RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 11832204 \ CV EXPL 25-2362
Vonnis van 31 maart 2026
in de zaak van
[eiser] ,
te [woonplaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. J. Witvoet,
tegen
[gedaagde] ,
handelend onder de naam [bedrijf]
te [woonplaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: DAS Rechtsbijstand.
1. Samenvatting van de zaak
[eiser] vordert schadevergoeding van [gedaagde], omdat de tweedehands Porsche die [gedaagde] heeft geleverd non-conform is. De kantonrechter wijst de vordering voor een deel toe. [eiser] mocht immers op grond van de door [gedaagde] gedane mededelingen in de advertentietekst een origineel en werkend PCM systeem en zo goed als nieuwe Michelin banden verwachten, maar heeft dit niet gekregen. Het overige gedeelte van de vordering wordt afgewezen.
2. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 26 juli 2025- de conclusie van antwoord
- de mondelinge behandeling van 2 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3. De feiten
[gedaagde] heeft een autobedrijf gericht op de in-en verkoop van auto’s van het merk Porsche. [eiser] heeft van [gedaagde] een tweedehands Porsche Boxster met bouwjaar 2005 en een kilometerstand van 158.000 (hierna: de auto), gekocht. De koopovereenkomst is aangegaan op naam van de eenmanszaak van [eiser]: [eiser] Beveiliging.
In de verkoopadvertentie van de auto staat onder meer het volgende:
‘’Te koop: Porsche Boxster voorzien van de volgende opties/kenmerken:
[..]
- uitgebreide optielijst met o.a.:
* 18 inch Sportvelgen (met z.g.a.n. Michelin banden)
[..]
* Porsche Communicatie Management met navigatie.
[..]
- afleverpakket met nieuwe APK, afleverbeurt en drie maanden garantie op de mechanische werking van motor de versnellingsbak mogelijk a 750,- euro.
[..]
Kortom een zeer nette en rijk uitgeruste Porsche Boxster in technische nieuwstaat.
Voorafgaand aan de koop heeft [eiser] op 13 mei 2025 een proefrit gemaakt. De auto is geleverd op 23 mei 2025.
4. Het geschil
[eiser] vordert - samengevat – betaling van:
herstelkosten van € 5.314,--,
kosten van een technische inspectie van de auto van € 211,75, en
buitengerechtelijke kosten van € 828,75.
Een en ander vermeerderd met de wettelijke rente en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
[eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat hij als consument een tweedehands Porsche heeft gekocht van [gedaagde], maar dat de geleverde auto niet voldoet aan wat hij ervan had mogen verwachten. [gedaagde] heeft de gebreken, ondanks verzoek daartoe van [eiser], niet hersteld. [eiser] heeft inmiddels een deel van de gebreken door een derde laten herstellen, een ander deel nog niet. Het totaal van reeds gemaakte en nog te maken herstelkosten bedraagt € 5.314,--.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser], dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
[gedaagde] voert daarvoor aan dat er geen sprake is van een consumentenkoop, omdat [eiser] de koopovereenkomst op naam van zijn onderneming is aangegaan. Daarnaast betwist [gedaagde] gemotiveerd dat de geleverde auto niet voldoet aan wat is overeengekomen.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5. De beoordeling
Is er sprake van een consumentenkoop?
[eiser] stelt dat hij de auto als consument heeft gekocht. [eiser] voert daarvoor aan dat hij weliswaar een eigen bedrijf heeft, maar dat bedrijf houdt zich niet met de in- en verkoop van auto’s bezig en de auto wordt privé gebruikt. Bij een consumentenkoop wordt vermoed dat er sprake is van non-conformiteit als binnen een jaar na aflevering blijkt dat de zaak gebreken vertoont.
[gedaagde] betwist dat er sprake is van een consumentenkoop, omdat de overeenkomst is aangegaan door de onderneming van [eiser] en ook de ingebrekestelling van 17 juni 2025 is gestuurd door de onderneming van [eiser].
De kantonrechter oordeelt als volgt. Er is sprake van een consumentenkoop als aan de in artikel 7:5 lid 1 BW neergelegde vereisten is voldaan: (1) koop van een roerende zaak, (2) de verkoper handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf en (3) de koper is een natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit.
Op [eiser] rust de bewijslast van zijn stelling dat hij de koopovereenkomst met [gedaagde] is aangegaan als consument, nu [gedaagde] dit betwist. Voor de beoordeling of [eiser] daaraan heeft voldaan is onder meer van belang hoe [eiser] en [gedaagde] hebben gehandeld op het moment dat zij de koop sloten en wat zij over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben mogen afleiden.
[eiser] heeft naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende onderbouwd dat er sprake is van een consumentenkoop. Hij heeft enkel gesteld dat hij de auto privé gebruikt, maar dat is in dit geval onvoldoende aangezien niet is komen vast te staan dat die hoedanigheid voor [gedaagde] kenbaar was. Andere feiten en omstandigheden waar dit uit volgt, heeft [eiser] niet gesteld. Uit de stukken volgt juist het tegendeel. Zo staat de factuur op naam van zijn onderneming en is ook de ingebrekestelling door de onderneming van [eiser] gestuurd. Omdat [eiser] zijn stelling onvoldoende heeft onderbouwd, is niet vast komen te staan dat hij als consument is aan te merken bij deze overeenkomst.
Gelet op het voorgaande is er dus geen sprake van een consumentenkoop en komt [eiser] geen beroep toe op de consumentenbeschermende bepalingen.
Het beroep van [eiser] op artikel 7:21 BW gaat dan ook niet op. De kantonrechter begrijpt dat [eiser] voor toewijzing van zijn vordering tot betaling van schadevergoeding tevens een beroep doet op artikel 6:74 BW. Het is dan aan [eiser] om te stellen – en bij betwisting te bewijzen – (i) dat [gedaagde] is tekortgeschoten in zijn verplichting om een auto te leveren die aan de overeenkomst beantwoordt, (ii) dat [gedaagde] in verzuim is en (iii) dat [eiser] als gevolg van de tekortkoming schade lijdt. De kantonrechter zal de vereisten hierna achtereenvolgens bespreken.
Heeft [gedaagde] geleverd wat is overeengekomen?
De kantonrechter stelt voorop dat de auto non-conform is als de auto op het moment van aflevering niet de eigenschappen bezit die [eiser], mede gelet op de aard van de auto en de mededelingen die [gedaagde] over de auto heeft gedaan, op grond van de overeenkomst mocht verwachten.
[eiser] stelt dat de auto op de volgende punten niet voldoet c.q. afwijkt van wat is overeengekomen:
airconditioning
Michelin banden
PCM
uitlijnen
voorremschijven
draagarmen
kap
Ter onderbouwing van de hoogte van de schade verwijst [eiser] naar een offerte van PSTG.
De kantonrechter constateert dat de door [eiser] (summierlijk) in de dagvaarding genoemde gebreken niet overeenkomen met de reparatiepunten genoemd in de offerte die als productie 7 is overgelegd. Terwijl die offerte juist ten grondslag is gelegd aan de vordering van € 5.314,--. Aangezien de offerte volgens [eiser] de basis vormt voor de onderbouwing van de schade, gaat de kantonrechter bij de beoordeling van het geschil uit van de in die offerte genoemde gebreken en schadeposten. Dat betekent dat de kantonrechter niet toekomt aan bespreking van het in de dagvaarding gestelde gebrek aan de airconditioning, omdat [eiser] hiervoor geen vergoeding van schade heeft gevorderd.
- Michelin banden
[eiser] stelt dat de auto niet de Michelin banden heeft die [eiser] mocht verwachten. Hij voert daarvoor aan dat in de verkoopadvertentie wordt geadverteerd met zo goed als nieuwe Michelin banden. Kort na de aflevering is geconstateerd dat het productiejaar van de banden 2020 is en dat de achterbanden een profiel 3.7 en 3.5 mm hebben. De voorbanden hebben een profiel van <6mm. [gedaagde] heeft de door [eiser] gestelde leeftijd en profiel van de banden niet betwist. Ook wordt niet betwist dat de banden deze eigenschappen al hadden op het moment van aflevering. [gedaagde] betwist wel dat de banden daarmee niet voldoen aan wat is overeengekomen. Volgens [gedaagde] betekent de productiedatum van een band namelijk niet dat de band ook al sinds het productiejaar in gebruik is. De band kan ook later op een auto zijn gemonteerd. Nieuwe banden hebben bovendien een profiel van 8 mm, aldus [gedaagde].
De vraag is of de geleverde banden voldoen aan de kwalificatie “zo goed als nieuw” en daarmee aan wat is overeengekomen. De kantonrechter oordeelt dat de voorbanden met een profiel van <6 mm in combinatie met productiejaar 2020 hieraan voldoen. De achterbanden met een profiel van 3.7 en 3.5 mm kwalificeren naar het oordeel van de kantonrechter echter niet als “zo goed als nieuw”. Dat [eiser] de ouderdom van de banden, zoals [gedaagde] stelt, had kunnen zien, omdat de productiedatum op de band staat en het profiel meetbaar is, doet hier niet aan af. [gedaagde] heeft immers een concrete aanprijzing c.q. mededeling over de eigenschappen van de banden gedaan en heeft niet overeenkomstig geleverd, terwijl de afwijking voor [eiser] niet op het eerste gezicht eenvoudig zichtbaar is. De kantonrechter concludeert dan ook dat de achterbanden niet voldoen aan wat is overeengekomen.
- PCM
[eiser] stelt dat het Porsche Communicatie Management (hierna: PCM) systeem niet voldoet aan wat is overeengekomen, omdat het een Chinese kloon is, zonder radio-ontvangst en zonder werkende navigatie en cd-speler. [gedaagde] erkent dat er geen origineel PCM is geleverd, maar dat had [eiser] zelf ook kunnen zien, aldus [gedaagde]. Ook wist [gedaagde] dat de navigatie van het PCM systeem niet werkt. Het is echter volgens [gedaagde] wel mogelijk om een telefoon met een navigatie-app via Android CarPlay met het PCM systeem te verbinden.
De kantonrechter oordeelt dat [eiser] op grond van de tekst van de advertentie in beginsel een origineel en werkend PCM met ingebouwde navigatie mocht verwachten. Door niet te vermelden dat het PCM van de Chinese namaakindustrie afkomstig is en dat de navigatie van het PCM systeem niet werkt, heeft [gedaagde] zijn mededelingsplicht geschonden. In dat licht kan aan [eiser] niet worden tegengeworpen dat hij deze gebreken had kunnen ontdekken door alle opties van het PCM systeem te testen tijdens de proefrit. Anders gezegd: de gevolgen van het feit dat deze afwijkingen niet voorafgaand aan de koop aan het licht zijn gekomen zijn voor [gedaagde], nu hij heeft geadverteerd met eigenschappen waarvan hij wist dat de auto die niet (althans niet volledig) had.
De kantonrechter oordeelt kortom dat het geleverde PCM systeem met navigatie niet voldoet aan wat is overeengekomen.
- Uitlijnen
[eiser] stelt dat de auto niet voldoende is uitgelijnd. Ter onderbouwing legt hij een rapport van PSTG over, waarop genoteerd is dat het stuur scheef staat en een uitlijn advies wordt gegeven. [gedaagde] weerspreekt deze stelling van [eiser] niet. [eiser] stelt daarnaast dat voorafgaand aan de koop is afgesproken dat de auto naar behoren zou worden uitgelijnd. [gedaagde] erkent deze afspraak. De kantonrechter concludeert op grond hiervan dat de auto niet naar behoren is uitgelijnd, terwijl dit wel was overeengekomen. [gedaagde] is daarom op dit punt tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst.
- Voorremschijven, draagarmen, kap
[eiser] stelt dat de voorremschijven, de draagarmen en de kap van de auto niet voldoen aan wat is overeengekomen. De voorremschijven zijn namelijk zeer dun, de draagarmen moeten worden vervangen omdat de rubbers los komen en de lussen van de kap zijn slap, aldus [eiser]. Volgens [eiser] hoefde hij dit niet te verwachten, omdat er is geadverteerd met een auto die in “technische nieuwstaat” verkeert. [gedaagde] heeft de stellingen van [eiser] gemotiveerd betwist.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De advertentietekst dat de auto in technische nieuwstaat verkeert schept verwachtingen. Het leidt echter niet zonder meer tot de conclusie dat elke slijtage of ouderdom van een onderdeel non-conformiteit oplevert. De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] redelijkerwijs moest begrijpen dat de aanprijzing van [gedaagde] dat de auto in technische nieuwstaat verkeert zag op de staat van de auto in het algemeen. En dat een dergelijke aanprijzing niet betekent dat je geen enkele slijtage of gebrek mag verwachten of dat elk technisch onderdeel van de auto nieuw of bijna nieuw is. Het blijft immers een tweedehands auto van 20 jaar oud. Dit vooropgesteld is de kantonrechter van oordeel dat [eiser] met enkel de verwijzing naar de tekst van de advertentie onvoldoende heeft onderbouwd dat de voorremschijven, draagarmen en de kap niet voldoen aan wat is overeengekomen. Niet onderbouwd is immers hoe dun de voorremschijven precies waren en/of dat er een vervangingsadvies is gegeven. De concrete staat van de draagarmen en kap is ook niet nader onderbouwd, anders dan dat bij de inspectie door PSTG is geconstateerd dat de rubbers van de draagarmen iets los komen en de lussen van de kap slap zijn. [eiser] heeft bovendien erkend dat op deze twee punten geen expliciet vervangingsadvies is gegeven door PSTG.
- Tussenconclusie
De conclusie van de kantonrechter is dat de achterbanden, het PCM en de uitlijning niet voldoen aan wat tussen partijen is overeengekomen en dat [gedaagde] op die punten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de overeenkomst is tekortgeschoten.
Verzuim
[gedaagde] is vervolgens alleen dan schadeplichtig als hij in verzuim verkeert ten aanzien van zijn tekortkomingen. De kantonrechter oordeel dat het verzuim van [gedaagde] voor de achterbanden en het PCM is ingetreden. [eiser] heeft [gedaagde] immers schriftelijk in gebreke gesteld en een redelijke termijn gegeven om zijn verplichtingen alsnog na te komen, maar [gedaagde] heeft dit niet gedaan.
Dit geldt niet voor het uitlijnen. Daarvoor heeft [gedaagde] namelijk wel kosteloos herstel aangeboden, maar dat herstel heeft [eiser] geweigerd. Omdat het verzuim voor het uitlijnen niet is ingetreden, is [gedaagde] hiervoor geen schadevergoeding aan [eiser] verschuldigd en wijst de kantonrechter de vordering van [eiser] op dit onderdeel af.
Schade
[eiser] moet stellen - en bij betwisting bewijzen - dat hij door de gebrekkige achterbanden en PCM schade heeft geleden. [eiser] heeft in dat kader een offerte overgelegd waaruit volgt dat de reparatiekosten van de achterbanden € 471,-- bedragen en de reparatiekosten van het PCM € 1.570,24.
Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat – in tegenstelling tot wat in de dagvaarding staat – de achterbanden inmiddels zijn vervangen en het PCM nog niet. Van het vervangen van de achterbanden is geen factuur overgelegd. Desalniettemin is de kantonrechter van oordeel dat [eiser] zijn schade, zowel voor wat betreft het PCM als de achterbanden, voldoende heeft onderbouwd met de overgelegde offerte. [gedaagde] heeft de hoogte van de in die offerte genoemde reparatiekosten ook niet betwist. [gedaagde] heeft enkel gesteld dat de offerte afkomstig is van een zogenoemde partijdeskundige en niet van een (al dan niet door partijen gezamenlijk of door de rechtbank aangewezen) onafhankelijke deskundige. [gedaagde] heeft echter geen stukken overgelegd waaruit volgt dat de schade, namelijk de kosten voor vervanging van twee achterbanden en het PCM, lager is.
De kantonrechter begroot de schade conform de door [eiser] overgelegde offerte, met dien verstande dat voor de achterbanden een bedrag van € 376,80 (zijnde 80% van € 471,00) wordt toegewezen. [eiser] heeft immers slechts recht op een vergoeding voor “zo goed als nieuwe” achterbanden en niet voor nieuwe achterbanden van € 471,00.
De kantonrechter wijst de vordering dus gedeeltelijk toe, namelijk:
het PCM € 1.570,24
de achterbanden € 376,80
Totaal € 1.947,04
Expertisekosten
Aangezien [eiser] gedeeltelijk in het gelijk is gesteld, wijst de kantonrechter ook de kosten die [eiser] voor de technische inspectie van de auto heeft gemaakt van € 211,75 toe. Dit zijn namelijk redelijke kosten ter vaststelling van de schade en de aansprakelijkheid. De hoogte van het bedrag komt de kantonrechter ook niet onredelijk voor.
De kantonrechter wijst dus in totaal een bedrag van € 2.158,79 toe.
Wettelijke rente
[eiser] vordert wettelijke rente. Wettelijke rente is verschuldigd vanaf verzuim. [eiser] vordert rente vanaf 17 juli 2025. De kantonrechter overweegt dat [eiser] bij brief van 17 juni 2025 [gedaagde] heeft gesommeerd tot herstel van de gebreken binnen veertien dagen, bij gebreke waarvan de brief is te beschouwen als een omzettingsverklaring tot vervangende schadevergoeding. De gestelde termijn is per 1 juli 2025 verstreken, zodat de wettelijke rente op dat moment is gaan lopen. Omdat de wettelijke rente echter is gevorderd vanaf 17 juli 2025, zal de kantonrechter de wettelijke rente met ingang van 17 juli 2025 toewijzen.
De gevorderde wettelijke rente over de expertisekosten is toewijsbaar vanaf 17 juli 2025, aangezien [gedaagde] met de betaling daarvan – na ingebreke te zijn gesteld op 2 juli 2025 - vanaf 17 juli 2025 in verzuim is.
Buitengerechtelijke kosten
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat [eiser] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De hoofdvordering valt niet onder het toepassingsbereik van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter zal daarom de gevorderde vergoeding toetsen aan de oriëntatiepunten voor de beoordeling van dergelijke vorderingen uit het Rapport BGK-integraal, maar met toepassing van de wettelijke tarieven die geacht worden redelijk te zijn. Daarom zal een bedrag van € 323,82 (zijnde 15% van € 2.158,79) worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal eveneens worden toegewezen. Omdat [eiser] niet heeft gesteld dat de schade (de buitengerechtelijke incassokosten) al eerder dan op de datum van de dagvaarding is geleden, zal de gevorderde rente worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding.
Proceskosten
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
148,57
- griffierecht
€
257,00
- salaris gemachtigde
€
253,00
(1 punt × € 253,00)
- nakosten
€
126,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
785,07
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
6. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van € 2.158,79, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 17 juli 2025 tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 323,82 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 26 juli 2025 tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 785,07, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. N. Wilmink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2026.