ECLI:NL:RBOVE:2026:2274

ECLI:NL:RBOVE:2026:2274

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 22-04-2026
Datum publicatie 23-04-2026
Zaaknummer 71.033352.24 (P)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

verdachte is schuldig bevonden aan grootschalige drugscriminaliteit en veroordeeld tot een taakstraf van tweehonderdveertig uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 71.033352.24 (P)

Datum vonnis: 22 april 2026

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1989 in [geboorteplaats],

wonende aan de [woonadres] in [woonplaats].

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van

4 maart 2026 en 22 april 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. W.B.O. van Soest, advocaat in Rotterdam, naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

in de periode van 1 februari 2019 tot en met 13 juni 2019, samen met anderen, opzettelijk, 2539 kilo (meth)amfetamine binnen het Nederlands grondgebied heeft gebracht, heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, dan wel aanwezig heeft gehad (primair), dan wel in die periode hierbij opzettelijk behulpzaam is geweest (subsidiair).

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 februari 2019 tot en met 13 juni 2019, althans

op of omstreeks 13 juni 2019 in de gemeente Schiedam en/of Rotterdam

en/althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen

-opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht (als bedoeld in

artikel 1 lid 4 van de Opiumwet) en/of

-opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht

en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of

-opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [straatnaam])

ongeveer 2539 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende (meth)amfetamine, zijnde (meth)amfetamine een middel als bedoeld

in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde

lid van artikel 3a van die wet; (zaaksdossier 1, onderzoek Seaford)

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

dat een of meer ander(en) in of omstreeks de periode van 1 februari 2019 tot en

met 13 juni 2019, althans op of omstreeks 13 juni 2019 in de gemeente Schiedam

en/of Rotterdam en/althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met

elkaar, althans ieder voor zich alleen

-opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft/hebben gebracht (als

bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet) en/of

-opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of

verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of

-opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan de [straatnaam])

ongeveer 2539 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende (meth)amfetamine, zijnde (meth)amfetamine een middel als bedoeld

in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde

lid van artikel 3a van die wet; (zaaksdossier 1, onderzoek Seaford),

tot en/of bij het plegen van voormelde misdrijf verdachte in of omstreeks de

periode van 1 februari 2019 tot en met 13 juni 2019 in de gemeente Rotterdam

en/althans (elders) in Nederland opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of

inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door (een

deel van) die 2539 kilo (meth) amfetamine in een verborgen ruimte van dat pand

aan de [straatnaam] te plaatsen/verstoppen/verbergen.

3. De bewijsmotivering

Inleiding

Medio 2020 is het strafrechtelijk onderzoek 26Donau gestart naar aanleiding van informatie over personen die zich bezig zouden houden met de invoer van en de handel in verdovende middelen. Gedurende het onderzoek zijn meer dan dertig personen als verdachte aangemerkt, waaronder [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1]). Voor [medeverdachte 1] is een afzonderlijk deelonderzoek geopend onder de naam 26Wayne.

Het dossier 26Donau/26 Wayne beschrijft een internationale criminele organisatie waarvan een Nederlands deel, bestaande uit verschillende netwerken en samenwerkingsverbanden, nauw samenwerkt met een deel van de criminele organisatie in Zuid-Amerika. De criminele organisatie zou verdovende middelen, waaronder cocaïne, vanuit Mexico via Spanje naar Nederland smokkelen in, aan of tussen dragermateriaal (zoals gasbetonblokken). De verdovende middelen zouden in Nederland uit het dragermateriaal worden verwijderd en/of in laboratoria (cocaïne-wasserijen) met behulp van chemicaliën verder worden bewerkt.

[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2]) worden ervan verdacht leiding te hebben gegeven aan de criminele organisatie in Nederland. Zij zouden ieder afzonderlijk van elkaar de beschikking hebben gehad over een netwerk van personen van voornamelijk Turkse en Marokkaanse afkomst en nauw hebben samengewerkt met een deel van de criminele organisatie in Mexico.

De organisatie zou de beschikking hebben gehad over drugslaboratoria in Poortvliet en Halsteren, waar Mexicaanse leden van de organisatie werkzaam waren, vanwege hun specifieke kennis van onder meer het productieproces. Kiloblokken cocaïne die uit deze laboratoria afkomstig zouden zijn, zouden worden voorzien van logo's/stempels en worden ondergebracht in een ‘safehouse’ in een verborgen ruimte. Wanneer de organisatie een afnemer voor de cocaïne zou hebben, zouden de blokken uit het safehouse worden gehaald en op straat worden overgedragen in ruil voor contant geld.

Het einddossier en de nadien aanvullend verstrekte stukken vormen de weerslag van de onderzoeksresultaten. Het zijn deze resultaten, gezien in samenhang met en tegen de achtergrond van de tegen verdachte uitgebrachte tenlastelegging, die ter beoordeling voorliggen.

Verdachte wordt door het Openbaar Ministerie gezien als een persoon die opdrachten uitvoerde voor [medeverdachte 2] en – met toestemming van [medeverdachte 2] – voor [medeverdachte 1]. Verdachte heeft verklaard dat hij alleen hun Encrochat-namen kent. Hij maakte zelf ook gebruik van een Encro-telefoon en maakte gebruik van het EncroChat-account [profielnaam]’.

Binnen het onderzoek 26Seaford is in een verborgen ruimte in een bedrijfspand gelegen aan de [profielnaam] te Rotterdam, in totaal 2539 kilogram methamfetamine aangetroffen. Verdachte heeft verklaard dat hij, samen met een Mexicaanse man, de drugs in tassen ergens ophaalde, deze tassen in een busje plaatste en met deze drugs en de Mexicaanse man naar de [profielnaam] is gereden, van welk pand hij de sleutel had. Daar heeft hij de tassen uitgeladen. De Mexicaanse man heeft deze tassen in een verborgen ruimte geplaatst en daarbij heeft verdachte de tassen aangegeven.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden, voor zover dit ziet op het ‘vervoeren en het voorhanden hebben van 2539 kilo methamfetamine. Van de overige handelingen dient verdachte te worden vrijgesproken.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen inhoudelijk standpunt ingenomen over de bewezenverklaring.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – conform artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

het proces-verbaal van de terechtzitting van 4 maart 2026, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;

Zaaksdossier 1, bijlage 3: zaaksdossier aantreffen 2539 kilogram methamfetamine [profielnaam] te Rotterdam, pagina’s 111, 112 en 116.

Op basis van hiervoor genoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank bewezen dat verdachte 2539 kilogram methamfetamine heeft vervoerd en opzettelijk aanwezig heeft gehad.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 1 februari 2019 tot en met 13 juni 2019 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen,

- opzettelijk heeft vervoerd en

- opzettelijk aanwezig heeft gehad in een pand aan de [straatnaam]

2539 kilogram van een materiaal bevattende methamfetamine, zijnde methamfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

4. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op:

primair

het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B en C van de Opiumwet gegeven verbod.

5. De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezen verklaarde feit.

6. De op te leggen straf of maatregel

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft – rekening houdende met een overschrijding van de redelijke termijn – gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van tweehonderdveertig uren en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met een proeftijd van twee jaren.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de eis van de officier van justitie passend is.

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

De aard en de ernst van het feit

Verdachte heeft zich, samen met anderen, schuldig gemaakt aan het vervoeren en aanwezig hebben van een zeer grote hoeveelheid (2539 kilo) methamfetamine. Verdachte deed ‘klusjes’ voor mensen die zich bezighielden met de invoer van en handel in drugs op grote schaal. Hij vervoerde de drugs naar een bedrijfspand in Rotterdam, dat diende als een zogenaamde ‘stashlocatie’. Het strafrechtelijk onderzoek naar verdachte en zijn medeverdachten laat in volle omvang zien welke negatieve effecten van dit soort misdrijven uitgaan. Verdovende middelen zijn schadelijk voor de gezondheid van gebruikers en het gebruik ervan leidt niet zelden tot verslavingsproblematiek. Dat heeft niet alleen zijn weerslag op de gebruikers zelf, maar ook op hun omgeving. Het is algemeen bekend dat de handel in drugs gepaard gaat met allerlei vormen van zware criminaliteit, zoals geweld, waarbij eventueel zelfs (zware) wapens worden gebruikt, en andere ondermijnende handelingen. Ook plegen drugsverslaafden vaak vermogensdelicten om in hun dagelijkse behoefte te voorzien. Deze nadelige effecten zijn ook de reden dat op opiumwetdelicten forse straffen zijn gesteld. De rechtbank merkt op dat verdachte zelf ook inziet dat hij destijds verkeerde keuzes heeft gemaakt om geld te verdienen en dat zijn handelen kwalijk is. Hij heeft direct bij de politie opening van zaken gegeven, voor zover dat kon zonder namen te noemen, en hij nam voor zijn handelen de volledige verantwoordelijkheid. Dit aspect weegt de rechtbank in het voordeel van verdachte mee.

De persoon van de verdachte

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank acht geslagen op het strafblad van verdachte van 26 januari 2026. Hieruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit.

Verdachte is tijdens de politieverhoren en ter terechtzitting open geweest over zijn aandeel en hij heeft verklaard de volle verantwoordelijkheid op zich te nemen voor wat hij heeft gedaan. Verdachte heeft ter terechtzitting ook naar voren gebracht dat hij zijn leven een andere wending heeft gegeven. Hij heeft werk in loondienst en daarnaast werkt hij ook als zzp’er. Hij kan van dit inkomen rondkomen. Verdachte gaat via zijn nieuwe werk daarnaast weer een opleiding volgen. Ook deze omstandigheden weegt de rechtbank mee in het voordeel van verdachte.

De redelijke termijn

De rechtbank constateert dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is overschreden. Als uitgangspunt geldt dat de behandeling van een zaak ter terechtzitting moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaren nadat de redelijke termijn is aanvangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden die een langere duur rechtvaardigen. De redelijke termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens verdachte een handeling is verricht op grond waarvan bij verdachte de redelijke verwachting is gewekt dat hij strafrechtelijk zal worden vervolgd. Verdachte is op 21 september 2021 voor het eerst gehoord door de politie. De rechtbank stelt vast dat op die datum de redelijke termijn is aangevangen. Op het moment dat in deze zaak vonnis wordt gewezen, op 22 april 2026, heeft de vervolging van verdachte ruim vier jaar in beslag genomen. Dat betekent dat de redelijke termijn met twee jaar en ruim zes maanden is overschreden, buiten de schuld van verdachte om.

De strafoplegging

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd, en gelet daarop zou een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meerdere maanden passend zijn geweest. Nu sprake is van een schending van de redelijke termijn ziet de rechtbank aanleiding hiervan af te wijken. De rechtbank acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf ook niet langer passend, omdat verdachte een open en duidelijke verklaring heeft afgelegd over zijn betrokkenheid bij het feit, hij een geringe en ondergeschikte rol heeft gespeeld in het veel omvattende onderzoek, het een zeer oud feit (van zeven jaar geleden) betreft, en verdachte nadien niet meer met politie en justitie in aanraking is gekomen en zijn leven nu op orde heeft. De rechtbank acht een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf daarom passend en geboden.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat de officier van justitie een passend strafvoorstel heeft gedaan. De rechtbank zal aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden opleggen met een proeftijd van twee jaren. De rechtbank zal verdachte daarnaast een taakstraf voor de duur van tweehonderdveertig uren opleggen, te vervangen door honderdtwintig dagen hechtenis als verdachte die taakstraf niet of niet naar behoren verricht. Daarbij worden de dagen die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste zestig dagen doorgebracht in verzekering of voorlopige hechtenis, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt.

7. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c en 22d Sr.

8. De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

primair

het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B en C van de Opiumwet gegeven verbod;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het primair bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden;

- bepaalt dat deze gevangenisstraf in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren de navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren;

- beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;

- beveelt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste zestig dagen doorgebracht in verzekering of voorlopige hechtenis, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Peper, voorzitter, mr. A.F. Germs-de Goede en

mr. R.A. Heblij, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. van der Hulst, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. S.H. Peper
  • mr. A.F. Germs-de Goede
  • mr. R.A. Heblij

Griffier

  • mr. R. van der Hulst

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?