uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
[opposant] , uit [woonplaats], opposant, hierna: [opposant],
tegen de uitspraak van de rechtbank van 4 december 2025 in het geding tussen
[opposant]
en
de burgemeester van Deventer, de burgemeester.
Inleiding
1. Deze uitspraak op het verzet van [opposant] gaat over de uitspraak van de rechtbank van 4 december 2025 waarin de rechtbank het beroep van [opposant] niet-ontvankelijk heeft verklaard.
[opposant] heeft verzocht om op een zitting te worden gehoord.
De rechtbank heeft het verzet op 9 april 2026 op zitting behandeld. [opposant] was niet op de zitting aanwezig. Ook namens de burgemeester is niemand verschenen. Beide partijen hadden de rechtbank vooraf ingelicht over hun afwezigheid.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak uitsluitend of in de uitspraak van 4 december 2025 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is. Zij doet dit aan de hand van de gronden van het verzet. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is.
3. De rechtbank komt tot het oordeel dat het verzet ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het beroep
4. Het beroep van [opposant] ging over de afwijzing van zijn handhavingsverzoek.
De burgemeester heeft dit handhavingsverzoek van [opposant] met het besluit van 28 november 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 10 april 2025 op het bezwaar van [opposant] is de burgemeester bij de afwijzing van het verzoek gebleven.
De uitspraak van 4 december 2025
5. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Dat mag de rechtbank als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat [opposant] het griffierecht niet op tijd heeft betaald.
Het verzet
6. [opposant] heeft naar voren gebracht dat het griffierecht in een andere procedure (ZWO 24/398) zou worden geretourneerd en dat hij dit bedrag pas op 2 december 2025 heeft ontvangen. Omdat hij dit te retourneren bedrag niet eerder heeft ontvangen, was de betaling van het griffierecht in deze zaak voor hem niet mogelijk.
Beoordeling van het verzet
7. Vaststaat dat [opposant] het in rekening gebrachte griffierecht van € 194,- niet – en dus ook niet tijdig – heeft betaald. Om aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep toe te komen had [opposant] dat wel moeten doen.
8. Verder stelt de rechtbank vast dat [opposant] een verzoek heeft gedaan om vrijstelling van betaling van het griffierecht dat hem in deze zaak in rekening is gebracht. Hij heeft echter geen gegevens over zijn inkomen en vermogen overgelegd. Als [opposant] door het later retourneren van griffierecht in een andere zaak niet in staat was om het griffierecht te voldoen, had hij zijn verzoek om vrijstelling van betaling van het griffierecht moeten onderbouwen. [opposant] heeft de gelegenheid gekregen om gegevens over zijn inkomen en vermogen te overleggen, maar heeft geen gebruik gemaakt van deze gelegenheid.
9. De rechtbank ziet in wat [opposant] in verzet aanvoert dan ook geen aanleiding om de uitspraak van 4 december 2025 onjuist te achten. [opposant] is de gelegenheid gegeven om voor de behandeling van zijn beroep het griffierecht te betalen dat daarvoor volgens de rechtbank is verschuldigd. Omdat [opposant] dit niet (tijdig) heeft gedaan, heeft de rechtbank terecht afgezien van een inhoudelijke beoordeling van het beroep.
Conclusie en gevolgen
10. De grond van het verzet slaagt niet. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 4 december 2025. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat die uitspraak in stand blijft.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Ides, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Richart, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen in de bodemzaak op: