ECLI:NL:RBOVE:2026:1944

ECLI:NL:RBOVE:2026:1944

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 01-04-2026
Datum publicatie 10-04-2026
Zaaknummer 12109225
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Almelo

Samenvatting

Gedaagde huurt sinds 21 december 2011 een cafetaria van eiser. Er is een grote huurachterstand ontstaan. Eiser vordert in deze zaak ontruiming van het gehuurde, betaling van huurachterstand en een gebruikersvergoeding. Gedaagde doet ten aanzien van de huurachterstand een beroep op verrekening. De kantonrechter wijst de vorderingen van eiser toe.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: 12109225 \ CV EXPL 26-245

Vonnis in kort geding van 1 april 2026

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: mr. A. Hoekman,

tegen

1. [gedaagde 1] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

hierna te noemen: [gedaagde 1]2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats 3] ,

hierna te noemen: [gedaagde 2] ,

gedaagde partijen,

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding met producties,

de mondelinge behandeling op 26 maart 2026,

de pleitnota van [eiser] .

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De zaak in het kort

[gedaagde 1] huurt sinds 21 december 2011 een cafetaria van [eiser] . Er is een grote huurachterstand ontstaan. [eiser] vordert in deze zaak ontruiming van het gehuurde, betaling van huurachterstand en een gebruikersvergoeding. [gedaagde 1] doet ten aanzien van de huurachterstand een beroep op verrekening. De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiser] toe. De kantonrechter legt dat hieronder uit.

3. De feiten

[eiser] is eigenaar van de horeca-onderneming genaamd [cafetaria] te [vestigingsplaats] (hierna: cafetaria).

[eiser] verhuurt deze cafetaria, inclusief pand en inventaris, aan [gedaagde 1] sinds 21 december 2011. Partijen hebben afspraken gemaakt over de mogelijke overname van de verhuurde zaken c.a. goederen door [gedaagde 1] na afloop van de huurtermijn, met uitzondering van het registergoed waarvoor een recht van eerste koop is overeengekomen.

[gedaagde 1] exploiteert de cafetaria in de vorm van een vennootschap onder firma samen met [gedaagde 2] .

Er is huurachterstand ontstaan van € 65.492,67 inclusief btw per 1 februari 2026. [eiser] heeft [gedaagde 1] meermaals gesommeerd om tot betaling van de achterstallige huur over te gaan. [gedaagde 1] is niet tot volledige betaling overgegaan.

Op 10 februari 2026 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Overijssel verlof verleend voor het leggen van conservatoir beslag op een tweetal onroerende zaken van [gedaagde 1] .

4. Het geschil

[eiser] vordert samengevat - ontruiming van het gehuurde pand c.q. de bedrijfsruimte aan [adres] , betaling van de huurachterstand vermeerderd met rente en een gebruikersvergoeding tot aan de ontruiming, met veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in de proceskosten.

[eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde 1] is tekortgeschoten in de nakoming van de betalingsverplichting uit de huurovereenkomst. Gelet op de hoogte van de huurachterstand kan van [eiser] niet worden gevraagd om de huurovereenkomst nog langer voort te zetten. [eiser] heeft spoedeisend belang bij zijn vordering gelet op de hoogte van de huurachterstand.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] voeren verweer. Zij hebben samengevat het volgende naar voren gebracht. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] erkennen de hoogte van de betalingsachterstand. Door corona, ziekte en verminderde omzet is deze achterstand ontstaan. [gedaagde 1] doet een beroep op verrekening. Hij vindt dat hij eigenaar is geworden van de inventaris en de goodwill en dit gedeelte zou verrekend moeten worden met de vordering van [eiser] .

5. De beoordeling

Spoedeisend belang

Van [eiser] kan niet worden verwacht dat hij de uitkomst van een eventuele bodemprocedure afwacht. [gedaagde 1] heeft een huurachterstand van meer dan een jaar. De huurachterstand loopt steeds verder op. [eiser] heeft dus een spoedeisend belang bij zijn vordering en is daarom ontvankelijk in zijn vordering.

Toetsingskader

De kantonrechter stelt voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een - diepgaand - onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak aan de orde is.

Ontruiming

Iedere tekortkoming van de huurder in de nakoming van een van zijn verplichtingen kan leiden tot gehele of gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt (artikel 6:265 lid 1 BW).

Niet in geschil is dat sprake is van een tekortkoming van [gedaagde 1] . [gedaagde 1] erkent immers de door [eiser] gestelde huurachterstand van € 65.492,67 per 1 februari 2026. De huurachterstand is daarmee dermate hoog dat, gelet op het algemene uitgangspunt dat een huurachterstand van drie maanden of meer een tekortkoming is die ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt, aannemelijk is dat de vorderingen in de bodemprocedure op die onderdelen worden toegewezen.

[gedaagde 1] heeft geen bijzondere omstandigheden gesteld die tot de conclusie kunnen leiden dat deze tekortkoming gezien haar bijzondere aard of betekenis de gevorderde ontruiming niet rechtvaardigt. [gedaagde 1] heeft toegelicht dat de betalingsmoeilijkheden zijn ontstaan tijdens de coronapandemie. Verder heeft hij te maken gekregen met verschillende gezondheidsproblemen en is de omzet flink afgenomen. Door al deze omstandigheden heeft [gedaagde 1] de huur niet kunnen betalen. De kantonrechter overweegt dat deze financiële en persoonlijke omstandigheden - hoe vervelend en verdrietig ook – de beslissing van de kantonrechter over de ontruiming niet anders maken. Deze omstandigheden liggen namelijk in de risicosfeer van [gedaagde 1] en ontslaan hem niet van zijn betalingsverplichtingen.

Verder doet [gedaagde 1] een beroep op verrekening in verband met betaalde goodwill en inventaris. Het beroep op verrekening faalt. In de huurovereenkomst zijn partijen overeengekomen dat [gedaagde 1] de inventaris aan het einde van de looptijd kan overkopen. De looptijd is nog niet verstreken. Verder zijn partijen overeengekomen dat bij het einde van de huurovereenkomst de goodwill om niet overgaat met de inventaris. Dit betekent dat [gedaagde 1] geen opeisbare vordering op [eiser] heeft. De enkele stelling dat [gedaagde 1] te veel heeft betaald, is daarvoor onvoldoende. [eiser] heeft dit bovendien betwist. Het lag dan ook op de weg van [gedaagde 1] om op dit punt meer te stellen en te onderbouwen. Omdat hij dat niet heeft gedaan en in kort geding ook geen ruimte is voor nader onderzoek, gaat de kantonrechter voorbij aan het verweer van [gedaagde 1] .

Belangenafweging

Vervolgens moet in het kader van dit kort geding een belangenafweging worden gemaakt tussen enerzijds het belang van [eiser] bij ontruiming en anderzijds het belang van [gedaagde 1] bij het voortzetten van de huur. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat [gedaagde 1] wil stoppen met de exploitatie van zijn cafetaria. De kantonrechter is van oordeel dat van [eiser] als verhuurder niet langer gevergd kan worden aan [gedaagde 1] het huurgenot te verschaffen en verder financieel gedupeerd te raken. Nu aannemelijk is dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal worden ontbonden en de belangenafweging in het voordeel van [eiser] uitvalt, heeft [eiser] recht en belang bij een ontruiming van het gehuurde op korte termijn. De kantonrechter acht het in de gegeven omstandigheden, waaronder dat dit vonnis bij vervroeging wordt uitgesproken, redelijk om [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een ontruimingstermijn te verlenen van 21 dagen na de datum van betekening van dit vonnis.

Huurachterstand

Het voorgaande heeft tot gevolg dat de door [eiser] gevorderde huurachterstand van € 65.492,67 inclusief btw eveneens toewijsbaar is. Omdat [gedaagde 1] de huur niet tijdig heeft voldaan, is de door [eiser] gevorderde wettelijke rente over de huurachterstand toewijsbaar.

De maandelijkse huurpenningen tot en met de ontruiming

De gevorderde maandelijkse huurpenningen tot en met de datum van de daadwerkelijke ontruiming de oplevering zal de kantonrechter toewijzen, nu [gedaagde 1] die vergoeding verschuldigd is aan [eiser] zolang hij de cafetaria niet ontruimd en opgeleverd heeft.

Proceskosten

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

153,02

- griffierecht

753,00

- salaris gemachtigde

577,00

- nakosten

108,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.591,52

De veroordeling in de proceskosten wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

6. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] om het gehuurde pand c.q. de bedrijfsruimte aan de [adres] , alsmede het gehuurde in de ruimste zin des woords, binnen 21 dagen na betekening van dit vonnis, te ontruimen en ontruimd te houden, met al het zijne en de zijnen en onder achterlating van de inventaris zoals opgenomen in productie 3 van de dagvaarding, alsmede met afgifte van alle sleutels ter vrije beschikking van [eiser] te stellen,

veroordeelt [gedaagde 1] om te betalen aan [eiser] :

a. a) € 65,49 aan achterstallige huur inclusief btw tot en met 1 februari 2026, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 februari 2026 tot de dag van voldoening,

b) € 5.339,21 per maand vanaf 1 februari 2026 tot en met de datum van de daadwerkelijke en deugdelijke ontruiming en oplevering van het gehuurde,

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.591,52, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?