RECHTBANK Overijssel
Team Insolventie
Zittingsplaats Almelo
Rekestnummer: NL:TZ:2604691:R-RK
Vonnis van 23 maart 2026
op het verzoek van
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1],
verzoeker, hierna te noemen [verzoeker],
tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Samenvatting
[verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht.
De rechtbank wijst de verzoeken toe.
1. De procedure
De procedure bestaat uit:
- het schuldsaneringsverzoek met bijlagen;
- de zitting van maandag 16 maart 2026, waarbij aanwezig waren:
- [verzoeker];
- mevrouw [naam 1], namens Damsté advocaten - notarissen U.A., schuldhulpverleenster;
- de heer [naam 2] (h.o.d.n. [bedrijf]), beschermingsbewindvoerder.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2. Het verzoek
[verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij hij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [verzoeker] heeft hij een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen.
3. De beoordeling
Het is een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)).
De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoeker] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden, onder controle heeft gekregen. Ook heeft [verzoeker] voldoende aannemelijk gemaakt dat hij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.
[verzoeker] verzoekt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te bepalen op een jaar voorafgaand aan de datum van een te wijzen toelatingsvonnis. Er ligt al een aantal jaren beslag tot aan de beslagvrije voet op de Wajong-uitkering van [verzoeker]. [verzoeker] is duurzaam 80 tot 100 % arbeidsongeschikt. Op grond hiervan concludeert de rechtbank dat [verzoeker] niet hoeft te voldoen aan de inspanningsplicht in de zin van het verwerven en behouden van betaalde arbeid en dat [verzoeker] door het beslag op zijn inkomen maximaal heeft afgedragen. De rechtbank wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum toe, hetgeen in dit geval betekent dat de ingangsdatum van de looptijd van de schuldsaneringsregeling wordt bepaald op 23 maart 2025.
4. De beslissing
De rechtbank:
spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:[verzoeker],geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats], wonende te [adres 1];,
stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen vanaf 23 maart 2025;
benoemt tot rechter-commissaris mr. A.E. Zweers;
benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder], [adres 2];
geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoeker] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;
bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;
stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. van den Berg, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.