RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 11850565 \ CV EXPL 25-2457
Vonnis van 7 april 2026
in de zaak van
[partij A] ,
wonende te [woonplaats],
eisende partij in conventie, verwerende partij in (voorwaardelijke) reconventie,
hierna te noemen: [partij A],
gemachtigde: mr. E.A. Stegehuis,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,
SCHADEHERSTEL TWENTE B.V.,
gevestigd te Hengelo (O),
gedaagde partij in conventie, in eisende partij in (voorwaardelijke) reconventie,
hierna te noemen: Schadeherstel Twente,
gemachtigde: mr. M.P.A. Hollander.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met elf producties;- de conclusie van antwoord, tevens conclusie van eis in (voorwaardelijke) reconventie met vier producties;
- de conclusie van antwoord in (voorwaardelijke) reconventie;
- de mondelinge behandeling van 19 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Beide gemachtigden hebben spreekaantekeningen overgelegd.
Ten slotte is vonnis bepaald, dat heden wordt uitgesproken.
2. De zaak in het kort
Schadeherstel Twente heeft bij de eindafrekening ten onrechte geen rekening gehouden met het bepaalde in artikel 7:632 lid 2 BW. Hierdoor is zij de wettelijke verhoging van 25% verschuldigd over hetgeen zij aldus teveel heeft verrekend. Op zich had Schadeherstel Twente wel verrekenbare vorderingen vanwege teveel genoten verlofuren en ook uit hoofde van voorgeschoten kosten vanwege het rijklaar maken van een importauto van [partij A].
In reconventie zal datgene wat niet kon worden verrekend in de eindafrekening worden toegewezen. Er bestaat geen grond om aan te nemen dat de in juli 2024 doorgevoerde loonsverhoging van € 1.000,00 bruto per maand een voorwaardelijk karakter had. Het in verband hiermee door Schadeherstel Twente gevorderde bedrag wordt afgewezen.
3. De feiten
[partij A] is op 4 september 2023 bij Schadeherstel Twente in dienst getreden als [functie] voor 38 uur per week en een salaris van € 2.250,00 bruto per maand exclusief emolumenten. Op 31 augustus 2024 is de arbeidsovereenkomst van rechtswege geëindigd vanwege verloop van de duur waarvoor deze is aangegaan. Op de arbeidsovereenkomst was de cao carrosseriebedrijf van toepassing.
Schadeherstel Twente oefent een autoschadeherstelbedrijf uit. [partij A] heeft in het bedrijf van Schadeherstel Twente gebruik mogen maken van de garage om aan zijn eigen auto te sleutelen. Dit betrof een import auto die nog moest worden ingevoerd vanuit Duitsland en worden opgeknapt.
In de zomer van 2024 zijn partijen met elkaar in gesprek gegaan en heeft Schadeherstel Twente een voorstel gedaan aan [partij A]. Dit voorstel is neergelegd in een emailbericht van 2 juli 2024 en houdt het volgende in:
“Situatie nu:
Auto moet nog gespoten worden: ca 600 euro
Kosten: ruit/olie ca 250 euro
Bpm rapport 250 euro
Te veel opgemaakte vrije dagen - 14dagen (is een half maand salaris)
Wat wil ik je bieden (afspraak tussen ons!!)
Salaris zie bijlage proforma loonstrook
Auto kosten bovengenoemd in deze email betaal ik. (…)
Kwaliteit van werken iets hoger (…)
Komende 5 maand Juli t/m November gemotiveerd aan het werk (verlof dagen zijn dan weer op 0) geen verrekening
Auto klaar maken indien bpm betaald is en kenteken binnen is. (zelf regelen)
Na 4 maand om tafel
Wat wil je de komende jaren?
(…)”.
Ingaande juli 2024 heeft Schadeherstel Twente aan [partij A] een salaris van € 3.250,00 bruto per maand betaald. De arbeidsovereenkomst is ingaande 31 augustus 2024 geëindigd en Schadeherstel Twente heeft een eindafrekening opgemaakt met betrekking tot het loon over de maand augustus 2024.
De berekening is als volgt:
“(…)
Brutoloon Augustus 3.250,00
Nog te ontvangen vakantiegeld 515,85
AF:118 uur teveel opgenomen snipperdagen 2.329,00
Totaal Bruto 1.436,85
AF: Loonheffing + Premies -319,96
AF: Personeelsverenging -4,54
Per saldo netto 1.112,35
Door u betalen – factur inzake rij klaar maken auto -1.100,00
Saldo door u te ontvangen 12,35
(…)
Als bijlagen ontvangt u de factuur inzake het rij klaarmaken van uw auto, alsmede de eindafrekening van uw loon over de maand augustus 2024. (…)”
Op de factuur van het rijklaar maken van de auto zijn de volgende bedragen opgenomen:
Spuiten € 495,49
Autokeuring RDW € 206,60
Ruit vervangen € 207,00, te vermeerderen met 21% btw,
totaal een bedrag van € 1.100,00.
Bij brief van 11 maart 2025 heeft de gemachtigde van [partij A] Schadeherstel Twente gesommeerd het netto equivalent van het brutobedrag van € 8.958,50 te betalen zijnde het restant salaris en vergoedingen zoals nader uiteen gezet in de brief. Ook is verzocht om een gecorrigeerde bruto-netto-specificatie en een gecorrigeerde jaaropgave 2024.
4. Het geschil
In conventie:
[partij A] vordert - samengevat - de veroordeling van Schadeherstel Twente tot betaling van een bedrag van € 3.429,00 bruto als achterstallig salaris, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% en de wettelijke rente. Ook vordert hij de afgifte van een deugdelijke salarisspecificatie c.q. eindafrekening op straffe van een nader omschreven dwangsom en de veroordeling van Schadeherstel Twente in de kosten van de procedure.
Schadeherstel Twente voert verweer. Schadeherstel Twente B.V. concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [partij A], dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [partij A], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [partij A] in de kosten van deze procedure.
In voorwaardelijke en onvoorwaardelijke reconventie:
Schadeherstel Twente vordert - samengevat - voor het geval de vorderingen van [partij A] worden toegewezen en Schadeherstel Twente de vorderingen van [partij A] geheel dan wel gedeeltelijk ten onrechte heeft verrekend met het loon van [partij A], de veroordeling van [partij A] tot betaling van een bedrag van € 2.329,00 bruto en een bedrag van € 1.100,00 netto, te vermeerderen met de wettelijke rente. Schadeherstel Twente vordert daarnaast onvoorwaardelijk de veroordeling van [partij A] tot betaling van een bedrag van € 2.160,00 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente. Ook vordert Schadeherstel Twente de veroordeling van [partij A] in de kosten van de procedure.
[partij A] voert verweer. Hij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Schadeherstel Twente, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Schadeherstel Twente, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Schadeherstel Twente in de kosten van deze procedure.
Op de stellingen van partijen, zowel in conventie als in reconventie, wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5. De beoordeling
In conventie:
Tussen partijen heeft een arbeidsovereenkomst bestaan van 4 september 2023 tot en met 31 augustus 2024. Omdat [partij A] de arbeidsovereenkomst niet wenste voort te zetten, moest Schadeherstel Twente een eindafrekening opstellen. De kantonrechter zal eerst beoordelen of Schadeherstel Twente vorderingen heeft op [partij A] die bij het einde van de arbeidsovereenkomst voor verrekening in aanmerking komen. Als dat het geval is, zal worden beoordeeld of Schadeherstel Twente bij de verrekening het bepaalde in artikel in 7:632 lid 2 BW heeft geschonden en zo ja, waartoe dat dient te leiden.
Schadeherstel Twente stelt dat zij een vordering heeft op [partij A] uit hoofde van door [partij A] tijdens het dienstverband teveel opgenomen vakantie-uren, te weten 118 uren. In verband hiermee heeft Schadeherstel Twente een bedrag van € 2.329,00 bruto in mindering gebracht op het salaris van de maand augustus 2024. [partij A] betwist dat sprake is van een negatief verlofsaldo van 118 uur bij het einde van het dienstverband. Hij stelt in dat verband dat Schadeherstel Twente de ziektedagen als snipperdagen (verlof) heeft aangemerkt.
Tijdens de mondelinge behandeling is het door [partij A] reeds bij de dagvaarding overgelegde verlofoverzicht van 2024 besproken. Hieruit blijkt dat Schadeherstel Twente de ziektedagen, niet heeft aangemerkt als verlofdagen, met uitzondering van 27 maart 2024. Schadeherstel Twente heeft toegelicht dat dit conform de cao Carrosseriebedrijf is gebeurd waarin is bepaald dat bij de tweede ziekmelding een verlofdag in rekening mag worden gebracht. De kantonrechter acht dat correct gelet op hetgeen in artikel 52 van de betreffende cao is bepaald.
Nu van de zijde van [partij A] desgevraagd is meegedeeld dat [partij A] niet kan vermelden wat volgens hem dan wel het juiste saldo aan verlofuren zou zijn bij het einde van het dienstverband aangezien door hem geen administratie is bijgehouden, zal het saldo aan verlofuren bij einde dienstverband worden vastgesteld conform de opgave van Schadeherstel Twente, te weten op min 118 uren. [partij A] heeft nog aangevoerd dat Schadeherstel Twente hem niet gewaarschuwd heeft voor een negatief verlofsaldo, maar daar gaat de kantonrechter niet in mee. Bij emailbericht van 2 juli 2024 heeft Schadeherstel Twente immers [partij A] al gewezen op het negatieve verlofsaldo en hem ook de gelegenheid geboden door tot 1 november 2024 te blijven werken bij werkgever, dat negatieve saldo in te lopen.
Voor de beoordeling van de vraag tegen welk uurloon de teveel genoten vakantie-uren bij [partij A] in rekening gebracht kunnen worden, is bepalend wat zijn uurloon is bij het einde van de arbeidsovereenkomst. Schadeherstel Twente stelt dat ingaande 1 juli 2024 sprake is geweest van een voorwaardelijke salarisverhoging van € 1.000,00 bruto per maand en wel onder de voorwaarde dat [partij A] na 31 augustus 2024 in dienst zou blijven. Nu hij dat niet heeft gedaan, dient volgens Schadeherstel Twente het salaris onveranderd vastgesteld te worden op € 2.250,00 bruto per maand. De kantonrechter volgt Schadeherstel Twente hierin niet. Daartoe wordt overwogen dat Schadeherstel Twente over juli en augustus 2024 het hogere loon heeft betaald en derhalve ook het loon met de salarisverhoging van € 1.000,00 bruto heeft betaald nadat zij al wist dat [partij A] na 1 september 2024 niet meer voor haar werkzaam wilde zijn. Hieruit blijkt niet dat aan de loonsverhoging de gestelde voorwaarde was verbonden. Ook heeft Schadeherstel Twente haar vordering in verband met teveel genoten vakantie-uren berekend aan de hand van het hogere salaris. Kortom: onvoldoende is gebleken dat de salarisverhoging van € 1.000,00 bruto per maand is gedaan onder de voorwaarde dat [partij A] vanaf 1 september 2024 zijn arbeidsovereenkomst met Schadeherstel Twente zou voortzetten.
Dit betekent dat Schadeherstel Twente een bedrag van € 2.329,00 bruto van [partij A] te vorderen heeft.
Waar het betreft de vordering van Schadeherstel Twente verband houdende met de kosten verbonden aan het opknappen van de importauto van [partij A] overweegt de kantonrechter dat uit de hiervoor al genoemde e-mail van 2 juli 2024 volgt dat de kosten van het rijklaar maken van de importauto in beginsel voor rekening van [partij A] komen. Schadeherstel Twente heeft een voorstel gedaan op grond waarvan die kosten door haar gedragen zouden worden, maar vaststaat dat dit voorstel niet is aanvaard omdat [partij A] na 1 september 2024 niet langer in dienst wilde blijven bij Schadeherstel Twente. De enkele betwisting van de zijde van [partij A] dat er geen afspraken zijn gemaakt dat [partij A] de materiaalkosten zou moeten betalen, is onvoldoende, zeker in het licht van het emailbericht van 2 juli 2024. Dit verweer wordt dan ook gepasseerd.
Schadeherstel Twente heeft een bedrag van € 495,49 voor spuiten, een bedrag van € 206,60 voor keuring RDW en een bedrag van € 207,00 voor ruit vervangen in rekening gebracht, alle bedragen te vermeerderen met 21% btw. Voor het vervangen van de ruit is een factuur van Sekurit Service overgelegd die sluit op een bedrag van € 127,68 netto. Desgevraagd heeft Schadeherstel Twente meegedeeld dat bij deze kosten nog een bedrag opgeteld dient te worden voor de benodigde kit voor het plaatsen van de ruit en voor het gebruik van een machine omdat de oude ruit uitgesneden moet worden. De kantonrechter overweegt dat zij wel wil aannemen dat kit gebruikt is voor het plaatsen van de ruit en dat [partij A] hiervoor ook dient te betalen. Welke kosten hiermee gemoeid zijn, is echter door Schadeherstel Twente niet onderbouwd. Dat geldt ook voor het gebruik van de machine voor het uitsnijden van de oude ruit. De kantonrechter zal om die reden de kosten voor het vervangen van de ruit ex aequo et bono vaststellen op een bedrag van € 150,00 netto, is € 181,50 inclusief btw.
De kosten die benoemd zijn als ‘kosten keuring RDW’ zijn eigenlijk de kosten van het taxatierapport BPM zo is door Schadeherstel Twente toegelicht. De betreffende factuur is gedateerd 12 juni 2024 en sluit op een bedrag van € 200,00 inclusief btw. Desgevraagd is toegelicht dat bij het rapport foto’s gemaakt moeten worden en dat de auto ook gewassen moest worden hetgeen [partij A] niet zelf heeft gedaan en waarmee 2 à 3 uur werk mee gemoeid is geweest. Hiervoor is een bedrag van € 50,00 gerekend, zo is meegedeeld. Ook diende het rapport opgestuurd te worden en zijn aldus portkosten gemaakt. De kantonrechter overweegt dat [partij A] de, naast de kosten van het taxatierapport, gestelde kosten niet heeft betwist. Het door Schadeherstel Twente gevorderde bedrag van € 250,00 inclusief btw is dan ook toewijsbaar.
[partij A] heeft geen (inhoudelijk) verweer gevoerd tegen de in rekening gebrachte kosten die verband houden met het spuiten van de auto ad € 495,49 exclusief btw en € 599,54 inclusief btw. Nu het bedrag bovendien overeenstemt met het bedrag dat hiervoor al is genoemd in de email van 2 juli 2024, zal ook de kantonrechter hiervan uitgaan. Een en ander betekent dat Schadeherstel Twente op [partij A] een vordering heeft terzake van kosten van het rijklaar van de auto van in totaal € 1.031,04 inclusief btw.
Op grond van het voorgaande komt de kantonrechter tot de conclusie dat Schadeherstel Twente bij het einde van de arbeidsovereenkomst een verrekenbare vordering op [partij A] heeft van € 3.360,04 (= € 1.031,04 + € 2.329,00).
Op grond van het bepaalde in artikel 7:632 lid 1 BW is bij het einde van de arbeidsovereenkomst de mogelijkheid van de werkgever om vorderingen te verrekenen weliswaar groter dan tijdens de arbeidsovereenkomst, maar op grond van het bepaalde in lid 2 van dit artikel vindt verrekening (in beginsel) niet plaats op het deel van het loon tot het bedrag, bedoeld in artikel 7 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Het is duidelijk dat door Schadeherstel Twente over de maand augustus een te laag bedrag is uitbetaald aangezien zij zich geen rekenschap heeft gegeven van het bepaalde in artikel 7:632 lid 2 BW. Schadeherstel Twente betwist dit ook niet en heeft toegelicht dat zij hier niet van op de hoogte was. Nu het wettelijk minimumloon in augustus 2024 € 13,68 bruto per uur bedroeg en de minimumvakantiebijslag 8% was, gold voor [partij A] een vrij te laten bedrag van € 2.432,85 bruto over de maand augustus 2024 waarmee Schadeherstel Twente niet mocht verrekenen. Schadeherstel Twente heeft slechts een bedrag van € 12,35 netto uitbetaald in augustus 2024. Dit betekent dat Schadeherstel Twente slechts tot een bedrag van € 3.250,00 (loon augustus 2024) + 515,85 (uitbetaling vakantiegeldreservering) = € 3.765,85 minus € 2.432,85 (vrij te laten bedrag) is € 1.333,00 bruto had mogen verrekenen.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Schadeherstel Twente over de maand augustus 2024 een bedrag van € 2.432,85 minus het bruto equivalent van € 12,35 netto, is ongeveer € 2.415,00 bruto te weinig heeft uitbetaald. Over dit bedrag is Schadeherstel Twente dan ook de wettelijke verhoging verschuldigd waarbij de kantonrechter aanleiding ziet dit percentage vast te stellen op 25%, zijnde een bedrag van € 603,75 bruto, nu gesteld noch gebleken is dat Schadeherstel Twente bewust geen rekening heeft gehouden met het bepaalde in artikel 7:632 lid 2 BW.
De kantonrechter zal Schadeherstel Twente in verband met het hiervoor vermelde tevens veroordelen tot afgifte aan [partij A] van een nieuwe deugdelijke bruto-netto loonspecificatie over de maand augustus 2024 en een specificatie van de toegekende wettelijke verhoging. Hieraan zal een dwangsom worden verbonden van € 25,00 per dag met een maximum van € 1.000,00 voor iedere dag dat Schadeherstel Twente binnen een maand na betekening van dit vonnis niet is overgegaan tot afgifte van (één van) deze specificaties.
In (voorwaardelijke) reconventie:
Schadeherstel Twente vordert in onvoorwaardelijke reconventie de veroordeling van [partij A] tot betaling van een bedrag van € 2.160,00 omdat Schadeherstel Twente over de maanden juli en augustus 2024 een bedrag van € 1.000,00 per maand teveel heeft betaald, te verhogen met 8% vakantietoeslag. Gelet op hetgeen hiervoor onder r.o. 5.5. is overwogen, volgt dat de vordering van Schadeherstel Twente niet kan slagen en deze zal worden afgewezen.
Met betrekking tot de voorwaardelijk ingestelde vordering is de gestelde voorwaarde vervuld omdat verrekening van de vorderingen van Schadeherstel Twente bij het einde van de arbeidsovereenkomst slechts tot een bedrag van € 1.333,00 bruto is toegestaan. Dit betekent dat van de vorderingen van Schadeherstel Twente ter zake van teveel genoten verlofuren nog een bedrag resteert van (€ 2.329,00 -/- € 1.333,00 =) € 996,00 bruto. De vordering ter zake de gemaakte kosten voor het rijklaar maken van de auto is nog geheel in stand zodat hiervoor een bedrag van € 1.031,04 inclusief btw zal worden toegewezen.
In conventie en in (voorwaardelijke) reconventie:
Het voorgaande betekent dat de vordering van [partij A] in conventie met een bedrag van € 996,00 bruto verrekend kan worden met de resterende vordering van Schadeherstel Twente wegens teveel genoten verlofuren, zodat van de vordering in conventie nog een bedrag van € 2.022,75 bruto overblijft. Op het netto-equivalent van de dit bedrag kan vervolgens een bedrag van € 1.031,04 in mindering worden gebracht vanwege verrekening van de kosten van het rijklaar maken van de auto van [partij A]. Over het aldus resterende bedrag zal de wettelijke rente worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele betaling.
Gelet op de uitkomst van de procedures in conventie en in (voorwaardelijke) reconventie ziet de kantonrechter aanleiding de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
6. De beslissing
De kantonrechter:
In conventie en in (voorwaardelijke) reconventie:
veroordeelt Schadeherstel Twente tot betaling aan [partij A] van een netto-bedrag, bestaande uit het netto equivalent van € 2.022,75 bruto, minus een bedrag van € 1.031,04 inclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 18 augustus 2025 tot de dag van algehele betaling;
veroordeelt Schadeherstel Twente tot afgifte aan [partij A] van een nieuwe deugdelijke bruto-netto loonspecificatie over de maand augustus 2024 en een specificatie van de toegekende wettelijke verhoging, onder verbeurte van een dwangsom van € 25,00 per dag met een maximum van € 1.000,00 voor iedere dag dat Schadeherstel Twente binnen een maand na betekening van dit vonnis niet is overgegaan tot afgifte van (één van) deze specificaties.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.S. Kuipers en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2026.