ECLI:NL:RBOVE:2026:2091

ECLI:NL:RBOVE:2026:2091

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 16-04-2026
Datum publicatie 16-04-2026
Zaaknummer 08/340315-25 (P), 05/207237-24 (TUL), 05/237328-24 (TUL), 08/059387-24 (TUL), 08/193899-24 (TUL), 08/000164-21 (TUL)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

De rechtbank legt aan een 32-jarige man op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor 2 jaren en veroordeling tot het betalen van een schadevergoeding van € 200,00 aan het slachtoffer. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van diefstal van een auto en een telefoon, door onrechtmatig gebruik te maken van de originele autosleutel, geen medewerking heeft verleend aan een bevel tot bloedonderzoek en een auto heeft bestuurd, terwijl zijn rijbewijs ongeldig is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummers: 08/340315-25 (P), 05/207237-24 (TUL), 05/237328-24 (TUL),

08/059387-24 (TUL), 08/193899-24 (TUL), 08/000164-21 (TUL)

Datum vonnis: 16 april 2026

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1993 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1] ,

nu verblijvende in de PI [locatie 1] .

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

2 april 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. R. van Rhijn, advocaat in Amersfoort, naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: een auto en een telefoon heeft gestolen, door onrechtmatig gebruik te maken van de originele autosleutel, dan wel die auto en die telefoon heeft geheeld;

feit 2: geen medewerking heeft verleend aan een bevel tot bloedonderzoek;

feit 3: een auto heeft bestuurd, terwijl zijn rijbewijs ongeldig is verklaard.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1hij op of omstreeks 13 december 2025 te Deventer een auto (kenteken: [kenteken] ) en/of een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen auto en/of telefoon onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door onrechtmatig gebruik te maken van de originele autosleutel;subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 13 december 2025 te Deventer, een auto (kenteken: [kenteken] ) en/of een telefoon, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof; 2hij op of omstreeks 13 december 2025 te Deventer, in elk geval in Nederland, als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een personenauto te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994, geen gevolg heeft gegeven aan een aan hem gegeven bevel van een hulpofficier van justitie of van een daartoe bij regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen ambtenaar van politie, zich aan een bloedonderzoek te onderwerpen en/of geen medewerking daaraan heeft verleend;3hij op of omstreeks 13 december 2025 te Deventer terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de [adres 3] , als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.

3. De bewijsmotivering

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair vrijspraak bepleit van het onder 1 primair ten laste gelegde feit. Uit het dossier volgt niet dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan enige wegneemhandeling.

Subsidiair heeft de raadsman vrijspraak bepleit van de onder 1 primair ten laste gelegde diefstal van de telefoon, omdat verdachte geen opzet had op het stelen daarvan.

Ten aanzien van de onder 1 subsidiair, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft de raadsman geen bewijsverweer gevoerd.

Het oordeel van de rechtbank

Feit 1

Feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op grond van het procesdossier en het verhandelde op de terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast.

Op 13 december 2025 om 12:17 uur begaven verbalisanten, belast met incidentenafhandeling, zich naar aanleiding van een melding over gevaarlijk rijgedrag naar [bedrijf] aan de [adres 3] . Aangekomen op het terrein zagen zij een Volkswagen Golf TDI met kenteken

[kenteken] rijden met daarin twee personen. De bestuurder van de auto, verdachte, werd aangehouden.

Uit onderzoek naar de auto kwam naar voren dat deze gestolen was. De eigenaar van de auto, [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ), deed aangifte van diefstal. Ook deed hij aangifte van diefstal van zijn telefoon, die zich in de auto bevond. Uit de locatiegegevens van de telefoon van [slachtoffer] kwam naar voren dat de telefoon, en dus ook de auto, om 07:22 uur werd verplaatst vanaf de plek waar hij de auto had geparkeerd, aan de [adres 2] .

Verdachte heeft verklaard dat hij de auto ’s nachts (de rechtbank begrijpt: in ieder geval terwijl het nog donker was) zag staan op de kruising tegenover het Station Deventer. Daar heeft hij op enig moment een persoon bij de auto zien weglopen. Het is niet duidelijk of dat [slachtoffer] zelf was of een onbekend gebleven ander. De persoon in kwestie liet de deuren van de auto open en liet ook de autosleutel in de auto achter. Verdachte verklaarde dat hij, toen de hem onbekende man wegliep, in de auto is gestapt en daarmee is weggereden.

De rechtbank stelt, op grond van de verklaring van verdachte in samenhang bezien met de locatiegegevens van de telefoon van [slachtoffer] , vast dat verdachte de auto om 09:07 uur heeft geparkeerd aan [locatie 2] . Daarna is hij naar huis gegaan. Na drie uren, om 12:07 uur, is verdachte weer in de auto gestapt en is hij, samen met een bijrijder, naar [bedrijf] aan de [adres 3] gereden, waar hij korte tijd later werd aangehouden.

Overwegingen en conclusie

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of verdachte de auto heeft weggenomen in de zin van artikel 310 Sr en zal vervolgens moeten oordelen over de vraag of hij zich de auto wederrechtelijk heeft toegeëigend. Zij overweegt daartoe het volgende.

Vaststaat dat de auto van [slachtoffer] op 13 december 2025 ’s nachts of vroeg in de ochtend werd meegenomen door een ander of anderen. De rechtbank overweegt dat niet kan worden uitgesloten dat de auto in eerste instantie werd weggenomen door een onbekend gebleven derde, nu onduidelijk is gebleven of verdachte [slachtoffer] zelf of een ander bij de auto zag weglopen. Wat er ook zij van een eventuele eerdere wegneming van de auto, op grond van de eigen verklaring van verdachte staat vast dat hij, toen hij de auto zag staan met open deuren en de sleutel in het contactslot, in de auto is gestapt en daarmee is weggereden. Daarmee heeft verdachte de auto weggenomen in de zin van artikel 310 Sr. Elk goed dat aan een ander dan de verdachte toebehoort, kan immers worden weggenomen. Daarbij doet niet ter zake of het desbetreffende goed zich ten tijde van dat wegnemen in de beschikkingsmacht van de eigenaar of een ander bevond, dan wel daaraan eerder al was onttrokken.

Op het moment dat hij de auto wegnam, was, naar het oordeel de rechtbank, bij verdachte het oogmerk tot wederrechtelijke toe-eigening aanwezig. Hij heeft, tot aan zijn aanhouding rond het middaguur bij [bedrijf] , als heer en meester over het voertuig beschikt. De verklaring van verdachte over zijn bedoeling met de auto, inhoudende dat hij de auto enkel meenam om hem naar de politie te brengen, vindt geen steun in de bewijsmiddelen. De rechtbank schuift deze verklaring als onaannemelijk terzijde.

Gelet op het bovenstaande komt de rechtbank tot bewezenverklaring van het onder 1 primair ten laste gelegde feit, met dien verstande dat de rechtbank verdachte zal vrijspreken van de diefstal van de telefoon, omdat niet is komen vast te staan dat verdachte wist dat de telefoon in de auto aanwezig was en dus niet kan worden vastgesteld dat verdachte het oogmerk had om zich ook de telefoon toe te eigenen.

Feiten 2 en 3

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten op grond van in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

1hij op of omstreeks 13 december 2025 te Deventer een auto (kenteken: [kenteken] ) en/of een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die aan [slachtoffer], in elk toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen auto en/of telefoon onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door onrechtmatig gebruik te maken van de originele autosleutel;2hij op of omstreeks 13 december 2025 te Deventer, in elk geval in Nederland, als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een personenauto te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994, geen gevolg heeft gegeven aan een aan hem gegeven bevel van een hulpofficier van justitie of van een daartoe bij regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen ambtenaar van politie, zich aan een bloedonderzoek te onderwerpen en/of geen medewerking daaraan heeft verleend;3hij op of omstreeks 13 december 2025 te Deventer terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de [adres 3] , als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en de artikelen 9, 163 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op:

feit 1 primair

het misdrijf: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

feit 2

het misdrijf: overtreding van artikel 163, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

feit 3

het misdrijf: overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

5. De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

6. De op te leggen straf of maatregel

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) zal worden opgelegd. Ook heeft de officier van justitie een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twee jaren gevorderd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht geen ISD-maatregel op te leggen. Verdachte wenst graag zelf zijn leven op te bouwen en heeft de afgelopen maanden in detentie laten zien dat hij dat kan. Hij heeft enorme stappen gezet op het gebied van persoonlijke verzorging, heeft meer inzicht in zijn persoon en gebruikt geen verdovende middelen meer.

Subsidiair heeft de raadsman verzocht om de duur van de ISD-maatregel te beperken tot een jaar en te bepalen dat aftrek van voorarrest zal plaatsvinden. Een langere duur van de maatregel is niet proportioneel, gelet op de positieve lijn die verdachte laat zien.

Meer subsidiair heeft de raadsman verzocht bij vonnis alvast te bepalen dat na een jaar een tussentijdse toetsing van de maatregel zal plaatsvinden.

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

De aard en ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten. Met het stelen van de auto heeft verdachte er blijk van gegeven geen respect te hebben voor andermans eigendommen. Een dergelijk feit zorgt daarnaast voor hinder en praktische problemen voor de eigenaar. De verplichting tot het bezitten van een geldig autorijbewijs alvorens in een auto te mogen rijden en, onder omstandigheden, tot het verlenen van medewerking aan bloedonderzoek zijn middelen om de verkeersveiligheid te waarborgen. Verdachte heeft in een auto rondgereden op de openbare weg, terwijl hij op de hoogte was van het feit dat zijn rijbewijs ongeldig is verklaard. Hij was daarbij zeer waarschijnlijk onder invloed van verdovende middelen en vertoonde gevaarlijk rijgedrag. Hiermee heeft verdachte niet alleen zichzelf, maar ook zijn passagier, omstanders en de verkeersveiligheid in het algemeen in gevaar gebracht. Na zijn aanhouding heeft verdachte geweigerd om mee te werken aan een bevel tot bloedonderzoek. De rechtbank neemt verdachte al dit gedrag kwalijk.

De persoon van de verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 4 maart 2026. Hieruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

De rechtbank heeft ook kennisgenomen van de adviezen van de reclassering. In het rapport van Reclassering Nederland van 19 december 2025 is te lezen dat bij verdachte sprake is van instabiliteit op alle leefgebieden en dat hij nauwelijks verstaanbaar, te volgen en te sturen is. Uit het rapport van Tactus Verslavingszorg van 17 maart 2026 komt een vergelijkbaar beeld naar voren. Het ontbreekt verdachte aan huisvesting en dagbesteding. In het verleden is hij gediagnosticeerd met een psychotische stoornis en autisme. Gelet op de aard van de diagnoses is de verwachting dat deze tot op heden invloed hebben op zijn leven. Verdachte gebruikt bovendien zogenoemde ‘designer drugs’, die de aanwezige psychiatrische problematiek versterken, wat frequent tot onvoorspelbaar gedrag leidt. Verdachte heeft geen hulpvragen, geen probleembesef en geen inzicht in de ernst van zijn (delict)gedrag. Dit, in combinatie met zijn zorgmijdende houding, heeft ertoe geleid dat eerder ingezette interventies vanuit de reclassering niet hebben bijgedragen aan recidivevermindering of gedragsverandering. Ook het Levensloopteam van zorgaanbieder GGZ Dimence komt niet of nauwelijks met verdachte in contact. Het inzetten van interventies in het kader van een voorwaardelijke veroordeling ziet de reclassering daarom niet als een reële optie. De reclassering ziet een ISD-maatregel als noodzakelijk om verdachte te ondersteunen en de maatschappij te beschermen en adviseert de rechtbank die maatregel op te leggen.

De ISD-maatregel

De bewezen verklaarde gekwalificeerde diefstal is een feit waarvoor ingevolge het bepaalde in artikel 67, eerste lid, aanhef en onder a en b, Sv, voorlopige hechtenis is toegelaten. Daarmee wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 38m, eerste lid, aanhef en onder 1, Sr. Gelet op zowel het strafblad van verdachte als de hiervoor besproken reclasseringsadviezen wordt tevens voldaan aan het bepaalde in artikel 38m, eerste lid, aanhef sub 2 en 3, Sr, nu hieruit blijkt dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte weer een misdrijf zal begaan en de veiligheid van goederen en personen oplegging van een ISD-maatregel eist.

In de afgelopen vijf jaren is verdachte meermalen tot gevangenisstraffen en taakstraffen veroordeeld, terwijl minstens drie van die straffen inmiddels geheel ten uitvoer zijn gelegd. De rechtbank heeft in dat verband in het bijzonder gelet op de navolgende onherroepelijke veroordelingen ter zake van misdrijven:

het vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 20 november 2024, waarbij verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie dagen;

het vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 30 mei 2024, waarbij verdachte werd veroordeeld tot een week gevangenisstraf;

het vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 16 maart 2023, waarbij verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van 20 uren.

Er is ook voldaan aan de eisen die de “Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers” van het Openbaar Ministerie stelt. Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij over een periode van vijf jaren processen-verbaal tegen zich opgemaakt zag worden voor ten minste tien misdrijven, waarvan ten minste één in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde feit.

Bij het opleggen van de ISD-maatregel dient het belang van de maatschappij om beveiligd te worden tegen de aantasting van de veiligheid van personen of goederen door misdrijven te worden afgewogen tegen het onder meer in artikel 5 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden neergelegde recht op persoonlijke vrijheid. De rechtbank is zich bewust van de zwaarte van de maatregel, maar is, alles afwegende, van oordeel dat het belang van de maatschappij om tegen verdachte’s handelen te worden beschermd dient te prevaleren boven het recht op persoonlijke vrijheid van verdachte. Een alternatieve, minder ingrijpende wijze van afdoening is, zo is gebleken uit eerdere reclasseringsinterventies, ontoereikend voor gedragsverandering en risicobeperking. De maatschappij kan daarom niet op andere wijze in voldoende mate worden beschermd, dan door het opleggen van de ISD-maatregel. Zonder deze maatregel moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte zijn huidige levenswijze niet vrijwillig kan en zal opgeven en ook in de toekomst misdrijven zal blijven plegen. De beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van verdachte’s criminele recidive eisen daarom het opleggen van die maatregel. De rechtbank heeft oog voor het feit dat verdachte in detentie, waar hem regelmaat en structuur werd geboden, positieve veranderingen heeft laten zien op onder meer het gebied van persoonlijke verzorging. Zij is van oordeel dat de ISD-maatregel de nodige tijd en ruimte kan bieden om die veranderingen vast te houden, uit te breiden en te versterken. De rechtbank benadrukt daarbij dat de houding van verdachte en de mate waarin hij medewerking zal verlenen aan de hulpverlening, (mede) van invloed zijn op de vraag in hoeverre (verdere) positieve veranderingen kunnen worden gerealiseerd.

De rechtbank legt deze ISD-maatregel op voor de duur van twee jaren, zonder aftrek van voorarrest. Zij ziet geen aanleiding om op voorhand te bepalen dat een tussentijdse toetsing van de noodzaak tot voortzetting van de maatregel zal plaatsvinden.

De rechtbank ziet naast het opleggen van de ISD-maatregel geen meerwaarde om aan verdachte een ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen.

7. De schade van benadeelde

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. Hij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 515,00 (vijfhonderdvijftien euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- een lekke autoband (€ 170,00);

- een beschadigde voorbumper (€ 150,00);

- een reservewiel (€ 195,00).

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij geheel kan worden toegewezen.

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van het reservewiel heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de schade niet voldoende is onderbouwd. Wat betreft de schade aan de voorbumper heeft hij zich op het standpunt gesteld dat het causale verband tussen de schade en eventuele handelingen van verdachte niet kan worden vastgesteld. De raadsman heeft, gelet op het bovenstaande, verzocht de gevorderde kosten voor het reservewiel en de voorbumper af te wijzen.

Het oordeel van de rechtbank

De lekke autoband en de schade aan de voorbumper

Dat er sprake is van schade aan de autoband is voldoende onderbouwd en door en namens verdachte niet betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de schade aan de autoband in rechtstreeks verband staat met het onder 1 bewezen verklaarde feit. Dat geldt ook voor de schade aan de voorbumper. Uit het proces-verbaal van bevindingen van 13 december 2025 (pagina’s 20 tot en met 22), in samenhang bezien met het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] van 13 december 2025 (pagina’s 7 en 8), leidt de rechtbank af dat verdachte schade heeft veroorzaakt aan de voorbumper door tegen een bus aan te rijden.

De omvang van de beide schadeposten is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd. De rechtbank zal daarom gebruik maken van haar bevoegdheid om de omvang van de schade te schatten. De rechtbank stelt de omvang van de totale schade vast op een bedrag van € 200,00. De rechtbank zal dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf 14 december 2025 tot aan de dag dat verdachte het volledige bedrag heeft betaald.

Het reservewiel

Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan niet worden vastgesteld dat sprake is van schade aan het reservewiel. Deze schadepost is onvoldoende onderbouwd. De rechtbank verklaart de benadeelde partij in dit gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk.

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het feit (feit 1) is toegebracht.

Als door de verdachte niet volledig wordt betaald, kan deze verplichting worden aangevuld met twee dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

8. De vordering tenuitvoerlegging

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vorderingen onder parketnummers 05/207237-24, 05/237328-24, 08/059387-24, 08/193899-24 en 08/000164-21 toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair om afwijzing van de vorderingen verzocht.

Subsidiair heeft hij verzocht om verlenging van de proeftijden of om de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraffen, al dan niet gedeeltelijk, om te zetten in een taakstraf.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is, gelet op de op te leggen ISD-maatregel, van oordeel dat de vorderingen van de officier van justitie moeten worden afgewezen.

9. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 38n, 57 en 63 Sr.

10. De beslissing

Ik zag ’s nachts een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] staan tegenover de kruising bij het station in Deventer. Ik weet niet van wie de auto was. Er stond een tengere jongen bij en die liep weg. Hij liet de deuren van de auto open en de sleutel was in de auto aanwezig. Ik heb de auto meegenomen en geparkeerd bij [locatie 2] . Dat is vlakbij mijn huis. Daarna reed ik ermee naar het terrein van [bedrijf] ;

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feiten

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 primair, het misdrijf: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

feit 2, het misdrijf: overtreding van artikel 163, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

feit 3, het misdrijf: overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 primair, 2 en 3 bewezen verklaarde;

maatregel

- legt op de maatregel tot plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaren;

schadevergoeding

- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe tot een bedrag van

€ 200,00 (bestaande uit materiële schade);

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij (feit 1) van een bedrag van € 200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 december 2025;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 200,00 (zegge: tweehonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 december 2025 ten behoeve van de benadeelde en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 2 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf met parketnummers 05/207237-24, 05/237328-24, 08/059387-24, 08/193899-24 en 08/000164-21

- wijst de vorderingen af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Postma, voorzitter, en mr. H. Manuel en mr. J. de Ruiter, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.J. Leyendijk, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 16 april 2026.

Buiten staat

Mr. H. Manuel is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2025602938 van 18 december 2025. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Feit 1

1. De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 2 april 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

2. het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] van 13 december 2025 (pagina’s 87 en 88), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Feit: Diefstal personenauto

Plaats delict: [adres 2]

Pleegdatum/tijd: Tussen vrijdag 12 december 2025 om 17:00 uur en zaterdag 13 december 2025 om 13:00 uur

(...)

“Ik ben de eigenaar van een Volkswagen Golf voorzien van kenteken [kenteken] .(...) Dit genoemde voertuig heb ik op 12 december 2025 omstreeks 17.00 uur op de [adres 2] geparkeerd voor het uitzendbureau. (...) Volgens mijn vriendin stond mijn auto op 13 december 2025 om 10.30 uur niet meer op de genoemde locatie.(...)

3. het proces-verbaal van bevindingen van 15 december 2025 (pagina’s 53 tot en met 56), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: De aangever schrijft in zijn e-mail dat de datum niet in de afbeeldingen terugkomen, maar dat dit gaat om zaterdag 13 december 2025.

(…)

Op pagina 3 zie ik:

[getuige] van 7 km rijden

12:07 - 12:22 (15 min)

[locatie 2] , Overijssel 12:07

[adres 3] , Overijssel 12:22

(…)

Op pagina 6 zie ik:

Rit van 7 km

12:07 - 12:22 (15 min)

Dichtbij [locatie 2] 09:07 - 12:07 (3 uur)

(…)

Op pagina 11 zie ik:

[getuige]

Rit van 2 km

07:22 - 07:25 (<5 min)

Dichtbij [adres 4]

04:29 - 07:22 (2 uur, 53 min)

Op pagina 12 zie ik:

[getuige]

Dichtbij [adres 4]

04:29 - 07:22 (2 uur, 53 min)

Korte reis

04:25 - 04:29 (<5 min)

Dichtbij [adres 5]

(…)

Uit deze data kan in ieder geval het volgende verklaard worden. 04:29 ' 07:22 [In dit tijdsbestek heeft de telefoon stilgestaan op de locatie dichtbij [adres 4] . Ik verwacht dat ik na het uitgaan wat ben gaan pakken in de auto, en de telefoon vervolgens heb laten liggen in de auto]. 07:22 - ... [Vanaf dit tijdstip is mijn auto, met dus mijn telefoon er ook nog in, zich gaan verplaatsen naar velen locaties zoals te zien is in het Word-bestand.]

Feiten 2 en 3

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?