RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Zittingsplaats Almelo
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 08.175478.25 (P)
Datum vonnis: 21 april 2026
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1987 in [geboorteplaats] (voormalig Joegoslavië),
wonende aan de [woonplaats] .
1. Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 7 april 2026.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw mr. A. Derks, advocaat in Almere, naar voren is gebracht.
2. De tenlastelegging
Na nadere omschrijving van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering van 7 april 2026, komt de verdenking er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
feit 1: in de periode van 21 september 2020 tot en met 20 september 2021 in [plaats] meermalen met zijn penis is binnengedrongen in de vagina en de mond van zijn destijds vijftienjarige dochter [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ),
feit 2: in de periode van 21 september 2021 tot en met 3 oktober 2021 in [plaats] meermalen zijn destijds zestienjarige dochter [slachtoffer] heeft verkracht, althans meermalen ontucht met haar heeft gepleegd,
feit 3: in de periode van 2 oktober 2021 tot en met 31 oktober 2021 in [plaats] meerdere kinderpornografische video’s van zijn minderjarige dochter [slachtoffer] heeft vervaardigd en in bezit heeft gehad.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte dat:
1
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van september 2020 tot en met 20 september 2021 te [plaats] , althans in Nederland
met zijn kind, zijnde [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 2005), die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,
buiten echt,
een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] ,
te weten het brengen van zijn penis in de mond en/of de vagina van die [slachtoffer] ;
2
primair
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 september 2021 tot en met 3 oktober 2021 te [plaats] , althans in Nederland
door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid
zijn kind, zijnde [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 2005)
heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] ,
te weten het brengen van zijn penis in de mond en/of de vagina van die [slachtoffer] ,
waarbij dat geweld en/of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of met die andere feitelijkheid er in heeft/hebben bestaan dat verdachte
- ( telkens) het initiatief heeft genomen voor voornoemde seksuele handelingen /of
- ( hierbij) zich opdringerig en/of dwingend en/of dominant en/of gebiedend heeft opgesteld ten opzichte van die [slachtoffer] en/of
- ( hierbij) misbruik heeft gemaakt van het feit dat er al een seksuele/ontuchtige relatie bestond tussen hem en die [slachtoffer] , voordat zij de leeftijd van zestien jaren had bereikt en/of
- ( hierbij) misbruik heeft gemaakt van zijn uit feitelijke verhoudingen en omstandigheden voortvloeiende overwicht op die [slachtoffer] , gelet op de jonge leeftijd van die [slachtoffer] en/of het feit dat hij de vader was van die [slachtoffer] en/of
- ( hierbij) heeft gezegd dat die [slachtoffer] niets tegen haar moeder mocht zeggen over voornoemde seksuele handelingen, althans woorden van soortgelijke aard of strekking en/of
- ( hierdoor) die [slachtoffer] in een zodanig weerloze en/of afhankelijke toestand heeft gebracht dat die [slachtoffer] zich niet aan bovengenoemde seksuele handelingen kon en/of durfde te onttrekken;
subsidiair
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 september 2021 tot en met 3 oktober 2021 te [plaats] , althans in Nederland
ontucht heeft gepleegd
met zijn minderjarig kind, te weten [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 2005),
door zijn penis in de mond en/of de vagina van die [slachtoffer] te brengen;
3
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 oktober 2021 tot en met 31 oktober 2021 te [plaats] , althans in Nederland
een aantal afbeeldingen en/of een aantal gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, te weten een Samsung Galaxy S9 telefoon met daarop een of meerdere video’s, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten zijn kind, zijnde [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 2005), is betrokken of schijnbaar is betrokken,
heeft vervaardigd en/of in bezit gehad,
welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit:
het door hem, verdachte, althans door een man, brengen van zijn penis in de mond en/of de vagina van die [slachtoffer]
(de video met de bestandsnaam [bestandsnaam 1] en/of de video met de bestandsnaam - [bestandsnaam 2] ).
3. Beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle tenlastegelegde feiten, ten aanzien van feit 2 de primaire variant. De officier van justitie heeft daartoe betoogd dat
de verklaring die [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) in november 2021 heeft afgelegd tegenover de Duitse politie betrouwbaar is,
de verklaringen van [slachtoffer] ’s moeder en broertje tegenover de Duitse politie, alsmede de resultaten van het onderzoek naar de inhoud van de Samsung Galaxy S9, voldoende steunbewijs vormen voor deze verklaring, en
in het dossier voldoende bewijs aanwezig is voor het oordeel dat verdachte de aangetroffen kinderpornografische filmpjes van [slachtoffer] heeft vervaardigd.
Met betrekking tot feit 2 primair heeft de officier van justitie in het bijzonder erop gewezen dat sprake was van de voor bewezenverklaring van verkrachting vereiste dwang, omdat verdachte als vader feitelijk overwicht had over [slachtoffer] , het misbruik al was begonnen vóór haar zestiende verjaardag, en verdachte een gebiedende houding aannam tegen [slachtoffer] in het kader van de seksuele handelingen.
Het standpunt van de verdediging
Verdachte ontkent dat hij de tenlastegelegde feiten heeft gepleegd. Volgens zijn verklaring is hij niet de man op de aangetroffen filmpjes, heeft hij deze filmpjes niet ter beschikking gehad en is de belastende verklaring van [slachtoffer] uit november 2021 het resultaat van een vooropgezet plan van zijn ex-vrouw om hem valselijk te beschuldigen.
De raadsvrouw van verdachte heeft verzocht verdachte vrij te spreken van alle tenlastegelegde feiten. Zij heeft daartoe aangevoerd dat
het Duitse opsporingsonderzoek in november 2021 gebrekkig is uitgevoerd, waardoor de destijds afgelegde belastende verklaringen van [slachtoffer] , haar moeder en haar broertje onvoldoende zorgvuldig tot stand zijn gekomen,
deze verklaringen überhaupt onvoldoende wettig en overtuigend bewijs opleveren, ook in samenhang met de aangetroffen filmpjes,
het dossier ook naast deze verklaringen en filmpjes onvoldoende (steun)bewijs bevat voor de feiten 1 en 2, althans in ieder geval voor seksuele handelingen die zouden hebben plaatsgevonden vóór 2 oktober 2021,
de verklaringen van [slachtoffer] en haar moeder in 2026 tegenover de rechter-commissaris, waarin zij hebben uitgelegd dat en waarom zij in 2021 valse cq. onjuiste verklaringen tegen verdachte hebben afgelegd, wel betrouwbaar zijn,
herkenning van verdachte op de aangetroffen filmpjes niet mogelijk is, en
niet zonder meer kan worden aangenomen dat verdachte wetenschap had van en beschikkingsmacht had over de kinderpornografische filmpjes van [slachtoffer] .
Het oordeel van de rechtbank
De beoordeling van bewijs in zedenzaken
Bij de beoordeling van het bewijs stelt de rechtbank voorop dat zedenzaken zich doorgaans kenmerken door de omstandigheid dat slechts twee personen aanwezig waren bij de (gestelde) seksuele handelingen: het vermeende slachtoffer en de vermeende dader.
Bij een ontkennende verdachte, zoals in deze zaak het geval is, brengt dit in veel gevallen met zich dat de verklaring van het vermeende slachtoffer als belangrijkste bewijsmiddel voorhanden is. In dit geval ziet de rechtbank zich geconfronteerd met het feit dat door het vermeende slachtoffer in verschillende periodes uiteenlopende verklaringen zijn afgelegd. Het dossier bevat naast die verklaringen andere (objectieve) bewijsmiddelen die kunnen bijdragen aan het bewijs van het ten laste gelegde, namelijk aangetroffen video’s op een telefoon.
De rechtbank zal hierna, met inachtneming van de wettelijke regels omtrent het bewijsminimum, allereerst ingaan op de aangetroffen video’s en zal vervolgens toekomen aan de vraag of de bevindingen op deze video’s op specifieke punten steun vinden in ander bewijsmateriaal, zodat deze niet op zichzelf staan, maar zijn ingebed in een concrete context die bevestiging vindt in een andere bron. De vraag of aan dit zogenaamde bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval.
Redengevende feiten en omstandigheden
Vondst filmpjes 2 en 3 oktober 2021
Op 4 november 2021 belde de in Duitsland woonachtige ex-vrouw van verdachte de Duitse politie met de mededeling dat seksueel beeldmateriaal van haar destijds zestienjarige dochter [slachtoffer] was aangetroffen op de mobiele telefoon van haar zoon [naam 1] . Dat beeldmateriaal betrof twee filmpjes, gemaakt op 2 en 3 oktober 2021, waarop is te zien dan wel horen dat [slachtoffer] een man pijpt en vaginale seks heeft met die man.
De telefoon was in gebruik bij verdachte
De betreffende telefoon, een Samsung Galaxy S9, is diezelfde dag door de Duitse politie in beslag genomen onder [naam 1] , het jongere broertje van [slachtoffer] . [naam 1] vertelde daarbij dat hij de telefoon een paar dagen eerder, op zondag 31 oktober 2021, van verdachte cadeau had gekregen.
Verdachte ontkent dat hij de telefoon aan [naam 1] heeft gegeven. Volgens verdachte was de telefoon niet specifiek van hem, lag de telefoon “overal” en gebruikte iedereen in het gezin die telefoon.
De rechtbank ziet echter geen enkele reden om aan de spontane verklaring van de destijds elfjarige [naam 1] , afgelegd in de eerste schrik na de vondst van de aangrijpende filmpjes van zijn zus, te twijfelen. Zeker niet nu uit de inhoud van de data uit de telefoon, met name de daarin opgeslagen WhatsApp-gesprekken, blijkt dat deze in ieder geval vanaf 22 september 2021 tot en met 30 oktober 2021 in gebruik was bij verdachte.
Specifiek ten aanzien van 2 en 3 oktober 2021 blijkt uit een in de data van de telefoon opgeslagen WhatsApp-gesprek dat [slachtoffer] en verdachte op die dagen berichten stuurden naar elkaar omdat [slachtoffer] dat weekend op bezoek kwam bij verdachte in [plaats] . Dit laatste is ter zitting bevestigd door verdachte.
De rechtbank stelt op basis van het voorgaande vast dat de filmpjes waarop [slachtoffer] en de seksuele handelingen te zien zijn op 2 en 3 oktober 2021 zijn gemaakt en dat op diezelfde dagen de telefoon waarop de filmpjes zijn aangetroffen in gebruik was bij verdachte, terwijl hij en [slachtoffer] die dagen samen waren in [plaats] .
Verdachte is de man op de filmpjes
Daarbij komt dat door de politie is geverbaliseerd dat:
uit de technische gegevens van de filmpjes van 2 en 3 oktober 2021 blijkt dat deze met zéér grote mate van waarschijnlijkheid zijn gemaakt met de inbeslaggenomen telefoon Samsung S9, die, zoals hiervoor overwogen, op die dagen in gebruik was bij verdachte,
de filmpjes zijn gemaakt in de bestelbus van verdachte,
de stem van en manier van spreken door de man op de filmpjes sterk lijkt op de stem van en manier van spreken door verdachte, en
een schoen die is te zien in één van de filmpjes overeen lijkt te komen met een schoen die verdachte in die periode droeg.
Hiertegenover staat de pas ter zitting afgelegde verklaring van verdachte dat hij niet de man op de filmpjes is, dat hij meerdere mensen in zijn omgeving heeft voorzien van soortgelijke schoenen en dat zijn bestelbus voor iedereen vrij toegankelijk was. Deze verklaring is echter op geen enkele manier, laat staan overtuigend, onderbouwd, terwijl verdachte naar eigen zeggen al sinds 4 november 2021 op de hoogte is van de beschuldigingen van seksueel misbruik en hij dus ruim de tijd en gelegenheid heeft gehad om zijn verklaring gedegen te onderbouwen. Nog daargelaten dat de gestelde omstandigheden dat de bestelbus van verdachte toegankelijk was voor anderen en dat verdachte meerdere paren soortgelijke schoenen aan anderen heeft gegeven, niet in de weg staan aan het redengevende feiten dat hij zelf ook de beschikking had over die bus en soortgelijke schoenen.
Op basis van de genoemde omstandigheden dat de Samsung Galaxy S9 in oktober 2021 in gebruik was bij verdachte en dat de als kinderpornografisch beoordeelde filmpjes van [slachtoffer] van 2 en 3 oktober 2021 met die telefoon zijn gemaakt, in de bestelbus van verdachte, door een man die praat als verdachte en beschikte over schoenen die sterk lijken op schoenen van verdachte, komt de rechtbank tot de conclusie dat verdachte de man is die is te horen op de aangetroffen filmpjes.
Verklaring [slachtoffer] november 2021 en bezoek 2-3 oktober 2021
Het oordeel dat verdachte de man is op de filmpjes, vindt steun in de verklaring die [slachtoffer] op 4 november 2021 heeft afgelegd tegen de Duitse politie. Deze verklaring volgde direct op een concrete, impactvolle aanleiding, namelijk de vondst door haar broertje van de seksfilmpjes op de telefoon. Hoewel [slachtoffer] ’s verklaring summier is weergegeven in het dossier, is duidelijk dat hij met passende emotie is afgelegd. Bovendien bevat hij de enigszins gedetailleerde inhoud dat sprake was van seksueel misbruik door verdachte tijdens bezoeken aan hem in [plaats] , dat het misbruik bestond uit pijpen en geslachtsgemeenschap, en dat [slachtoffer] uit angst voor een zwangerschap al eens een zwangerschapstest had gedaan. Haar verklaring dat ongeveer een maand eerder, dus begin oktober 2021, voor het laatst seksuele handelingen hadden plaatsgevonden tussen [slachtoffer] en verdachte, past bovendien bij de op 2 en 3 oktober 2021 opgenomen filmpjes van seksuele handelingen tussen [slachtoffer] en verdachte. Dit alles maakt dat de rechtbank de verklaring van [slachtoffer] van 4 november 2021, voor zover deze in de bijlage bij dit vonnis voor het bewijs is gebruikt, betrouwbaar acht.
Onbetrouwbaarheid nadere getuigenverklaringen en verklaring van verdachte
Daar waar verdachte voorafgaand van de spontaan en emotioneel afgelegde verklaringen van [slachtoffer] , haar moeder en haar broertje op 4 en 5 november 2021 geen invloed heeft kunnen uitoefenen op de inhoud van die verklaringen, ligt dat anders voor de e-mail van 25 juni 2025 en de verklaringen van [slachtoffer] en haar moeder bij de rechter-commissaris op 12 maart 2026.
Allereerst wijst de rechtbank erop dat [slachtoffer] in de jaren na november 2021 op geen enkel moment, ook niet als reactie op meerdere oproepen voor een nader getuigenverhoor, heeft aangegeven dat haar verklaring van 4 november 2021 gelogen was. Pas na de aanhouding van verdachte op 6 juni 2025, dus toen hij er concreet belang bij had, verscheen ineens een e-mail met de bewering dat [slachtoffer] een valse aangifte tegen haar vader had gedaan, met als reden dat zij dacht dat zij daardoor haar eigen leven zou kunnen leiden. De rechtbank acht het op zijn minst opmerkelijk dat het mailadres dat voor deze e-mail is gebruikt op naam staat van de moeder van verdachte, dat onduidelijk is hoe de e-mail tot stand is gekomen en wie de tekst van de e-mail heeft geschreven.
Weer later, tijdens haar verhoor door de rechter-commissaris op 12 maart 2026, komt [slachtoffer] met de verklaring dat haar moeder op 4 november 2021 de politie had gebeld vanwege angst dat verdachte hen zou vermoorden omdat zij allebei een vriend hadden, dat zij tegen de Duitse politie had gezegd dat de man op de filmpjes haar vader was omdat zij wilde dat verdachte “weg ging” en hen niet meer zou bedreigen, en dat de man op de filmpjes in werkelijkheid haar vriend van destijds was. Hierbij valt allereerst op dat in deze verklaring geen enkele informatie is gegeven over de identiteit van die vriend, hetgeen redelijkerwijs verwacht mocht worden als deze verklaring was bedoeld om de onschuld van verdachte aan te tonen. Verder valt op dat de verklaring van [slachtoffer] bij de rechter-commissaris op meerdere punten in sterke mate overeenkomt met de verklaring die verdachte ter zitting heeft afgelegd.
Daarnaast wijst de rechtbank er nog op dat de ex-vrouw van verdachte op 12 maart 2026 bij de rechter-commissaris heeft verklaard dat zij “een gezicht van een jongeman” op het filmpje zag, terwijl door de politie is geverbaliseerd dat het gezicht van de man helemaal niet in beeld is.
Dat alles bezien tegen de achtergrond van het dossier en de verklaring van verdachte dat het klopt dat hij al eens eerder instructies aan [slachtoffer] heeft gegeven om ervoor te zorgen dat haar moeder een tegen hem gedane aangifte zou intrekken, maakt dat de rechtbank geen enkele waarde hecht aan de ontkennende verklaring van verdachte en de klaarblijkelijk daarop afgestemde verklaringen van [slachtoffer] en haar moeder van maart 2026.
Feit 2: dwang door feitelijkheid
Uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat verdachte telkens het initiatief heeft genomen voor de seksuele handelingen met en door [slachtoffer] , dat hij zich dwingend en gebiedend heeft opgesteld over wat [slachtoffer] moest doen, dat hij misbruik heeft gemaakt van zijn positie van zielige vader die “ook een leven wil hebben” en dat hij herhaaldelijk tegen [slachtoffer] heeft gezegd dat haar moeder niets mocht weten van wat er tussen hen was gebeurd. Deze omstandigheden maken dat verdachte zijn destijds zestienjarige dochter in een zodanig weerloze en afhankelijke situatie heeft gebracht dat sprake was van de voor bewezenverklaring van verkrachting vereiste dwang door een andere feitelijkheid.
Wettig en overtuigend bewijs feit 2 primair en feit 3
Het voorgaande betekent dat voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is voor het oordeel dat verdachte op 2 en 3 oktober 2021 zich heeft laten pijpen door en geslachtsgemeenschap heeft gehad met zijn destijds zestienjarige dochter (feit 2), en dat hij dit misbruik heeft gefilmd en deze kinderpornografische video’s tot eind oktober in bezit heeft gehad (feit 3).
Vrijspraak feit 1
Naar het oordeel van de rechtbank is echter niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 1 ten laste is gelegd. De rechtbank overweegt daartoe dat [slachtoffer] weliswaar in november 2021 aan de Duitse politie heeft verteld dat het seksueel misbruik door verdachte op haar vijftiende is begonnen en dat de rechtbank geen aanleiding ziet om aan deze verklaring te twijfelen. Maar feit is dat deze verklaring in essentie niet méér inhoudt dan dat het misbruik al langere tijd plaatsvond en dat het dossier geen steunbewijs uit een andere bron bevat voor incidenten vóór 2 oktober 2021. Nu het bewijs dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan niet uitsluitend kan worden aangenomen op basis van de verklaring van één getuige, moet verdachte van dit deel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 2 primair en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:
2
primair
hij op tijdstippen in de periode van 2 oktober 2021 tot en met 3 oktober 2021 te [plaats]
door een andere feitelijkheid zijn kind, zijnde [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 2005)
heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] ,
te weten het brengen van zijn penis in de mond en/of de vagina van die [slachtoffer] ,
waarbij die andere feitelijkheid er in heeft bestaan dat verdachte
- telkens het initiatief heeft genomen voor voornoemde seksuele handelingen en
- hierbij zich opdringerig en dwingend en dominant en gebiedend heeft opgesteld ten opzichte van die [slachtoffer] en
- hierbij misbruik heeft gemaakt van zijn uit feitelijke verhoudingen en omstandigheden voortvloeiende overwicht op die [slachtoffer] , gelet op het feit dat hij de vader was van die [slachtoffer] en
- hierbij heeft gezegd dat die [slachtoffer] niets tegen haar moeder mocht zeggen over voornoemde seksuele handelingen, althans woorden van soortgelijke aard of strekking en
- hierdoor die [slachtoffer] in een zodanig weerloze en afhankelijke toestand heeft gebracht dat die [slachtoffer] zich niet aan bovengenoemde seksuele handelingen kon onttrekken;
3
hij in de periode van 2 oktober 2021 tot en met 31 oktober 2021 te [plaats]
een aantal afbeeldingen en een gegevensdrager bevattende afbeeldingen, te weten een Samsung Galaxy S9 telefoon met daarop een of meerdere video’s, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten zijn kind, zijnde [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 2005), is betrokken of schijnbaar is betrokken,
heeft vervaardigd en/of in bezit gehad,
welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit:
het door hem, verdachte, brengen van zijn penis in de mond en de vagina van die [slachtoffer]
(de video met de bestandsnaam [bestandsnaam 1] en de video met de bestandsnaam - [bestandsnaam 2] ).
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 240b (oud), 242 (oud) en 248 (oud) van het Wetboek van Strafrecht. Er zijn geen omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde is daarom strafbaar en levert op:
feit 2 primair
het misdrijf: verkrachting, begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd;
feit 3
het misdrijf:
een afbeelding van een seksuele gedraging waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben, begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd,
en
een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, begaan tegen zijn kind.
5. De strafbaarheid van verdachte
Er zijn geen omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar.
6. De op te leggen straf
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) jaren, met aftrek van het voorarrest. Ter onderbouwing van de strafeis heeft de officier van justitie met name gewezen op de omstandigheden dat verdachte gewetenloos seksueel misbruik heeft gepleegd met zijn minderjarige dochter, verdachte zelfs video-opnames heeft gemaakt van het misbruik, hij op geen enkele manier verantwoordelijkheid neemt voor zijn verwerpelijke gedrag maar juist zijn dochter beschuldigt van het vertellen van leugens, en dat het er sterk op lijkt dat verdachte zijn dochter heeft aangezet tot het herroepen van haar belastende verklaring. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat de schorsing van de voorlopige hechtenis zal worden opgeheven, omdat dit past bij de ernst van de feiten en omdat het herhalingsgevaar onvoldoende kan worden ingeperkt door de ontkennende houding van verdachte.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw van verdachte heeft verzocht om bij de eventuele straftoemeting rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, in het bijzonder alle positieve ontwikkelingen van de laatste jaren - zoals huisvesting en hulpverlening - die hij kwijt zou raken door een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur. Ook heeft de raadsvrouw verzocht om het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen, omdat de tenlastegelegde feiten van lang geleden zijn, verdachte goed heeft meegewerkt aan de schorsingsvoorwaarden en enig herhalingsgevaar niet meer aan de orde is. Ten slotte heeft de raadsvrouw verzocht de schorsing van de voorlopige hechtenis niet op te heffen, zodat verdachte een eventueel hoger beroep in vrijheid kan afwachten.
Oordeel van de rechtbank
De strafmotivering
Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, en met de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
In het bijzonder acht de rechtbank het volgende van belang.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft op 2 en 3 oktober 2021 zijn destijds zestienjarige dochter gedwongen hem te pijpen, en hij heeft haar op één van deze dagen ook gedwongen tot geslachtsgemeenschap. Verdachte heeft, kennelijk voor zijn eigen gerief, zelfs video-opnamen gemaakt van het misbruik. De misselijkmakende inhoud van de filmpjes maakt pijnlijk duidelijk hoe vernederend deze ervaringen voor het slachtoffer moeten zijn geweest. De kans is groot dat de eerste seksuele ervaringen van het slachtoffer met haar eigen vader waren, en dat hetgeen zij op die jonge leeftijd heeft meegemaakt haar voor de rest van haar leven zal achtervolgen.
Verdachte heeft met zijn handelen zeer ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van zijn minderjarige dochter. Het slachtoffer had volledig veilig moeten zijn bij haar vader, maar in plaats daarvan heeft verdachte, vanuit zijn eigen lustgevoelens, op grove wijze misbruik gemaakt van zijn overwicht als vader. Hij heeft zich meermalen aan zijn dochter vergrepen en haar zelfs blootgesteld aan de kans op een zwangerschap. Het hoeft geen betoog dat dit soort feiten ook in de samenleving sterke gevoelens van verontwaardiging oproepen.
Verdachte heeft met zijn halsstarrig ontkennende proceshouding, waarbij hij bovendien het slachtoffer en haar moeder heeft neergezet als leugenaars, laten zien dat hij geen enkele verantwoordelijkheid neemt voor zijn gedrag. Integendeel, het dossier bevat aanwijzingen dat verdachte invloed heeft uitgeoefend op het slachtoffer en haar moeder om, in strijd met de waarheid, hun belastende verklaringen tegen hem in te trekken. Alsof het misbruik zelf nog niet erg genoeg was, is verdachte er ogenschijnlijk veel aan gelegen om zijn dochter haar recht op erkenning en gerechtigheid te ontnemen.
De rechtbank rekent dit alles verdachte zwaar aan. Feit is dat de bewezenverklaarde feiten inmiddels al enige jaren geleden zijn gepleegd. Maar vanwege de ernst van de bewezenverklaarde feiten en het kennelijk volledige gebrek aan inzicht en berouw bij verdachte, alsmede uit het oogpunt van vergelding, kan nog altijd niet anders worden gereageerd dan met oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Als verdachte hierdoor zijn huisvesting en hulpkader verliest, zijn dat simpelweg de consequenties van zijn eigen strafbare gedrag.
Persoon van verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte van 29 januari 2026. Hieruit blijkt dat verdachte wel eerder onherroepelijk is veroordeeld, maar niet voor soortgelijke strafbaar feiten.
Ook heeft de rechtbank gelet op het advies van Reclassering Nederland van 2 april 2026 en de aanvulling die mw. [naam 2] , reclasseringswerker, daarop heeft gegeven ter terechtzitting van 7 april 2026. Het advies en de aanvulling daarop houden, voor zover relevant, in dat bij verdachte sprake is van een licht verstandelijke beperking, kwetsbaar psychosociaal functioneren (depressiviteit) en problematisch middelengebruik, waardoor verdachte veel behoefte heeft aan hulp en steun en voor een stabiel functioneren afhankelijk is van allerhande hulpverlening. Verdachte heeft wel probleembesef, maar hij wordt snel overvraagd. Situaties overzien en nadenken over gevolgen van bepaald gedrag zijn lastig voor hem. Om eventuele herhaling van strafbare feiten te voorkomen, is voortzetting van de meldplicht bij de reclassering nodig, alsmede een nieuwe poging tot diagnostiek en behandeling bij Transfore, en het volgen van de CoVa+ training. Dit alles zou kunnen worden opgelegd als bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel, maar ook op termijn als voorwaarden in het kader van de voorwaardelijke invrijheidstelling.
De straf
Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting en aansluiting gezocht bij gevangenisstraffen die in - enigszins - vergelijkbare zaken zijn opgelegd. De op te leggen straf is hoger dan vier jaren, hetgeen betekent dat eventueel noodzakelijk geachte bijzondere voorwaarden op termijn zullen moeten worden opgelegd in het kader van de voorwaardelijke invrijheidstelling. De rechtbank komt wel tot een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist, omdat de rechtbank minder feiten bewezen acht.
Alles afwegend oordeelt de rechtbank dat aan verdachte moet worden opgelegd:
een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in deze zaak heeft doorgebracht in verzekering en voorlopige hechtenis.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.
Opheffing schorsing voorlopige hechtenis
De voorlopige hechtenis van verdachte is geschorst met ingang van 23 september 2025, onder de overweging dat het persoonlijk belang van verdachte “zwaarder is gaan wegen” en er mogelijkheden zijn om met bijzondere voorwaarden het aanwezige recidivegevaar in te perken.
Verdachte wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 5 jaren wegens het plegen van zeer ernstige strafbare feiten. Deze omstandigheid vormt op zichzelf niet een toereikende grond voor opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis (HR 24 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:987).
Nu verdachte halsstarrig blijft ontkennen, hij geen openheid geeft over eventueel aanwezige seksuele problematiek, terwijl wel duidelijk sprake is van kwetsbaar psychisch functioneren en het sterk erop lijkt dat verdachte nog altijd een sturend overwicht heeft op het slachtoffer, is het herhalingsgevaar nog steeds actueel. Verdachte heeft zich weliswaar op papier gehouden aan de schorsingsvoorwaarden, maar door zijn halsstarrig ontkennende houding is niet daadwerkelijk zicht verkregen op zijn belevingswereld en heeft behandeling van aanwezige problematiek niet plaatsgevonden.
Dit alles maakt dat het recidivegevaar onvoldoende verantwoord kan worden ingeperkt met voorwaarden en dat de strafvorderlijke belangen die gediend zijn met de voorlopige hechtenis (bescherming van de maatschappij tegen nieuw strafbaar gedrag van verdachte) zwaarder wegen dan de persoonlijke belangen van verdachte om een eventueel hoger beroep in vrijheid af te wachten. De rechtbank zal daarom de vordering van de officier van justitie om de schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen, toewijzen.
7. De toegepaste wettelijke voorschriften
De hierna te nemen beslissing berust op de volgende wetsartikelen:
artikel 57, 63, 240b (oud), 242 (oud) en 248 (oud) van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
8. De beslissing
De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het onder 2 primair en 3 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feiten
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 2 primair
het misdrijf: verkrachting, begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd;
feit 3
het misdrijf:
een afbeelding van een seksuele gedraging waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben, begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd,
en
een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, begaan tegen zijn kind;
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar;
straf
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren;
- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
opheffing schorsing voorlopige hechtenis
- heft de schorsing van de voorlopige hechtenis op met ingang van heden.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Mos, voorzitter, mr. J. Wentink en mr. B.T.C. Jordaans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.A.B. Kroeze, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 21 april 2026.
Bijlage bewijsmiddelen
Leeswijzer
Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier ONRBC23201/Lillehamer van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0900/2025055100. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. De genoemde schriftelijke bescheiden worden slechts gebruikt in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.
1.
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 7 april 2026, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:
[slachtoffer] is mijn dochter. Ik heb haar erkend.
De Samsung Galaxy S9 die op 4 november 2021 door de Duitse politie in beslag is genomen onder mijn zoon [naam 1] heb ik wel eens gebruikt.
Het klopt dat mijn ex-vrouw [naam 3] , de moeder van [slachtoffer] , mij in de avond van 4 november 2021 heeft gebeld met beschuldigingen van seksueel misbruik.
Het klopt ook dat [slachtoffer] in het weekend van 2 en 3 oktober 2021 bij mij op bezoek is geweest in [plaats] .
2.
Het schriftelijke bescheid van 5 november 2021, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven op pagina 33-38:
Politie Nordrhein-Westfalen
Algemeen Verslag
Tijdstip gebeurtenis donderdag 04-11-2021, 22.20 uur
In het kader van het opnemen van een aangifte liet [naam 1] een Samsung Galaxy S9 zien. Naar zijn zeggen had hij deze op zondag (31.10.2021) van zijn vader (verdachte [verdachte] ) in [plaats] in diens woning cadeau gekregen. Het mobiele telefoontoestel is in beslag genomen. Daarop stonden video’s waarin sprake was van seksueel misbruik van een minderjarige. In “Galerij” waren bij “Video’s” onder andere 2 video’s met een lengte van 09:06 minuten en 3 seconden opgeslagen, waarop het gezicht van de 16-jarige dochter te zien is terwijl ze oraal seks heeft. In de submap “Prullenbak” zijn 2 video’s met een lengte van 4 en 10 seconden opgeslagen, waarop het gezicht van de 16-jarige dochter te zien is terwijl ze oraal seks heeft.
3.
Het schriftelijke bescheid van 5 november 2021, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven op pagina 42-57:
Polizei Nordrhein-Westfalen
Proces-verbaal
Datum aangifte donderdag 04-11-2021
Tijdstip aangifte 23:04 uur
Op 04.11.2021 ontvingen wij ( [verbalisant 1] , [verbalisant 2] ) om 22.21 uur de melding om ons naar de [adres] te begeven.
Aanleiding inzet politie: seksueel delict. De moeder van een 16-jarige dochter heeft aangegeven beeldmateriaal op het mobieltje van haar zoon te hebben aangetroffen.
Situatie ter plekke: [slachtoffer] , geboortedatum [geboortedatum 2] .2005, zat in de eetkamer en huilde. Zij gaf aan het gesprek met politieambtenaar [verbalisant 2] alleen te willen voeren. [verbalisant 1] ondervroeg in een aangrenzend vertrek de getuigen [naam 3] en [naam 1] .
Verklaring getuige [naam 1] : de getuige geeft aan dat hij op zondag 31.10.2021 een smartphone (Samsung Galaxy S9) van zijn vader [verdachte] cadeau had gekregen. Vandaag had de getuige bemerkt dat er meerdere video’s op de smartphone stonden, die toonden dat verdachte [verdachte] seksuele handelingen uitvoerde bij zijn zuster [slachtoffer] . De getuige liet de video’s zien aan zijn moeder [naam 3] .
Verklaring getuige [naam 3] : de getuige geeft aan dat haar zoon [naam 1] haar die avond de video’s op de smartphone had laten zien waarin haar ex-man seksuele handelingen uitvoert bij haar dochter. De ex-man van de getuige woont in [plaats] . De gemeenschappelijke kinderen bezoeken hem daar regelmatig.
Verklaring slachtoffer [slachtoffer] : het slachtoffer geeft aan dat er seksuele handelingen hebben plaatsgevonden tussen haar en haar vader [verdachte] , toen zij bij hem op bezoek was in [plaats] . In het begin had de verdachte steeds haar lichaam betast of was hij begonnen haar kleding uit te trekken. Op een gegeven moment wilde hij meer. Hij is uiteindelijk erin geslaagd om het slachtoffer over te halen hem oraal te bevredigen. Het slachtoffer verzette zich niet lichamelijk tegen de handelingen. Zij gaf aan alles voor haar vader gedaan te hebben, omdat ze ruzie tussen hem en haar moeder wilde vermijden. Zij had medelijden met haar vader en gaf steeds weer toe, omdat hij haar steeds weer vroeg hem oraal te bevredigen. Zij had dit niet gewild. Verdachte [verdachte] en slachtoffer [slachtoffer] hebben ook beschermd en onbeschermd geslachtsverkeer gehad. Omdat het slachtoffer bang was zwanger te zijn, had ze heimelijk een zwangerschapstest uitgevoerd. De verdachte had telkens weer bij het slachtoffer benadrukt dat [naam 3] van de hele zaak niets mocht weten en dat alles geheim moest worden gehouden. De laatste keer dat het gebeurde, was ongeveer een maand geleden.
4.
Het schriftelijke bescheid van 8 november 2021, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven op pagina 74-75:
Polizei Nordrhein-Westfalen
Verslag
Informatiegesprek met [naam 3] en [slachtoffer]
Op vrijdag 05-11-2021 gaf [naam 3] aan dat zij gisteren, nadat zij aangifte had gedaan, telefonisch contact had opgenomen met haar ex-man en hem op zijn daden had aangesproken. De heer [verdachte] had haar aangegeven dat er geen bewijzen waren voor de beschuldigingen. Daarop had mevrouw [slachtoffer] tegen de heer [verdachte] gezegd dat er opnames op de mobiele telefoon stonden die hij aan zijn zoon had gegeven en dat er geen verdere bewijzen nodig zouden zijn. Daarop had de heer [verdachte] aangegeven dat hij tijdens het plegen van de strafbare feiten onder invloed zou hebben gestaan van verdovende middelen en alcohol.
5.
Het schriftelijke bescheid van 31 mei 2022, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven op pagina 93-97:
Polizeipräsidium Münster
Notitie betreffende onderzoek van mobiele telefoon Samsung Galaxy S9
De aangetroffen videobestanden waarin de dochter [slachtoffer] een man oraal bevredigt, zijn klaarblijkelijk met de camera van de smartphone gemaakt, zo blijkt uit een analyse van de grootte van de bestanden, de bestandsnamen en de locatie waar deze zijn opgeslagen. Eveneens komen de technische gegevens van de video’s overeen met de specifieke kenmerken van een Samsung S9. Er kan dus met zeer grote mate van waarschijnlijkheid van worden uitgegaan dat de opnamen met het onderhavige toestel zijn gemaakt.
6.
Het proces-verbaal van bevindingen van 16 juli 2025, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven op pagina 112-125:
In de data van de uitgelezen Samsung S9 tref ik, verbalisant, twee video’s aan waar [slachtoffer] met seksuele handelingen op te zien is.
Bestandsnaam video: [bestandsnaam 1]
Creatiedatum/-tijd: 02-10-2021 15.04 UTC+0
Lengte video: 9 minuten en 6 seconden
Verbalisant merkt op dat de locatie van het aangetroffen bestand (in de map van de camera-app) normaliter de standaard opslagmap is van video’s die je zelf met een Android telefoon maakt.
Uit de video blijkt dat het meisje door de man “ [slachtoffer] ” wordt genoemd. Slachtoffer [slachtoffer] heeft op 4 november 2021 bij de Duitse politie verklaard dat het ongeveer een maand geleden was dat haar vader, verdachte [verdachte] , seks met haar had gehad. Deze video is op 2 oktober 2021 gemaakt. Daar zit ongeveer een maand tussen. Uit chatgesprekken tussen [slachtoffer] en verdachte blijkt ook dat zij op die datum met de trein aankomt in [plaats] , bij haar vader.
In het begin van de video zie ik [slachtoffer] die een piemel aan het pijpen is. Van de man zie ik een stijve piemel. Uit het filmpje blijkt dat de seks tussen [slachtoffer] en de man plaatsvindt in een voertuig. Om afspeeltijd 01.39 wordt de telefoon weggelegd. Ik zie dan dat het beeld op zwart is en er alleen nog maar geluid te horen is. De man praat gedurende de film. Het lijkt een vorm van Duits met een accent te zijn.
Bestandsnaam video: - [bestandsnaam 2]
Creatiedatum/-tijd: 03-10-2021 14.49 UTC+0
Lengte video: 10 seconden
De man (waarvan de stijve piemel te zien is) op de (naar de rechtbank begrijpt:) video zegt met fluisterende stem telkens “tiefer tiefer”. De man heeft vermoedelijk dezelfde trui aan als op de seksvideo met [slachtoffer] . Ook de spijkerbroek met riem en de onderbroek lijken dezelfde te zijn.
Ik vind een identiek filmpje ook in een verkorte versie op de telefoon. In deze versie, die in de standaard opslagmap voor zelf opgenomen video’s staat, zit een muziekje gemonteerd.
In de data op de telefoon tref ik een whatsapp chat tussen [slachtoffer] en verdachte [verdachte] aan. In de chat stuurt [verdachte] een aantal afbeeldingen naar [slachtoffer] , nadat [slachtoffer] hem op 22 september 2021 feliciteert met zijn verjaardag. Deze afbeeldingen tonen de beeltenis van verdachte [verdachte] . Verbalisant merkt op dat de witte schoen met het opvallend rode stuk op de tong, die verdachte [verdachte] op een van de foto’s draagt, overeen lijkt te komen met de schoen die aan het eind van het seksfilmpje te zien is. Op 2 oktober 2021 om 09.17.57 (UTC+0) stuurt [slachtoffer] een spraakbericht naar verdachte. Ze zegt: Pap we nemen de trein om 12.42 oke? en kort daarna zegt ze dat ze in de trein staan en in Glanerbrug uitstappen. Verdachte stuurt dan een emoji “duimpje omhoog”. Op 3 oktober 2021 om 17.16.14 (UTC+0) stuurt [slachtoffer] een spraakbericht dat ze thuis zijn. Verbalisant merkt op dat de chat doorloopt tot 30 oktober 2021. Verdachte stuurt dan nog een spraakbericht naar [slachtoffer] . Hieruit valt op te maken dat verdachte deze telefoon kennelijk tot en met 30 oktober 2021 in gebruik had. Dat komt overeen met de verklaring van [naam 1] dat hij de telefoon op 31 oktober 2021 had gekregen van zijn vader, verdachte [verdachte] .
Op 29 september 2021 en 11 oktober 2021 stuurt verdachte geluidsfragmenten naar [slachtoffer] . Ook tref ik in de data van de telefoon een video aan waarop verdachte [verdachte] te zien is. De stem in deze video als verdachte iets zegt, lijkt identiek aan de geluidsfragmenten. De stem van verdachte die ik hoor in deze geluidsfragmenten en de video, lijkt identiek aan de stem op het seksfilmpje. De wijze waarop de man op het seksfilmpje Duits (met accent) praat, komt ook overeen.
In het seksfilmpje [bestandsnaam 1] is de stem te horen van de man die seks heeft met [slachtoffer] . Duidelijk is dat zij seks hebben. Uit de woorden die ik de man in de video hoor zeggen, komt naar voren dat hij degene is die zegt wat [slachtoffer] moet doen. Geluiden op de video geven het beeld dat zij vaginale seks hebben.
Tijdsverloop Te zien op video Man zegt
00:17 Meisje pijpt de piemel Greh mir (fon)
00:19 Meisje pijpt de piemel Ooh (opgewonden)
00:21 Meisje pijpt de piemel Met je tong schat
00:26 Meisje pijpt de piemel Boven pakken, kussen
00:29 Meisje pijpt de piemel Met je mond, kussen
00:50 Meisje pijpt de piemel Ras ras
00:52 Meisje pijpt de piemel Dieper, dieper. Nog dieper schat
(ik hoor de man kreunen)
00:56 Meisje pijpt de piemel Nog dieper
01:11 Meisje laat de piemel los Wacht even. Stop
01:12 Meisje pakt de piemel met de
hand en beweegt hem op en
neer (aftrekken)
01:18 Meisje heeft de piemel met de
hand en beweegt hem op en
neer (aftrekken) Sneller sneller
01:20 Meisje heeft de piemel met de
hand en beweegt hem op en
neer en pijpt de piemel Boven pak en (niet te verstaan)
Beeld zwart. Geluid te horen
02:00 Beeld zwart. Geluid te horen Kom kom kom kom
02:05 Beeld zwart. Geluid te horen Buk buk bukken. Wacht wacht
wacht
02:26 Beeld zwart. Geluid te horen Doe je broek een beetje naar
beneden. Buk je
02:55 Beeld zwart. Geluid te horen Oh ja. Ooh
03:31 Beeld zwart. Geluid te horen Heb je hem geneukt
03:33 Meisje zegt: Nein
03:35 Beeld zwart. Geluid te horen Iemand zo gedaan
03:36 Meisje zegt: Nein
03:43 Beeld zwart. Geluid te horen (hijgende geluiden)
04:14 Beeld zwart. Geluid te horen Hoe voelt dat? Goed?
04:34 Beeld zwart. Geluid te horen (ik hoor geluid van lichamen die
tegen elkaar aan kletsen)
04:37 Beeld zwart. Geluid te horen [slachtoffer]
04:48 Beeld zwart. Geluid te horen (niet te verstaan) bei dir rein. Komm
04:55 Beeld zwart. Geluid te horen (klinkt als) Musst tot die Greh mir
05:06 Beeld zwart. Geluid te horen Rasser rasser. Tiefer tiefer
05:10 Beeld zwart. Geluid te horen Tiefer. Greh pak (fon)
05:17 Beeld zwart. Geluid te horen (het geluid van iemand die een
piemel pijpt is te horen)
05:29 Meisje zegt: Nee
05:38 Beeld zwart. Geluid te horen Kom. Zoals net. Buk. Kom.
05:52 Beeld zwart. Geluid te horen Zoals net
06:12 Beeld zwart. Geluid te horen [slachtoffer]
06:25 Beeld zwart. Geluid te horen Kom eens hier
06:30 Meisje zegt: Nee
06:31 Beeld zwart. Geluid te horen Eén keer maar
06:37 Beeld zwart. Geluid te horen Maak dat nu verder
06:53 Beeld zwart. Geluid te horen (kreunend geluid) Ooh
06:59 Beeld zwart. Geluid te horen Heel ontspannen. Je moet het
ontspannen laten.
07:12 Beeld zwart. Geluid te horen Mag ik niet de eerste zijn. He
07:27 Beeld zwart. Geluid te horen Ontspannen. Heel ontspannen.
07:44 Meisje zegt: (iets niet te verstaan) nicht mehr
07:48 Beeld zwart. Geluid te horen Wacht wacht
07:57 Beeld zwart. Geluid te horen Bitte (kussende geluiden)
08:27 Beeld zwart. Geluid te horen Warte. Warte.
08:37 Meisje zegt: Neehee
08:48 Beeld zwart. Geluid te horen [slachtoffer] . Je moet het mij niet
kwalijk nemen. Waarom doe je zo?
09:03 Beeld zwart. Geluid te horen Omdat ik ook een leven wil hebben
09:05 Beeld toont patroon van de
tafel en de schoen.
Einde video
7.
Het proces-verbaal van bevindingen van 19 september 2025, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 126-127:
Ik, verbalisant, kreeg van het onderzoeksteam de vraag om twee filmpjes te beoordelen of deze kinderpornografisch zijn.
Filmpje 1: [bestandsnaam 1]
Aan het begin is te zien dat een meisje de penis van een volwassen man in haar mond heeft en dat zij deze man pijpt. De man kreunt even. Het lijkt alsof de man de situatie zelf filmt. Het meisje houdt ook af en toe de stijve penis van de man vast en trekt hem af.
Filmpje 2: 20211003_164912.mp4
Te zien is dat een meisje een stijve penis van een volwassen man pijpt. Het meisje lijkt op het meisje van filmpje 1.
Beide filmpjes zijn door mij als kinderpornografisch beoordeeld.
8.
Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer] bij de rechter-commissaris op 12 maart 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik heb mijzelf gezien op de filmpjes die stonden op de Samsung Galaxy S9 die mijn broertje [naam 1] had op 4 november 2021. Die beelden zijn gemaakt in de auto van mijn vader.