ECLI:NL:RBOVE:2026:2024

ECLI:NL:RBOVE:2026:2024

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 07-04-2026
Datum publicatie 14-04-2026
Zaaknummer 11971160 \ CV EXPL 25-3620
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Afnemer heeft via Spaar Select drie effectenleaseovereenkomsten gesloten met (de rechtsvoorganger van) Dexia. Op grond van de overeenkomsten, leende afnemer geld van Dexia en met dat geld kocht Dexia aandelen. Afnemer betaalde met name rente (inleg) per maand of ineens vooruit. Aan het einde van de overeenkomsten werden de aandelen verkocht en moest afnemer het geleende bedrag aan Dexia terugbetalen. In dit geval was de waarde van die aandelen bij verkoop zodanig dat afnemer verlies heeft geleden. In deze zaak gaat het om de vraag of Dexia de door afnemer geleden schade helemaal moet vergoeden. Er is al veel rechtspraak over overeenkomsten zoals hier aan de orde en de kantonrechter sluit in deze zaak daarbij aan. Dat betekent dat Dexia de door afnemer geleden schade helemaal moet vergoeden.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer: 11971160 \ CV EXPL 25-3620

Vonnis van 7 april 2026

in de zaak van

[partij A] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij in conventie in de hoofdzaak,

verwerende partij in reconventie in de hoofdzaak en in het incident,

hierna te noemen: [partij A] ,

gemachtigde: mr. G. van Dijk (Leaseproces),

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DEXIA NEDERLAND B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,

gedaagde partij in conventie in de hoofdzaak,

eisende partij in reconventie in de hoofdzaak en in het incident,

hierna te noemen: Dexia,

gemachtigde: USG Legal Professionals.

1. Kern van de zaak

[partij A] heeft via Spaar Select drie effectenleaseovereenkomsten gesloten met (de rechtsvoorganger van) Dexia. Op grond van de overeenkomsten, leende [partij A] geld van Dexia en met dat geld kocht Dexia aandelen. [partij A] betaalde met name rente (inleg) per maand of ineens vooruit. Aan het einde van de overeenkomsten werden de aandelen verkocht en moest [partij A] het geleende bedrag aan Dexia terugbetalen. In dit geval was de waarde van die aandelen bij verkoop zodanig dat [partij A] verlies heeft geleden. In deze zaak gaat het om de vraag of Dexia de door [partij A] geleden schade helemaal moet vergoeden.

Er is al veel rechtspraak over overeenkomsten zoals hier aan de orde en de kantonrechter sluit in deze zaak daarbij aan. Dat betekent dat Dexia de door [partij A] geleden schade helemaal moet vergoeden.

2. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding van 5 november 2025;

de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende conclusie van eis in reconventie;

de conclusie van repliek in conventie tevens houdende conclusie van antwoord in reconventie;

de conclusie van dupliek in conventie tevens houdende conclusie van repliek in reconventie;

de conclusie van dupliek in reconventie tevens houdende akte uitlaten producties in conventie.

De bij de laatste conclusie overgelegde producties zijn buiten beschouwing gelaten. Het was daarom niet nodig Dexia hierop nog te laten reageren.

Ten slotte is partijen meegedeeld dat vandaag vonnis wordt gewezen.

3. De feiten

[partij A] heeft de volgende leaseovereenkomsten gesloten, met als wederpartij (Bank Labouchere, de rechtsvoorganger van) Dexia:

Contractnummer

Datum

Naam overeenkomst

1

[contractnummer 1]

03-09-1999

Allround Sparen

2

[contractnummer 2]

03-09-1999

Allround Sparen

3

[contractnummer 3]

03-09-1999

Allround Sparen

Nadat [partij A] deze overeenkomsten tussentijds heeft beëindigd, heeft Dexia eindafrekeningen opgesteld met de volgende resultaten:

Datum eindafrekening

Resultaat

Betaald

1

01-10-2004

- € 991,97

Ja

2

01-10-2004

- € 1.983,96

Ja

3

01-10-2004

- € 1.983,96

Ja

Volgens het financieel overzicht van Dexia heeft [partij A] op grond van de overeenkomsten – al dan niet bij wijze van vooruitbetaling – in totaal een bedrag van € 34.260,40 aan termijnen aan Dexia voldaan. Hetzelfde overzicht vermeldt dat [partij A] € 1.156,82 aan fiscaal voordeel heeft genoten. De overeenkomsten zijn geëindigd met een restschuld van in totaal € 4.959,89 welk bedrag [partij A] aan Dexia heeft betaald.

De gemachtigde van [partij A] heeft bij brief van 31 mei 2006 de nietigheid, vernietiging, dan wel ontbinding van de overeenkomsten ingeroepen op grond van misbruik van omstandigheden, wanprestatie, dwaling, onrechtmatige daad en/of misleidende reclame. In de brief wordt ook het recht voorbehouden daartoe ook andere gronden nog aan te voeren.

4. Het geschil

[partij A] vordert (samengevat) dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

voor recht zal verklaren dat Dexia onrechtmatig jegens [partij A] heeft gehandeld en/of toerekenbaar is tekortgeschoten jegens [partij A] ;

voor recht zal verklaren dat [partij A] schade heeft geleden als gevolg van het onrechtmatig handelen van Dexia en Dexia gehouden is om deze schade te vergoeden;

Dexia zal veroordelen om de schade die [partij A] door het onrechtmatig handelen van Dexia heeft geleden, te vergoeden en tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Dexia te voldoen al hetgeen [partij A] heeft betaald onder de overeenkomsten, vermeerderd met de wettelijke rente;

Dexia zal veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van [partij A] , vermeerderd met de wettelijke rente;

Dexia zal veroordelen tot betaling van de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.

Dexia voert verweer tegen de vorderingen van [partij A] en concludeert in conventie tot afwijzing van de vorderingen. Het verweer mondt uit in een incidentele vordering en een tegenvordering waarbij Dexia (samengevat) vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

voor recht zal verklaren dat Dexia na betaling van € 3.306,59, te vermeerderen met de wettelijke rente, met betrekking tot de overeenkomsten met nummers [contractnummer 1] , [contractnummer 2] en [contractnummer 3] aan al haar verplichtingen heeft voldaan en derhalve niets meer aan [partij A] is verschuldigd;

[partij A] ex artikel 195 Rv zal veroordelen om Dexia een afschrift te verstrekken van het intakeformulier althans van andere schriftelijke documenten waaraan de door Leaseproces, namens [partij A] , in deze procedure ingenomen feitelijke stellingen zijn ontleend;

[partij A] zowel in conventie als in reconventie zal veroordelen in de proceskosten.

Op de stellingen en verweren van partijen zal hierna, voor zover dat nodig is voor de beslissing van de kantonrechter, nader worden ingegaan.

5. De beoordeling van de vorderingen in conventie en in reconventie in de hoofdzaak en in het incident

Algemeen

Het gaat in deze zaak om een financieel product dat tussen 1990 en 2003 in Nederland ongeveer één miljoen keer is verkocht, namelijk een effectenleaseovereenkomst. Kenmerk van dit product is, dat de afnemer van het product met geleend geld belegt. Na het instorten van de aandelenmarkt zijn vele afnemers geconfronteerd met restschulden en andere verliezen. In de afgelopen 15 à 20 jaar zijn in Nederland hierover duizenden procedures gevoerd, waarbij Dexia vaak één van de procespartijen was. Door belangenbehartigers van afnemers en vertegenwoordigers van aanbieders van deze producten is, in het kader van de WCAM, een regeling getroffen, die bij beschikking van het gerechtshof Amsterdam van 25 januari 2007 algemeen verbindend is verklaard. Enkele tienduizenden afnemers hebben deze regeling niet geaccepteerd en tijdig een opt-out-verklaring ingediend, onder wie [partij A] .

De procedures hebben geleid tot veel jurisprudentie, waaronder verschillende richtinggevende arresten van de Hoge Raad. Deze jurisprudentie is bij de gemachtigden van partijen bekend. Deze jurisprudentie wordt bij de beoordeling van de vorderingen als leidraad genomen. Door partijen zijn geen (althans onvoldoende) bijzondere omstandigheden gesteld die in deze zaak een afwijking van de jurisprudentie rechtvaardigen.

Toepassing van de jurisprudentie leidt in dit geval tot de volgende conclusies:

er is sprake van huurkoop;

er is geen sprake van dwaling, misleidende reclame en/of misbruik van omstandigheden, evenmin is er sprake van (ver)nietig(baar)heid krachtens de Wck;

Dexia heeft haar bijzondere zorgplichten geschonden, in elk geval de waarschuwingsplicht, en daardoor onrechtmatig gehandeld;

[partij A] heeft schade geleden, bestaande uit betaalde termijnen;

er is voldoende causaal verband aanwezig tussen de hiervoor bedoelde schade van [partij A] en de onrechtmatige daad van Dexia.

Verjaring

Voor zover Dexia stelt dat een eventuele vordering van [partij A] inmiddels is verjaard, wordt dit verweer niet gevolgd. In de jurisprudentie zijn bestendige oordelen te vinden voor wat betreft de stellingen en verweren van partijen die zien op de verjaring. Voor zover in deze zaak geen andere, afwijkende standpunten zijn ingenomen door één van de partijen, wordt op de aan (de gemachtigden van) partijen bekende overwegingen ook in deze zaak geoordeeld dat er geen reden is om aan te nemen dat de verweren omtrent de verjaring doel treffen.

Tussenpersoon

[partij A] heeft de overeenkomsten met Dexia gesloten via de tussenpersoon Spaar Select B.V. (hierna: Spaar Select). Tussen partijen is niet in geschil dat deze tussenpersoon niet beschikte over de voor beleggingsadvieswerkzaamheden noodzakelijke vergunning. In de prejudiciële beslissing van 10 juni 2022, heeft de Hoge Raad uitgelegd in welke gevallen Dexia heeft gecontracteerd in strijd met het verbod van artikel 41 NR 1999 (dan wel met het daarmee materieel overeenkomende artikel 25 NR 1995). Daarvan is volgens de Hoge Raad sprake als de afnemer een effectenleaseovereenkomst is aangegaan nadat de daarbij optredende tussenpersoon (zonder te beschikken over de daarvoor benodigde vergunning), tevens – naar Dexia wist of behoorde te weten – als financieel adviseur is opgetreden door advies te geven.

Dexia stelt dat het gegeven beleggingsadvies naar toenmalig geldende Europese recht niet vergunningplichtig was. In het vonnis van de rechtbank Overijssel van 22 juni 2021, dat heeft geleid tot de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 10 juni 2022, heeft de rechtbank, onder verwijzing naar een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 oktober 2019, toegelicht dat en waarom geen sprake is van strijd met het toepasselijke Europese recht. Er is in deze zaak geen reden om anders te oordelen.

De Hoge Raad heeft, zoals (de gemachtigden van) partijen bekend is, bepaald dat het moet gaan om een gepersonaliseerde aanbeveling, waarbij een aantal omstandigheden zijn genoemd die bij de beoordeling daarvan van belang kunnen zijn. Ook indien niet wordt vastgesteld dat die omstandigheden zich voordoen, bestaat de mogelijkheid dat de tussenpersoon toch een gepersonaliseerde aanbeveling heeft gedaan als door de Hoge Raad bedoeld, namelijk een aanbeveling die is voorgesteld als geschikt voor de betrokken afnemer ook als dat onder omstandigheden als een ‘verkooppraatje’ kan worden gekarakteriseerd.

De stelplicht en bewijslast dat Spaar Select [partij A] heeft geadviseerd en dat Dexia wetenschap had of behoorde te hebben van het feit dat deze tussenpersoon [partij A] anders dan in algemene zin, een persoonlijk en specifiek op het product toegesneden advies heeft verstrekt, rusten op [partij A] als de partij die zich op de rechtsgevolgen van het onrechtmatig handelen van Dexia beroept. De door [partij A] gestelde feiten en omstandigheden dienen voldoende concreet te zijn en zo mogelijk voorzien van onderbouwing. Voor zover Dexia de gestelde feiten en omstandigheden betwist, dient die betwisting eveneens voldoende gemotiveerd te zijn.

Bij de beoordeling of de stellingen voldoende concreet en onderbouwd zijn en of het verweer voldoende gemotiveerd is, weegt mee dat beide partijen al zeer lange tijd – in elk geval sinds de opt-out door [partij A] in 2007 – weten dat over de totstandkoming van de overeenkomsten en de afwikkeling daarvan een gerechtelijke procedure gevoerd zal (kunnen) worden, zodat van hen verlangd mag worden de voor hun procespositie relevante informatie en stukken te hebben verzameld en bewaard.

[partij A] stelt over de feitelijke gang van zaken dat hij telefonisch werd benaderd door een medewerker van Spaar Select die voorstelde om een afspraak te maken voor een huisbezoek om de financiële situatie van [partij A] door te nemen met een financieel adviseur van Spaar Select (hierna: de medewerker). Daarmee heeft [partij A] ingestemd en er hebben vervolgens meerdere gesprekken bij hem thuis plaatsgevonden, aldus [partij A] .

[partij A] stelt dat de medewerker van Spaar Select tijdens het eerste gesprek heeft geïnformeerd naar de wensen en de financiële situatie van [partij A] . Er is volgens [partij A] gesproken over zijn spaargeld en zijn wens om een financiële reserve op te bouwen. Daarop zou de medewerker volgens [partij A] hebben aangegeven dat het mogelijk was om dit doel te bereiken en dat hij daarvoor een geschikt product wist. [partij A] voert aan dat de medewerker hem het advies gaf drie Allround Sparen producten van Bank Labouchere af te sluiten. Voor de vooruitbetaling zou hij NLG 25.000,00 moeten aanwenden, verdeeld over twee overeenkomsten van ongeveer NLG 10.000,00 en één overeenkomst van ongeveer NLG 5.000,00. [partij A] stelt dat de medewerker aangaf dat de overeenkomsten voldoende rendement zouden opleveren, zodat er aan de constructie in feite geen risico’s waren verbonden en [partij A] zijn doel kon behalen. [partij A] stelt ook dat de medewerker het advies onderbouwde met een aantal rekenvoorbeelden die de medewerker in een map had meegenomen, maar niet bij [partij A] heeft achtergelaten. [partij A] heeft uitgelegd dat hij daarom de rekenvoorbeelden niet kan overleggen.

[partij A] voert aan dat hij niet werd geïnformeerd over de specifieke risico’s. Hij zou er niet op zijn gewezen dat met geleend geld werd belegd en dat bij tegenvallende koersontwikkelingen, de inleg geheel verloren kon gaan en een schuld kon ontstaan uit hoofde van de overeenkomsten. [partij A] stelt aan dat hij, als hij op deze risico’s was gewezen, de overeenkomsten nooit had afgesloten.

[partij A] voert verder aan dat hij geen ervaring had met beleggen of kennis had van complexe financiële producten. Daarom vertrouwde hij op de deskundigheid van de medewerker als ook zijn advies en heeft hij het advies ook opgevolgd door drie Allround Sparen overeenkomsten af te sluiten, waarvan twee met een vooruitbetaling van NLG 9.600,00 en een van NLG 4.800,00. Volgens [partij A] heeft de medewerker de aanvraag voor de overeenkomsten in orde gemaakt en zijn de uiteindelijke overeenkomsten op een later moment ondertekend.

Tot slot voert [partij A] aan dat het opvolgen van het advies desastreus voor hem heeft uitgepakt, want in plaats van het vermogen dat zou worden opgebouwd, is hij de betaalde inleg kwijtgeraakt en heeft hij een restschuld aan de overeenkomsten overgehouden, die hij heeft betaald.

[partij A] heeft, ter onderbouwing van zijn stellingen en voor zover van belang, gewezen op de volgende stukken die in het geding zijn gebracht:

een kopie van de overeenkomst Allround Sparen van 3 september 1999 met nummer [contractnummer 1] op naam van [partij A] , vermelding van een leasesom van NLG 4.800,00, voorzien het adviseursnummers [ATP-nummer] - Spaar Select B.V. en ondertekend door [partij A] en (de rechtsvoorganger van Dexia) Bank Labouchere;

een kopie van de overeenkomst Allround Sparen van 3 september 1999 met nummer [contractnummer 3] op naam van [partij A] , vermelding van een leasesom van NLG 9.600,00, voorzien het adviseursnummers [ATP-nummer] - Spaar Select B.V. en ondertekend door [partij A] en (de rechtsvoorganger van Dexia) Bank Labouchere;

een kopie van de overeenkomst Allround Sparen van 3 september 1999 met nummer [contractnummer 2] op naam van [partij A] , vermelding van een leasesom van NLG 9.600,00, voorzien het adviseursnummers [ATP-nummer] - Spaar Select B.V. en ondertekend door [partij A] en (de rechtsvoorganger van Dexia) Bank Labouchere.

Aanhoudingsverzoek

Dexia heeft grote bezwaren tegen de door haar zo genoemde ‘bewijsconstructie’ omtrent de advisering door tussenpersonen die in de jurisprudentie van de rechtbanken vaak wordt gehanteerd. Voor het geval de kantonrechter bij de beoordeling van deze zaak het voornemen heeft gebruik te maken van diezelfde constructie/redenering, heeft Dexia verzocht om de zaak aan te houden in verband met door haar ingestelde cassatieberoepen tegen drie arresten van de gerechtshoven ’s-Hertogenbosch en Arnhem-Leeuwarden. De bewuste redenering omtrent het bewijs is onderwerp van deze cassatieberoepen.

Het verzoek van Dexia wordt niet gehonoreerd, omdat de jurisprudentie van de gerechtshoven op dit punt de juistheid van de door de rechtbanken gevolgde redenering vooralsnog bevestigt. Er is bovendien geen concrete indicatie dat de Hoge Raad de betreffende arresten mogelijk gaat vernietigen.

Advisering

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [partij A] met zijn feitelijke uiteenzetting en stukken voldoende onderbouwd gesteld dat sprake is geweest van vergunningplichtige advisering. De stellingen van [partij A] hoe Spaar Select in zijn geval gehandeld heeft, sluiten ook aan bij de gebruikelijke werkwijze van tussenpersonen. Dexia heeft daartegenover de door [partij A] geschetste gang van zaken slechts in algemene termen en zonder onderbouwing betwist. Zij had meer concreet moeten aanvoeren en toelichten waarom destijds volgens haar in dit specifieke geval geen sprake is geweest van advisering. Zo had zij moeten uiteenzetten op welke wijze de overeenkomsten in haar visie (en in afwijking van de gebruikelijke werkwijze) tot stand waren gekomen. Wat Dexia daarover heeft aangevoerd, is tegenover de stellingen van [partij A] onvoldoende. Dexia heeft er weliswaar op gewezen dat zij op geen enkele manier betrokken is geweest bij het contact tussen [partij A] en Spaar Select, maar dat kan haar niet baten. Voor zover Dexia daardoor in bewijsnood is, komt dit voor haar rekening en risico. Niet alleen had zij (zoals hiervoor overwogen) eerder bewijs kunnen verzamelen, daarbij komt dat zij destijds ervan heeft afgezien om eigen voorlichting te geven aan potentiële klanten en gebruik heeft gemaakt van Spaar Select voor de afzet van haar producten, terwijl het voor haar als aan toezicht onderworpen effecteninstelling verboden was om van deze tussenpersoon cliënten aan te nemen aan wie adviezen waren verstrekt. Het had op haar weg gelegen om controle daarop uit te oefenen en ervoor te zorgen dat zij wel over concrete informatie beschikte over de totstandkoming van een overeenkomst en de daarbij betrokken (medewerker van de) tussenpersoon. Doordat Dexia de door [partij A] geschetste gang van zaken onvoldoende heeft weersproken en de stellingen van [partij A] in lijn zijn met de gebruikelijke werkwijze van tussenpersonen, wordt van de juistheid van zijn relaas uitgegaan. Aan bewijslevering wordt niet toegekomen.

[partij A] stelt dat Dexia wist, althans behoorde te weten dat Spaar Select een op de persoon van [partij A] toegesneden beleggingsadvies heeft gegeven. Dexia betwist dit. Alhoewel in dit geval niet is gebleken dat Dexia concrete wetenschap heeft gehad van de advisering van Spaar Select aan [partij A] , had Dexia behoren te weten dat [partij A] door Spaar Select is geadviseerd.⁵

Aansprakelijkheid Dexia

Nu Dexia ondanks het voorgaande toch met [partij A] de overeenkomsten is aangegaan, heeft zij jegens [partij A] onrechtmatig gehandeld. Dit moet Dexia zwaar worden aangerekend. Weliswaar zijn aan [partij A] omstandigheden toerekenbaar die tot de schade hebben bijgedragen, maar vanwege de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten, eist de billijkheid in beginsel dat de vergoedingsplicht van Dexia geheel in stand blijft. Er kunnen situaties zijn waarin voldoende reden is om een deel van de schade op grond van artikel 6:101 BW voor rekening van [partij A] te doen komen, maar in dit geval zijn dergelijke feiten en omstandigheden niet aanwezig. De schade komt dan ook geheel voor rekening van Dexia.

Vorderingen van [partij A]

De door [partij A] gevorderde verklaring voor recht zal daarom worden toegewezen, in die zin dat voor recht wordt verklaard dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld door [partij A] als cliënt te accepteren, terwijl zij behoorde te weten dat Spaar Select [partij A] niet alleen als klant aanbracht maar hem ook persoonlijk had geadviseerd en daarvoor geen vergunning bezat. De verklaring voor recht dat [partij A] schade heeft geleden als gevolg van het onrechtmatige handelen van Dexia en Dexia gehouden is de schade te vergoeden, zal ook worden toegewezen.

Door Dexia gevorderde verklaring voor recht

Op grond van het voorgaande, is de kantonrechter van oordeel dat [partij A] met de uiteenzetting van de feitelijke gang van zaken en zijn overgelegde stukken, voldoende gemotiveerd heeft onderbouwd dat zij nog een vordering op Dexia te gelde kan maken vanwege het feit dat hij werd geadviseerd door Spaar Select. Dexia is dan ook niet gehouden slechts twee derde deel van de restschuld te betalen, maar moet de volledige schade aan [partij A] vergoeden. Een en ander leidt ertoe dat de door Dexia gevorderde verklaring voor recht zal worden afgewezen.

Schade

De door [partij A] geleden schade is door partijen in de processtukken besproken. Zoals hiervoor is geoordeeld, komt alle schade voor rekening van Dexia. Dat betekent dat [partij A] ook geen restschuld verschuldigd is, ongeacht de berekening van de hoogte van die restschuld door Dexia. [partij A] heeft zijn schade berekend op € 7.720,67. Dexia heeft deze berekening niet betwist, zodat de kantonrechter dit bedrag zal toewijzen. De wettelijke rente is verschuldigd over het door Dexia te restitueren bedrag volgens de uitgangspunten geformuleerd in de arresten van de Hoge Raad van 1 mei 2015 en 3 februari 2017. Een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is niet aan de orde. Niet is gebleken dat er in dit geval meer of andere werkzaamheden aan de orde zijn geweest dan de werkzaamheden genoemd in het arrest van de Hoge Raad van 12 april 2019.

Gelet op het voorgaande behoeven de andere door [partij A] aangevoerde gronden geen nadere bespreking.

Incidentele vordering van Dexia

Dexia vordert veroordeling van [partij A] om ex artikel 195 Rv een afschrift te verstrekken van het intakeformulier althans van andere schriftelijke documenten waaraan de door Leaseproces, namens [partij A] , in deze procedure ingenomen feitelijke stelling zijn ontleend.

Dexia wil kennelijk weten welke gegevens [partij A] destijds aan Leaseproces heeft verstrekt en vervolgens in het dossier van Leaseproces terecht zijn gekomen. Het verstrekken van informatie aan een rechtsbijstandverlener over een geschil door middel van een gesprek of een intake- of vragenformulier of anderszins dient onbelemmerd te kunnen plaatsvinden. Daarvan is geen sprake meer als een rechtzoekende er rekening mee moet houden dat de aan zijn rechtsbijstandverlener verstrekte gegevens bij zijn wederpartij terecht kunnen komen. Het is van groot belang dat het vertrouwelijke karakter van de informatie-uitwisseling tussen de rechtzoekende en diens rechtsbijstandverlener blijft bestaan. Gesteld noch gebleken is dat sprake is van een hoge uitzondering die maakt dat in dít geval van de beroepsbeoefenaar kan worden verlangd zich niet op zijn verschoningsrecht te beroepen. Al met al oordeelt de kantonrechter dat het incidentele verzoek van Dexia moet worden afgewezen.

De proceskosten van dit incident komen voor rekening van Dexia omdat zij in het ongelijk wordt gesteld. De proceskosten aan de zijde van [partij A] worden tot op heden begroot op € 82,00.

Proceskosten in conventie en in reconventie

Omdat [partij A] grotendeels inhoudelijk zal krijgen, is Dexia aan te merken als de in het ongelijk te stellen partij. Dexia zal worden veroordeeld in de proceskosten (inclusief nakosten) van [partij A] . Omdat het partijdebat in reconventie is samengevallen met het debat in conventie, worden de kosten in reconventie tot op heden begroot op nihil. De proceskosten van [partij A] worden begroot op:

- dagvaarding € 144,47

- griffierecht € 732,00

- salaris gemachtigde € 576,00 (2 punten x tarief € 288,00)

- nakosten € 100,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal € 1.552,47

De door [partij A] gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen zoals in de beslissing vermeld.

6. De beslissing

De kantonrechter

in het incident van Dexia

wijst de vordering af;

veroordeelt Dexia in de proceskosten van [partij A] , tot op heden begroot op € 82,00;

in conventie

verklaart voor recht dat Dexia onrechtmatig jegens [partij A] heeft gehandeld door [partij A] als cliënt te accepteren, terwijl zij behoorde te weten dat Spaar Select [partij A] niet alleen als klant aanbracht, maar [partij A] ook persoonlijk had geadviseerd en Spaar Select geen vergunning daarvoor bezat;

verklaart voor recht dat [partij A] schade heeft geleden als gevolg van onrechtmatig handelen van Dexia en Dexia gehouden is om deze schade te vergoeden;

veroordeelt Dexia om aan [partij A] te betalen een schadevergoeding van € 7.720,67, vermeerderd met de wettelijke rente daarover een en ander zoals weergegeven in rechtsoverweging 5.19.;

veroordeelt Dexia in de proceskosten van [partij A] van € 1.552,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Dexia niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Dexia ook de kosten van betekening betalen;

veroordeelt Dexia in de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af;

in reconventie

wijst de vordering af;

veroordeelt Dexia in de proceskosten van [partij A] , tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.L. Alers, kantonrechter-plaatsvervanger, en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. P.L. Alers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?