RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 11535043 \ CV EXPL 25-424
Tussenvonnis van 13 januari 2026
in de zaak van
[eiser] ,
wonende in [woonplaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. M. Woning-van Putten,
tegen
[gedaagde] ,
wonende in [woonplaats 2],
mede handelend onder de naam [bedrijf],
kantoorhoudende in [kantoorplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
1. Waar deze zaak over gaat
[eiser] en [gedaagde] zijn buren van elkaar. Volgens [eiser] hangen er twee airco units van [gedaagde] boven zijn perceel. Volgens [gedaagde] hangen de airco units niet boven het perceel van [eiser], maar boven het door hem gehuurde perceel.
[eiser] vordert in deze procedure verwijdering of verplaatsing van de airco units zodat deze niet meer boven zijn perceel hangen. [eiser] heeft zijn vordering voldoende onderbouwd, maar vervolgens heeft [gedaagde] deze vordering voldoende gemotiveerd betwist. De bewijslast dat sprake is van overbouw ligt bij [eiser]. De kantonrechter zal [eiser] daarom opdragen bewijs te leveren dat sprake is van overbouw van de airco units op zijn perceel.
2. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, uitgebracht op 31 januari 2025,- de conclusie van antwoord,- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 27 juni 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarin partijen hebben afgesproken dat zij het geschil in minnelijk overleg zullen proberen op te lossen. Op verzoek van partijen werd de verdere behandeling aangehouden,
- de e-mail van 24 oktober 2025 van eiser waarin staat dat partijen geen overeenstemming hebben kunnen bereiken.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3. De feiten
[eiser] en [gedaagde] zijn buren van elkaar. [eiser] is eigenaar van het perceel dat grenst aan het door [gedaagde] gehuurde perceel.
[eiser] heeft [gedaagde] op 25 juli 2024 per brief gevraagd om de plaatsing van een airco unit te staken, omdat deze airco unit boven het perceel van [eiser] zou komen te hangen. [eiser] heeft hier geen reactie op gekregen.
Zowel in september als in oktober 2024 heeft [eiser] een brief aan [gedaagde] gestuurd met het verzoek twee airco units binnen veertien dagen te verwijderen. Hier heeft [gedaagde] geen gehoor aan gegeven.
4. Het geschil
[eiser] vordert (samengevat) verwijdering of verplaatsing van twee airco units, zodat geen van de (onder)delen van de installatie (deels) boven het perceel van [eiser] hangen, en verwijderd te houden op straffe van een dwangsom, te vermeerderen met buitengerechtelijke kosten en proceskosten te vermeerderen met wettelijke rente.
[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat hij als eigenaar van zijn perceel het recht heeft om de ruimte boven zijn oppervlakte te gebruiken en dat [gedaagde] inbreuk maakt op dit eigendomsrecht.
[gedaagde] voert verweer.
[gedaagde] voert onder andere aan dat de airco units niet boven het perceel van [eiser] hangen, maar boven het door hem gehuurde perceel.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5. De beoordeling
Partijen staan lijnrecht tegenover elkaar. Volgens [eiser] hangen de airco units boven zijn perceel, maar volgens [gedaagde] is dit niet het geval. [gedaagde] heeft ter onderbouwing de volgende kadastrale kaart ingebracht en aangegeven dat de airco units hangen in de ruimte tussen het door hem gehuurde pand (de rode lijn) en de perceelsgrens van een van de door hem gehuurde percelen (de zwarte lijn):
[Afbeelding]
Deze ruimte is geel gearceerd.
[eiser] heeft daarentegen aangevoerd dat de airco units zich bevinden op het smalste gedeelte van de geel gearceerde ruimte, zodat de airco units deels boven zijn perceel hangen. [eiser] heeft dit onderbouwd met de volgende foto:
[Afbeelding]
Volgens [gedaagde] is dit een oude foto en geeft dit niet de huidige situatie weer.
De kantonrechter stelt als uitgangspunt dat de bewijslast dat sprake is van overbouw ligt bij [eiser]. [gedaagde] heeft namelijk voldoende gemotiveerd betwist dat de airco units boven het perceel van [eiser] hangen. De kantonrechter zal [eiser] in de gelegenheid stellen bewijs te leveren dat sprake is van overbouw. Mocht [eiser] niet in dit bewijs slagen dan zal de vordering van [eiser] worden afgewezen. Mocht [eiser] wel in dit bewijs slagen, dan zal de kantonrechter de overige verweren van [gedaagde] beoordelen.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
6. De beslissing
De kantonrechter
draagt [eiser] op te bewijzen dat sprake is van overbouw op zijn perceel van de airco units,
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van dinsdag 24 februari 2026 voor uitlating door [eiser] of hij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,
bepaalt dat, als [eiser] geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, hij die stukken dan direct in het geding moet brengen,
bepaalt dat, als [eiser] getuigen wil laten horen, hij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun gemachtigden in de maanden mei 2026 tot en met juli 2026 dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. R.F. van Aalst, in het gerechtsgebouw te Zwolle, Schuurmanstraat 2,
bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de kantonrechter en de wederpartij moeten toesturen,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op
13 januari 2026. (hg)