RECHTBANK Overijssel
Team Insolventie
Zittingsplaats Zwolle
Rekestnummer: NL:TZ:2503352:R-RK
Vonnis van maandag 23 februari 2026
op het verzoek van
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1]
verzoeker, hierna te noemen [verzoeker],
tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Samenvatting
[verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht.
De rechtbank wijst de verzoeken toe.
1. De procedure
De procedure bestaat uit:
- het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen;
- de zitting van maandag 9 februari 2026, waarbij aanwezig waren:
- [verzoeker];
- de heer [naam 1], namens [bedrijf] Bewindvoerders;
- mevrouw [naam 2], namens Fikara Bewindvoering B.V. (beschermingsbewindvoerder);
- mevrouw [naam 3], namens RIBW.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2. Het verzoek
[verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij hij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [verzoeker] heeft hij een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen.
3. De beoordeling
Het betreft een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)).
De rechtbank wijst het verzoek toe. [verzoeker] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden, onder controle heeft gekregen. Ook heeft [verzoeker] voldoende aannemelijk gemaakt dat hij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen.
Het Wsnp-traject duurt in principe achttien maanden. De Faillissementswet bepaalt dat de termijn van de WSNP in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de termijn eerder te laten ingaan. [verzoeker] verzoekt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te bepalen op 29 juli 2024, het moment waarop de schuldregeling is ondertekend. Dat is meer dan achttien maanden voor de uitspraak.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Om voor een eerdere ingangsdatum in aanmerking te komen, moet dus maandelijks sprake zijn van aflossingen die tenminste gelijk zijn aan het genoemde verschil tussen de netto-inkomsten en het vtlb. Daarnaast moet er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt worden of moet er aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltimebaan.
De rechtbank stelt allereerst vast dat [verzoeker] een Participatiewet-uitkering op basis van de zak- en kleedgeldnorm ontvangt. Van augustus 2024 tot en met februari 2026 heeft hij maandelijks een bedrag heeft gespaard voor zijn schuldeisers, in totaal een bedrag van € 1.004,27. [verzoeker] heeft hiermee voldaan aan zijn afdrachtverplichting. Daarnaast is gebleken dat [verzoeker] sinds 2017 bekend is met psychoses en meerdere keren opgenomen is geweest. Thans verblijft hij bij een intensieve zorg- en woonlocatie en staat hij nog onder behandeling bij Dimence. Voor de rechtbank is het voldoende aannemelijk dat [verzoeker] in de periode van het schuldhulpverleningstraject niet in staat kon worden geacht om betaalde arbeid te verrichten of te solliciteren. Daarmee is ook aan de inspanningsplicht voldaan.
De rechtbank komt dus tot de conclusie dat een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald. De schuldsaneringsregeling duurt volgens artikel 349a Fw in beginsel achttien maanden. Het voorgaande betekent dat de schuldsaneringsregeling niet eerder dan achttien maanden voor datum vonnis kan ingaan. Verder dient de boedel gefixeerd te worden zodat de looptijd niet eerder kan eindigen dan de dag na die waarop dit vonnis wordt gewezen. De rechtbank zal daarom de ingangsdatum vaststellen op 24 augustus 2024. Dat is achttien maanden voor deze fixeringsdatum.
De looptijd van de regeling van [verzoeker] is dus achttien maanden eerder ingegaan voor de fixeringsdatum. De looptijd van de regeling verstrijkt op 24 februari 2026. Verder geldt dat de bewindvoerder nu pas kan starten met zijn taken. Hierdoor is het van belang dat [verzoeker] ook na de fixeringsdatum verplicht blijft om mee te werken aan de afwikkeling. Hij is ook verplicht om daarvoor informatie aan de bewindvoerder aan te leveren. Tot de boedel behorende goederen moeten nog worden afgedragen. Na de materiële looptijd geldt er geen inspanningsverplichting (art. 288 Fw) en ook geen verplichting om inkomsten boven het vtlb af te dragen (art. 295 Fw).
4. De beslissing
De rechtbank:
spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:[verzoeker],geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats], wonende te [adres 1];
stelt de ingangsdatum van deze schuldsaneringsregeling vast 24 augustus 2024 en de einddatum op 24 februari 2026;
bepaalt dat er na de einddatum van de looptijd een medewerkingsplicht en een informatieplicht geldt tot het verbindend worden van de slotuitdelingslijst;
benoemt tot rechter-commissaris mr. A.E. Zweers;
benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder], [adres 2];
geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoeker] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;
bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;
stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.
Gewezen door mr. R.P. van Eerde, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 februari 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.