RECHTBANK OVERIJSSEL
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Zwolle
Zaaknummer: C/08/346471 / JE RK 26-493
Datum uitspraak: 16 april 2026
Beschikking verlenging ondertoezichtstelling en machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming Overijssel,
de gecertificeerde instelling, hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Zwolle,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats],
hierna te noemen [minderjarige], of – zoals ter zitting afgesproken;- [minderjarige],
advocaat mr. K. Kok uit Zwolle.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats],
en [minderjarige].
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 30 maart 2026,
het plan van aanpak, ontvangen op 10 april 2026,
de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper, ontvangen op 13 april 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 april 2026. Daarbij waren aanwezig:
[minderjarige] met zijn advocaat;
[naam], namens de GI.
Aan de begeleider van [minderjarige] is bijzondere toegang verleend.
De moeder is niet verschenen; ze blijkt ziek te zijn.
2. De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
[minderjarige] verblijft bij [locatie].
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 19 mei 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 22 mei 2026.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 19 mei 2026 een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 22 mei 2026.
3. Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden. De GI verzoekt de beslissingen uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Op de zitting heeft de GI toegelicht dat er nog wel zorgen zijn over [minderjarige] omdat hij soms nog verkeerde keuzes kan maken. Wel ziet de GI dat [minderjarige] enorm gegroeid is de laatste tijd, mede door de begeleiding van het vast 1 op 1 team. De GI is van mening dat het een intensief traject is, waardoor de stappen zorgvuldig genomen moeten worden. In de aankomende tijd zal de GI werken aan een plan richting de meerderjarigheid van [minderjarige].
4. De standpunten
[minderjarige] zegt dat het wel beter met hem gaat. Soms heeft hij nog momenten dat hij niet weet wat hij moet doen. [minderjarige] vindt dat de 1 op 1 begeleiding hem goed kan helpen en hij heeft goed contact met de jeugdbeschermer. [minderjarige] vindt wel dat er een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing plaats moet vinden, maar hij zou het fijn vinden als dit maar voor drie maanden is, in plaats van de verzochte zes maanden. Hij vindt dat drie maanden voor hem genoeg zijn om uit de gesloten setting te komen.
5. De beoordeling
over de ondertoezichtstelling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De kinderrechter vindt het knap van [minderjarige] dat hij zelf ook heel goed kan verwoorden waar hij problemen mee heeft. Zo vertelde hij op zitting dat het wel wat beter gaat, soms momentjes dat hij niet weet wat hij moet doen. “De 1 op 1 helpen mij met alles, soms heb ik even geen zin in hulp dan loop ik weg. Soms vraag ik aandacht op negatieve manier.” [minderjarige] noemt dat zelf “een beetje dom”.
Het is positief dat er een goede samenwerking is tussen de GI en de moeder. De kinderrechter vindt het knap hoe de moeder het doet en dat ze zich ook open stelt ten aanzien van haar eigen problemen. De kinderrechter is wel van oordeel dat de inzet van GI nodig is vanwege de problematiek rondom [minderjarige] en om de moeder te helpen bij het omgaan daarmee.
De beslissing tot ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
over de gesloten machtiging uithuisplaatsing
De kinderrechter is ook van oordeel dat [minderjarige] nog gesloten geplaatst moet blijven. [minderjarige] doet het goed op de plek waar hij zit, bij [locatie]. De kinderrechter heeft [minderjarige] daar een compliment voor gemaakt, ook dat hij zijn eigen gedrag herkent. Hij maakt goede stappen. De “beetje domme” aandacht-vraag-acties van [minderjarige] zijn in het verleden behoorlijk uit de hand gelopen. En nog steeds is het voor [minderjarige] lastig zichzelf in te houden als het hem te veel wordt.
De gedragswetenschapper, een GZ psycholoog, beschrijft dit goed. [minderjarige] kan er door alle gebeurtenissen van vroeger niet zo veel aan doen, dat hij (te) sterk reageert op dingen die zich voordoen. Dan kan het zo zijn dat hij dingen kapot maakt of wegloopt, of dingen doet die anderen schade toebrengen. [minderjarige] heeft veel nabijheid, toezicht en sturing nodig heeft om niet in de problemen te komen. De structuur die nodig is om [minderjarige] zich veilig te laten voelen, vraagt om een bijzondere intensieve aanpak. [locatie], maar vooral de 1 op 1 begeleiding bieden dat. Als [minderjarige] boosheid voelt opkomen, dan weet hij zich gehoord en gezien door de 1 op 1 begeleiders en ook weet hij dat het niets oplost als hij wegloopt. Die combinatie, die betekent dat [minderjarige] de hele tijd “extern begrensd” wordt en die hem nu gegeven wordt is essentieel voor [minderjarige]’s ontwikkeling. Dat kost tijd en daarom heeft de kinderrechter aan [minderjarige] uitgelegd dat zij het verzoek voor zes maanden toewijst. Zij wil liever dat de jeugdbeschermer haar energie steekt in een goede (vervolg)plek voor [minderjarige], dan aan het schrijven van een stuk voor de rechtbank. Als ze het verzoek voor drie maanden zou toewijzen zou dat zonder meer het geval zijn.
En de kinderrechter wil geen hoop geven aan [minderjarige], dat het allemaal binnen drie maanden geregeld is. Een mogelijke afbouw van de huidige hulpverlening en woonomgeving kan alleen in kleine stapjes om niet weer terug bij af te zijn. Dat zou ontzettend jammer zijn en ook contra-productief: iedereen, ook de samenleving is geholpen met een jongen die tot rust komt en zijn plekje kan vinden, zowel feitelijk als sociaal-emotioneel. Dat betekent: lekker in je vel zitten, [minderjarige].
Vanuit [locatie] kan gekeken worden hoe verder. Formeel: het voortzetten van verblijf in een gesloten accommodatie is noodzakelijk en geschikt om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. Hierom machtigt de kinderrechter de GI om [minderjarige] uit huis te plaatsten in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.
De kinderrechter is van oordeel dat zes maanden in de gesloten jeugdhulp passend is. Het gaat weliswaar beter met [minderjarige] bij [locatie], maar de situatie is op dit moment nog niet stabiel genoeg om de machtiging uithuisplaatsing te verlenen voor drie maanden. De kinderrechter gaat er van uit dat de jeugdbeschermer een nieuw verzoek doet, mocht blijken dat een gesloten setting niet meer passend is voor [minderjarige]. De kinderrechter is van oordeel dat het in het belang van [minderjarige] is, dat er goed gekeken wordt naar een passende woonplek voor hem, maar wil dus geen haast of druk want dat doet [minderjarige] tekort.
De kinderrechter wil daarbij de begeleiding van het vaste 1 op 1 team uitdrukkelijk complimenteren, [minderjarige] heeft hier veel baat bij. [minderjarige] heeft een vorm van begrenzing nodig, die op een goede manier wordt geboden door de 1 op 1 begeleiding.
De beslissingen gelden direct, ook als iemand in hoger beroep gaat. De kinderrechter verklaart daarom de beslissingen af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 22 mei 2027;
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 22 mei 2026 tot 22 november 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2026 door mr. G.M.J. Vijftigschild, kinderrechter, in aanwezigheid van J.W. Popken als griffier, en op schrift gesteld op 30 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.