ECLI:NL:RBOVE:2026:2155

ECLI:NL:RBOVE:2026:2155

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 14-04-2026
Datum publicatie 20-04-2026
Zaaknummer 11911734 \ CV EXPL 25-3001
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Enschede

Samenvatting

Aankoop van een tweedehands auto is ontbonden wegens een niet redelijkerwijs te verwachten gebrek.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer: 11911734 \ CV EXPL 25-3001

Vonnis van 14 april 2026

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: mr. A. Unalan,

tegen

[verweerder] , handelend onder de naam [bedrijf],

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [bedrijf] ,

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding van 25 september 2025,

de conclusie van antwoord,

de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,

de door [eiser] op 8 februari 2026 nagezonden producties 14 en 15, en

de mondelinge behandeling van 13 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarbij [bedrijf] een pleitnota heeft overgelegd.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

[eiser] heeft op 31 januari 2025 van [bedrijf] een Volkswagen Polo 1.2 (verder ook: de Polo) gekocht uit het jaar 2009 met een kilometerstand van ongeveer 160.000 - 163.000 kilometer. De koopsom bedroeg € 2.800,–.

Toen [eiser] naar huis reed op de dag van de koop is het olielampje van de Polo gaan branden. Hij heeft daarop direct de olie laten bijvullen bij zijn garage in [eiser]. Tien dagen later begon het olielampje opnieuw te branden. Toen is bij [eiser] het vermoeden ontstaan dat er iets mis was met de auto.

Op 15 februari 2025 heeft [eiser] aan [bedrijf] laten weten dat de auto veel olie verbruikt.

Per bericht van 27 februari 2025 heeft [eiser] [bedrijf] in de gelegenheid gesteld om het overmatig olieverbruik te verhelpen.

Per brief van 11 maart 2025 heeft [eiser] de koopovereenkomst ontbonden en aanspraak gemaakt op terugbetaling van de koopsom.

[bedrijf] heeft de gebreken niet hersteld en de koopsom niet terugbetaald.

3. Het geschil

[eiser] vordert – samengevat - ontbinding van de koopovereenkomst en terugbetaling van de koopsom, omdat de Polo niet beantwoordt aan de overeenkomst en [bedrijf] niet over is gegaan tot herstel van het gebrek. Daarnaast vordert [eiser] vergoeding van gemaakte kosten.

[bedrijf] voert verweer. [bedrijf] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure. Volgens [bedrijf] is er een goed werkende auto afgeleverd en hebben partijen geen garantie afgesproken.

4. De beoordeling

Consumentenkoop

[eiser] is een natuurlijk persoon die bij de koop van de Polo als consument handelde. [eiser] heeft de overeenkomst gesloten met [bedrijf] , een autohandelaar. Er is dus sprake van een consumentenkoop (artikel 7:5 BW). Daarvoor gelden bijzondere wettelijke bepalingen.

De Polo beantwoordt niet aan de overeenkomst

De door [bedrijf] verkochte auto moet beantwoorden aan de overeenkomst (artikel 7:17 BW). Dat betekent dat de Polo de eigenschappen moet bezitten die [eiser] had mogen verwachten. Daarbij moet worden gelet op de aard van de auto en de mededelingen die [bedrijf] over de Polo heeft gedaan.

De kantonrechter oordeelt dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt en overweegt daartoe als volgt. De Polo was ten tijde van de aankoop ongeveer zestien jaar oud, had een kilometerstand van ongeveer 160.000 kilometer, kostte € 2.800,– en is door [bedrijf] geadverteerd met de tekst “GEEN MANKEMENTEN”. In algemene zin mag [eiser] van een tweedehands auto met deze eigenschappen niet verwachten dat deze vrij blijft van ieder gebrek. Ook is enig onderhoud te verwachten, maar een koper mag wel verwachten dat een auto geschikt is voor normaal gebruik. Dat betekent dat hij veilig met de auto aan het verkeer moet kunnen deelnemen en dat geen sprake is van een gebrek dat niet op eenvoudige wijze kan worden ontdekt en hersteld.

[eiser] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de Polo bovenmatig veel olie verbruikt, onder andere door het overleggen van twee offertes, wat MP onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. Ook heeft [eiser] niet te lang gewacht met klagen over het olieverbruik.

Dat betekent dat vaststaat dat de Polo een gebrek vertoont en dat dit gebrek aan normaal gebruik van de auto in de weg staat. Omdat [bedrijf] in de advertentietekst de woorden “GEEN MANKEMENTEN” heeft gebruikt hoefde [eiser] niet bedacht te zijn op motorproblemen van deze aard en omvang. Een dergelijk gebrek was overigens ook niet eenvoudig te ontdekken bij het bezichtigen van de Polo.

De feitelijke staat van de auto sluit dus niet aan bij de verwachting die [eiser] mocht hebben op basis van de kenmerken en de uitlatingen die [bedrijf] over de Polo heeft gedaan.

[eiser] mocht de overeenkomst ontbinden

De wet schrijft vervolgens voor dat [eiser] bevoegd is om de overeenkomst te ontbinden, maar eerst nadat hij [bedrijf] de gelegenheid heeft gegeven om binnen een redelijke termijn tot kosteloos herstel van de gebreken over te gaan (artikel 7:22 lid 2 en artikel 7:21 lid 3 BW). Uit de overgelegde stukken blijkt dat [eiser] [bedrijf] in de gelegenheid heeft gesteld om de gebreken binnen een redelijke termijn te herstellen. [bedrijf] heeft de gebreken niet hersteld. Daarom is [eiser] bevoegd om de koopovereenkomst te ontbinden en de kantonrechter zal de gevraagde verklaring voor recht op dat punt toewijzen.

Door de ontbinding ontstaat voor partijen over en weer de verplichting om de verrichte prestaties ongedaan te maken (artikel 6:271 BW). Dat betekent dat de Polo moet worden geretourneerd aan [bedrijf] en de koopsom van € 2.800,– moet worden terugbetaald aan [eiser] . Om discussie te voorkomen merkt de kantonrechter op dat de kosten voor het retourneren van de Polo voor rekening van [bedrijf] komen (artikel 6:277 BW), omdat de koopovereenkomst wordt ontbonden vanwege een tekortkoming die aan [bedrijf] moet worden toegerekend.

Nu de kantonrechter oordeelt dat de auto niet beantwoordt aan de overeenkomst, is het niet relevant of er wel of geen BOVAG-garantie is afgesproken en hoeft ook niet te worden beoordeeld welke advertentietekst de juiste is.

Gemaakte kosten

[eiser] stelt kosten te hebben gemaakt vanwege het regelmatig moeten aanvullen van de motorolie. Bij dagvaarding heeft hij enkele bonnetjes overgelegd waarop – zij het: moeilijk - leesbaar is dat een aantal keer motorolie is gekocht. Eén bon dateert van 17 september 2025, de tweede van 21 april 2024, de derde van 15 mei 2025 en de laatste bon is niet leesbaar. Ter zitting heeft [eiser] verklaard dat de auto sinds september 2025 geschorst is. De kantonrechter acht het dan ook niet aannemelijk dat [eiser] in september nog olie heeft moeten bijvullen. Eén bon dateert van voor de aanschaf van de auto en de laatste bon is niet leesbaar. Dat betekent dat slechts eenmaal de kosten van € 17,95 toewijsbaar zijn. De overige kosten heeft [eiser] onvoldoende onderbouwd en worden daarom afgewezen.

Slotsom

Gezien het vorenstaande dient [bedrijf] € 2.800,– + € 17,95 = € € 2.817,95 te betalen.

[bedrijf] moet de proceskosten betalen

[bedrijf] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eiser] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal [bedrijf] niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- griffierecht

90,00

- salaris gemachtigde

506,00

(2 punten × € 253,–)

- nakosten

126,50

Totaal

722,50

5. De beslissing

De kantonrechter

verklaart voor recht dat dat de koopovereenkomst tussen [eiser] en [bedrijf] is ontbonden,

veroordeelt [bedrijf] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 2.817,95 binnen zeven dagen na betekening van het vonnis,

veroordeelt [bedrijf] in de proceskosten van € 722,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,

verklaart de onder 5.2. en 5.3. genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.B. de Groot, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken door mr. U. van Houten op 14 april 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.B. de Groot

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?