ECLI:NL:RBOVE:2026:1789

ECLI:NL:RBOVE:2026:1789

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 09-02-2026
Datum publicatie 07-04-2026
Zaaknummer NL:TZ:2502880:R-RK
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Afwijzing verzoek Wsnp, niet te goeder trouw ten aanzien van de schulden veroorzaakt door drugs- en gokverslaving en niet voldoende aannemelijk dat verzoeker de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen nu hij niet ter zitting is verschenen. Geen sprake van een stabiele situatie.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Team Insolventie

Zittingsplaats Zwolle

Rekestnummer: NL:TZ:2502880:R-RK

Vonnis van maandag 9 februari 2026

op het verzoek van

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats],

wonende te [adres]

verzoeker, hierna te noemen [verzoeker],

tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Samenvatting

[verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling.

De rechtbank wijst het verzoek af.

1. De procedure

De procedure bestaat uit:

- het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen;

- de zitting van maandag 26 januari 2026, waarbij telefonisch aanwezig was:

- [naam], namens Stichting Kredietbank Nederland;

- nagezonden verklaring van [verzoeker] inclusief bankafschriften.

De uitspraak is bepaald op vandaag.

2. Het verzoek

[verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. Volgens [verzoeker] heeft hij een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen.

3. De beoordeling

De rechtbank wijst het verzoek af, omdat [verzoeker] naar het oordeel van de rechtbank ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoek is ingediend, niet te goeder trouw is geweest en niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en dat hij zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.

Uit het verzoekschrift blijkt dat alle schulden zijn ontstaan nadat de relatie met de moeder van zijn zoon in september 2019 is geëindigd. In 2022 kon [verzoeker] de alimentatie niet meer betalen en vluchtte hij in middelengebruik en online gokken. Uit de bij het verzoekschrift gevoegde bankafschriften tot en met september 2025 blijkt dat er diverse bedragen worden afgeschreven aan onder andere Unibet, One Casino, bet365.nl etc.

[verzoeker] is zonder kennisgeving niet ter zitting verschenen. Namens de schuldhulpverlener was de heer Wiersema telefonisch aanwezig. Hij heeft verklaard dat een onderbewindstelling is aangevraagd, maar dat dit nog niet is uitgesproken. De rechtbank heeft nog aanvullende documenten opgevraagd. Daarnaast heeft Wiersema verklaard dat uit de bankafschriften kan worden afgeleid dat de gokverslaving nog geen jaar onder controle is, waardoor het lastig is om een beroep te doen op de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Fw. Ook blijkt uit het dossier niet dat [verzoeker] zijn sollicitatieplicht nakomt.

Na de behandeling van het verzoek is per e-mail van 29 januari 2026 nog een verklaring van [verzoeker] nagezonden waarin hij heeft verklaard dat hij zich heeft aangemeld bij de huisarts om te praten over zijn gokverslaving. Volgens [verzoeker] heeft hij deze nu onder controle en is hij hard bezig met het vinden van een baan.

Uit de bij de verklaring gevoegde bankafschriften blijkt dat in de maand december 2025 een totaalbedrag van € 408,50 is afgeschreven onder vermelding van Skrill QCO Normal-HR. Het gaat daarbij 23 transacties, variërend van € 11-, tot € 30,- per keer. Het is de rechtbank gebleken dat Skrill een online wallet voor betalingen is en vooral wordt gebruikt door online casino’s. De rechtbank krijgt de indruk dat [verzoeker] een rooskleuriger beeld van de situatie probeert te schetsen om zo toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.

Ingeval van verslavingsproblematiek wordt een verzoeker in beginsel alleen toegelaten tot de schuldsaneringsregeling indien aannemelijk is dat deze problemen al enige tijd beheersbaar zijn, in die zin dat de verzoeker zich in maatschappelijk opzicht staande weet te houden en voldoende hulp of een sociaal vangnet aanwezig is. De beheersbaarheid van de problemen dient te worden bevestigd door een hulpverlener of hulpverlenende instantie. Hier is niet van gebleken. De rechtbank is daarom van oordeel dat het beroep op de hardheidsclausule niet slaagt, nu [verzoeker] de oorzaak die tot het ontstaan en onbetaald laten van de schulden heeft geleid (de gokverslaving) niet al geruime tijd onder controle heeft.

Daarnaast heeft [verzoeker] niet voldoende aannemelijk gemaakt dat hij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en dat hij zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.

Door niet ter zitting te verschijnen heeft [verzoeker] al zijn inlichtingenplicht geschonden. De rechtbank ziet echter geen aanleiding om [verzoeker] opnieuw op te roepen.

Uit zowel het dossier, de verklaring van de schuldhulpverlener als de nagezonden verklaring van [verzoeker] blijkt volgens de rechtbank dat op dit moment niet kan worden gesproken van een (voldoende) stabiele situatie om te starten met een schuldsaneringsregeling. Het risico dat [verzoeker] de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling niet zal kunnen nakomen en dat de regeling dan tussentijds beëindigd zal moeten worden, is reëel. [verzoeker] zal dan geen "schone lei" krijgen en hij zal dan gedurende een aantal jaren niet opnieuw een beroep kunnen doen op de schuldsaneringsregeling. Dat is allemaal niet in het belang van [verzoeker] en overigens ook niet in het belang van de schuldeisers. Een toelating tot de schuldsanering acht de rechtbank op dit moment daarom te vroeg.

Gelet op vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat het verzoek van [verzoeker] om de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing te verklaren moet worden afgewezen op grond van artikel 288 lid 1 aanhef en sub b en c Fw.

De rechtbank wijst [verzoeker] op de mogelijkheid om na verloop van tijd, wanneer hij kan aantonen dat de situatie een langere tijd stabiel is, een nieuw verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling kan indienen.

4. De beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Gewezen te Zwolle door mr. D. van den Berg, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 februari 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. D. van den Berg

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?