RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08-119787-25 (P)
Datum vonnis: 21 april 2026
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats],
wonende aan de [woonplaats].
1. Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 7 april 2026.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. H.J. Voors, advocaat in Zwolle, naar voren is gebracht.
2. De tenlastelegging
De verdenking komt er, na wijziging van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van 7 april 2026, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 1 november 2018 tot en met 13 maart 2024 kinderporno heeft verworven, in zijn bezit heeft gehad en heeft verspreid en daarvan een gewoonte heeft gemaakt.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
hij in of omstreeks 1 november 2018 tot en met 13 maart 2024 te [plaats], althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal telkens afbeeldingen, - en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, te weten een of meerdere telefoons (Samsung) en/of een laptop (Lenovo) - van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,heeft verspreid,aangeboden,openlijk tentoongesteld,vervaardigd,ingevoerd,doorgevoerd,uitgevoerd,verworven,in bezit gehaden/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft
welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:het met de/een penis, vinger, hand, voorwerp, mond en/of tong oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikten/ofhet met de/een penis, vinger, hand, voorwerp, mond en/of tong oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (afbeeldingsnummers in toonmap 13 tot en met 17 en 26; vindplaatsdossier: overzicht geselecteerde visuele weergaven pg. 46-48, 52)en/ofhet met de/een penis, vinger, hand, voorwerp, mond en/of tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikten/ofhet met de/een penis, vinger, hand, voorwerp, mond en/of tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (afbeeldingsnummers in toonmap 11, 12, 16 en 26; vindplaatsdossier: overzicht geselecteerde visuele weergaven pg. 45-47, 52)en/ofhet door een dier oraal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikten/ofhet door een dier likken, betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikten/ofhet door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt likken, in de mond nemen, betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een dieren/ofhet door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt oraal penetreren van een dier (afbeeldingsnummer in toonmap 20; vindplaatsdossier: overzicht geselecteerde visuele weergaven pg. 49)en/ofhet geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's /film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (afbeeldingsnummers in toonmap 1 tot en met 10, 18, 19, 23 tot en met 26; vindplaatsdossier: overzicht geselecteerde visuele weergaven pg. 41-45, 48-52)en/ofhet masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikten/ofhet houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt waarbij op dat gezicht/lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (afbeeldingsnummers in toonmap 21 en 22; vindplaatsdossier: overzicht geselecteerde visuele weergaven pg. 49-50)
en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.
3. De bewijsmotivering
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt geteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onderdeel van de tenlastelegging dat ziet op dierenporno. Het overige ten laste gelegde kan wettig en overtuigend worden bewezen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het verspreiden van kinderporno. Het verwerven en bezitten van kinderporno kan wettig en overtuigend worden bewezen. Voor wat betreft het gewoonte maken hiervan, heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Het oordeel van de rechtbank
Vrijspraak verspreiden
De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het verspreiden van kinderporno. Het dossier bevat ten aanzien van dit onderdeel van de tenlastelegging slechts de constatering dat kinderporno zou zijn verspreid via het Whatsapp-account van verdachte, maar nadere (controleerbare) informatie hierover ontbreekt. Zo kan niet worden vastgesteld hoe die vermeende verspreiding precies is gegaan, of verdachte daarin een aandeel heeft gehad en zo ja, wanneer dit zou zijn gebeurd. De cijfercombinaties in de titels van de in het dossier benoemde bestanden die zouden zijn verspreid – die mogelijk een datum representeren – zijn onvoldoende voor het vaststellen van een verspreidingsdatum. Gelet op de stellige ontkenning van verdachte dat hij kinderporno heeft verspreid en het gebrek aan ander bewijs in het dossier, zal de rechtbank verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken.
Bewezenverklaring
De rechtbank komt voor het overige tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte het feit in zoverre heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 7 april 2026, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;
Het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal (240b Sr), met bijlagen, van 14 maart 2025 (p. 31-55).
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:
hij in de periode van 1 november 2018 tot en met 13 maart 2024 te [plaats] meermalen afbeelding en gegevensdragers bevattende afbeeldingen, te weten meerdere telefoons (Samsung) en een laptop (Lenovo) - van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt is betrokken of schijnbaar is betrokken,heeft verworven en in bezit heeft gehad en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang tot heeft verschaft
welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:het met de/een penis, vinger, hand, voorwerp, mond en/of tong oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikten het met de/een penis, vinger, hand, voorwerp, mond en/of tong oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (afbeeldingsnummers in toonmap 13 tot en met 17 en 26; vindplaatsdossier: overzicht geselecteerde visuele weergaven pg. 46-48, 52)en het met de/een penis, vinger, hand, voorwerp, mond en/of tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikten het met de/een penis, vinger, hand, voorwerp, mond en/of tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (afbeeldingsnummers in toonmap 11, 12, 16 en 26; vindplaatsdossier: overzicht geselecteerde visuele weergaven pg. 45-47, 52)en het door een dier oraal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikten het door een dier likken, betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikten het door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt likken, in de mond nemen, betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een dieren het door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt oraal penetreren van een dier (afbeeldingsnummer in toonmap 20; vindplaatsdossier: overzicht geselecteerde visuele weergaven pg. 49)en het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's /film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (afbeeldingsnummers in toonmap 1 tot en met 10, 18, 19, 23 tot en met 26; vindplaatsdossier: overzicht geselecteerde visuele weergaven pg. 41-45, 48-52)en het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikten het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt waarbij op dat gezicht/lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (afbeeldingsnummers in toonmap 21 en 22; vindplaatsdossier: overzicht geselecteerde visuele weergaven pg. 49-50)
en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 240b (oud) van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:
het misdrijf: afbeeldingen en gegevensdragers bevattende afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven en in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt.
5. De strafbaarheid van verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.
6. De op te leggen straf of maatregel
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twintig maanden waarvan tien maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Ook is gevorderd om de dadelijke uitvoerbaarheid van die voorwaarden te bevelen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht om aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één dag en een voorwaardelijke gevangenisstraf met daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde voorwaarden. Daarnaast kan een onvoorwaardelijke taakstraf worden opgelegd.
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
Ernst van het feit
Verdachte heeft zich gedurende een periode van (in ieder geval) ruim vijf jaren schuldig gemaakt aan het verwerven en bezitten van een grote hoeveelheid kinderporno en hij heeft daarvan een gewoonte gemaakt. Bij het maken van kinderporno wordt op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en de persoonlijke levenssfeer van jonge kinderen. Verdachte heeft door zijn handelen bijgedragen aan het in stand houden van deze inbreuk en aan de wereldwijde uiterst schadelijke industrie van kindermisbruik. Gedurende het jarenlange strafbare handelen heeft verdachte zich telkens weer enkel laten leiden door zijn eigen (seksuele) behoeftes. Hij heeft zich op geen enkel moment rekenschap gegeven van de ernstige gevolgen voor de kinderen die te zien waren op de beelden. Het inzicht in de ernst en gevolgen van zijn handelen is bij verdachte pas ontstaan nadat hij hierover is ingelicht door de politie en de reclassering.
Persoon van verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte van 21 januari 2026. Hieruit blijkt dat verdachte op 1 augustus 2024 en op 29 juli 2025 is veroordeeld voor het overtreden van de Wegenverkeerswet 1994. De rechtbank stelt vast dat daardoor het bepaalde in artikel 63 Sr van toepassing is. De rechtbank is van oordeel dat dit geen invloed heeft op de strafoplegging, omdat het gaat om wezenlijk andere strafbare feiten en de strafmaxima niet aan de orde zijn.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het over verdachte opgemaakte reclasseringsrapport van 1 april 2026. De reclassering rapporteert het volgende. Sinds het eerste gesprek dat met verdachte heeft plaatsgevonden in november 2025 tot het moment van rapporteren heeft verdachte positieve gedragsverandering laten zien. Hij heeft geoefend met het zich sociaal actiever opstellen, het eerst denken en dan pas doen en het zich onthouden van strafbaar gedrag. Verdachte heeft werk, sinds kort een eigen woning en een vaste vriendengroep. Verdachte blowt dagelijks, drinks wel eens alcohol en gokt wel eens online. De reclassering uit zorgen over het gepleegde delict, de omgang van verdachte met seksualiteit en het psychosociaal functioneren van verdachte. Verdachte heeft dagelijkse vaste structuren, waarvan het kijken van porno en zelfbevrediging onderdeel uitmaken. Momenteel kijkt verdachte enkel naar volwassen porno, maar omdat de scheidslijn met kinderporno dun is en het gaat om een dagelijks terugkerend en jarenlang patroon kan dit risico’s met zich meebrengen. Verdachte kan zich niet uiten op emotioneel gebied en doet zich stoerder voor dan hij is. Het voorgaande in combinatie met het delict en het pestverleden van verdachte maakt dat de reclassering van oordeel is dat diagnostiek en behandeling bij Transfore in combinatie met reclasseringstoezicht is geïndiceerd. Het is wenselijk dat er meer duidelijkheid komt over de persoonlijkheid van verdachte en de oorzaken en motieven van zijn gedrag. Delictanalyse en delictpreventie kunnen inzicht bieden en recidive verminderen dan wel voorkomen.
De reclassering adviseert om aan verdachte op te leggen een (deels) voorwaardelijke straf met daaraan gekoppeld als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, meewerken aan diagnostiek en het volgen van ambulante behandeling. Verdachte is gemotiveerd voor het geadviseerde traject. De reclassering is van oordeel dat met toezicht, behandeling en begeleiding in het geval van verdachte meer wordt bereikt dan met het afstraffen middels oplegging van een gevangenisstraf. De dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden is wenselijk zodat het geadviseerde hulpverleningstraject spoedig kan worden opgestart.
Op te leggen straf
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de straffen die voor soortgelijke feiten zijn opgelegd. De rechtbank heeft ook acht geslagen op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Daarin wordt voor het maken van een beroep of gewoonte van het bezit van kinderporno in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een jaar als uitgangspunt van denken genoemd. De rechtbank overweegt dat gelet op de persoon van verdachte het strafdoel van speciale preventie zwaarder weegt dan vergelding, omdat toekomstig strafbaar gedrag van verdachte moet worden voorkomen. Oplegging van een langdurige (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf, zoals is gevorderd door de officier van justitie, zal dit naar verwachting niet bewerkstelligen en zal de stabiele aspecten in het leven van verdachte juist in gevaar brengen. De op te leggen straf voorwaardelijke straf is daarom gericht op de noodzakelijke begeleiding en behandeling van verdachte, terwijl het strafdoel van vergelding wordt nagestreefd met de op te leggen taakstraf. Het moet voor verdachte ook duidelijk zijn dat deze verdeling strafmodaliteiten slechts passend zijn omdat hij een first offender is. Verdachte is gemotiveerd voor behandeling en begeleiding en lijkt zich (voor het eerst in zijn leven) open te durven stellen. Het is daarom van belang de nodige interventies zo spoedig mogelijk in te zetten.
De rechtbank zal daarom geen langdurige onvoorwaardelijke vrijheidsstraf opleggen, maar zal wel uiting geven aan het taakstrafverbod zoals is neergelegd in artikel 22b Sr. Gelet op de ernst van het feit zal een taakstraf worden opgelegd voor de maximale duur van 240 uren. Om verdachte ervan te weerhouden dat hij opnieuw een strafbaar feit pleegt en ervoor te zorgen dat hij gemotiveerd blijft en zich inzet voor zijn behandeling zal de rechtbank daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte opleggen met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.
Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte moet worden opgelegd een taakstraf voor de duur van 240 uren en een gevangenisstraf voor de duur van 270 dagen waarvan 269 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren met daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.
Dadelijke uitvoerbaarheid voorwaarden
Verdachte heeft zich jarenlang op dagelijkse basis beziggehouden met het verwerven en het bekijken van kinderporno. Het patroon is dus hardnekkig en is bovendien niet volledig doorbroken maar slechts gewijzigd omdat verdachte nu niet meer naar kinderporno, maar naar volwassen porno kijkt. Hoewel inmiddels een begin van inzicht bij verdachte in de ernst van zijn handelen lijkt te zijn gekomen, ontbreekt nog altijd voldoende zicht in (of openheid over) de onderliggende motieven. Daarnaast is het een gegeven dat hands-off delicten bij het uitblijven van adequate behandeling een voorloper kunnen zijn van hands-on delicten. Een spoedige start van de uitvoering van de bijzondere voorwaarden is van belang om gevaar voor recidive terug te dringen. De rechtbank is daarom van oordeel dat de op grond van artikel 14c Sr te stellen voorwaarden en het op grond van artikel 14c, zesde lid, Sr uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar moeten zijn, nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van één of meer personen.
7. De toegepaste wettelijke voorschriften
De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 57 Sr.
8. De beslissing
De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
het misdrijf: afbeeldingen en gegevensdragers bevattende afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven en in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;
Straf
- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren;
- beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 270 dagen;
- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 269 dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
- stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
De rechter kan de tenuitvoerlegging ook gelasten indien de verdachte gedurende de
proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende bijzondere voorwaarden niet is nagekomen:
- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:
- zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en
zolang de reclassering dat nodig acht. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met verdachte opnemen voor de eerste afspraak;
- gedurende de proeftijd meewerkt aan diagnostiek en behandeling bij Transfore of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig acht. De behandeling start na de intake en de zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling;
- draagt de reclassering op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de verdachte:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen;
- beveelt dat de op grond van artikel 14c Sr gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 14c, zesde lid, Sr uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. J. Wentink en mr. P. de Mos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.A.B. Kroeze, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 21 april 2026.