ECLI:NL:RBOVE:2026:2072

ECLI:NL:RBOVE:2026:2072

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 12-03-2026
Datum publicatie 16-04-2026
Zaaknummer C/08/339691 / FA RK 25-2639
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Voogd verzoekt voor minderjarige om ontkenning van het vaderschap van Ghanese vader gegrond te verklaren. Gegevens vader te herleiden uit Belgisch Rijksregister. Nederlands-Belgisch Executieverdrag 1925 niet van toepassing, dus NL rechter bevoegd. Belgisch recht van toepassing op verzoek, getoetst o.a. aan begrip ‘bezit van staat’ uit art. 318 Belgisch BW.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

locatie Zwolle

team familie- en jeugdrecht

zaaknummer: C/08/339691 / FA RK 25-2639

beschikking van 12 maart 2026

in de zaak van

Stichting Jeugdbescherming Overijssel,

de gecertificeerde instelling, verder te noemen: de GI,

gevestigd te Zwolle,

verzoeker,

namens

[minderjarige],

verder te noemen: de minderjarige.

wonende te [woonplaats 1].

De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

verder te noemen: de moeder,

wonende te [woonplaats 2],

[de man],

verder te noemen: de man,

zonder bekende woon-of verblijfplaats,

mr. M.F. Kiers,

kantoorhoudende in Deventer,

als bijzondere curator over [minderjarige].

De rechtbank merkt als informant aan:

[de pleegmoeder].

wonende te [woonplaats 3],

verder te noemen de pleegmoeder.

1. De procedure

De GI heeft op 14 oktober 2025 een verzoekschrift (met bijlagen) ingediend.

Bij beschikking van 15 januari 2026 heeft de rechtbank mr. Kiers benoemd tot bijzondere curator over [minderjarige]. De bijzondere curator vertegenwoordigt [minderjarige] in deze procedure en komt op voor zijn belang.

De rechtbank heeft verder de volgende stukken ontvangen:

een e-mail van de GI van 9 december 2025,

een e-mail van de GI van 8 januari 2026,

een e-mail met bijlagen van de GI van 23 januari 2026, en

een e-mail met bijlage van de GI van 3 februari 2026.

De rechter heeft op 25 februari 2026 een gesprek gehad met [minderjarige]. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechter samengevat wat [minderjarige] heeft gezegd. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

Het verzoek is besproken tijdens de zitting van 26 februari 2026.

Daarbij waren aanwezig:

de pleegmoeder,

de bijzondere curator, en

[naam 1], een vertegenwoordiger van de GI.

De moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

2. De feiten

De moeder en de man zijn met elkaar op 4 oktober 2002 getrouwd. Hun huwelijk is op 5 maart 2015 door het Hof van Beroep te Antwerpen nietig verklaard wegens strijd met de Belgische nationale en internationale openbare orde. Op 20 mei 2015 is de nietigverklaring van het huwelijk ingeschreven in de Belgische registers van de burgerlijke stand.

Tijdens het huwelijk is de moeder op [geboortedatum 1] 2008 bevallen van [minderjarige]. Hij is geboren in [geboorteplaats 1], België.

[minderjarige] en de moeder hebben de Belgische nationaliteit. De man heeft de Ghanese nationaliteit.

Bij beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, van 30 oktober 2019, welke beschikking is hersteld bij beschikking van 11 maart 2026, is het gezag van de moeder en de man over [minderjarige] beëindigd en is de GI tot voogd benoemd over [minderjarige].

Uit de verwantschapsanalyse blijkt dat de heer [naam 2] met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de biologische vader van [minderjarige] is.

De GI heeft op 3 maart 2025 toestemming van de kantonrechter gekregen om in de juridische procedure over de betwisting en vaststelling vaderschap in rechte op te treden namens [minderjarige].

3. Het verzoek

De GI verzoekt als wettelijke vertegenwoordiger van [minderjarige] om de ontkenning van het vaderschap van de man gegrond te verklaren. Dat wil zeggen dat de man, in juridische zin, niet meer als de vader van [minderjarige] wordt aangemerkt. Volgens de GI is namelijk niet de man, maar de heer [naam 2] de biologische vader van [minderjarige].

4. De standpunten

[minderjarige]:

[minderjarige] is het eens met het verzoek. [minderjarige] weet eigenlijk niets over de man en hij heeft hem nooit gezien of gekend. Toen hij op school zat merkte hij dat hij een andere achternaam had dan zijn broers. Daar werden ook vragen over gesteld. Hij weet niet wanneer de man naar België kwam en wanneer hij weer ging. Het interesseert [minderjarige] ook niet. Zijn moeder praat er liever niet over.

De bijzondere curator:

De bijzondere curator adviseert het verzoek toe te wijzen. Zij is het eens met de onderbouwing van de GI. [minderjarige] wil ook graag dat het verzoek wordt toegewezen.

5. De beoordeling

Ten aanzien van de oproep van de man:

De man is opgeroepen met een oproep in de Staatscourant omdat er geen woon- of verblijfplaats van hem bekend is. Uit het volledige uittreksel uit het Rijksregister dat door de GI is overgelegd, blijkt dat de man op 27 mei 2015 is afgevoerd en zijn verblijfsrecht in België heeft verloren. Niemand van de in deze procedure betrokken personen weet waar de man momenteel verblijft of heeft gegevens van hem. De rechtbank is daarom van oordeel dat de man juist is opgeroepen en stelt vast dat hij niet in de procedure is verschenen.

Bevoegdheid rechtbank en toepasselijk recht:

[minderjarige] en de moeder hebben niet de Nederlandse nationaliteit maar de Belgische. Daarom moet de rechtbank eerst beoordelen of de Nederlandse rechter wel bevoegd is om te beslissen op het verzoek. Ook moet de rechtbank beoordelen van welk land de rechtsregels worden toegepast.

ten aanzien van de bevoegdheid rechtbank:

De rechtbank stelt vast dat het verzoek niet valt onder het Nederlands-Belgisch Executieverdrag 1925. [minderjarige] heeft namelijk niet zijn gewone verblijfplaats in België, de man heeft geen gewone woon- of verblijfplaats in Nederland of België en hij heeft ook niet de Nederlandse of Belgische nationaliteit. De Nederlandse rechter is bevoegd om het verzoek te beoordelen, omdat [minderjarige] in Nederland woont.

Artikel 265 Rv bepaalt dat in zaken betreffende minderjarigen de rechter van de

woonplaats van de minderjarige bevoegd is. Deze rechtbank is bevoegd, omdat [minderjarige] ten tijde van het indienen van het verzoek in Nederland woonde en daar nog

steeds woont. De gemeente waar zijn voogd gevestigd is, is binnen het rechtsgebied van deze rechtbank gelegen.

ten aanzien van het toepasselijk recht:

Op grond van artikel 10:93 lid 1 BW wordt de vraag of familierechtelijke betrekkingen als bedoeld in artikel 1:92 BW in een gerechtelijke procedure tot gegrondverklaring van een ontkenning teniet kunnen worden gedaan, bepaald door het recht dat ingevolge dat artikel op het bestaan van die betrekkingen van toepassing is.

Op grond van artikel 10:92 lid 1 BW wordt de vraag of een kind door geboorte in familierechtelijke betrekking komt te staan tot de vrouw uit wie het is geboren en de met haar gehuwde of gehuwd geweest zijnde persoon of de persoon met wie zij door een geregistreerd partnerschap is verbonden of verbonden is geweest, bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de vrouw en die persoon of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat waar de vrouw en die persoon elk hun gewone verblijfplaats hebben, of indien ook dit ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. Hierbij geldt als peildatum het tijdstip van de geboorte van het kind.

Uit de stukken en hetgeen op de zitting is besproken blijkt dat ten tijde van de geboorte van [minderjarige] de moeder de Belgische nationaliteit had. De man had de Ghanese nationaliteit. De rechtbank constateert dat er dus geen sprake was van een gemeenschappelijke nationaliteit van de moeder en de man. De rechtbank is van oordeel dat wel genoegzaam is gebleken dat de moeder en de man ten tijde van de geboorte van [minderjarige] hun gewone verblijfplaats in België hadden. Uit het uittreksel uit het Rijksregister blijkt namelijk dat de man op 16 juni 2005 op basis van ‘gezinshereniging met een Belg – echtgenoot partner’ naar België is gekomen en dat hij op 27 mei 2015 zijn verblijfrechts in België heeft verloren. Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat op grond van het Belgische recht de vraag moet worden beantwoord of er sprake is van een familierechtelijke betrekking tussen [minderjarige] en de man en of deze in een gerechtelijke procedure tot gegrondverklaring van een ontkenning teniet kan worden gedaan.

ten aanzien van de familierechtelijke betrekking op grond van Belgisch recht

Op grond artikel 315 van het Belgische Burgerlijk Wetboek (BW) heeft een kind dat is geboren tijdens het huwelijk of binnen 300 dagen na de ontbinding of de nietigverklaring van het huwelijk, de echtgenoot tot vader. De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat de man op grond van het Belgische recht de juridische vader van [minderjarige] is.

ten aanzien het verzoek ontkenning van het vaderschap op grond van Belgisch recht

Op grond van artikel 318 van het Belgische BW kan het vermoeden van vaderschap door een kind worden betwist, tenzij het kind bezit van staat heeft ten aanzien van de echtgenoot. Op grond van hetzelfde artikel moet het kind de vordering instellen op zijn vroegst op de dag waarop het de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt en uiterlijk op de dag waarop het de leeftijd van tweeëntwintig jaar heeft bereikt (of binnen een jaar na de ontdekking van het feit dat de echtgenoot zijn vader niet is).

De rechtbank constateert allereerst dat [minderjarige] 17 jaar is en de GI dus tijdig namens hem de vordering heeft ingediend.

De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van bezit van staat. Hiervan is sprake als de man zich steeds en dusdanig als ouder heeft gedragen dat ook de buitenwereld de betreffende persoon zo heeft beschouwd. Uit de stukken en hetgeen op de zitting is besproken blijkt dat [minderjarige] eigenlijk niet weet wie de man is. [minderjarige] heeft hem nooit gezien en de man heeft nooit voor hem gezorgd of iets voor [minderjarige] betaald. Hij heeft kortom geen enkele rol in het leven van [minderjarige] gespeeld. Er was enkel sprake van een schijnhuwelijk tussen de moeder van [minderjarige] en de man. [minderjarige] zelf weet dat zijn biologische vader dezelfde vader is als de vader van zijn broers, de heer [naam 2]. Dit blijkt met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid ook uit het rechtsgeldige DNA-onderzoek waardoor het vermoeden van vaderschap van de man ook teniet wordt gedaan. De rechtbank zal het verzoek gelet op het vorenstaande dan ook, als na te melden, toewijzen.

De rechtbank heeft [minderjarige] de volgende brief geschreven:

Beste [minderjarige],

Nadat wij een gesprek hadden gehad over de zaak waarin ik moest beslissen of de heer [de man] niet meer als jouw officiële vader kan worden beschouwd, is er een zitting geweest. Hierbij was [naam 1] van Jeugdbescherming Overijssel aanwezig, je (pleeg)moeder en mr. Kiers, de bijzondere curator met wie jij een telefoongesprek hebt gehad.

Ik heb toen ook kort samengevat wat jij aan mij hebt verteld.

Eigenlijk duurde het niet zo lang, want alle informatie die ik nodig had was al op papier aanwezig of had ik van jou gehoord.

Nu heb ik de beslissing genomen, dat de heer Manu niet meer jouw officiële vader is en dat dit ook moet worden aangetekend bij jouw geboorteakte in België.

Dit kan nog niet direct gebeuren, omdat er nog eerst drie maanden voorbij moeten gaan. In die drie maanden zou iemand die daar belang bij heeft, nog in hoger beroep kunnen gaan van mijn beslissing. Dat staat zo in de wet. Pas daarna wordt mijn beslissing definitief.

Maar intussen krijgt Jeugdbescherming Overijssel deze beslissing wel toegestuurd. Je voogd zal je wel vertellen hoe het nu verder gaat.

Ik vind dat wij een prettig gesprek hebben gehad. Ik wens je het allerbeste toe in je verdere leven.

6. De beslissing

De rechtbank:

verklaart gegrond de ontkenning van het vaderschap van:

[de man] , geboren op [geboortedatum 2] 1971 in [geboorteplaats 2] (Ghana),

ten aanzien van het kind:

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 in [geboorteplaats 1] (België),

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [geboorteplaats 1] (België) een latere vermelding op te maken van voormelde gegrondverklaring van de ontkenning van het door het huwelijk ontstane vaderschap en deze toe te voegen aan de geboorteakte van [minderjarige] voornoemd,

verstaat dat de griffier niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking en slechts indien geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift van deze beschikking zal zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [geboorteplaats 1] (België),

beschouwt de taak van de bijzondere curator als beëindigd, tenzij hoger beroep wordt ingesteld,

wijst de verzoeken voor het overige af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. van der Hoeven, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026 in tegenwoordigheid van mr. S.M.T. Damman, griffier.

De rechtbank stuurt een afschrift van deze beschikking naar de raad voor de kinderbescherming. De raad neemt de gegevens uit deze beschikking op in zijn registratie.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:

a. door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. van der Hoeven

Griffier

  • mr. S.M.T. Damman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?