ECLI:NL:RBOVE:2026:1859

ECLI:NL:RBOVE:2026:1859

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 07-04-2026
Datum publicatie 07-04-2026
Zaaknummer 71.103531.24 (P)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt een 47-jarige man tot een gevangenisstraf van vier jaren. De verdachte heeft zich tweemaal schuldig gemaakt aan het samen met anderen voorbereiden van mensensmokkel en tweemaal aan het medeplegen van mensensmokkel.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 71.103531.24 (P)

Datum vonnis: 7 april 2026

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1978 in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres] ,

thans verblijvende in de P.I. [locatie] .

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 17 maart 2026 en 7 april 2026.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. M. Kuipers, advocaat in Arnhem, naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er na wijziging van de tenlastelegging, als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), op de terechtzitting van 9 december 2025, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feiten 1, 2 en 5: samen met anderen (een levensgevaarlijke vorm van) mensensmokkel heeft voorbereid;

feiten 3 en 4: zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan (een levensgevaarlijke vorm van) mensensmokkel, terwijl hij daarvan zijn beroep of gewoonte heeft gemaakt.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

Feit 1 (zaaksdossier 1)

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 augustus 2024 tot en met 6 september 2024 te Geleen en/of Leeuwarden en/althans (elders) in Nederland en/of in België en/of in Frankrijk, althans ook elders, tezamen en in vereniging met een of meer anderen en/althans alleen,

(telkens) ter voorbereiding van het misdrijf om een of meer perso(o)n(en),

behulpzaam te zijn bij het zich verschaffen van toegang tot en/of doorreis door, en/of uit winstbejag behulpzaam te zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel

van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, en/of die perso(o)n(en) daartoe (telkens) gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen,

terwijl de verdachte en/of zijn mededaders(s) wist(en) of ernstige redenen hadden te vermoeden dat die toegang en/of die doorreis en/of dat verblijf (telkens) wederrechtelijk was,

en/of door die/dat misdrijf/ven (telkens) levensgevaar voor de te smokkelen personen te duchten was, (telkens) een misdrijf als strafbaar gesteld in artikel 197a (lid 5) Wetboek van Strafrecht,

(door) opzettelijk voorwerpen en/of vervoersmiddel(en) en/of (een) ruimte(n), bestemd tot het begaan van die/dat misdrijf/misdrijven heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, te weten:

- een of meerdere rubberbo(o)t(en), en/of

- een of meerdere bodemplaten, en/of

- een of meerdere zijrails, en/of

- een of meerdere opblaaspomp(en), en/of

- een opslaglocatie bij [bedrijf] te [vestigingsplaats] , en/of

- een geldbedrag ad. € 3000 beschikbaar gesteld voor de aankoop van rubberbo(o)t(en);

Feit 2 (zaaksdossier 2)

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 3 juli 2024 tot en met 6 juli 2024 te Wieringerwaard en/althans (elders) in Nederland en/of in België en/of in Frankrijk, althans ook elders, tezamen en in vereniging met een of meer anderen en/althans alleen,

(telkens) ter voorbereiding van het misdrijf om een of meer perso(o)n(en),

behulpzaam te zijn bij het zich verschaffen van toegang tot en/of doorreis door, en/of uit winstbejag behulpzaam te zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, en/of die perso(o)n(en) daartoe (telkens) gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen,

terwijl de verdachte en/of zijn mededaders(s) wist(en) of ernstige redenen hadden te vermoeden dat die toegang en/of die doorreis en/of dat verblijf (telkens) wederrechtelijk was,

en/of door die/dat misdrijf/ven (telkens) levensgevaar voor de te smokkelen personen te duchten was, (telkens) een misdrijf als strafbaar gesteld in artikel 197a (lid 5) Wetboek van Strafrecht,

(door) opzettelijk voorwerpen en/of vervoersmiddel(en) en/of (een) ruimte(n), bestemd tot het begaan van die/dat misdrijf/misdrijven heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, te weten:

- een of meerdere buitenboordmotor(en);

Feit 3 (zaaksdossier 3)

hij op of omstreeks de periode 26 juni 2024 tot en met 1 juli 2024, te Nederland en/of België en/of Duitsland en/of Frankrijk,

meermalen althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander,

(telkens) een of meer anderen, te weten meerdere personen met een buitenlandse nationaliteit,

* behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door, en/of

* uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in,

Nederland en/of België en/of Frankrijk en/of het Verenigd Koninkrijk, en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, en/of

voornoemde personen (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,

door

- de financiering voor de rubberbo(o)t(en) en/of buitenboordmotor(en) te regelen, en/of

- ( een of meerdere) rubberbo(o)t(en) en/of buitenboordmotor(en) te hebben aangekocht/laten aankopen ten behoeve van die smokkel, en/of

- die voornoemde personen te (laten) vervoeren en/of tijdens de reis te (laten) begeleiden, en/of het vervoer/transport van die personen (telkens) te regelen en/of te organiseren, en/of

- die voornoemde personen te voorzien (een of meerdere) rubber bo(o)t(en), en/of (een of meerdere) buitenboordmotor(en) en/of (een of meerdere) brandstoftank(s)/jerrycan(s) (met brandstof voor een buitenboordmotor) en/of (een of meerdere) zwemvest(en), althans,

enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis, het vervoer en/of het verblijf van die voornoemde personen,

terwijl hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(n) wist(en) of ernstige redenen hadden te vermoeden dat die doorrei(s)z(en) en/of dat verblijf/die verblijven wederrechtelijk was/waren,

en terwijl door dit feit (telkens) levensgevaar voor die voornoemde personen te duchten was, omdat

- de smokkel plaatsvindt met rubberbo(o)t(en) via de Noordzee-/Kanaalroute waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijke smokkelroute is met (vele) (dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen, althans een hoog risico daarop, al dan niet door sterke stroming en/of druk scheepvaartverkeer en/of onvoldoende vaar- en zwemvaardigheden bij de opvarenden, en/of

- de gebruikte rubberbo(o)t(en) niet geschikt zijn om de Noordzee/het Kanaal over te steken, en/of

- de gebruikte rubberbo(o)t(en) gevuld/beladen worden met meer mensen dan waarvoor deze rubberbo(o)t(en) geschikt zijn,

terwijl hij van het plegen van dit feit een beroep of gewoonte heeft gemaakt;

Feit 4 (zaaksdossier 4)

hij op of omstreeks de periode 11 september 2025 tot en met 15 september 2024, te Nederland en/of België en/of Duitsland en/of Frankrijk,

meermalen althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander,

(telkens) een of meer anderen, te weten meerdere personen met een buitenlandse nationaliteit,

* behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door, en/of

* uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in,

Nederland en/of België en/of Frankrijk en/of het Verenigd Koninkrijk, en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, en/of

voornoemde personen (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,

door

- de financiering voor de rubberbo(o)t(en) en/of buitenboordmotor(en) te regelen, en/of

- ( een of meerdere) rubberbo(o)t(en) en/of buitenboordmotor(en) te hebben aangekocht/laten aankopen ten behoeve van die smokkel, en/of

- die voornoemde personen te (laten) vervoeren en/of tijdens de reis te (laten) begeleiden, en/of het vervoer/transport van die personen (telkens) te regelen en/of te organiseren, en/of

- die voornoemde personen te voorzien (een of meerdere) rubber bo(o)t(en), en/of (een of meerdere) buitenboordmotor(en) en/of (een of meerdere) brandstoftank(s)/jerrycan(s) (met brandstof voor een buitenboordmotor) en/of (een of meerdere) zwemvest(en), althans,

enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis, het vervoer en/of het verblijf van die voornoemde personen,

terwijl hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(n) wist(en) of ernstige redenen hadden te vermoeden dat die doorrei(s)z(en) en/of dat verblijf/die verblijven wederrechtelijk was/waren,

en terwijl door dit feit (telkens) levensgevaar voor die voornoemde personen te duchten was, omdat

- de smokkel plaatsvindt met rubberbo(o)t(en) via de Noordzee-/Kanaalroute waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijke smokkelroute is met (vele) (dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen, althans een hoog risico daarop, al dan niet door sterke stroming en/of druk scheepvaartverkeer en/of onvoldoende vaar- en zwemvaardigheden bij de opvarenden, en/of

- de gebruikte rubberbo(o)t(en) niet geschikt zijn om de Noordzee/het Kanaal over te steken, en/of

- de gebruikte rubberbo(o)t(en) gevuld/beladen worden met meer mensen dan waarvoor deze

rubberbo(o)t(en) geschikt zijn,

terwijl hij van het plegen van dit feit een beroep of gewoonte heeft gemaakt;

Feit 5 (zaaksdossier 5)

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 augustus 2024 tot en met 22 augustus 2024 te Geleen en/althans (elders) in Nederland en/of in België en/of in Frankrijk, althans ook elders,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen en/althans alleen,

(telkens) ter voorbereiding van het misdrijf om een of meer perso(o)n(en),

behulpzaam te zijn bij het zich verschaffen van toegang tot en/of doorreis door, en/of uit winstbejag behulpzaam te zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, en/of die perso(o)n(en) daartoe (telkens) gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen,

terwijl de verdachte en/of zijn mededaders(s) wist(en) of ernstige redenen hadden te vermoeden dat die toegang en/of die doorreis en/of dat verblijf (telkens) wederrechtelijk was,

en/of door die/dat misdrijf/ven (telkens) levensgevaar voor de te smokkelen personen te duchten was, (telkens) een misdrijf als strafbaar gesteld in artikel 197a (lid 5) Wetboek van Strafrecht,

(door) opzettelijk voorwerpen en/of vervoersmiddel(en) en/of (een) ruimte(n), bestemd tot het begaan van die/dat misdrijf/misdrijven heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, te weten:

- een geldbedrag ad. € 3000 te lenen voor de aankoop van rubberbo(o)t(en).

3. De bewijsmotivering

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich – overeenkomstig een aan de rechtbank overgelegd schriftelijk requisitoir – op het standpunt gesteld dat alle aan verdachte ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich – overeenkomstig de inhoud van een aan de rechtbank overgelegde pleitnota – ten aanzien van het onder 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde primair op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken en subsidiair dat de rol en de gedragingen van verdachte beperkter waren dan ten laste is gelegd, de pleegperiodes moeten worden ingekort en dat verdachte van enkele onderdelen van de tenlastelegging dient te worden vrijgesproken. Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde heeft de verdediging aangevoerd dat verdachte erkent een rol te hebben gehad, maar dat hij niet voor alle verwijten in de tenlastelegging aansprakelijk is, dat de pleegperiode moet worden ingekort en dat rekening moet worden gehouden met de beperkte rol van verdachte.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 5 is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. Weliswaar lijkt uit tapgesprekken en verklaringen te volgen dat verdachte een keer € 3.000,- van zijn zoon heeft geleend, maar het ontbreekt aan bewijs waaruit zou kunnen volgen dat dat bedrag bedoeld was en/of gebruikt is voor de aanschaf van rubberboten bestemd voor mensensmokkel over het Kanaal. In elk geval volgt dat niet uit de door de officier van justitie aangehaalde tapgesprekken waarin gesproken wordt over “een groep mensen die vanuit Turkije gaat vertrekken” en “het kopen van een boot door een vriend in Spanje”.

De rechtbank is van oordeel dat wel wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde feiten heeft begaan. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

De juridische kaders

Artikel 197a Wetboek van Strafrecht ( mensensmokkel )

Voor een bewezenverklaring van artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht (Sr) is vereist dat de verdachte, al dan niet uit winstbejag, behulpzaam, behulpzaam is geweest een persoon toegang tot of doorreis door of verblijf te verschaffen in Nederland of een andere lidstaat van de Europese Unie (EU), of dat de verdachte daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft om te vermoeden, dat de toegang of doorreis of het verblijf wederrechtelijk is.

Naar vaste rechtspraak moet het bestanddeel ‘behulpzaam zijn bij’ uitgelegd worden overeenkomstig artikel 48 Sr, waarin medeplichtigheid in algemene zin strafbaar is gesteld. In deze strafzaak gaat het erom of de verdachte behulpzaam is geweest bij het verschaffen van de doorreis door, het verblijf in en toegang tot een lidstaat van de EU van een persoon of dat de verdachte daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft of dit in enigerlei opzicht bevorderd heeft of gemakkelijk heeft gemaakt. Als behulpzaamheden die onder artikel 197a Sr vallen, is onder meer genoemd: de begeleiding tijdens de reis en het verlenen of verzorgen van vervoer.

Wederrechtelijkheid

Het begrip ‘wederrechtelijk’ in de delictsomschrijving van artikel 197a Sr moet worden uitgelegd als ‘zonder enig subjectief recht of enige bevoegdheid’. De hulp moet dus verleend zijn ten opzichte van iemand die tot het verblijf of de toegang in Nederland of het Schengen-rechtsgebied aan geen rechtsregel – van nationale of internationale herkomst – enige titel kan ontlenen.

Beroep /gewoonte maken van ( lid 4 )

Een beroep of gewoonte maken als bedoeld in artikel 197a, lid 4 Sr duidt erop dat de verdachte zich vaker en met enige regelmaat, al dan niet beroepsmatig, schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel of behulpzaam zijn bij het wederrechtelijk verschaffen van verblijf, toegang of doorreis.

Of er gesproken kan worden van het maken van een beroep of gewoonte hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij kan onder meer betekenis toekomen aan de aard van de gedragingen, de omstandigheden waaronder deze gedragingen zijn verricht, het aantal gedragingen en het tijdsbestek waarbinnen zich dit heeft afgespeeld. Daarbij geldt niet de eis dat er sprake moet zijn van een minimum aantal van gedragingen.

Levensgevaar ( lid 5 )

In lid 5 van artikel 197a Sr is voor een ander te duchten levensgevaar als strafverzwarende omstandigheid opgenomen. Voor de invulling van het begrip ‘levensgevaar’ wordt door de Hoge Raad aansluiting gezocht bij de jurisprudentie, die ziet op ‘levensgevaar’ zoals bedoeld in artikel 157 Sr. De Hoge Raad vult het te duchten gevaar aan de hand van het vereiste van voorzienbaarheid in. Daarbij wordt uitgegaan van voorzienbaarheid ten tijde van het handelen van de verdachte. Om het levensgevaar voor een ander als vaststaand te kunnen aannemen is in algemene zin vereist dat uit de inhoud van wettige bewijsmiddelen volgt dat levensgevaar te duchten was. Dit betekent dat het levensgevaar ten tijde van het behulpzaam zijn bij de doorreis in de Europese Unie naar algemene ervaringsregels voorzienbaar moet zijn geweest. Dat de verdachte zelf dat gevaar wellicht niet heeft voorzien, is niet van belang.

Medeplegen

De medepleger wordt ingevolge artikel 47 Sr als dader bestraft. Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat voor een bewezenverklaring van medeplegen vereist is dat er sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen twee of meer personen aan een delict, waarbij de intellectuele en/of materiële bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Deze samenwerking kan in sommige gevallen afgeleid worden uit een gezamenlijk plan of gezamenlijk optreden. Het begrip samenwerking heeft ook een intentionele betekenis; uit de uiterlijke verschijningsvorm van gedragingen kan in bepaalde gevallen het doelgerichte karakter worden afgeleid en daarmee ook de gezamenlijke intenties van de betrokken verdachten om het doel te verwezenlijken.

Strafbare voorbereidingshandelingen

Iemand die behulpzaam is bij de oversteek die moet leiden tot de illegale toegang tot het Verenigd Koninkrijk en weet of moet vermoeden dat die reis wederrechtelijk is, maakt zich schuldig aan mensensmokkel. Het opzettelijk verwerven, voorhanden hebben, invoeren, doorvoeren en uitvoeren van vervoersmiddelen en andere voorwerpen, bedoeld om deze illegale overtocht over het Kanaal te maken, zijn voorbereidingshandelingen, strafbaar gesteld in artikel 46 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Voor de bewezenverklaring van het plegen van voorbereidingshandelingen als bedoeld in dit artikel, is tevens vereist dat de verdachte een misdrijf heeft voorbereid waar een gevangenisstraf van acht jaar of meer op staat. Dat betekent dat het voorbereiden van een misdrijf zoals omschreven in artikel 197a lid 1 Sr, waarvoor een gevangenisstraf voor de duur van ten hoogste zes jaren kan worden opgelegd, op zichzelf niet strafbaar is. Voor strafbare voorbereidingshandelingen inzake artikel 197a Sr moet sprake zijn van strafverzwarende omstandigheden, zoals ‘een beroep of gewoonte maken’ (lid 4, maximumstraf van tien jaren), ‘in vereniging plegen’ (lid 4, maximumstraf van tien jaren) en ‘terwijl levensgevaar te duchten was’ (lid 5, maximumstraf van 15 jaren).

Algemene overweging van de rechtbank over het bestanddeel levensgevaar

Het is algemeen bekend dat de laatste jaren op grote schaal illegale migratie plaatsvindt vanuit Frankrijk naar het Verenigd Koninkrijk door met rubberbootjes met een lengte tussen de 5 en 12 meter, de drukst bevaren zeeroute ter wereld, het Kanaal, over te steken. Bekend zijn de beelden van rubberboten met buitenboordmotor, veelal beladen met meer mensen dan waarvoor die boten geschikt zijn. Die rubberboten voldoen niet aan de voorwaarden voor zeewaardigheid (zo zijn deze onder meer onvoldoende uitgerust met navigatie- en veiligheidsmiddelen, is voortstuwing onvoldoende, en voldoen niet aan stabiliteits- of sterkte-vereisten) en begeven zich desalniettemin op volle zee, blootgesteld aan golven, koud water, sterke stroming, grillige weersomstandigheden en druk scheepvaartverkeer, waarbij de opvarenden vaak niet beschikken over voldoende vaar- en zwemvaardigheden. Meer dan eens belanden de opvarenden van die bootjes in levensgevaarlijke situaties, waarbij mensen daadwerkelijk om het leven komen.

De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat het bij mensensmokkel vanuit Frankrijk naar het Verenigd Koninkrijk met behulp van rubberboten met een buitenboordmotor een feit van algemene bekendheid is dat daarbij levensgevaar voor de opvarenden te duchten is.

De zaaksdossiers

Zaaksdossier 1 (feit 1)

Op 27 augustus 2024 stuurt verdachte naar medeverdachte [medeverdachte 1] , hierna te noemen [medeverdachte 1] , een video met een wit/lichtgrijze rubberboot varend op zee met een buitenboordmotor met ongeveer 30 jonge mannen erin. Op de video is te horen dat gezegd wordt “de datum is 27-08, hier zijn jouw passagiers, [naam boot] , richting Brittannië” en “ [naam boot] ”. Vervolgens stuurt verdachte een bericht aan [medeverdachte 1] met de tekst “Wis hem”, waarna [medeverdachte 1] terugstuurt “een beest, moge God jou belonen”. Vervolgens stuurt verdachte aan [medeverdachte 1] een bericht met de tekst “Dank je wel. Ik wil morgen rubberboten hebben, dringend”.

Op 29 augustus 2024 heeft [medeverdachte 1] contact met een verkoper over de aanschaf van een rubberboot voor € 1000,00 in [plaats] . Op 29 augustus 2024 en op 2 september 2024 hebben verdachte en [medeverdachte 1] veelvuldig contact via WhatsApp over de aanschaf van een rubberboot. Verdachte geeft [medeverdachte 1] op 2 september 2024 de opdracht om de boot in [plaats] te kopen en om een videofragment op te nemen om zeker te weten dat de boot niet lekt of beschadigd is. [medeverdachte 1] stuurt verdachte vervolgens een video waarop de boot te zien is en waarop [medeverdachte 1] zegt “Kijk [naam 1] , dit is jouw monster (beest), kijk…”. Verdachte zegt daarna dat [medeverdachte 1] de auto met de boot ergens moet parkeren en moet bedekken.

Opsporingsambtenaren van het Team Heimelijke Inwinning hebben op 5 september 2024 een boot gezien in de gang van de kapperszaak van [medeverdachte 1] , [bedrijf] te [vestigingsplaats] . Verder zagen zij in deze kapperszaak verdachte en zijn zoon en een onbekende man die met de boot bezig was.

Op 6 september 2024 is [medeverdachte 1] aangehouden door de Koninklijke Marechaussee op de A76 ter hoogte van [vestigingsplaats] in de richting van de Belgische grens. In zijn auto werd een rubberboot aangetroffen. Verbalisanten van de Koninklijke Marechaussee hebben onderzoek verricht aan deze rubberboot. Bij de rubberboot werden ook vijf aluminium en twee houten bodemplaten aangetroffen, een voetpomp en vier zijrails. Uit onderzoek bleek dat de in beslag genomen boot waarschijnlijk dezelfde boot betrof als de boot in de video die [medeverdachte 1] op 2 september 2024 aan verdachte heeft verzonden. Op 11 september 2024 vertelde de broer van [medeverdachte 1] aan de opsporingsambtenaren van het Team Heimelijke Inwinning dat [medeverdachte 1] aangehouden is door de politie met de boot die de opsporingsambtenaren bij de kapperszaak hadden gezien.

[medeverdachte 1] heeft op 24 januari 2025 en ter terechtzitting van 17 maart 2026 verklaard dat hij voor € 1000,00 een boot heeft gekocht in opdracht van verdachte, dat hij hiervoor € 2000,00 heeft ontvangen van de zoon van verdachte, dat hij de boot in zijn woning in [woonplaats] heeft bewaard en dat hij de boot naar Maasmechelen (België) zou brengen naar een persoon genaamd [naam 2] , maar dat hij bij de Nederlands/Belgische grens is aangehouden.

Verdachte heeft ter terechtzitting van 17 maart 2026 verklaard dat hij [medeverdachte 1] een boot heeft laten kopen in opdracht van [medeverdachte 2] , die [medeverdachte 1] vervolgens voor [medeverdachte 2] naar Maasmechelen (België) moest brengen. Verdachte heeft ter terechtzitting van 17 maart 2026 verder verklaard dat hij vanaf 28 juni 2024 wist dat [medeverdachte 2] zich met mensensmokkelactiviteiten bezig hield. Dit was het moment waarop hij van [medeverdachte 2] een afbeelding van Google Maps ontving van een plek vlakbij het strand, waar [medeverdachte 2] op [medeverdachte 1] zou wachten, en nadat een auto met nautische goederen vlakbij de kust was verdwenen.

De rechtbank stelt op grond van de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden vast dat verdachte samen met anderen nautische goederen, te weten een rubberboot, vijf aluminium en twee houten bodemplaten, een voetpomp en vier zijrails, waarvan hij wist dat ze bestemd waren voor een illegale en levensgevaarlijke overtocht van Frankrijk naar het Verenigd Koninkrijk, heeft verworven en voorhanden gehad. Verder heeft hij deze goederen door [medeverdachte 1] laten bewaren in diens kapsalon, te weten [bedrijf] te [vestigingsplaats] , en heeft hij € 2.000,00 beschikbaar gesteld voor de aanschaf van deze goederen, welk geld verdachte van [medeverdachte 2] had ontvangen. Nu verdachte op het moment van dit feit reeds wist dat [medeverdachte 2] zich bezig hield met mensensmokkel, is de rechtbank van oordeel dat verdachte hiermee opzettelijk voorbereidingshandelingen heeft verricht teneinde mensensmokkel te faciliteren, terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is.

Zaaksdossier 2 (feit 2)

[medeverdachte 1] is op 6 juli 2024 naar Wieringerwaard gegaan om een buitenboordmotor te kopen. Nadat verdachte een video-opname van de buitenboordmotor stuurde naar medeverdachte [medeverdachte 1] , gaf verdachte [medeverdachte 1] de opdracht de buitenboordmotor te kopen. Vervolgens heeft [medeverdachte 1] aan verdachte laten weten dat hij de buitenboordmotor voor hem heeft gekocht en meegenomen, samen met een slang en een jerrycan.

Verdachte heeft op 25 september 2025 verklaard dat hij [medeverdachte 1] deze buitenboordmotor heeft laten kopen op verzoek van [medeverdachte 2] en dat verdachte hiervoor het geld moest geven aan [medeverdachte 1] . Verdachte heeft verder verklaard dat de motor in de kapsalon van [medeverdachte 1] is blijven liggen totdat het daar werd opgehaald en dat hij het geld een maand later van [medeverdachte 2] heeft teruggekregen.

Zoals hiervoor al opgemerkt heeft de verdachte ter terechtzitting van 17 maart 2026 ten aanzien van feit 3 verklaard dat hij op dat moment (de rechtbank begrijpt 28/29 juni 2024) wist dat [medeverdachte 2] zich bezig hield met mensensmokkel.

De rechtbank stelt op grond van de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden vast dat verdachte op 6 juli 2024 samen met anderen een buitenboordmotor, waarvan hij wist dat deze bestemd was voor een illegale en levensgevaarlijke overtocht van Frankrijk naar het Verenigd Koninkrijk, heeft verworven en voorhanden gehad. Nu verdachte op het moment van dit feit reeds wist dat [medeverdachte 2] zich bezig hield met mensensmokkel, is de rechtbank van oordeel dat verdachte hiermee opzettelijk voorbereidingshandelingen heeft verricht teneinde mensensmokkel te faciliteren, terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is.

Zaaksdossier 3 (feit 3)

Op 28 juni 2024 zegt verdachte tegen [medeverdachte 1] dat hij een boot nodig heeft van 9 meter, dat de prijs van de boot geen probleem is en dat hij enorm veel mensen heeft.

[naam 3] heeft verklaard dat zijn Toyota C-HR voorzien van het kenteken [kenteken] op 1 juli 2024 is aangetroffen in Calais, nadat hij de auto had uitgeleend aan een persoon genaamd [naam 4] . Hij heeft verder verklaard dat verdachte hem had gevraagd een boot op te halen in Duitsland en naar Frankrijk te brengen, maar dat hij geen tijd had en dat hij daarom verdachte in contact heeft gebracht met [naam 4] die de boot vervolgens heeft opgehaald in Duitsland en naar Frankrijk heeft gebracht met zijn Toyota C-HR. Uit het dossier blijkt dat verdachte op 26 juni 2024 tien maal telefonisch contact had met [naam 3] .

[naam 4] heeft verklaard dat hij op 29 of 30 juni 2024 met de Toyota C-HR van [naam 3] naar een parkeerplaats in Frankrijk vlakbij de zee is gereden en daar de auto heeft geparkeerd. In de auto lagen nautische goederen.

Uit het dossier blijkt dat de Toyota C-HR op 28 juni 2024 naar Duitsland is gereden en op 30 juni 2024 vanuit Nederland richting Frankrijk en dat de Volkswagen Golf van de zoon van verdachte acht minuten voor deze auto reed. Verder blijkt uit het dossier dat op 1 juli 2024 de Toyota C-HR zonder bestuurder is aangetroffen in de directe omgeving van het strand van Calais. De Toyota stond niet ver van het strand geparkeerd, had twee lekke banden en was volgeladen met nautische goederen, waaronder een grote rubberboot, een buitenboordmotor, zwemvesten en jerrycans met brandstof. Bij de Toyota werden geen personen aangetroffen, maar wel werd in de Toyota een Belgische identiteitskaart aangetroffen op naam van [naam 4] .

Verdachte heeft ter terechtzitting van 17 maart 2026 verklaard dat hij op verzoek van [medeverdachte 2] iemand heeft geregeld om een boot te vervoeren van Duitsland naar Frankrijk, dat verdachte hier 200 à 300 euro voor kreeg en dat hij op dat moment wist dat [medeverdachte 2] zich bezig hield met mensensmokkel.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat [naam 4] op 28 juni 2024 nautische goederen, te weten een rubberboot, een buitenboordmotor, jerrycans met brandstof voor een buitenboordmotor en zwemvesten heeft opgehaald in Duitsland en deze op 30 juni 2024 naar Frankrijk heeft gebracht. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [naam 4] bij dit vervoer van de nautische spullen nauw en bewust samengewerkt met verdachte en [medeverdachte 2] . De rechtbank is van oordeel dat uit de uiterlijke verschijningsvorm van de nautische goederen, de verhullende manier van het vervoeren daarvan en de plaats waar deze goederen zijn aangetroffen, te weten vlakbij het strand van Calais, een duidelijke bestemming van de goederen kan worden afgeleid, namelijk ten behoeve van mensensmokkel vanaf het vasteland van Europa (Frankrijk) naar het Verenigd Koninkrijk over het Kanaal. Zoals hiervoor overwogen valt bij deze mensensmokkel levensgevaar te duchten. Nu verdachte heeft verklaard dat hij deze goederen naar Frankrijk heeft laten vervoeren in opdracht van [medeverdachte 2] , wetende dat [medeverdachte 2] zich bezig hield met mensensmokkel, concludeert de rechtbank dat verdachte’s opzet gericht was op de criminele bestemming van de goederen.

Zaaksdossier 4 (feit 4)

Uit dit zaaksdossier blijkt dat [naam 5] op 14 september 2024 omstreeks 23:05 uur op heterdaad is aangehouden door de Belgische politie op de parkeerplaats Mannekesvere bij Middelkerke vlakbij Frankrijk. [naam 5] reed aanvankelijk hard weg toen de Belgische politie hem wilde controleren en vluchtte daarna te voet, maar werd later toch aangehouden. De politie heeft geconstateerd dat de auto (een Duits gekentekende Audi) waarin [naam 5] reed volgeladen was met diverse nautische goederen zoals een opgevouwen opblaasbare rubberboot, een buitenboordmotor, een jerrycan met brandstof en een pomp met een nanometer.

[naam 5] heeft verklaard dat hij met hulp van [medeverdachte 2] tegen betaling op 13 september 2024 de overtocht wilde maken van Frankrijk naar Engeland, maar dat dit is mislukt omdat de politie kwam. Verder heeft hij verklaard dat hij op 14 september 2024 nogmaals een poging zou doen om de overtocht te maken van Frankrijk naar Engeland met zijn hulp, maar dat dit is mislukt omdat hij door de politie werd opgepakt.

In de telefoon van [naam 5] werd een WhatsApp groepschat aangetroffen met als deelnemers [naam 5] , verdachte en [medeverdachte 2] , waarin onder andere een afbeelding van een betaling op 14 september 2024 te zien is en een afbeelding van een locatie die [naam 5] op 14 september 2024 om 17:51 uur ontvangt.

Verdachte heeft verklaard dat hij samen met [medeverdachte 2] voor de auto van [naam 5] reed. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij wist dat [medeverdachte 2] zich met mensensmokkelactiviteiten bezig hield, dat hij 200 tot 300 euro per keer kreeg om [medeverdachte 2] naar Frankrijk te rijden en dat hij [medeverdachte 2] op sommige momenten naar Frankrijk moest brengen om voor te verkennen.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat [naam 5] op 14 september 2024 nautische goederen, te weten een opgevouwen opblaasbare rubberboot, een buitenboordmotor, een jerrycan met brandstof en een pomp met een nanometer heeft vervoerd naar Frankrijk, waarbij de route werd voorverkend door verdachte en [medeverdachte 2] . Naar het oordeel van de rechtbank is er sprake van een nauwe en bewuste samenwerking bij dit vervoeren van de nautische spullen tussen [naam 5] , verdachte en [medeverdachte 2] . De rechtbank is van oordeel dat uit de uiterlijke verschijningsvorm van de nautische goederen, de verhullende manier van het vervoeren daarvan en de plaats waar deze goederen zijn aangetroffen, te weten op een Belgische parkeerplaats vlakbij Frankrijk, en de verklaring dat [naam 5] door [medeverdachte 2] geholpen zou worden om de oversteek te maken naar Engeland, een duidelijke bestemming van de goederen kan worden afgeleid, namelijk ten behoeve van mensensmokkel vanaf het vasteland van Europa (Frankrijk) naar het Verenigd Koninkrijk over het Kanaal. Zoals hiervoor overwogen valt bij deze mensensmokkel levensgevaar te duchten. Nu verdachte heeft verklaard dat hij [medeverdachte 2] naar Frankrijk bracht teneinde de route voor te verkennen voor [naam 5] , wetende dat [medeverdachte 2] zich bezig hield met mensensmokkel, is de rechtbank van oordeel dat verdachte’s opzet gericht was op de criminele bestemming van de goederen.

Beroep of gewoonte maken (feiten 3 en 4)

Nu verdachte samen met medeverdachten in een tijdsbestek van drie maanden twee keer een levensgevaarlijke vorm van mensensmokkel heeft voorbereid en zich tweemaal schuldig heeft gemaakt aan een levensgevaarlijke vorm van mensensmokkel, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van mensensmokkel, waarbij levensgevaar voor een ander te duchten is.

Winstbejag (feiten 1, 2, 3 en 4)

Het bestanddeel ‘uit winstbejag’ behulpzaam zijn bij “het toegang verschaffen tot of de doorreis door” maakt sinds 1 januari 2005 geen deel meer uit van lid 1 van artikel 197a Sr, maar alleen nog van lid 2. Artikel 197a, lid 2 heeft betrekking op hulp bij illegaal verblijf. Op basis van de stukken in het dossier stelt de rechtbank vast dat de (voorbereidings)handelingen van verdachte gericht waren op het illegale transport van personen en niet op hulp bij illegaal verblijf. Om die reden wordt verdachte vrijgesproken van het bestanddeel ‘uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf’.

Conclusie

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten, zoals hierna in de bewezenverklaring omschreven.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

feit 1 (zaaksdossier 1)

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 augustus 2024 tot en met 6 september 2024 te Geleen en/of Leeuwarden en/althans (elders) in Nederland en/of in België en/of in Frankrijk, althans ook elders, tezamen en in vereniging met een of meer anderen en/althans alleen,

(telkens) ter voorbereiding van het misdrijf om een of meer perso(o)n(en),

behulpzaam te zijn bij het zich verschaffen van toegang tot en/of doorreis door, en/of uit winstbejag behulpzaam te zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel

van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, en/of die perso(o)n(en) daartoe (telkens) gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen,

terwijl de verdachte en/of zijn mededaders(s) wist(en) of ernstige redenen hadden te vermoeden dat die toegang en/of die doorreis en/of dat verblijf (telkens) wederrechtelijk was,

en/of door die/dat misdrijf/ven (telkens) levensgevaar voor de te smokkelen personen te duchten was, (telkens) een misdrijf als strafbaar gesteld in artikel 197a (lid 5) Wetboek van Strafrecht,

(door) opzettelijk voorwerpen en/of vervoersmiddel(en) en/of (een) ruimte(n), bestemd tot het begaan van die/dat misdrijf/misdrijven heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, te weten:

- een of meerdere rubberbo(o)t(en), en/of

- een of meerdere bodemplaten, en/of

- een of meerdere zijrails, en/of

- een of meerdere opblaaspomp(en), en/of

- een opslaglocatie bij [bedrijf] te [vestigingsplaats] , en/of

- een geldbedrag ad. € 2.000 beschikbaar gesteld voor de aankoop van rubberbo(o)t(en);

feit 2 (zaaksdossier 2)

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 3 juli 2024 tot en met 6 juli 2024 te Wieringerwaard en/althans (elders) in Nederland en/of in België en/of in Frankrijk, althans ook elders, tezamen en in vereniging met een of meer anderen en/althans alleen,

(telkens) ter voorbereiding van het misdrijf om een of meer perso(o)n(en),

behulpzaam te zijn bij het zich verschaffen van toegang tot en/of doorreis door, en/of uit winstbejag behulpzaam te zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, en/of die perso(o)n(en) daartoe (telkens) gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen,

terwijl de verdachte en/of zijn mededaders(s) wist(en) of ernstige redenen hadden te vermoeden dat die toegang en/of die doorreis en/of dat verblijf (telkens) wederrechtelijk was,

en/of door die/dat misdrijf/ven (telkens) levensgevaar voor de te smokkelen personen te duchten was, (telkens) een misdrijf als strafbaar gesteld in artikel 197a (lid 5) Wetboek van Strafrecht,

(door) opzettelijk een voorwerpen en/of vervoersmiddel(en) en/of (een) ruimte(n), bestemd tot het begaan van die/dat misdrijf/misdrijven heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, te weten:

- een of meerdere buitenboordmotor(en);

feit 3 (zaaksdossier 3)

hij op of omstreeks in de periode van 26 juni 2024 tot en met 1 juli 2024, te Nederland en/of België en/of Duitsland en/of Frankrijk,

meermalen althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen,

(telkens) een of meer anderen, te weten meerdere personen met een buitenlandse nationaliteit,

* behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door, en/of

* uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in,

Nederland en/of België en/of Frankrijk en/of het Verenigd Koninkrijk, en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad en voornoemde personen (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,

door

- de financiering voor de rubberbo(o)t(en) en/of buitenboordmotor(en) te regelen, en/of

-(een of meerdere) rubberbo(o)t(en) en/of buitenboordmotor(en) te hebben aangekocht/laten aankopen ten behoeve van die smokkel, en/of

-die voornoemde personen te (laten) vervoeren en/of tijdens de reis te (laten) begeleiden, en/of het vervoer/transport van die personen (telkens) te regelen en/of te organiseren, en/of

- die voornoemde personen te voorzien van (een of meerdere) rubber bo(o)t(en), en/of (een of meerdere) buitenboordmotor(en) en/of (een of meerdere) brandstoftank(s)/jerrycan(s) (met brandstof voor een buitenboordmotor) en/of (een of meerdere) zwemvest(en), althans,

enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis, het vervoer en/of het verblijf van die voornoemde personen,

terwijl hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(n) wist(en) of ernstige redenen hadden te vermoeden dat die toegang en/of doorrei(s)z(en) en/of dat verblijf/die verblijven wederrechtelijk was/waren,

en terwijl door dit feit (telkens) levensgevaar voor die voornoemde personen te duchten was, omdat

- de smokkel plaatsvindt met een rubberbo(o)t(en) via de Noordzee-/Kanaalroute waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijke smokkelroute is met (vele) (dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen hoog risico daarop, althans een, al dan niet door sterke stroming en/of druk scheepvaartverkeer en/of onvoldoende vaar- en zwemvaardigheden bij de opvarenden, en/of

- de gebruikte rubberbo(o)t(en) niet geschikt is om de Noordzee/het Kanaal over te steken,

- de gebruikte rubberbo(o)t(en) gevuld/beladen worden met meer mensen dan waarvoor deze rubberbo(o)t(en) geschikt zijn,

terwijl hij van het plegen van dit feit een beroep of gewoonte heeft gemaakt;

feit 4 (zaaksdossier 4)

hij in de periode van 11 september 2025 2024 tot en met 15 september 2024, te Nederland en/of België en/of Duitsland en/of Frankrijk,

meermalen althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een anderen,

(telkens) een of meer anderen, te weten meerdere personen met een buitenlandse nationaliteit,

* behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door, en/of

* uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in,

Nederland en/of België en/of Frankrijk en/of het Verenigd Koninkrijk, en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, en/of

voornoemde personen (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,

door

- de financiering voor de rubberbo(o)t(en) en/of buitenboordmotor(en) te regelen, en/of

- (een of meerdere) rubberbo(o)t(en) en/of buitenboordmotor(en) te hebben aangekocht/laten aankopen ten behoeve van die smokkel, en/of

- die voornoemde personen te (laten) vervoeren en/of tijdens de reis te (laten) begeleiden, en/of het vervoer/transport van die personen (telkens) te regelen en/of te organiseren, en/of

- die voornoemde personen te voorzien (een of meerdere) rubber bo(o)t(en), en/of (een of meerdere) buitenboordmotor(en) en/of (een of meerdere) brandstoftank(s)/jerrycan(s) (met brandstof voor een buitenboordmotor) en/of (een of meerdere) zwemvest(en), althans,

enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis, het vervoer en/of het verblijf van die voornoemde personen,

terwijl hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(n) wist(en) of ernstige redenen hadden te vermoeden dat die toegang en/of doorrei(s)z(en) wederrechtelijk was/waren,

en terwijl door dit feit (telkens) levensgevaar voor die voornoemde personen te duchten was, omdat

- de smokkel plaatsvindt met een rubberbo(o)t(en) via de Noordzee-/Kanaalroute waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijke smokkelroute is met (vele) (dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen, althans een hoog risico daarop, al dan niet door sterke stroming en/of druk scheepvaartverkeer en/of onvoldoende vaar- en zwemvaardigheden bij de opvarenden, en/of

- de gebruikte rubberbo(o)t(en) niet geschikt is om de Noordzee/het Kanaal over te steken, en/of

- de gebruikte rubberbo(o)t(en) gevuld/beladen worden met meer mensen dan waarvoor deze

rubberbo(o)t(en) geschikt zijn,

terwijl hij van het plegen van dit feit een beroep of gewoonte heeft gemaakt.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

4. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 46, 47 en 197a van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op:

feiten 1 en 2, telkens:

het misdrijf: medeplegen van het voorbereiden van mensensmokkel, terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is;

feiten 3 en 4, telkens:

het misdrijf: mensensmokkel, terwijl het feit wordt begaan door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte heeft gemaakt, en het feit in vereniging wordt begaan door meerdere personen en terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is.

5. De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezen verklaarde feiten.

6. De op te leggen straf of maatregel

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren met aftrek van voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft een strafmaatverweer gevoerd.

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

De ernst van de strafbare feiten

De verdachte heeft zich tweemaal schuldig gemaakt aan het samen met anderen voorbereiden van mensensmokkel en tweemaal aan het medeplegen van mensensmokkel, door nautische goederen naar/in de richting van Frankrijk te vervoeren. Deze spullen waren bedoeld om migranten zonder geldige reispapieren via het Kanaal de oversteek naar het Verenigd Koninkrijk te laten maken en daarmee illegale migratie te bevorderen. Mede omdat de door nautische goederen niet zeewaardig zijn, is een dergelijke overtocht levensgevaarlijk.

Mensensmokkel doorkruist tevens het overheidsbeleid aangaande bestrijding van wederrechtelijke toegang tot en/of doorreis door Europese landen en draagt daarmee bij aan het in stand houden van een illegaal circuit. De handelwijze van verdachte ondermijnt dit beleid en veroorzaakt onrust en gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Bovendien leiden dit soort feiten tot vormen van uitbuiting en misbruik van kwetsbare personen, als ook tot levensgevaarlijke situaties waarbij mensen ook daadwerkelijk overlijden. De verdachte was een onmisbare schakel in dit geheel. De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij heeft gehandeld zoals is bewezen verklaard.

Persoon van de verdachte

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte van 13 januari 2026. Hieruit blijkt dat verdachte in Nederland niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit. Uit het procesdossier en de verklaringen van de verdachte blijkt evenwel dat hij in Oostenrijk en in Griekenland is in detentie heeft verbleven en/of is veroordeeld voor mensensmokkel.

Strafoplegging

Gezien de ernst van de gepleegde feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank heeft bij het bepalen van de duur daarvan aansluiting gezocht bij de straffen die in vergelijkbare zaken zijn opgelegd en rekening gehouden met de eerdere justitiecontacten voor mensensmokkel in Oostenrijk en Griekenland. Deze hebben de verdachte er kennelijk niet van weerhouden zich wederom schuldig te maken aan soortgelijke strafbare feiten.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden is en zij zal verdachte daartoe dan ook veroordelen.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

7. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op artikel 57 Sr.

8. De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 5 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feiten

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feiten 1 en 2, telkens:

het misdrijf: medeplegen van het voorbereiden van mensensmokkel, terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is;

feiten 3 en 4, telkens:

het misdrijf: mensensmokkel, terwijl het feit wordt begaan door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte heeft gemaakt, en het feit in vereniging wordt begaan door meerdere personen en terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Melaard, voorzitter, mr. S.K. Huisman en mr. R.P. van Campen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C. van Druten, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 7 april 2026.

Buiten staat

Mr. van Campen is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M. Melaard
  • mr. S.K. Huisman
  • mr. R.P. van Campen

Griffier

  • mr. C.C. van Druten

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?