RECHTBANK Overijssel
Team Insolventie
Zittingsplaats Almelo
Rekestnummer: NL:TZ:2503054:R-RK
Vonnis van maandag 9 februari 2026
op het verzoek van
[verzoekster] ,
geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1],
verzoekster, hierna te noemen [verzoekster],
tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Samenvatting
[verzoekster] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht.
De rechtbank wijst het verzoek schuldsanering toe en het verzoek eerdere ingangsdatum gedeeltelijk af.
1. De procedure
De procedure bestaat uit:
- het schuldsaneringsverzoek met bijlagen;
- de zitting van maandag 2 februari 2026, waarbij aanwezig waren:
- [verzoekster];
- mevrouw [naam] beschermingsbewindvoerder, (h.o.d.n. [bedrijf]);
- e-mailcorrespondentie met de beschermingsbewindvoerder op 3 en 4 februari 2026.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2. Het verzoek
[verzoekster] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling, waarbij zij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [verzoekster] heeft zij een schuldenlast die zij niet zelf kan aflossen.
3. De beoordeling
Het is een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)).
De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoekster] heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 van de Faillissementswet. Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken.
[verzoekster] verzoekt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te bepalen op 15 maart 2025, de datum van ondertekening van de schuldregelingsovereenkomst. De rechtbank constateert dat het aanbod aan de schuldeisers op 28 mei 2025 is gedaan en is van oordeel dat het minnelijk traject is gestart op die datum. Het inkomen van [verzoekster] bestaat uit een WIA-uitkering op basis van 80 tot 100 % arbeidsongeschiktheid. Op dit moment is er nog geen zicht op re-integratie op de betaalde arbeidsmarkt en dus op toename van het inkomen. Volgens het verzoek schuldsanering lag er tot en met juni 2025 beslag op het inkomen van [verzoekster]. Vanaf juli 2025 tot en met januari 2026 is de spaarcapaciteit gespaard op de budgetbeheerrekening bij de beschermingsbewindvoerder. Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat de eerdere ingangsdatum op 28 mei 2025 kan worden bepaald.
4. De beslissing
De rechtbank:
spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:[verzoekster] ,geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats]
wonende te [adres 1];
stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen vanaf 28 mei 2025;
benoemt tot rechter-commissaris mr. S.J.S. Groeneveld;
benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder], [adres 2];
geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoekster] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;
bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;
stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.
Gewezen door mr. K.J. Haarhuis, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 februari 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.