ECLI:NL:RBOVE:2026:2259

ECLI:NL:RBOVE:2026:2259

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 17-04-2026
Datum publicatie 23-04-2026
Zaaknummer C/08/311840 / FA RK 24-676
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Verzoek gezamenlijk gezag vader over kinderen die na uiteengaan van ouders zijn geboren. Ouders hebben een zeer verschillende manier van communiceren waardoor dit moeilijk gaat. Daarvoor loopt hulpverleningstraject. Ouders hebben verschillende visie op opvoeding en op wat de kinderen nodig hebben. De rechtbank is van oordeel dat juist het feit dat de balans niet doorslaat naar de ene of de andere kant een beschermende factor vormt voor de kinderen. De ouders houden elkaar in zekere zin in evenwicht. Het is zaak dat de ouders dit inzien en dat zij accepteren dat de visie van de ander ook belangrijk is in het komen tot gezamenlijke beslissingen. Suggesties hoe de ouders een manier kunnen vinden om aan te kunnen sluiten bij elkaars manier van communiceren. Stoppen met het maken van verwijten naar de ander zou in ieder geval helpend zijn omdat dit niets oplost en alleen negatieve energie kost.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

locatie Zwolle

team familie- en jeugdrecht

zaaknummer: C/08/311840 / FA RK 24-676

beschikking van 17 april 2026

in de zaak van

[de moeder] ,

verder te noemen: de moeder,

wonende te [woonplaats 1] ,

advocaat: mr. O. Asscher,

en

[de vader] ,

verder te noemen: de vader,

wonende te [woonplaats 2] ,

advocaat: mr. F. Zoer.

1. Het verdere procesverloop

Voor het laatst heeft de rechtbank in deze zaak op 17 juli 2025 een beschikking

gegeven, waarbij de beslissing met betrekking tot het gezag over de hierna te noemen

[kind 1] , [kind 2] en [kind 3] is aangehouden.

De rechtbank heeft daarna de volgende stukken ontvangen:

een op 1 december 2025 binnengekomen rapport van de Raad voor de Kinderbescherming, verder te noemen: de raad, van diezelfde datum;

een op 9 december 2025 binnengekomen brief van de raad;

een op 17 december 2025 binnengekomen brief van de vader;

een op 2 maart 2026 binnengekomen brief met bijlagen van de vader;

een op 2 maart 2026 binnengekomen brief met bijlagen van de moeder;

een op 2 maart 2026 binnengekomen e-mailbericht met bijlagen van de vader;

een op 4 maart 2026 binnengekomen brief met bijlagen van de moeder.

Het verzoek is besproken tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren op 5 maart 2026, tegelijk met het verzoek tot wijziging omgangsregeling, bekend onder zaaknummer: C/08/336243 / JE RK 25-1286, waarop apart wordt beslist. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder bijgestaan door mr. Asscher;

- mr. Zoer, advocaat van de vader;

- [naam 1] namens de raad;

- [naam 2] namens de GI;

Bijzondere toegang is verleend aan [naam 3] , werkzaam bij de GI.

De vader heeft doorgegeven door oponthoud niet naar de zitting te kunnen komen.

De rechter heeft [kind 2] en [kind 1] naar hun mening gevraagd. [kind 2] en

[kind 1] hebben hierover op 25 februari 2026 een gesprek gevoerd met de

kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [kind 2] en

[kind 1] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [kind 2] , [kind 1] en [kind 3] .

[kind 2] , [kind 1] en [kind 3] wonen bij de moeder.

Bij beschikking van 20 maart 2026 is een definitieve omgangsregeling tussen de vader en [kind 2] , [kind 1] en [kind 3] vastgesteld.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 1 april 2026 de ondertoezichtstelling van [kind 2] , [kind 1] en [kind 3] verlengd tot 23 oktober 2026.

3. Het aangehouden verzoek

Thans is nog aan de orde het aangehouden (zelfstandig) verzoek van de vader om hem samen met de moeder te belasten met het gezag over:

[kind 2] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 2016 ( [kind 2] );

[kind 1] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 2] 2016 ( [kind 1] );

[kind 3] , geboren te [geboorteplaats 3] op [geboortedatum 3] 2019 ( [kind 3] ).

Bij bovenvermelde beschikking is de raad verzocht te adviseren over de voor [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] meest wenselijke gezagsvoorziening.

Uit het rapport van de raad van 1 december 2025 blijkt dat de raad als volgt heeft geadviseerd. De raad adviseert het verzoek van de vader tot gezamenlijk gezag toe te wijzen. De raad ziet op dit moment geen gronden om het eenhoofdig gezag bij de moeder te laten. De kinderen zitten niet klem en gezamenlijk gezag van de ouders druist niet tegen hun belang in. De raad heeft er op dit moment vertrouwen in dat dit niet leidt tot meer conflicten tussen de ouders. Vader doet zijn best om de situatie niet te laten escaleren. De ouders krijgen hulp om de communicatie tussen hen te verbeteren. Zij staan open voor hulp. De vader werkt belangrijke beslissingen voor de kinderen niet tegen. Voor de vader is gezamenlijk gezag belangrijk, zodat hij er voor de kinderen kan zijn en hen kan opvangen mocht er iets met moeder gebeuren. Verder past het bij de gezamenlijke opvoedersrol die beide ouders in het leven van de kinderen vervullen.

4. Het advies van de raad

De raad handhaaft ter zitting het advies zoals is gegeven in het rapport van 1 december 2025. Beide ouders zijn betrokken en actief in het leven van de kinderen. Binnen de ondertoezichtstelling werken de ouders aan verbetering van hun communicatie over de kinderen om meer rust te creëren voor de kinderen. De raad hoort veel onvrede. De moeder voelt zich niet gehoord in haar zorgen over de kinderen. Dat is vervelend maar raakt de invulling van het gezag niet. De raad begrijpt van de GI dat de vader actief deelneemt aan en zich inzet voor de hulpverlening. Hij neemt daarin zijn verantwoordelijkheid. De ruis zit in de spanningen tussen de ouders. Dat moeten de ouders samen oplossen. De raad is van mening dat er met gezamenlijk gezag meer balans is. Beide ouders hebben dan dezelfde uitgangspositie en dezelfde verantwoordelijkheden. Dat kan duidelijkheid geven, hoewel het ook ruis kan opleveren als de uitvoering van het gezamenlijk gezag niet goed geregeld is.

5. De standpunten

De moeder is het niet eens met het advies van de raad. Zij heeft aangevoerd dat het structureel onmogelijk is om met de vader te communiceren, te overleggen en samen te werken over en voor de kinderen, met name als er veel emotie speelt. De vader leest de

e-mails van de moeder slechts beperkt. Hij houdt zich niet aan de medische adviezen die voor de kinderen zijn gegeven. Hij geeft medicatie aan [kind 1] zonder overleg, hij weigert medische rapportages van de kinderen in te zien en hij houdt het ontlastingspatroon van [kind 3] niet bij in de omgangsweekenden, terwijl dit wel noodzakelijk is voor een goede behandeling van [kind 3] probleem. De vader is niet aanwezig bij schoolgesprekken en neemt ook geen deel aan gesprekken met hulpverleners. De moeder maakt zich op dit moment grote zorgen over [kind 2] op school. [kind 2] zit door haar probleemgedrag niet in de klas maar apart in een kantoortje. Ze mag niet samen met de klasgenootjes buiten spelen. School en de orthopedagoog achten diagnostiek nodig voor [kind 2] . De vader is daarentegen van mening dat het heel goed gaat met [kind 2] . De moeder vindt het lastig samenwerken met de vader als de vader niet op de hoogte is van de daadwerkelijke situatie. De vader wilde eerder ook niet meewerken aan diagnostiek voor [kind 1] , omdat hij van mening was dat [kind 1] geen ADHD heeft. Achteraf blijkt dat [kind 1] wel ADHD heeft, zoals de moeder al vermoedde. Overleg over de hoeveelheid medicatie voor [kind 1] met de vader is lastig. De moeder is van mening dat de ondertoezichtstelling niet heeft geleid tot een betere communicatie en samenwerking tussen de ouders. De moeder verwacht niet dat hierin binnen afzienbare tijd wel verbetering komt.

De vader heeft aangevoerd dat hij over de twee oudste nog minderjarige kinderen van de ouders het gezag heeft en over het oudste, meerderjarige kind het gezag heeft gehad. Dit levert geen problemen op. Het probleem zit volgens de vader in de wijze van communiceren van de moeder. De moeder communiceert veel en zeer uitgebreid. De vader vindt dat erg belastend. De moeder krijgt van de vader alle vrijheid om beslissingen over de kinderen te nemen. Hij werkt dit niet tegen. De vader werkt aan zijn wijze van communiceren. Hij gebruikt een bepaalde app die informatie filtert en hij communiceert via de BIFF-methode. Hij heeft de e-mail weer open gezet voor de moeder. Er is geen enkele reden om de vader niet met het gezag over de andere drie kinderen te belasten. De vader vindt het gezag ook belangrijk om dezelfde positie te hebben als de moeder, onder andere bij de ondertoezichtstelling.

[kind 1] heeft tegen de rechter gezegd dat zij het zelf ook wel een beetje mag bepalen welke belangrijke beslissingen over haar moeten worden genomen. Verder hangt het ervan af bij welke ouder zij is, of haar moeder of haar vader beslissingen over haar mogen nemen.

[kind 2] heeft tegen de rechter gezegd dat allebei haar ouders beslissingen over haar mogen nemen, omdat dat eerlijk is. Zij heeft er vertrouwen in dat haar ouders dat goed zullen doen.

6. De verdere beoordeling

Gezag

De rechtbank dient te beslissen op het verzoek van de vader om hem samen met de moeder met het gezag over [kind 2] , [kind 1] en [kind 3] te belasten.

Het wettelijk criterium

De moeder is alleen belast met het gezag over [kind 2] , [kind 1] en [kind 3] . Ingevolge artikel 1:253c lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de tot het gezag bevoegde ouder van het kind, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder uit wie het kind is geboren heeft uitgeoefend, de rechtbank verzoeken de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten dan wel hem alleen met het gezag over het kind te belasten. Indien het verzoek ertoe strekt de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten en de andere ouder niet met het verzoek instemt, wordt het verzoek ingevolge artikel 1:253c lid 2 BW slechts afgewezen indien:

a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of

b. afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

(…)

Het oordeel

De rechtbank stelt voorop dat het uitgangspunt van de wetgever is dat ouders in het belang van het kind gezamenlijk belast zijn met het gezag over hun kind. Slechts in uitzonderingssituaties kan de rechter besluiten om een verzoek tot gezamenlijk gezag af te wijzen. De rechtbank ziet in deze zaak onvoldoende aanknopingspunten of redenen om af te wijken van voornoemd uitgangspunt. Het is niet aannemelijk geworden dat er een onaanvaardbaar risico is dat [kind 2] , [kind 1] en [kind 3] door gezamenlijk gezag klem of verloren zouden raken tussen de ouders of dat afwijzing van het verzoek om gezamenlijk gezag anderszins in het belang van [kind 2] , [kind 1] en [kind 3] noodzakelijk is.

De rechtbank zal de vader voortaan samen met de moeder met het gezag over [kind 2] , [kind 1] en [kind 3] belasten. Dit betekent dat zij vanaf nu samen de belangrijke beslissingen over [kind 2] , [kind 1] en [kind 3] samen moeten nemen. De rechtbank legt hieronder uit hoe zij tot deze beslissing is gekomen.

De vader en de moeder hebben samen zes kinderen, waarvan er op dit moment nog vijf minderjarig zijn. Over de twee oudste minderjarige kinderen [kind 4] en [kind 5] hebben de vader en de moeder gezamenlijk het gezag. De vijf kinderen staan onder toezicht van Jeugdbescherming Overijssel. Het is de rechtbank niet gebleken dat het gezamenlijk gezag van de ouders over [kind 4] en [kind 5] tot (grote) problemen heeft geleid. De rechtbank heeft niet vernomen dat de vader beslissingen met betrekking tot [kind 4] en [kind 5] heeft tegengehouden of gefrustreerd.

Het is de rechtbank uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht, gebleken dat de ouders een verschillende visie hebben over de opvoeding van [kind 2] , [kind 1] en [kind 3] en wat hierin noodzakelijk of belangrijk is. De moeder vindt het belangrijk om de vader over veel zaken te informeren wat zich kan uiten in het sturen van uitgebreide e-mailberichten. De vader vindt dat belastend. Hij vindt het moeilijk om tegemoet te komen aan de wens van de moeder om op haar manier te communiceren en trekt zich daardoor regelmatig terug uit de communicatie met de moeder. Dat levert vervolgens weer frustratie bij de moeder op en het gevoel niet gehoord en serieus genomen te worden, waarop zij de vader verwijt dat hij niet betrokken is. De rechtbank constateert dat de ouders van elkaar ieder een andere manier van communiceren verlangen, die zij elkaar echter niet kunnen bieden. Zij komen hierdoor moeilijk tot overeenstemming met elkaar.

Ook hebben zij verschillende visies over het welzijn van [kind 2] , [kind 1] en [kind 3] . De kinderen hebben ieder hun eigen kindproblematiek. De moeder is van mening dat de vader de zorgen die zij over de kinderen heeft niet erkent. De moeder uit zich zeer bezorgd en wil gelijk handelen. De vader daarentegen kan de zorgen relativeren en daardoor niet of niet direct meegaan in de acties die de moeder voorstelt.

De rechtbank is van oordeel dat juist het feit dat de balans niet doorslaat naar de ene of de andere kant een beschermende factor vormt voor de kinderen. De ouders houden elkaar in zekere zin in evenwicht. Het is zaak dat de ouders dit inzien en dat zij accepteren dat de visie van de ander ook belangrijk is in het komen tot gezamenlijke beslissingen. Alleen daardoor kan de strijd tussen hen worden verminderd.

De ouders volgen het hulpverleningstraject ONS. Van belang daarbij is dat ouders in de gesprekken bij ONS hun wensen ten aanzien van de communicatie en de verwachtingen over en weer duidelijk naar voren brengen, aangezien de andere ouder die niet altijd kan invoelen. En dat zij onderzoeken in hoeverre zij aan de wensen van de ander tegemoet kunnen komen, zonder zichzelf geweld aan te doen. Hun focus zou erop gericht moeten zijn om een manier te vinden waarop zij bij elkaar kunnen aansluiten om de noodzakelijke beslissingen over hun kinderen te kunnen nemen.De geschetste problemen zijn voor de rechtbank echter geen reden om af te wijken van het wettelijk uitgangspunt van gezamenlijk gezag.

De rechtbank vindt dat de ouders vooruitgang hebben geboekt in het ONS-traject. In ieder geval de vader heeft een methode gevonden om te voorkomen dat hij afhaakt in de communicatie met de moeder. Dit is voor de moeder nog niet bevredigend, maar de rechtbank ziet ook bij haar enige bereidheid om haar eigen handelen onder de loep te nemen, mits dit op de goede manier wordt aangepakt. Stoppen met het maken van verwijten naar de ander zou in ieder geval helpend zijn omdat dit niets oplost en alleen negatieve energie kost.

De rechtbank is van oordeel dat de ouders zich inzetten voor verbetering van de onderlinge verstandhouding en overleg, doordat zij gezamenlijk een verjaardag van één van de kinderen hebben gevierd en in staat zijn geweest om (in samenspraak met de GI) tot overeenstemming te komen over een omgangsregeling tussen de vader en [kind 2] , [kind 1] en [kind 3] . Recent hebben zij besloten dat het goed is dat [kind 2] naar een andere school gaat. Ook al is dit niet in gezamenlijk overleg gegaan, het resultaat is dat zij het hierover eens zijn geworden en dat [kind 2] hierin niet klem tussen de ouders is komen te zitten.

De rechtbank vraagt de ouders om deze beslissing op een passende manier – volgens hun wens – aan de kinderen te vertellen, [kind 2] door de moeder en [kind 1] door de vader.

De uitvoerbaarheid bij voorraad

De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dit betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van de ouders hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

De kosten van deze procedure

De rechtbank zal beslissen dat iedere ouder de eigen proceskosten betaalt, omdat dit het uitgangspunt is in familiezaken.

7. De beslissing

De rechtbank:

belast de vader samen met de moeder met het gezag over [kind 2] , [kind 1] en [kind 3] ;

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat de ouders ieder hun eigen proceskosten betalen.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. van der Hoeven, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2026 in tegenwoordigheid van J. Pol, griffier.

De rechtbank stuurt een afschrift van deze beschikking naar de Raad voor de Kinderbescherming. De raad neemt de gegevens uit deze beschikking op in zijn registratie.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:

door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?