RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer : 12128975 \ CV EXPL 26-558
Vonnis van 7 april 2026
in de zaak van
de stichting STICHTING WELBIONS,gevestigd en kantoorhoudende te Hengelo,
eisende partij, hierna te noemen Welbions,
gemachtigde: Groothuis Ligtermoet & Nijhuis,
tegen
[gedaagde] ,wonende te [woonplaats],
gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde],
verschenen in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 19 februari 2026;
- de mondelinge conclusie van antwoord van 10 maart 2026;
- de door de griffier gemaakte aantekeningen van de op 10 maart 2026 gehouden mondelinge behandeling.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
Welbions verhuurt met ingang van 23 mei 2016 aan [gedaagde] de woning aan het adres [adres] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 457,86 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
[gedaagde] heeft (een deel van) de huur niet betaald. Welbions heeft [gedaagde] meerdere keren aangemaand om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen.
Welbions heeft [gedaagde] schriftelijk gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening bij betalingsachterstanden. [gedaagde] heeft daarop niet gereageerd. Welbions heeft [gedaagde] daarna bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering.
3. Het geschil
Welbions vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 1.978,51 aan huurachterstand, wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten.
Welbions legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] is in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. Tot 1 maart 2026 was sprake van een huurachterstand van € 2.747,16. Welbions heeft zich als gevolg van de tekortkoming van [gedaagde] genoodzaakt gezien haar vordering ter incasso uit handen te geven aan haar gemachtigde. De kosten daarvoor bedragen € 166,21 en komen net als de tot 18 februari 2026 berekende wettelijke rente van € 15,14, voor rekening van [gedaagde]. [gedaagde] heeft hierop inmiddels € 950,00 in mindering voldaan. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Welbions de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
[gedaagde] erkent de betalingsachterstand maar is het niet eens met de gevorderde ontbinding en ontruiming. [gedaagde] voert aan dat hij vanwege zijn persoonlijke en financiële omstandigheden niet in staat is geweest de achterstallige huurpenningen te voldoen. Volgens [gedaagde] heeft zijn contactpersoon bij de gemeente Hengelo inmiddels een aflossingsregeling met Welbions getroffen.
Welbions heeft tijdens de mondelinge behandeling bevestigd dat er via de gemeente Hengelo een aflossingsregeling met [gedaagde] is getroffen van € 70,00 per maand. Dit bedrag wordt net als de lopende huur ingehouden op de uitkering van [gedaagde] en rechtstreeks betaald aan Welbions. Welbions vraagt de kantonrechter om de regeling op te nemen in een vonnis en de gevorderde ontbinding en ontruiming voorwaardelijk toe te wijzen.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
De kantonrechter heeft ambtshalve beoordeeld of in de overeenkomst en/of de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden bepalingen zijn opgenomen ten aanzien van de gevorderde hoofdsom, de gevorderde vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en/of de gevorderde vergoeding van rente, die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en door de kantonrechter vernietigd moeten worden. Dat is niet het geval.
De kantonrechter overweegt als volgt. Nu [gedaagde] de verschuldigdheid van de door Welbions in de dagvaarding gestelde huurachterstand erkent, staat deze achterstand vast en zal deze worden toegewezen.
Vaststaat dat [gedaagde] niet tijdig heeft betaald en hierdoor in verzuim is geraakt. Naar het oordeel van de kantonrechter is [gedaagde] de nadien in rekening gebrachte rente daarom eveneens verschuldigd.
Welbions heeft een bedrag van € 166,21 inclusief BTW aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Welbions heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.
Partijen zijn het eens over het volgende:
de betalingsachterstand tot en met februari 2026 inclusief rente en buitengerechtelijke kosten bedraagt € 1.978,51, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 18 februari 2026 tot de dag van volledige betaling;
[gedaagde] zal die betalingsachterstand en de proceskosten aan Welbions betalen in maandelijkse termijnen van € 70,00 ingaande 28 maart 2026;
[gedaagde] zal de nieuwe huurtermijnen tijdig en volledig betalen.
Welbions wijzigt haar vordering tot wat [gedaagde] volgens deze afspraken verschuldigd is en verzoekt de gevorderde ontbinding en ontruiming voorwaardelijk uit te spreken. [gedaagde] verzet zich niet tegen toewijzing daarvan.
De kantonrechter overweegt dat een tekortkoming van voldoende gewicht de andere partij het recht geeft op ontbinding van de overeenkomst. De betalingsachterstand van [gedaagde] is van zodanige omvang, dat deze de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst in beginsel rechtvaardigt.
Gelet op het woonbelang van [gedaagde] en de door partijen overeengekomen betalingsregeling zal de kantonrechter een voorwaardelijke ontbinding en ontruiming toewijzen.
Dat betekent kort gezegd dat [gedaagde] zal worden veroordeeld om de woning te verlaten als huurder binnen één jaar:- de betalingsregeling niet nakomt; of- de lopende huur niet tijdig of volledig betaalt.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Welbions worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
153,02
- griffierecht
€
397,00
- salaris gemachtigde
€
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
€
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.092,52
5. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan Welbions te betalen een bedrag van € 1.978,51 te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 28 februari 2026 tot aan de dag van volledige betaling;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten begroot op € 1.092,52;
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de woning aan de [adres] en veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen en te verlaten met alle personen en zaken die zich vanwege huurder daar bevinden en het gehuurde onder overgave van de sleutels ter beschikking van Welbions te stellen, indien en zodra binnen één jaar na heden aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- [gedaagde] betaalt niet of niet tijdig de maandelijkse termijnen van € 70,00, met ingang van 28 maart 2026;
- [gedaagde] betaalt niet of niet tijdig de maandelijkse huur.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van een bedrag gelijk aan de geldende huurprijs als vergoeding voor voortgezet gebruik voor iedere maand of gedeelte daarvan dat [gedaagde] de woning vanaf de eventuele ontbinding in gebruik heeft tot en met de dag van ontruiming;
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.S. Kuipers, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2026.