ECLI:NL:RBOVE:2026:2105

ECLI:NL:RBOVE:2026:2105

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 15-04-2026
Datum publicatie 16-04-2026
Zaaknummer 84/036663-21 (P)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 10 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk. De verdachte is schuldig bevonden aan medeplegen van het verbruiken van de (financiële) middelen van een stichting voordat deze failliet is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 84/036663-21 (P)

Datum vonnis: 15 april 2026

Verstekvonnis in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1973 in [geboorteplaats],

wonende aan de [woonplaats].

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 4 december 2025, 30 maart 2026 en van 15 april 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door de raadsman van verdachte, mr. E. van der Meer, advocaat in Groningen, naar voren is gebracht. Verdachte is niet ter terechtzitting verschenen.

2. De tenlastelegging

ten bedrage van € 16.652,50 (AMB-029, p. 559-560);
B.V. (AMB-029, p. 561-562 en 568), en/of

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: in de periode van 14 september 2018 tot en met 14 mei 2019 als bestuurder

van Stichting Innodome samen met een ander of alleen diverse geldbedragen aan de faillissementsboedel heeft onttrokken en/of buitensporig middelen heeft verbruikt en/of uitgegeven en/of vervreemd, terwijl hij wist dat hierdoor schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden werden benadeeld;

feit 2: in de periode van 14 september 2018 tot en met 10 maart 2021 als bestuurder van de failliet verklaarde rechtspersoon Stichting Innodome opzettelijk niet heeft voldaan en/of bewerkstelligd dat werd voldaan aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie en het bewaren van een administratie, waardoor de afwikkeling van het faillissement is bemoeilijkt;

feit 3: in de periode van 14 mei 2019 tot en met 10 maart 2021 als bestuurder van de failliet verklaarde rechtspersoon Stichting Innodome heeft geweigerd om de vereiste inlichtingen te geven door niet de (volledige) administratie van voornoemde stichting aan de curator over te leggen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 14 september 2018 tot

en met 14 mei 2019 te [plaats 1] en/of [plaats 2], in elk geval in Nederland,

als bestuurder van een rechtspersoon, te weten Stichting Innodome, welke op 14

mei 2019 door de Rechtbank Noord-Nederland (locatie Groningen) in staat van

faillissement is verklaard,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), en/of alleen,

(sub 1) voor de intreding van bovengenoemd faillissement (telkens) enig(e)

goed(eren) aan de boedel heeft onttrokken, te weten:

- één of meerdere machine(s), althans goederen, geleverd door [bedrijf 1] B.V.

- (bouw)materialen en/of gereedschappen (geleverd door de leveranciers genoemd

in de tabel op p. 561 van het dossier), althans goederen, ten bedrage van € 37.898,69

(AMB-029, p. 561-562);

- (contante) inkomsten ten bedrage van € 5.773,43, welke afkomstig zijn van [bedrijf 2]

- één of meerdere geldbedrag(en) tot een totaalbedrag van € 162.570,00, althans een

geldbedrag, die contant zijn opgenomen van de zakelijke bankrekening van

Stichting Innodome met rekeningnummer [rekeningnummer] (AMB-028, p. 557

en AMB-029, p. 567),

en/of

(sub 2) voor de intreding van bovengenoemd faillissement,

- een overeenkomst is aangegaan met [bedrijf 3] B.V. voor de

huur van vervoersmiddelen waarbij de huur is opgelopen tot een totaalbedrag van €

5.730,14 (AMB-029, p. 565-566), en/of

- een overeenkomst is aangegaan met [bedrijf 4] B.V. ([bedrijf 4]) voor het

gebruik van tankpassen waarmee voor een totaalbedrag van € 30.580,07 aan

benzine en/of diesel is getankt (AMB-029, p. 565-566),

waardoor hij, verdachte en/of zijn mededader(s), buitensporig middelen van

voornoemde rechtspersoon heeft verbruikt, uitgegeven en/of vervreemd, dan wel

dat hij hieraan heeft meegewerkt en/of daarvoor zijn toestemming heeft gegeven, te

weten:

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), (telkens) wist(en) dat hierdoor één of

meer schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden werden benadeeld;

2

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 14 september 2018 tot

en met 10 maart 2021 te [plaats 1], [plaats 2] en/of Groningen, in elk geval in

Nederland,

als bestuurder van een rechtspersoon, te weten Stichting Innodome, welke op 14

mei 2019 door de Rechtbank Noord-Nederland (locatie Groningen) in staat van

faillissement is verklaard,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), en/of alleen,

voor en/of tijdens bovengenoemd faillissement (telkens) opzettelijk niet heeft

voldaan en/of niet heeft bewerkstelligd dat werd voldaan aan de wettelijke

verplichtingen tot het voeren van een administratie en/of het bewaren van de

daartoe behorende boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers, ten gevolge

waarvan de afhandeling van het faillissement werd bemoeilijkt;

3

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 14 mei 2019 tot en met

10 maart 2021 te [plaats 1], [plaats 2] en/of Groningen, in elk geval in Nederland,

als bestuurder van een rechtspersoon, te weten Stichting Innodome, welke op 14

mei 2019 door de Rechtbank Noord-Nederland (locatie Groningen) in staat van

faillissement is verklaard, en wettelijk verplicht was tot het geven van inlichtingen,

(telkens) zonder geldige reden opzettelijk is weggebleven en/of heeft geweigerd de

vereiste inlichtingen te geven en/of opzettelijk onjuiste en/of onvolledige

inlichtingen heeft gegeven.

3. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. De bewijsmotivering

Inleiding

Op 30 april 2020 heeft de curator in het faillissement van Stichting Innodome, mr. C.E. van der Wijk, bij de FIOD een melding gedaan van – zakelijk gezegd – faillissementsfraude. Volgens de curator heeft verdachte als (voormalig) bestuurder van Stichting Innodome geen administratie bijgehouden en deze op vordering niet verstrekt, waardoor de afhandeling van het faillissement is bemoeilijkt. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat [verdachte] goederen aan de boedel heeft onttrokken en buitensporige uitgaven heeft gedaan, terwijl het faillissement van Stichting Innodome al in zicht was. Na uitnodiging van de Belastingdienst/FIOD (hierna: FIOD) heeft de curator op 17 december 2020 aangifte gedaan tegen verdachte ter zake van faillissementsfraude. De FIOD heeft naar aanleiding van deze aangifte een strafrechtelijk onderzoek ingesteld tegen verdachte, bekend onder de naam “Abbey”. Hoewel de vermoedelijke strafbare feiten hebben plaatsgevonden in de periode voorafgaande aan de formele bestuursperiode van medeverdachte [medeverdachte], is ten tijde van het strafrechtelijk onderzoek het vermoeden ontstaan dat medeverdachte [medeverdachte] als feitelijk bestuurder van Stichting Innodome betrokken is geweest bij de faillissementsfraude. Naar aanleiding hiervan is op 2 april 2021 door de weegploeg besloten het strafrechtelijk onderzoek uit te breiden, met als gevolg dat er twee zaaksdossiers zijn opgesteld, gericht op verdachte en medeverdachte [medeverdachte].

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen bewijsverweren gevoerd.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:

Feit 1

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] van 10 maart 2021 (V-001-01);

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] van 11 maart 2021 (V-001-02);

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] van 12 maart 2021 (V-001-02);

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] van 5 oktober 2021 (V-001-04);

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] van 17 mei 2022 (V-001-05);

Het proces-verbaal van bevindingen (onderzoek bankrekening Stichting Innodome) van 7 september 2023 (AMB-028);

Het proces-verbaal van bevindingen (onderzoek onttrekkingen en buitensporig verbruik of vervreemding van middelen) van 25 september 2023 (AMB-029).

Feiten 2 en 3:

Een geschrift, te weten een aangifte van vermoedelijke faillissementsfraude van mr. C.E. van der Wijk van 17 december 2020 (DOC-001);

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] van 10 maart 2021 (V-001-01);

Het proces-verbaal van bevindingen (administratie Stichting Innodome) van 12 oktober 2023 (AMB-033).

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

1

hij op tijdstippen in de periode van 14 september 2018 tot en met 14 mei 2019 in Nederland, als bestuurder van een rechtspersoon, te weten Stichting Innodome, welke op 14

mei 2019 door de Rechtbank Noord-Nederland (locatie Groningen) in staat van

faillissement is verklaard,

tezamen en in vereniging met een ander,

(sub 1) voor de intreding van bovengenoemd faillissement telkens enige goederen aan de boedel heeft onttrokken, te weten:

- meerdere machine(s, geleverd door [bedrijf 1] B.V. ten bedrage van € 16.652,50;

- (bouw)materialen en gereedschappen (geleverd door de leveranciers genoemd in de tabel op p. 561 van het dossier), ten bedrage van € 37.898,69;

- (contante) inkomsten ten bedrage van € 5.773,43, welke afkomstig zijn van [bedrijf 2] B.V., en

- meerdere geldbedragen tot een totaalbedrag van € 162.570,00, die contant zijn opgenomen van de zakelijke bankrekening van Stichting Innodome met rekeningnummer [rekeningnummer],

en

(sub 2) voor de intreding van bovengenoemd faillissement,

- een overeenkomst is aangegaan met [bedrijf 3] B.V. voor de huur van vervoersmiddelen waarbij de huur is opgelopen tot een totaalbedrag van € 5.730,14, en

- een overeenkomst is aangegaan met [bedrijf 4] B.V. ([bedrijf 4]) voor het gebruik van tankpassen waarmee voor een totaalbedrag van € 30.580,07 aan benzine en/of diesel is getankt,

waardoor hij, verdachte en zijn mededader, buitensporig middelen van voornoemde rechtspersoon heeft verbruikt, uitgegeven en vervreemd, terwijl hij, verdachte, en zijn mededader, telkens wisten dat hierdoor één of meer schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden werden benadeeld;

2

hij op tijdstippen inde periode van 14 september 2018 tot en met 10 maart 2021 in

Nederland,

als bestuurder van een rechtspersoon, te weten Stichting Innodome, welke op 14 mei 2019 door de Rechtbank Noord-Nederland (locatie Groningen) in staat van faillissement is verklaard,

tezamen en in vereniging met een ander,

voor en tijdens bovengenoemd faillissement telkens opzettelijk niet heeft voldaan en niet heeft bewerkstelligd dat werd voldaan aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie en het bewaren van de daartoe behorende boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers, ten gevolge waarvan de afhandeling van het faillissement werd bemoeilijkt;

3

hij op tijdstippen in de periode van 14 mei 2019 tot en met 10 maart 2021 in Nederland, als bestuurder van een rechtspersoon, te weten Stichting Innodome, welke op 14 mei 2019 door de Rechtbank Noord-Nederland (locatie Groningen) in staat van faillissement is verklaard, en wettelijk verplicht was tot het geven van inlichtingen,

telkens zonder geldige reden opzettelijk is weggebleven en heeft geweigerd de vereiste inlichtingen te geven en opzettelijk onvolledige inlichtingen heeft gegeven.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 47, 194, 343, 344a van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: medeplegen van als bestuurder van een rechtspersoon, wetende dat hierdoor een of meer schuldeisers van de rechtspersoon in hun verhaalsmogelijkheden worden benadeeld, voor de intreding van het faillissement, terwijl dit is gevolgd enig goed aan de boedel hebben onttrokken;

feit 2

het misdrijf: medeplegen van in staat van faillissement zijn verklaard en voor of tijdens het faillissement opzettelijk niet voldoen aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie en het bewaren van de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, ten gevolge waarvan de afhandeling wordt bemoeilijkt.

feit 3

het misdrijf: in staat van faillissement verklaard als bestuurder of commissaris van een rechtspersoon wettelijk verplicht tot het geven van inlichtingen, zonder geldige reden wegblijven en weigeren de vereiste inlichtingen te geven en opzettelijk onvolledige inlichtingen geven.

6. De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7. De op te leggen straf of maatregel

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien maanden met aftrek van voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft het opleggen van een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf van 120 uren bepleit. Daartoe heeft hij gewezen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de schending van de redelijke termijn

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

De aard en ernst van de gepleegde feiten

Verdachte heeft zich – kort gezegd – schuldig gemaakt aan faillissementsfraude. Verdachte heeft samen met een ander een bedrag van € 162.570,-- aan de boedel onttrokken, terwijl het faillissement van Stichting Innodome voorzienbaar was. Daarnaast heeft verdachte buitensporige uitgaven gedaan aan verschillende goederen, waaronder bouwmaterialen en machines, heeft verdachte zijn contante inkomsten niet verantwoord en heeft hij zakelijke overeenkomsten gesloten. Het totaalbedrag aan onttrekkingen dan wel buitensporig verbruik of vervreemding van middelen bedraagt € 259.204,69. Met zijn handelen heeft verdachte niet alleen de schuldeisers benadeeld, maar ook het vertrouwen geschaad dat in een eerlijke afwikkeling van faillissementen mag worden gesteld. De rechtbank rekent verdachte dit alles zwaar aan.

Daarnaast heeft verdachte zich niet gehouden aan de hem als bestuurder wettelijk opgedragen plicht een volledige en deugdelijke administratie te voeren en te bewaren en op vordering van de curator geen administratie overgelegd. Door het in zijn geheel niet bijhouden van de administratie was het voor de curator niet mogelijk om op een eenvoudige wijze voldoende betrouwbaar inzicht te verkrijgen in de vermogenspositie en rechten en verplichtingen van Stichting Innodome. Als gevolg hiervan was het voor de curator moeilijker om het faillissement op een juiste wijze af te wikkelen, terwijl het maatschappelijk en economische verkeer verlangt dat faillissementen voortvarend en efficiënt worden afgewikkeld. Ook dit rekent de rechtbank verdachte aan.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van het over verdachte uitgebrachte advies van Reclassering Nederland van 13 oktober 2025. In het advies is beschreven dat de reclassering op de leefgebieden dagbesteding, financiën, sociaal netwerk, psychosociaal functioneren en houding problemen signaleert. Verdachte heeft een licht verstandelijke beperking. In het verleden kon verdachte moeilijk “nee” zeggen en was hij impulsief. Als beschermend ziet de reclassering dat verdachte afstand heeft gedaan van het pro-criminele netwerk en er sprake is van meer probleeminzicht. Verdachte heeft inmiddels geen zinvolledige dagbesteding meer omdat zijn gezondheid dit niet toelaat. Daarnaast heeft verdachte een forse belastingschuld van circa een miljoen euro. Er is bewindvoering betrokken en verdachte krijgt € 60,-- leefgeld per week. In het verleden is verdachte verslaafd geweest aan cocaïne en alcohol. Verdachte kampt met forse gezondheidsklachten waardoor het aannemelijk is dat hij minder snel weer een eigen bedrijf en soortgelijk delictgedrag zal gaan vertonen. Zijn licht verstandelijke beperking zal zijn responsiviteit en mogelijkheden chronisch beïnvloeden. Het is positief dat verdachte al lange tijd abstinent is van middelen en een goede band heeft met familie en vrienden. Het recidiverisico wordt ingeschat als gemiddeld. De reclassering adviseert bij een veroordeling een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen.

Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte van 22 maart 2026, welke maar liefst 26 pagina’s beslaat. Hieruit blijkt dat verdachte in het verleden veelvuldig is veroordeeld voor vermogensdelicten. Ook houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte op 30 maart 2023 door de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland onherroepelijk is veroordeeld voor een tweetal verkeersdelicten en daarom artikel 63 Sr van toepassing is.

De redelijke termijn

De rechtbank is van oordeel dat er rekening mee moet worden gehouden dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, is overschreden. Op 10 maart 2021 heeft in het kader van het strafrechtelijk onderzoek een doorzoeking van de woning van verdachte plaatsgevonden en is hij aangehouden en in verzekering gesteld. Op dat moment is tegen verdachte een handeling verricht waaraan hij in redelijkheid de verwachting kon ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het Openbaar Ministerie strafvervolging zal worden ingesteld. De rechtbank stelt aldus vast dat op 10 maart 2021 de redelijke termijn is aangevangen waarbinnen verdachte dient te worden berecht. Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling ter terechtzitting moet worden afgerond met een eindvonnis binnen twee jaren nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. De datum van dit vonnis is 15 april 2025, wat een overschrijding van de redelijke termijn van drie jaren betekent. Deze termijnoverschrijding komt voor rekening van het Openbaar Ministerie, nu niet is gesteld of gebleken dat sprake is van bijzondere omstandigheden die overschrijding van de redelijke termijn kunnen rechtvaardigen. De rechtbank zal deze overschrijding compenseren door een korter onvoorwaardelijk strafdeel op te leggen dan passend zou zijn geweest bij berechting binnen redelijke termijn.

De op te leggen straf

De rechtbank heeft bij het bepalen van (de hoogte van) de straf acht geslagen op de oriëntatiepunten voor fraude van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), waarbij het benadelingsbedrag in grote mate richtinggevend is. Deze oriëntatiepunten geven een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf tot achttien maanden in overweging bij een benadelingsbedrag van € 250.000,-- tot € 500.000,--.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de ernst van de feiten, een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf noodzakelijk is. De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie, zoals door de verdediging is gevraagd. De rechtbank weegt in het nadeel van verdachte mee dat uit het uittreksel uit de justitiële documentatie blijkt dat hij in het verleden vaak is veroordeeld voor strafbare feiten. In dat verband neemt de rechtbank in het bijzonder in aanmerking dat aan verdachte in het verleden een taakstraf is opgelegd, welke niet (naar behoren) is uitgevoerd en is omgezet in vervangende hechtenis. Dit spreekt niet in zijn voordeel. Voorts rekent de rechtbank het verdachte aan dat hij de onderhavige feiten heeft gepleegd, terwijl hij nog in een proeftijd bevond van een eerder door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden opgelegde voorwaardelijke straf. Kennelijk heeft het voorwaardelijke strafdeel hem er niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. In het voordeel van verdachte houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen en de feiten heeft bekend. Alles afwegende acht de rechtbank oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren passend en geboden. Met het voorwaardelijke deel wordt beoogd verdachte ervan te doordringen dat het afgelopen moet zijn met het plegen van strafbare feiten.

8. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57 en 63 Sr.

9. De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feiten

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1

het misdrijf: medeplegen van als bestuurder van een rechtspersoon, wetende dat hierdoor een of meer schuldeisers van de rechtspersoon in hun verhaalsmogelijkheden worden benadeeld, voor de intreding van het faillissement, terwijl dit is gevolgd enig goed aan de boedel hebben onttrokken;

feit 2

het misdrijf: medeplegen van in staat van faillissement zijn verklaard en voor of tijdens het faillissement opzettelijk niet voldoen aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie en het bewaren van de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, ten gevolge waarvan de afhandeling wordt bemoeilijkt.

feit 3

het misdrijf: in staat van faillissement verklaard als bestuurder of commissaris van een rechtspersoon wettelijk verplicht tot het geven van inlichtingen, zonder geldige reden wegblijven en weigeren de vereiste inlichtingen te geven en opzettelijk onvolledige inlichtingen geven.

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 4 (vier) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren de navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

Dit vonnis is gewezen door mr. D. ten Boer, voorzitter, mr. R.P. van Campen en M.J.E. Vink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.N. Esajas, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.

Buiten staat

Mr. Vink is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. D. ten Boer
  • mr. R.P. van Campen

Griffier

  • mr. D.N. Esajas

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?