RECHTBANK Overijssel
Team Insolventie
Zittingsplaats Almelo
Rekestnummer: NL:TZ:2503009:R-RK
Vonnis van maandag 9 februari 2026
op het verzoek van
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1],
verzoeker, hierna te noemen [verzoeker],
tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Samenvatting
[verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht.
De rechtbank wijst de verzoeken toe.
1. De procedure
De procedure bestaat uit:
- het schuldsaneringsverzoek met bijlagen;
- de zitting van maandag 2 februari 2026, waarbij aanwezig waren:
- [verzoeker];
- de heer [naam].
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2. Het verzoek
[verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling, waarbij hij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [verzoeker] heeft hij een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen.
3. De beoordeling
Het is een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)).
De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoeker] heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 van de Faillissementswet. Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken.
[verzoeker] verzoekt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te bepalen op 1 april 2025. [verzoeker] ontvangt een WIA-uitkering (IVA) in verband met 80 tot 100 % arbeidsongeschiktheid. Het is niet te verwachten dat hij in de toekomst (gedeeltelijk) arbeidsgeschikt wordt. Van april 2025 tot en met juli 2025 is de spaarcapaciteit en het niet vrij te laten deel van het vakantiegeld afgedragen. Vanaf augustus 2025 ligt er beslag op het inkomen van [verzoeker], zodat er niet meer kon worden gespaard ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers. Op grond van vorenstaande wijst de rechtbank het verzoek tot het bepalen van de eerdere ingangsdatum op 1 april 2025 toe.
4. De beslissing
De rechtbank:
spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:[verzoeker],geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats], wonende te [adres 1];
stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen vanaf 1 april 2025;
benoemt tot rechter-commissaris mr. A.E. Zweers;
benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder], [adres 2];
geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoeker] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;
bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;
stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.
Gewezen door mr. K.J. Haarhuis, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 februari 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.