RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Familie en Jeugd
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08/211082-25 (P)
Datum vonnis: 4 mei 2026
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 2004 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] .
1. Inleiding
Op de terechtzitting
De officier van justitie heeft verdachte (hierna: [verdachte] ) opgeroepen om op 20 april 2026 voor de rechtbank te verschijnen. Deze oproep wordt een dagvaarding genoemd. In de dagvaarding staat de tenlastelegging. In de tenlastelegging staan de beschuldigingen, dus een beschrijving van de strafbare feiten waaraan [verdachte] zich schuldig zou hebben gemaakt.
Op 20 april 2026 hebben de officier van justitie, [verdachte] en zijn raadsman mr. R.B. Venema, advocaat in Almere, tijdens een zitting achter gesloten deuren gezegd wat zij van de beschuldigingen vinden. De rechtbank heeft daar naar geluisterd.
De rechtbank heeft ook geluisterd naar de moeder van [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ). Zij heeft verteld over de gevolgen voor [slachtoffer] van de feiten waarvan [verdachte] wordt beschuldigd.
Het vonnis in het kort
De rechtbank schrijft in dit vonnis hoe zij oordeelt over de beschuldigingen. Dit doet zij aan de hand van verschillende stappen in een bepaalde volgorde, zoals de wet die voorschrijft. De rechtbank komt tot de conclusie dat de beschuldigingen niet kunnen worden bewezen. Dat betekent dat [verdachte] wordt vrijgesproken. Dit oordeel zal de rechtbank hieronder uitleggen.
2. De tenlastelegging
tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] en/of
tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] en/of
en bestaande dat geweld of die één of meer andere feitelijkheden en/of die bedreiging met geweld en/of die één of meer feitelijkheden hierin dat verdachte (telkens)
en bestaande dat geweld en/of die één of meer andere feitelijkheden en/of de bedreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkheden hierin dat verdachte - die [slachtoffer] uit haar (eigen) bed heeft getild en/of heeft meegenomen naar zijn, verdachtes slaapkamer en/of bed en/of
De officier van justitie verdenkt [verdachte] van het plegen van een strafbaar feit.
De beschuldiging komt, kort gezegd, neer op het volgende: dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan verkrachting van [slachtoffer] , dan wel het plegen van handelingen die onder meer bestaan uit het seksueel binnendringen bij [slachtoffer] toen ze nog geen 12 jaar was, dan wel aanranding van [slachtoffer] , dan wel het plegen van ontucht met [slachtoffer] toen zij nog geen 16 jaar was.
Voluit luidt de tenlastelegging aan [verdachte] dat:
primair
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 2020 tot
en met 1 juli 2021 te Staphorst, althans in Nederland,
door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere
feitelijkheid,
[slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2011 heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten
- het brengen en/of het heen en weer bewegen van zijn penis in de vagina en/of
- het brengen en/of heen en weer bewegen van zijn vinger(s) in de vagina en/of
- het laten aftrekken en/of het laten betasten van zijn penis door die [slachtoffer] en/of
- het zichzelf aftrekken ten overstaan en/of in de nabijheid van die [slachtoffer] en/of
- het klaarkomen ten overstaan en/of in de nabijheid van die [slachtoffer] ,
- die [slachtoffer] uit haar (eigen) bed heeft getild en/of heeft meegenomen naar zijn, verdachtes slaapkamer en/of bed en/of
- de onderbroek van die [slachtoffer] heeft uitgetrokken en/of
- zijn hand op de mond van die [slachtoffer] heeft gedrukt en/of heeft gehouden en/of
- die [slachtoffer] tegen haar arm heeft geslagen en/of
- misbruik heeft gemaakt van een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of het uit verdachtes leeftijd voortvloeiende fysieke en/of geestelijke overwicht en/of
- zich (meermalen) agressief en/of dwingend en/of dreigend heeft opgesteld jegens die [slachtoffer] en/of
- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat die [slachtoffer] het tegen niemand mag zeggen en/of
- voorbij is gegaan aan verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer] en/of
- (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 2020 tot
en met 1 juli 2021 te Staphorst, althans in Nederland, met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2011 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten
- het brengen en/of het heen en weer bewegen van zijn penis in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] en/of
- het brengen en/of heen en weer bewegen van zijn vinger(s) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] en/of
- het laten aftrekken en/of het laten betasten van zijn penis door die [slachtoffer] en/of
- het zichzelf aftrekken ten overstaan en/of in de nabijheid van die [slachtoffer] en/of
- het klaarkomen ten overstaan en/of in de nabijheid van die [slachtoffer] ;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of
zou kunnen leiden:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 2020 tot en met 1 juli 2021 te Staphorst, althans in Nederland, door geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of door bedreiging met geweld en/of met één of meer andere feitelijkheden
[slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2011heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten
- het brengen en/of het heen en weer bewegen van zijn penis in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] en/of
- het brengen en/of heen en weer bewegen van zijn vinger(s) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] en/of
- het laten aftrekken en/of het laten betasten van zijn penis door die [slachtoffer] en/of
- het zichzelf aftrekken ten overstaan en/of in de nabijheid van die [slachtoffer] en/of
- het klaarkomen ten overstaan en/of in de nabijheid van die [slachtoffer] ,
- de onderbroek van die [slachtoffer] heeft uitgetrokken en/of
- zijn hand op de mond van die [slachtoffer] heeft gedrukt en/of heeft gehouden en/of
- die [slachtoffer] tegen haar arm heeft geslagen en/of
- misbruik heeft gemaakt van een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of het uit verdachtes leeftijd voortvloeiende fysieke en/of geestelijke overwicht en/of
- zich (meermalen) agressief en/of dwingend en/of dreigend heeft opgesteld jegens die [slachtoffer] en/of
- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat die [slachtoffer] het tegen niemand mag zeggen en/of
- voorbij is gegaan aan verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer] en/of
- (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;
meest subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht
of zou kunnen leiden:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 2020 tot en met 1 juli 2021 te Staphorst, althans in Nederland, met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2011,
die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt,buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten
- het brengen en/of het heen en weer bewegen van zijn penis in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] en/of
- het brengen en/of heen en weer bewegen van zijn vinger(s) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] en/of
- het laten aftrekken en/of het laten betasten van zijn penis door die [slachtoffer] en/of
- het zichzelf aftrekken ten overstaan en/of in de nabijheid van die [slachtoffer] en/of
- het klaarkomen ten overstaan en/of in de nabijheid van die [slachtoffer] .
3. De bewijsoverwegingen
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie vindt dat verkrachting, dus het primair ten laste gelegde, wettig en overtuigend kan worden bewezen.
Het standpunt van de verdediging
[verdachte] heeft tegen de rechtbank gezegd dat hij onschuldig is. Hij heeft verklaard dat [slachtoffer] een aantal keren op eigen initiatief in zijn bed kwam liggen en dat hij dat niet had moeten toelaten, maar dat er vervolgens geen seksuele handelingen tussen hen hebben plaatsgevonden. De raadsman heeft bepleit dat [verdachte] moet worden vrijgesproken van alle beschuldigingen, omdat er niet genoeg wettig en overtuigend bewijs is.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank moet de vraag beantwoorden of [verdachte] in 2020/2021 de toen 9/10-jarige [slachtoffer] heeft verkracht, dan wel seksuele handelingen bij haar heeft verricht.
Het gaat hier om een verdenking van een zedendelict, waarbij de handelingen die [verdachte] zou hebben verricht in verschillende vormen ten laste zijn gelegd. Bij een verdenking van een zedendelict kunnen vaak maar twee mensen vertellen wat er is gebeurd. In dit geval zijn dat [verdachte] en [slachtoffer] . [slachtoffer] heeft verklaard dat [verdachte] haar in de ten laste gelegde periode meerdere keren heeft verkracht en heeft daarbij aangegeven hoe dat gebeurd is. [verdachte] heeft dat ontkend.
De wet bepaalt dat alleen de verklaring van [slachtoffer] niet genoeg is om de beschuldigingen tegen [verdachte] te bewijzen. Er is meer bewijs nodig om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. De rechtbank moet daarom beoordelen of er in het dossier ander bewijs is dat de verklaring van [slachtoffer] ondersteunt.
Welke bewijsmiddelen zijn er in het dossier?
De moeder van [slachtoffer] heeft aangifte gedaan namens [slachtoffer] en heeft verteld wat ze van [slachtoffer] heeft gehoord. [slachtoffer] heeft haar verteld dat “het” in 2020 is gebeurd nadat [verdachte] haar ’s avonds naar zijn bed riep of haar ophaalde. [slachtoffer] moest dan haar kleren uitdoen en [verdachte] heeft aan [slachtoffer] gezeten en is ook in haar geweest. [slachtoffer] is op dezelfde dag dat haar moeder aangifte heeft gedaan bij de politie verhoord. Zij heeft toen verklaard dat [verdachte] haar vaak ophaalde uit haar bed of riep dat ze naar hem toe moest komen. Hij trok dan haar onderbroek uit en ging met zijn piemel in haar vagina. Ze stribbelde tegen, maar omdat [verdachte] sterker was, stopte het niet. [slachtoffer] heeft verder verteld dat ze [verdachte] ook moest aftrekken en dat hij haar vingerde. [getuige] , het vriendje van [slachtoffer] , heeft verklaard dat [slachtoffer] hem eind 2023 geëmotioneerd heeft verteld dat zij drie jaar eerder is aangerand door [verdachte] . [verdachte] heeft toen seksuele dingen bij haar gedaan die zij niet leuk vond. In het dossier bevindt zich een geluidsopname van een gesprek op 17 augustus 2023, waarin [verdachte] door zijn vader, [slachtoffer] en de moeder van [slachtoffer] wordt geconfronteerd met de beschuldigingen. [verdachte] zegt in dat gesprek dat hij verstandig had moeten zijn en dat het zijn schuld is dat “het” is gebeurd, maar dat hij geen seks heeft gehad met [slachtoffer] , dat zijn penis alleen “ervoor” is geweest en dat hij [slachtoffer] nooit ergens toe heeft gedwongen. Ten slotte bevat het dossier een weergave van notities en appgesprekken uit de telefoon van [slachtoffer] .
Overweging van de rechtbank
De rechtbank stelt vast dat de verklaringen van zowel de moeder van [slachtoffer] als getuige [getuige] voortkomen uit hetgeen [slachtoffer] aan hen heeft verteld. Dat betekent dat de informatie in deze verklaringen uit dezelfde bron komt, namelijk [slachtoffer] . Dat geldt ook voor de inhoud van de notities en appgesprekken uit haar telefoon. Zoals hiervoor is uitgelegd, kunnen deze verklaringen en informatie daarom niet dienen als ondersteuning voor de verklaring van [slachtoffer] .
Ook de emotie bij [slachtoffer] waarover door getuige [getuige] is verklaard, kan niet gelden als steunbewijs voor de verklaring van [slachtoffer] , omdat het niet gaat om emotie die is waargenomen vlak na de beweerde seksuele handelingen maar pas (drie) jaren later.
De opname van het gesprek waarin [verdachte] is geconfronteerd met de beschuldigingen, met name zijn opmerking dat hij alleen “ervoor” is geweest, roept zeker vragen op bij de rechtbank, maar bevat goed beschouwd ook geen concreet steunbewijs over wat er is gebeurd tussen [slachtoffer] en [verdachte] in de periode 1 november 2020 tot en met 1 juli 2021.
Hieruit blijkt namelijk niet wat “het” is waarover [verdachte] spreekt en hoe het zover is gekomen, terwijl wel duidelijk is dat dwang en binnendringen in het lichaam van [slachtoffer] door [verdachte] stellig wordt ontkend. Dat betekent dat de rechtbank niet kan vaststellen óf, en zo ja welke seksuele handelingen er zouden hebben plaatsgevonden tussen [slachtoffer] en [verdachte] , laat staan of dat de seksuele handelingen zijn die in de tenlastelegging zijn genoemd en of daarbij sprake was van enige mate van dwang door [verdachte] .
Dat maakt dat de rechtbank tot het oordeel komt dat het steunbewijs dat nodig is om te kunnen vaststellen dat de ten laste gelegde handelingen hebben plaatsgevonden niet aanwezig is. De rechtbank is dan ook van oordeel dat niet kan worden bewezen wat primair, subsidiair, meer subsidiair en meest subsidiair aan [verdachte] ten laste is gelegd. De rechtbank zal [verdachte] daarvan vrijspreken.
4. De schade van benadeelde
De vordering van de benadeelde partij
[naam] heeft zich namens [slachtoffer] als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert [verdachte] te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 600,00 (zeshonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de kosten van twee EMDR-therapiesessies die [slachtoffer] heeft gevolgd in het traumacentrum.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevraagd de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel toe te wijzen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft, gelet op de vrijspraak die hij heeft bepleit, verzocht de vordering niet-ontvankelijk te verklaren.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal de benadeelde partij op grond van artikel 361, tweede lid, Sv niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, omdat de rechtbank [verdachte] van het ten laste gelegde feit vrijspreekt.
5. De beslissing
De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder primair, subsidiair, meer subsidiair en meest subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
schadevergoeding
- bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering;
- bepaalt dat de benadeelde partij en verdachte ieder de eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.J. Vijftigschild, voorzitter, tevens kinderrechter,
mr. B.T.C. Jordaans, kinderrechter, en mr. P. de Mos, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. A. de Bruin, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2026.
Buiten staat
Mr. De Mos en mr. De Bruin zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.