RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 12128848 \ CV EXPL 26-551
Vonnis van 7 april 2026
in de zaak van
de stichting WONINGSTICHTING DOMIJN,
gevestigd te Enschede,
eisende partij,
hierna te noemen: Domijn,
gemachtigde: Groothuis Ligtermoet & Nijhuis,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;- de conclusie van antwoord;- de mondelinge behandeling van 10 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
Domijn verhuurt met ingang van 1 augustus 2023 aan [gedaagde] de woning aan het adres [adres] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 688,71 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
[gedaagde] heeft (een deel van) de huur niet betaald. Domijn heeft [gedaagde] meerdere keren aangemaand om aan haar betalingsverplichtingen te voldoen.
Domijn heeft [gedaagde] schriftelijk gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening bij betalingsachterstanden. [gedaagde] heeft daarop niet gereageerd. Domijn heeft [gedaagde] daarna bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering.
3. Het geschil
Domijn vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 3.151,24 aan huurachterstand met nevenvorderingen.
Domijn legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] is in haar verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan haar betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Domijn de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
[gedaagde] erkent de betalingsachterstand maar is het niet eens met de gevorderde ontbinding en ontruiming. [gedaagde] voert aan dat zij vanwege haar persoonlijke en financiële omstandigheden niet in staat is geweest de achterstallige huurpenningen te voldoen. [gedaagde] heeft geen inkomen, zij ontvangt alleen een bedrag van € 500,00 aan toeslagen en daarvan kan zij de huur niet betalen. [gedaagde] weet dat zij naar de schuldhulpverlening moet, maar zij heeft nog geen hulp aangevraagd.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
De huurovereenkomst is gesloten met een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen).
De gevorderde vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en/of de gevorderde vergoeding van rente dient de kantonrechter ambtshalve te beoordelen. Van belang hierbij is of in de overeenkomst en/of de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden bepalingen zijn opgenomen die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en door de kantonrechter vernietigd moeten worden. Dat is niet het geval.
[gedaagde] heeft niet weersproken dat er een huurachterstand is die tot en met februari 2026 berekend is op een bedrag van € 3.151,24. De kantonrechter zal de gevorderde betaling hiervan dan ook toewijzen.
Aangezien [gedaagde] op dit moment geen inkomsten heeft, is het partijen niet gelukt om tijdens de procedure een betalingsregeling af te spreken. Als de financiële situatie van [gedaagde] in positieve zin wijzigt en [gedaagde] toch nog een betalingsregeling wil afspreken, moet [gedaagde] zelf contact opnemen met de gemachtigde van Domijn.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de gemachtigde van Domijn aangegeven dat Domijn [gedaagde] misschien kan helpen met het vinden van passende hulpverlening. Hiervoor dient [gedaagde] zelf contact met Domijn op te nemen.
[gedaagde] is te laat met het betalen van de verschillende huurtermijnen en dus zal de gevorderde wettelijke rente van € 25,21 over de huurachterstand worden toegewezen.
Domijn vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Domijn heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het gevorderde bedrag van € 446,95 aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat Domijn heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.
Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen.
Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand ruim vier maanden.
De huurachterstand is daarom ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden. De door [gedaagde] genoemde persoonlijke en financiële omstandigheden leveren geen overmacht op en ontslaan haar niet van de verplichting om de huur op tijd te betalen.
De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande worden toegewezen. [gedaagde] zal worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.
Domijn wil ook dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 688,71, te rekenen vanaf de maand 1 maart 2026 tot het moment dat [gedaagde] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [gedaagde] nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering zal worden toegewezen.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Domijn worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
153,02
- griffierecht
€
529,00
- salaris gemachtigde
€
506,00
(2 punten × € 253,00)
- nakosten
€
126,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.314,52
5. De beslissing
De kantonrechter
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het adres [adres],
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Domijn zijn, en de sleutels af te geven aan Domijn,
veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan Domijn:
- € 3.623,40 aan achterstallige huur tot en met februari 2026 inclusief buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.151,24 vanaf 24 februari 2026,
- € 688,71 per maand vanaf 1 maart 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.314,52, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.S. Kuipers en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2026.