur stonden ten gevolge van de wegwerkzaamheden voertuigen op een afstand van 250 meter voor de tijdelijke verkeerslichten stil. Verdachte reed met zijn voertuig achter op het voertuig van [slachtoffer 1], een Huyndai H200, kenteken [kenteken 2]. [slachtoffer 1] botste hierdoor tegen het zich voor hem bevindende voertuig bestuurd door [slachtoffer 2], een VW Passat, kenteken [kenteken 3], die op zijn beurt weer tegen het zich voor hem bevindende voertuig botste. Er ontstond een kettingbotsing, waarbij in totaal vijf voertuigen betrokken waren. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] liepen daarbij letsel op.

Het wettelijk kader ‘schuld’ in de zin van artikel 6 WVW 1994

Voor een bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde artikel 6 WVW 1994 is onder meer vereist dat het verkeersongeval aan de schuld van verdachte te wijten is. Voor schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994 moet in ieder geval sprake zijn van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid, onachtzaamheid en/of onoplettendheid van verdachte. Daarbij geldt dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor bewezenverklaring van schuld in vorenbedoelde zin. Gekeken moet worden naar het geheel van gedragingen van verdachte, naar de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding(en) en verder naar de omstandigheden waaronder die overtreding(en) is (of zijn) begaan. Een enkel moment van onoplettendheid in het verkeer hoeft geen schuld op te leveren.

De rechtbank stelt voorop dat verdachte, net als iedere andere verkeersdeelnemer, de voortdurende zorgplicht heeft om te anticiperen op komende verkeerssituaties en zich te vergewissen van de eventuele aanwezigheid van ander verkeer. Verdachte heeft een aantal verkeersovertredingen begaan en gehandeld in strijd met de zorgvuldigheid die van hem als weggebruiker mocht worden verwacht.

Verdachte heeft verklaard dat hij het 300 meter bord heeft gezien. Het verkeer komende uit de richting van Goor had op een afstand van ten minste 285 meter zicht op de verkeersborden die de wegversmalling aangaven en het zicht op de verkeersborden werd niet gehinderd door obstakels in de omgeving. Daar komt bij dat voorafgaand aan de plaats van het ongeval de weg een flauwe bocht naar rechts beschreef. Het verloop van de weg (bocht), de tijdelijke en recente gewijzigde verkeersituatie en de plaatsing en betekenis van de waarschuwingsborden worden door de verdediging aangevoerd als omstandigheden die in disculperende zin zouden moeten meewegen. De rechtbank is echter van oordeel dat het voorgaande bij verdachte juist tot verhoogde alertheid en extra oplettendheid had moeten leiden. De bestuurders van de andere stilstaande voertuigen hebben hun voertuig immers wel tijdig tot stilstand kunnen brengen.

Verdachte reed in aanloop naar het verkeersongeval met een snelheid van ongeveer 100 kilometer per uur en op het moment van aanrijding met een snelheid van ongeveer 94 kilometer per uur. Het verkeersongeval heeft plaatsgevonden om 12:34:13 uur en rond 12:34:12 reed verdachte nog met een snelheid van 101 kilometer per uur. Verdachte heeft de toegestane maximumsnelheid van 80 kilometer per uur in ernstige mate overschreven en veel harder gereden dan voor een veilige verkeerssituatie ter plaatse verantwoord en geboden was. Hij had zijn snelheid meteen moeten aanpassen en matigen. Dit klemt temeer nu hij het 300 meter bord heeft gezien. Om 12:33:58 reed verdachte met een snelheid van 97 kilometer per uur. Verdachte is dus na het dit bord niet zachter, maar zelfs op momenten harder gaan rijden.

De politie heeft nader onderzoek verricht naar het gebruik van de telefoon van verdachte. Het scherm van de telefoon was van 12:24:20 uur tot 12:35:08 uur aan. Om 12:32:49 uur werd de app YouTube actief en om 12:35:06 uur werd de app YouTube afgesloten. Uit dit onderzoek stelt de rechtbank vast dat ten tijde van het verkeersongeval de telefoon van verdachte ontgrendeld was, dat het beeldscherm aanstond en dat YouTube de actieve toepassing was. De verklaring van verdachte dat hij zijn telefoon niet heeft vastgehouden, gebruikt en bediend tijdens het besturen van zijn auto acht de rechtbank ongeloofwaardig. Met betrekking tot het gebruik van YouTube wordt er meerdere keren gewisseld tussen de statussen ‘playing’ en ‘stopped’. Deze handelingen zijn niet verklaarbaar zonder tussenkomst van een gebruiker. Naar het oordeel van de rechtbank kan daarom worden vastgesteld dat het telefoongebruik van verdachte een aanzienlijke rol heeft gespeeld bij het ontstaan van het verkeersongeval. Verdachte heeft door het telefoongebruik niet slechts gedurende één moment van onoplettendheid, maar gedurende langere tijd in onvoldoende mate gelet op het voor hem bevindende verkeer. Zijn handelen was zeer gevaarzettend.

Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat verdachte niet voortdurend de controle over het door hem bestuurde voertuig heeft gehouden, dat hij niet heeft geanticipeerd op het voor hem rijdend verkeer, dat hij zijn aandacht onvoldoende bij de weg heeft gehad en dat hij zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was het voertuig tot stilstand te brengen. Verdachte had bij normale oplettendheid, die van de gemiddelde bestuurder mag worden verwacht, nog ruim op tijd kunnen reageren en zijn snelheid aan kunnen passen om vervolgens tijdig te kunnen remmen en tot stilstand te komen.

Het letsel van de slachtoffers

Voor een bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde artikel 6 WVW 1994 is tevens vereist dat als gevolg van het ongeval sprake is van zwaar lichamelijk letsel, dan wel zodanig letsel dat hierdoor tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

Op grond van artikel 82 Wetboek van Strafrecht (Sr) kan onder zwaar lichamelijk letsel onder meer worden begrepen: ziekte die geen uitzicht op volkomen genezing overlaat of voortdurende ongeschiktheid tot uitoefening van ambts- of beroepsbezigheden. Buiten deze gevallen kan lichamelijk letsel ook als zwaar worden beschouwd, indien dat voldoende belangrijk is om naar gewoon spraakgebruik als zodanig te worden aangeduid. Daarbij is het van belang of het oordeel van de rechter iets inhoudt over de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en/of het uitzicht op (volledig) herstel.

Uit de medische informatie betreffende de slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] volgt het volgende.

[slachtoffer 1] heeft als gevolg van het ongeval een ingescheurde ruggenwervel, gekneusde maag aorta en meerdere gebroken ribben. De rechtbank stelt vast dat het hiervoor omschreven letsel van [slachtoffer 1], dat is veroorzaakt door het ongeval, van dien aard was dat medisch ingrijpen noodzakelijk was. Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat het letsel van [slachtoffer 1] als zwaar lichamelijk letsel moet worden aangemerkt.

[slachtoffer 2] heeft als gevolg van het ongeval hoofdpijn, schouder-, rug-, en nekklachten, alsmede concentratieproblemen, vergeetachtigheid, vermoeidheid en angstklachten. Er waren diverse bloeduitstortingen en pijnklachten van zijn linkervoet en rechterknie. Ook was zijn rechterhand blauw en opgezwollen. Hoewel duidelijk is dat de gevolgen voor [slachtoffer 2] groot zijn geweest, is naar het oordeel van de rechtbank niet komen vast te staan dat het letsel in juridische zin als zwaar lichamelijk letsel moet worden aangemerkt. Wel kan het letsel van [slachtoffer 2] worden gekwalificeerd als zodanig lichamelijk letsel, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

De conclusie

Gelet op het samenstel van gedragingen van verdachte, de aard en ernst daarvan en de omstandigheden waaronder die gedragingen hebben plaatsgevonden, is de rechtbank van oordeel dat het verkeersongeval aan de schuld van verdachte te wijten is in de zin van artikel 6 WVW 1994. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam gereden en is er sprake van ernstige schuld. Verdachte heeft uiterst gevaarzettend, aan roekeloosheid grenzend, verkeersgedrag vertoond. De rechtbank komt tot het oordeel dat het rijgedrag van de verdachte de juridische lat van roekeloosheid (net) niet haalt. Dat komt hoofdzakelijk doordat niet kan worden vastgesteld hoe lang de snelheidsovertreding en het gevaarlijke rijgedrag van verdachte hebben geduurd.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 16 juli 2024 te Delden in de gemeente Hof van Twente als bestuurder van een voertuig

(bedrijfsauto, Volkswagen Crafter), komende uit de richting Goor, daarmede heeft gereden over de N346 te Delden,

roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of

terwijl op grond van tijdelijke wegwerkzaamheden op de N346 te Delden, tijdelijke verkeerslichten het verkeer regelden en dit werd aangegeven op een afstand van 200 meter door middel van borden conform model J32 en door middel van borden conform model T53-X62-X02 met onderbord OB401-T op een afstand van 300 meter en/of

terwijl voor bovenvermelde verkeerslichten meerdere motorrijtuigen op de weg stilstonden,

- heeft gereden met een met een hogere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 80 kilometer per uur, en/of

- in strijd met artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een mobiel elektronisch apparaat (een mobiele telefoon) heeft vastgehouden en/of de mobiele telefoon meerdere keren heeft gebruikt en/of bediend en/of

- ( daarbij) niet (voortdurend) de controle over het door hem bestuurde voertuig heeft gehouden en/of

- niet of onvoldoende heeft geanticipeerd op het voor hem rijdende verkeer en/of zijn snelheid niet of onvoldoende heeft aangepast en/of

- zijn aandacht niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en/of de

(verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of gehad en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van de door hem bestuurde personenauto niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was de personenauto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of

(vervolgens) heeft hij, verdachte, toen het voor hem uit rijdende verkeer snelheid had verminderd en/of tot stilstand was gekomen (met nagenoeg onverminderde snelheid) een kettingbotsing veroorzaakt, althans is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, een voor hem uit langzamere rijdend of stilstaande meerdere voertuigen (personenauto’s en/of bedrijfsauto’s) (welke op hun beurt zijn gebotst tegen, althans in aanrijding zijn gekomen met, een of meerdere andere voertuigen (personenauto’s en/of bedrijfsauto’s)),

en aldus heeft hij, verdachte, zich zodanig gedragen dat een aan zijn schuld te wijten

verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor aan ander(en),

- genaamd [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of

- genaamd [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 6 en 175 WVW 1994. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

primair

het misdrijf: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht, meermalen gepleegd.

5. De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

6. De op te leggen straf of maatregel

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 160 uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zes maanden.

Het standpunt van de verdediging

Uitgaande van een bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde, verzoekt de raadsman om verdachte te veroordelen tot een geldboete en geen ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen.

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

De ernst van het feit

Verdachte heeft als bestuurder van een bedrijfsauto op de N346 in Delden een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval (kettingbotsing) veroorzaakt, als gevolg waarvan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] lichamelijk letsel hebben opgelopen. Ter plaatse waren wegwerkzaamheden die ruim tevoren waren aangekondigd met borden op 300 meter en op 200 meter afstand, gevolgd door tijdelijke verkeerslichten. Voor de verkeerslichten stonden meerdere voertuigen stil. Hoewel verdachte verklaart dat hij de bebording op 300 meter afstand heeft gezien, heeft hij de stilstaande voertuigen voor zich in het geheel niet opgemerkt en is hij met nagenoeg onverminderde snelheid van ruim boven de 80 kilometer per uur achter op de file gebotst. Verdachte heeft hierbij eerst het voertuig van [slachtoffer 1] geraakt, die op zijn beurt [slachtoffer 2] heeft geraakt. Uiteindelijk is een kettingbotsing ontstaan waarbij, inclusief verdachte, vijf bestuurders betrokken waren. Uit het onderzoek is gebleken dat verdachte tijdens het rijden afgeleid is geweest door zijn mobiele telefoon. Gebleken is dat de telefoon van verdachte tijdens het rijden en het ongeval ontgrendeld was, het beeldscherm aan was en dat YouTube de actieve toepassing was. Van iedere verkeersdeelnemer mag worden verwacht dat hij of zij de onverdeelde aandacht op het verkeer houdt en zijn of haar rijgedrag daarop aanpast. Verdachte is hierin fors tekort geschoten. Door zijn aandacht voor langere tijd bij zijn telefoon te hebben en niet bij het verkeer, heeft verdachte zeer onvoorzichtig en onoplettend gereden. Duidelijk moet zijn dat het afgeleid zijn door het gebruik van de telefoon tijdens het besturen van een auto letterlijk levens kost. Door zich bezig te houden met zijn mobiele telefoon heeft verdachte niet alleen zijn eigen leven, maar ook dat van zijn mede weggebruikers in gevaar gebracht. Door het verkeersongeval hebben de slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] lichamelijk letsel opgelopen. Uit het door slachtoffer [slachtoffer 1] ter terechtzitting uitgeoefende spreekrecht blijkt dat het ongeval diepgaande gevolgen heeft voor zijn dagelijks leven. Naast een intensief revalidatietraject kampt [slachtoffer 1] met blijvende fysieke beperkingen. Zijn onbegrip over het verkeersongeval is invoelbaar. Dat iedereen levend uit de voertuigen is gekomen, mag een wonder heten.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte van 20 januari 2026. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.

De op te leggen straf of maatregel

De rechtbank heeft bij de bepaling van de straf rekening gehouden met de geldende oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) en met wat in vergelijkbare gevallen doorgaans als straf wordt opgelegd. Daarin wordt gedifferentieerd naar de mate van schuld, de gevolgen voor het slachtoffer en de vraag of en, zo ja, in welke mate er sprake is van alcoholgebruik. De officier van justitie is bij het formuleren van de eis uitgegaan van ‘aanmerkelijke schuld’. De rechtbank komt echter tot de bewezenverklaring van een hogere mate van schuld, namelijk ‘ernstige schuld’. Voor een ongeval als het onderhavige, waarbij sprake is van een ‘ernstige schuld’, geen alcohol en zwaar lichamelijk letsel, geeft het LOVS als oriëntatiepunt een taakstraf voor de duur van 160 uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van één jaar.

Gelet op de bewezenverklaarde gedragingen en mate van schuld acht de rechtbank de door de officier van justitie geformuleerde eis niet passend. De rechtbank legt een hogere straf op dan door de officier van justitie is geëist.

Door de verdediging is verzocht om geen rijontzegging op te leggen. Vanwege de ernst van het bewezenverklaarde, waarbij de rechtbank overweegt dat de schuldgradatie ‘ernstige schuld’ grenst aan roekeloosheid, is geen ruimte voor een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid. Gelet op het feit dat verdachte voor zijn werk afhankelijk is voor zijn rijbewijs, zou een geheel onvoorwaardelijke ontzegging verdachte echter onevenredig hard treffen. Alles afwegend zal de rechtbank aan verdachte een deels voorwaardelijke rijontzegging opleggen, waarbij het voorwaardelijk gedeelte een stok achter de deur moet vormen om zich in de toekomst aan de verkeersregels te houden. De rechtbank zal de proeftijd stellen op twee jaar, nu het ongeval heeft plaatsgevonden in juli 2024 en niet is gebleken dat verdachte sinds het ongeval opnieuw met politie en justitie in aanraking is gekomen. Nu in het voordeel van verdachte wordt afgeweken van de LOVS oriëntatiepunten met het opleggen van een deels voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid, ziet de rechtbank aanleiding om een hogere taakstraf op te leggen dan opgenomen in de LOVS oriëntatiepunten.

Alles afwegende acht de rechtbank het passend en geboden dat aan verdachte ten aanzien van het primair ten laste gelegde wordt opgelegd een taakstraf voor de duur van 200 uren, te vervangen door 100 dagen hechtenis, en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

9. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d Sr en het artikel 179 WVW 1994.

10. De beslissing

1. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 19 maart 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, de verklaring van verdachte:

2. Het proces-verbaal aanrijding misdrijf van 5 februari 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 7-15):

3. Het proces-verbaal Forensisch Onderzoek Verkeer, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 37, 39, 40 en 71):

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

primair, het misdrijf: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht, meermalen gepleegd;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 200 (tweehonderd) uren;

- beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 100 (honderd) dagen;

- ontzegt de verdachte de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 12 (twaalf) maanden;

- bepaalt dat van deze ontzegging een gedeelte van 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren de navolgende voorwaarde niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.H. Heijink, voorzitter, mr. R.G.J. Gehring en

mr. E.C. de Bie, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.J.W. Renskers, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 2 april 2026.

Buiten staat

Mr. R.G.J. Gehring is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2024329552 van 24 februari 2025. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Op 16 juli 2024 reed ik op de mij bekende weg N346 in Delden en ik kwam uit de richting van Goor. Ik zag het 300 meter bord. Ik heb mijn telefoon een heel stuk voor de bocht op de weg tussen Goor en Delden aangezet, de app YouTube geopend en mijn telefoon naast mij op de bijrijdersstoel neergelegd.

Locatie ongeval

Datum: 16 juli 2024

Omstreeks: 12:36 uur

Locatienaam: N346

Plaats: Delden

Wegsituatie: rechte weg

Maximum snelheid: 80 km per uur

Betrokken 1 (voertuig)

Voertuig Bedrijfsauto [kenteken 1] Volkswagen Crafter

Bestuurder

[verdachte] (verdachte)

Betrokken 2 (voertuig)

Voertuig Personenauto [kenteken 4] Kia Picanto

Bestuurder

Achternaam: [betrokkene 1]

Voornamen: [betrokkene 1]

Betrokken 3 (voertuig)

Voertuig Autobus [kenteken 2] Hyundai H-1 h200 kwb 2.

Bestuurder

Achternaam: [slachtoffer 1]

Voornamen: [slachtoffer 1]

Betrokken 4 (voertuig)

Voertuig Personenauto [kenteken 5] Skoda Octavia

Bestuurder

Achternaam: [betrokkene 2]

Voornamen: [betrokkene 2]

Betrokken 5 (voertuig)

Voertuig Personenauto [kenteken 3] Volkswagen Passat

Bestuurder

Achternaam: [slachtoffer 2]

Voornamen: [slachtoffer 2]

Wegsituatie

Wij zagen dat de N346:

voorafgaande aan de plaats van het verkeersongeval een flauwe bocht naar rechts beschreef;

op de plaats van het verkeersongeval een recht wegverloop had;

ter hoogte van het verkeersongeval was verdeeld in 2 rijstroken, die onderling gescheiden werden door dubbele doorgetrokken markering met daartussen een verdrijvingsvlak.

Reguliere verkeersmaatregelen

Wij zagen het volgende:

- de maximumsnelheid bedroeg ter plaatse 80 km/u als gevolg van artikel 62 jo. Verkeersbord A1 van bijlage 1 van het RVV 1990.

Tijdelijke verkeersmaatregelen

Wij zagen dat er, ten tijde van onderzoek ter plaatse, op de N346, tijdelijke verkeersmaatregelen van kracht waren. Wij zagen namelijk dat:

als gevolg van wegwerkzaamheden, tijdelijke verkeerslichten het verkeer regelden;

dit werd aangegeven op een afstand van 200m door middel van borden conform model J32 van bijlage 1 van het RVV 1990;

dit kenbaar werd gemaakt door middel van borden conform model T53-X62-X02 met onderbord OB401-T (300m).

Zicht

Wij stelden vast dat:

voorafgaand aan de plaats van het ongeval beschreef de weg een flauwe bocht naar rechts;

de borden om bestuurders te waarschuwen voor aanwezige wegwerkzaamheden vlak na deze bocht gepositioneerd stonden.

Toedracht

Verkeer komende uit de richting van Goor en gaande in de richting van Hengelo hadden op een afstand van ten minste 285 meter, zicht op de verkeersborden die de wegversmalling aan gaven.

Op dinsdag 16-07-2024 omstreeks 12.34 uur hadden ten gevolge van de wegwerkzaamheden, op de weg van de N346, voertuigen stil gestaan ter hoogte van hm-paal 43.8 op een afstand van 250 meter voor de VRI.

4. Het proces-verbaal van onderzoek gegevens van 26 augustus 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 76-79):

Op basis van de melding in BVH heeft het ongeval op 16-07-2024 voor 12:36 op de N346 ter

hoogte van hectometerpaal 43.8 plaatsgevonden.

[Afbeelding]

Collega gaf aan dat het coördinaat van het eerste inslagpunt op het wegdek van de N346 (RD) 245285.8054, 476065.823 is en dat de aanrijding kort hiervoor heeft plaatsgevonden. De locatie van het eerste inslagpunt is aangegeven met het rode icoon, de GPS-locatiegegevens uit de telefoon zijn aangegeven met blauwe iconen. Hieruit leid ik af dat het ongeval omstreeks 12:34:13 heeft plaatsgevonden.

[Afbeelding]

[Afbeelding]

In de door mij gebruikte software zag ik dat in de tijdlijn van de telefoon geregistreerd is dat het scherm van de telefoon van 12:24:20 "[Start time] Display on" tot 12:35:08 "[End time] Display on" aan was. Ik zag dat geregistreerd is dat van 12:32:49 [Start time] tot 12:35:06 [End time] Youtube ('com.google.ios.youtube') als de gebruikte app geregistreerd stond. Tevens zag ik in de tijdlijn dat om 12:34:11 een notificatie van een inkomende melding Bewegingsalarm - Lodeweegjes" van de app "BatteryCam" geregistreerd is.

In dit tekstbestand met loggegevens zag ik met betrekking tot het gebruik van Youtube dat tussen 12:32:49 tot 12:35:08 de registratie 'ClientlsPlaying' (hier: Youtube) meerdere keren wisselt tussen de statussen "PLAYING" en "STOPPED".

Ik zag dat om 12:33:50 de 'ClientlsPlaying' de status PLAYING geregistreerd is en dat daarna om 12:34:12 ClientlsPlaying de status STOPPED weer voor de eerste keer geregistreerd is.

Uit bovenstaande gegevens leid ik af dat ten tijde van het ongeval de telefoon ontgrendeld was, het beeldscherm aan was en dat Youtube de actieve toepassing was.

5. Het proces-verbaal van verhoor slachtoffer [slachtoffer 1] van 17 juli 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 83 en 84):

Ik reed in mijn bus voorzien van kenteken [kenteken 2] over de N346 in de richting van Hengelo. Ik kwam uit de richting van Goor. Ik reed ter hoogte van het viaduct en zag

dat er een geel voertuig van de provincie stond welke aangaf dat er werkzaamheden waren. Ik zag dat dit middels een knipperend verlichtingsbord aangegeven werd. Ik zag dat er ongeveer 100 meter verderop een driekleurig verkeerslicht stond welke de kleur rood weergaf. Ik stond stil en te wachten tot het verkeer weer begon te rijden. Ik hoorde ineens een geluid van slippende banden achter mij. Ik keek vervolgens in mijn binnenspiegel en zag dat er een witte bus met een vreselijk hoge snelheid op mij af kwam. Ik heb op dat moment mijn stuur omgedraaid naar links en wilde gas geven om die achteropkomende bus te ontwijken en hem meer ruimte te geven om te remmen. Dit is mij niet gelukt. Ik voelde een enorme knal in mij cabine. Ik voelde dat ik terugsloeg in mijn bank waar ik zat. Ik rolde met mijn voertuig naar de linkerkant van de weg.

Uit medisch onderzoek is gebleken dat ik een gedeelte van mijn rugwervel ingescheurd heb, meerdere ribben gebroken en een gekneusde maag aorta. Ik moet voor observatie nog in het ziekenhuis blijven. Ik lig op de trauma afdeling en ze gaan vandaag een korset aanmeten voor mijn herstel. De arts heeft mij verteld dat wanneer het korset zal helpen, ik ongeveer 6 maanden hersteltijd nodig heb. Wanneer dit niet het geval is, dien ik geopereerd te worden.

Dan kan het herstellen langer duren.

6. Een geschrift, als bedoeld in artikel 344, eerste lid, onder 4° Sv, de geneeskundige verklaring opgesteld door dr. E.K. Heimensem-van den Akker van 17 juli 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 86 en 87):

Conclusie.

- fractuurcorpus thoracale 10, instabiel, bij DISH;

- opvallende induratie rondom de abdominale aorta verdacht voor posttraumatisch aortaletsel.

Vermoedelijk bloed afkomstig van vaso vasorum.

7. Het proces-verbaal van bevindingen van 14 februari 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina 90):

Ik heb nog veel last van de aanrijding. Ik had niet verwacht dat ik zoveel letsel zou hebben van de aanrijding. Twee maanden geleden zei ik tegen mijzelf, als dit ooit nog maar goed komt met mij. Ik ben onlangs opnieuw geopereerd aan mijn maag. Door de aanrijding is mijn maag elders terecht gekomen in mijn lichaam. Dit heeft mij veel pijn en klachten gegeven in combinatie met het andere letsel. Het ziekenhuis heeft dus eigenlijk mijn organen opnieuw moeten plaatsen in mijn lichaam. Ik lig tot op heden veel op bed en kan niet werken of genieten. Ik hoop dat ik over een jaar weer op de goede weg ben richting een volledige herstelling.

8. Het proces-verbaal van bevindingen van 30 juli 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina 96):

Ik heb tot op heden nog steeds last van de aanrijding welke ik heb gehad op 16 juli 2024 op de rondweg van Delden. Ik ben 18 juli 2024 door de huisarts doorverwezen naar het ziekenhuis. Ik had veel pijn, vooral in de rechterkant van mijn lichaam. Ik moest foto's maken in het ziekenhuis. Hieruit is gebleken dat ik alleen zware kneuzingen had in mijn lichaam. Met name mijn rechterhand doet ook pijn.

9. Het proces-verbaal van bevindingen van 24 februari 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina 102):

Cliënt berichtte mij ten gevolge van het ongeval letsel te hebben opgelopen, waaronder hoofdpijn en schouder- rug- nekklachten, alsmede concentratieproblemen, vergeetachtigheid, vermoeidheid en angstklachten, alsmede pijnklachten van zijn linkervoet en rechterknie. Er waren diverse bloeduitstortingen, ook was zijn rechterhand blauw en opgezwollen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?