ECLI:NL:RBOVE:2026:1799

ECLI:NL:RBOVE:2026:1799

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 02-03-2026
Datum publicatie 07-04-2026
Zaaknummer NL:TZ:2502528:R-RK
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Toewijzing verzoek Wsnp en verzoek eerdere ingangsdatum, eerdere ingangsdatum 18 maanden min 1 dag voor uitspraak Wsnp.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Team Insolventie

Zittingsplaats Zwolle

Rekestnummer: NL:TZ:2502528:R-RK

Vonnis van maandag 2 maart 2026

op het verzoek van

[verzoekster] ,

geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats],

wonende te [adres 1]

verzoekster, hierna te noemen [verzoekster],

tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Samenvatting

[verzoekster] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht.

De rechtbank wijst de verzoeken toe.

1. De procedure

De procedure bestaat uit:

- het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen;

- de zitting van maandag 23 februari 2026, waarbij aanwezig waren:

- [verzoekster];

- de heer [naam], namens Budget Adviesbureau Deventer (BAD);

De uitspraak is bepaald op vandaag.

2. Het verzoek

[verzoekster] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij zij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [verzoekster] heeft zij een schuldenlast die zij niet zelf kan aflossen.

3. De beoordeling

Het betreft een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)).

De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoekster] heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 van de Faillissementswet. Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken.

Het Wsnp-traject duurt in principe achttien maanden. De Faillissementswet bepaalt dat de termijn van de WSNP in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de termijn eerder te laten ingaan. [verzoekster] verzoekt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te bepalen op 28 augustus 2024, het moment waarop zij is gestart met de maandelijkse afdracht voor de schuldeisers. Dat is meer dan achttien maanden voor de uitspraak.

Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Om voor een eerdere ingangsdatum in aanmerking te komen, moet dus maandelijks sprake zijn van aflossingen die tenminste gelijk zijn aan het genoemde verschil tussen de netto-inkomsten en het vtlb. Daarnaast moet er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt worden of moet er aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltimebaan.

De rechtbank stelt allereerst vast dat [verzoekster] een ANW-uitkering ontvangt. Op basis van enkel de ANW-uitkering is geen sprake van enige aflossingscapaciteit, maar naast de uitkering ontvangt [verzoekster] ook inkomen uit haar onderneming. De aflossingscapaciteit volgt uit de inkomsten die zij genereert met het schrijven en uitgeven van boeken. [verzoekster] heeft over de periode vanaf 28 augustus 2024 tot en met 31 januari 2026 de berekende aflossingscapaciteit afgedragen aan het BAD. Het BAD heeft deze gelden gereserveerd voor de schuldeisers. De afdrachtcapaciteit is berekend op basis van de begrote jaarcijfers van de onderneming van [verzoekster]. Hiermee is in beginsel aan de afdrachtplicht voldaan.

Voor wat betreft de inspanningsverplichting is het de rechtbank bekend dat [verzoekster] arbeidsgeschikt is en fulltime kan werken. [verzoekster] heeft naar het oordeel van de rechtbank voldoende aangetoond dat zij met haar inkomen uit de ANW-uitkering in combinatie met haar ondernemerschap minstens evenveel inkomsten kan genereren en dus evenveel kan afdragen als wanneer zij in loondienst zou werken. Naast dat het de vraag is of [verzoekster] direct een fulltime dienstverband kan aanvaarden, is het bijkomend voordeel van het ondernemerschap dat zij flexibeler kan werken waardoor zij geen kosten heeft aan kinderopvang en/of buitenschoolse opvang en minder last ervaart van migraine. Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee ook aan de inspanningsplicht voldaan.

De rechtbank komt tot de conclusie dat een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald, waarbij wel wordt opgemerkt dat achteraf, nadat de definitieve jaarcijfers bekend zijn, zal moeten worden bekeken of [verzoekster] op basis van de daadwerkelijke ondernemingsresultaten nog aanvullend dient af te dragen. Het is de rechtbank bekend dat er een koppeling bestaat tussen de ANW-uitkering en de inkomsten uit onderneming. Hogere inkomsten uit onderneming kunnen leiden tot een lagere ANW-uitkering. De SVB heeft op 23 februari 2026 op basis van de voorlopige aangifte inkomstenbelasting 2025 reeds laten weten dat op basis van die cijfers er niets verandert. Mocht dit toch nog anders zijn, dan heeft [verzoekster] bevestigd al gelden te hebben gereserveerd voor een eventuele terugvordering, zodat geen sprake is van een eventuele nieuwe schuld.

De schuldsaneringsregeling duurt volgens artikel 349a Fw in beginsel achttien maanden. Het voorgaande betekent dat de schuldsaneringsregeling niet eerder dan achttien maanden voor datum vonnis kan ingaan. Verder dient de boedel gefixeerd te worden zodat de looptijd niet eerder kan eindigen dan de dag na die waarop dit vonnis wordt gewezen. De rechtbank zal daarom de ingangsdatum vaststellen op 3 september 2024. Dat is achttien maanden voor deze fixeringsdatum.

De looptijd van de regeling van [verzoekster] is dus achttien maanden eerder ingegaan voor de fixeringsdatum. De looptijd van de regeling verstrijkt op 3 maart 2026. Verder geldt dat de bewindvoerder nu pas kan starten met haar taken. Hierdoor is het van belang dat [verzoekster] ook na de fixeringsdatum verplicht blijft om mee te werken aan de afwikkeling. Zij is ook verplicht om daarvoor informatie aan de bewindvoerder aan te leveren. Dit is met name van belang zodat de bewindvoerder kan controleren of de afdrachten op basis van de begrote jaarcijfers overeenkomen met de daadwerkelijke resultaten. Tot de boedel behorende goederen moeten nog worden afgedragen, met name maar niet uitsluitend, de gelden die [verzoekster] zelf op haar eigen rekeningen heeft gereserveerd (voor zover deze niet uit haar vtlb zijn voldaan) en de te verwachten teruggave inkomstenbelasting 2025. Indien mocht blijken dat de ANW-uitkering (deels) moet worden terugbetaald, kan dit dan vanaf de boedelrekening geschieden. Na de materiƫle looptijd geldt er geen inspanningsverplichting (artikel 288 Fw) en ook geen verplichting om inkomsten boven het vtlb af te dragen (artikel 295 Fw), met uitzondering van de gelden die betrekking hebben op de periode van 3 september 2024 tot en met 3 maart 2026.

4. De beslissing

De rechtbank:

spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:[verzoekster] ,geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats], wonende te [adres 1];

stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op 3 september 2024 en de einddatum op 3 maart 2026;

bepaalt dat er na de einddatum van de looptijd een medewerkingsplicht en een informatieplicht geldt tot het verbindend worden van de slotuitdelingslijst;

benoemt tot rechter-commissaris mr. R.P. van Eerde;

benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder], [adres 2];

geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoekster] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;

bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;

stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.

Gewezen door mr. R.P. van Eerde, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 maart 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.P. van Eerde

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?