RECHTBANK Overijssel
Team Insolventie
Zittingsplaats Zwolle
Rekestnummer: NL:TZ:2600387:R-RK
Vonnis van maandag 30 maart 2026
op het verzoek van
[verzoekster] ,
geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1],
verzoekster, hierna te noemen [verzoekster],
tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Samenvatting
[verzoekster] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht.
De rechtbank wijst de verzoeken toe.
1. De procedure
De procedure bestaat uit:
- het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen;
- de zitting van maandag 23 maart 2026, waarbij aanwezig waren:
- [verzoekster];
- de heer [partner], partner van [verzoekster];
- mevrouw [naam], namens [bedrijf];
(beschermingsbewindvoerder en schuldhulpverlener).
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2. Het verzoek
[verzoekster] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij zij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [verzoekster] heeft zij een schuldenlast die zij niet zelf kan aflossen.
3. De beoordeling
Het betreft een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)).
De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoekster] heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 van de Faillissementswet. Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken.
[verzoekster] is op 22 februari 2022 gehuwd in (beperkte) gemeenschap van goederen met [partner]. Samen met hun twee minderjarige dochters wonen zij in een huurwoning in [woonplaats]. [partner] heeft eveneens een verzoek gedaan om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Op dit verzoek zal bij apart vonnis worden beslist.
[verzoekster] verzoekt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te bepalen op 29 juli 2025. De rechtbank dient te beoordelen of [verzoekster] tijdens het minnelijk traject aan de inspanningsplicht en de afdrachtplicht heeft voldaan. De rechtbank concludeert dat [verzoekster] kampt met psychische problematiek en daarom niet in staat is om fulltime te werken. Zij staat onder behandeling en zal binnenkort starten met EMDR-therapie. Daarnaast werkt zij 6 tot 8 uur per week en dit is volgens de beschermingsbewindvoerder het maximaal haalbare. Voorts concludeert de rechtbank op basis van het verzoekschrift en de bijgevoegde vrij te laten bedrag berekening dat geen sprake is van enige spaarcapaciteit nu het inkomen lager is dan het vrij te laten bedrag. Op grond van vorenstaande kan naar het oordeel van de rechtbank de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling worden bepaald op 29 juli 2025.
4. De beslissing
De rechtbank:
spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:[verzoekster],geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1];,
stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen vanaf 29 juli 2025;
benoemt tot rechter-commissaris mr. K.J. Haarhuis;
benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder], [adres 2];
geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoekster] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;
bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;
stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.
Gewezen door mr. K.J. Haarhuis, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 maart 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.