ECLI:NL:RBOVE:2026:2491

ECLI:NL:RBOVE:2026:2491

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 06-05-2026
Datum publicatie 08-05-2026
Zaaknummer C/08/333817 / HA ZA 25-176
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Deze procedure heeft betrekking op de nalatenschap van de moeder van partijen. Eisers willen dat de rechtbank de omvang en de verdeling van de nalatenschap gelast of vaststelt. Volgens eisers heeft de nalatenschap vorderingen op gedaagde uit hoofde van onrechtmatige daad. Gedaagde heeft volgens hen de pinpas van moeder gebruikt om boodschappen voor haarzelf te betalen en om geldbedragen voor zichzelf op te nemen. Gedaagde heeft deze stellingen grotendeels betwist. De rechtbank zal in dit vonnis de vorderingen en verweren beoordelen en de verdeling van de nalatenschap gelasten.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer: C/08/333817 / HA ZA 25-176

Vonnis van 6 mei 2026

in de zaak van

1. [eiser 1],

te [woonplaats 1],2. [eiser 2],

te [woonplaats 2] (Verenigd Koninkrijk),3. [eiser 3],

te [woonplaats 3] (Kreta) (Griekenland),

eisende partijen,

hierna afzonderlijk te noemen: [eiser 1], [eiser 2] en [eiser 3],en samen te noemen: eisers,

advocaat: mr. T.A.D. Luijten,

tegen

[gedaagde] ,

te [woonplaats 4],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] of gedaagde,

advocaat: mr. E. van Haasteren.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 27 mei 2025 met producties 1 t/m 19- de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 3- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald

- de akte van eisers houdende overlegging producties (20 t/m 25) en houdende vermeerdering van eis,

- de mondelinge behandeling van 15 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,

- de pleitnota’s van mr. Luijten en mr. van Haasteren, zoals overgelegd en voorgedragen tijdens de mondelinge behandeling.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Waar de zaak over gaat

Deze procedure heeft betrekking op de nalatenschap van de moeder van partijen. Eisers willen dat de rechtbank de omvang en de verdeling van de nalatenschap gelast of vaststelt. Volgens eisers heeft de nalatenschap vorderingen op gedaagde uit hoofde van onrechtmatige daad. Gedaagde heeft volgens hen de pinpas van moeder gebruikt om boodschappen voor haarzelf te betalen en om geldbedragen voor zichzelf op te nemen. Gedaagde heeft deze stellingen grotendeels betwist. De rechtbank zal in dit vonnis de vorderingen en verweren beoordelen en de verdeling van de nalatenschap gelasten.

3. De feiten

De drie eisers zijn de broer en zussen van [gedaagde].

De vader van partijen - [erflater] - is overleden op [overlijdensdatum 1] 2019. Vader heeft bij testament over zijn nalatenschap beschikt. In dat testament is een zoon van vader uit een eerder huwelijk onterfd. Deze zoon heeft een beroep gedaan op zijn legitieme. Partijen en hun moeder zijn bij testament benoemd tot erfgenamen ieder voor gelijke delen. De nalatenschap van vader is onder leiding van een notaris afgewikkeld, waarbij is vastgesteld dat de omvang van de kindsdelen een bedrag van € 23.397,82 per kind bedraagt.

De moeder van partijen - [erflaatster] - is overleden op [overlijdensdatum 2] 2021. Moeder heeft bij testament over haar nalatenschap beschikt. Zij heeft haar vier kinderen (eisers en gedaagde in deze procedure) tot erfgenamen benoemd, ieder voor gelijke delen. In het testament is zoon [eiser 1] benoemd tot executeur en [eiser 1] heeft deze benoeming aanvaard.

Moeder heeft bij leven op 22 november 2019 bij notariële akte een volmacht gegeven aan [eiser 1] en [gedaagde] om haar te vertegenwoordigen en haar belangen waar te nemen en te behartigen bij alle voorkomende rechtshandelingen en inbezitneming en afgifte van goederen namens de volmachtgeefster van alle goederen die deel uitmaken van het vermogen van de volmachtgeefster. Daarbij is bepaald dat de volmacht uitgeoefend kan worden als de notaris heeft vastgesteld dat moeder wilsonbekwaam is geworden.

In verband met een corona besmetting is moeder in november 2020 opgenomen geweest in het ziekenhuis en in de periode van 11 november tot 18 november 2020 verbleef zij in een verpleeghuis.

Op 11 december 2020 heeft de notaris moeder in haar woning bezocht en heeft hij met haar gesproken. Naar aanleiding daarvan en van een verklaring van de huisarts heeft de notaris op 6 januari 2021 in een akte genaamd “Attest Notarisregie” vastgelegd dat moeder op dat moment wilsonbekwaam is ten aanzien van in de akte genoemde rechtshandelingen.

In aansluiting daarop is in de akte bepaald dat [eiser 1] en [gedaagde] tezamen bevoegd zijn tot: het doen van opgaven, al dan niet in de vorm van het invullen en ondertekenen van formulieren (…), alsmede het nemen van beslissingen en verrichten van (rechts)handelingen op medisch gebied (…). Het mogen bepalen van de woon- en zorgomgeving van de volmachtgeefster (…)

In de akte staat ook: Ten aanzien van overige rechtshandelingen heb ik notaris geconstateerd dat het voorlopig niet noodzakelijk is hieromtrent een attest te geven.

Na het overlijden van moeder heeft [eiser 1] als executeur aan [bedrijf] een boedelvolmacht gegeven voor de afwikkeling van de nalatenschap. Op 18 november 2021 is de verklaring van erfrecht opgesteld. Partijen hebben allemaal de nalatenschap zuiver aanvaard en daarbij ieder de opdracht gegeven aan [bedrijf] voor het verrichten van benodigde boedelhandelingen.

Ten behoeve van de afwikkeling van de nalatenschap is de woning die daarvan onderdeel was, verkocht. De overdracht vond plaats op 31 mei 2022. De opbrengst van de woning bedroeg € 514.397,60.

De kindsdelen van [eiser 1], [eiser 2] en [eiser 3] uit de nalatenschap van hun vader zijn op of omstreeks 27 juni 2023 aan hen uitgekeerd. Het erfdeel van [gedaagde] is tot op heden nog niet aan [gedaagde] uitgekeerd.

Door schuldeisers van [gedaagde] is beslag gelegd op de erfdelen van [gedaagde] uit de nalatenschappen van haar ouders.

4. Het geschil

[eisers] vorderen, na wijziging van eis, dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. de omvang van de nalatenschap van wijlen mevrouw [erflaatster], inclusief de kindsdelen ter zake de nalatenschap van de heer [erflater], vast zal stellen op een totaal bedrag van € 492.521,21 te vermeerderen /te verminderen met de notariskosten voor zover die kosten hoger of lager zullen zijn dan het begrote bedrag van € 25.000,00 en te verminderen met eventuele bankkosten die na het opmaken van de laatste staat van ontvangsten en uitgaven nog zijn gemaakt, en te vermeerderen met een waarde van € 10.000,00 ter zake de auto van erflaatster, althans een door de rechtbank te bepalen waarde, en een bedrag van € 10.000,00 ter zake de sieraden van erflaatster, althans een door de rechtbank te bepalen waarde;

II. de verdeling van de nalatenschap van mevrouw [erflaatster] zal gelasten, op grond van de staat van ontvangsten en uitgaven (productie 14 bij dagvaarding) en daarbij rekening te houden met de extra opgenomen geldbedragen en de aanvullende opmerkelijke transacties, en de wijze van verdeling vast te stellen door te bepalen dat:- ieder van de erfgenamen, zijnde eisers en gedaagde, gerechtigd zijn tot 1/4e deel van de nalatenschap,

- op het erfdeel van gedaagde een bedrag in mindering dient te strekken van (€ 75.769,29 + € 2.000,00 + € 18.780,90 =) € 93.550,19 en te bepalen dat aan eisers ieder 1/3 deel van dit bedrag toekomt, - de auto van erflaatster aan gedaagde wordt toebedeeld en dat gedaagde wegens overbedeling een bedrag van € 2.500,00 per persoon aan eisers dient te voldoen vanuit haar erfdeel,- de sieraden van erflaatster aan gedaagde worden toebedeeld en dat gedaagde wegens overbedeling een bedrag van € 2.500,00 per persoon aan eisers dient te voldoen vanuit haar erfdeel,- de kosten van de notaris ter zake van de afwikkeling van deze nalatenschap voor 50% ten laste komen van gedaagde en voor 50% ten laste van eisers en dat deze kosten verrekend dienen te worden met de erfdelen van eisers en gedaagde,- de aan eisers toekomende erfdelen/bedragen aan eisers dienen te worden uitgekeerd en dat notaris mr. Koopman van [bedrijf] bevoegd is om dit uit te voeren,- het bedrag dat nog aan gedaagde toekomt aan de curator/de beslagleggers dient te worden uitgekeerd en dat notaris mr. Koopman van [bedrijf] bevoegd is dit uit te voeren;

III. gedaagde zal veroordelen om binnen twee weken na het in deze procedure te wijzen vonnis haar medewerking te verlenen aan de wijze van verdeling zoals de rechtbank gelast, bij gebreke waarvan het vonnis van de rechtbank in de plaats treedt van de benodigde toestemming en/of handtekening en/of wilsverklaring van gedaagde;

IV. althans de omvang en de verdeling van de nalatenschap van mevrouw [erflaatster], inclusief de kindsdelen ter zake de nalatenschap van de heer [erflater], in goede justitie zal vaststellen en zal bepalen op welke wijze de nalatenschap verdeeld dient te worden;

V. gedaagde zal veroordelen in de kosten van de procedure, waaronder de nakosten, één en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van betekening van het vonnis.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eisers], dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eisers], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eisers] in de kosten van deze procedure.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5. De beoordeling

Beoordelingskader

Deze procedure heeft betrekking op de afwikkeling en de verdeling van de nalatenschap van de moeder van partijen. De vier erfgenamen, namelijk eisers en gedaagde, zijn het niet eens over de verdeling. [eiser 1] heeft als executeur bij de afwikkeling van de nalatenschap de hulp ingeroepen van een notaris. Eisers stellen als uitgangspunt voor de onderbouwing van hun vordering op [gedaagde] dat er ten overstaan van de notaris een afspraak met [gedaagde] tot stand is gekomen. Volgens hen is de strekking van die afspraak dat [gedaagde] heeft erkend dat zij een aanzienlijk bedrag aan de nalatenschap heeft onttrokken en dat zij ermee heeft ingestemd om dit bedrag te beschouwen als voorschot op haar erfdeel uit de nalatenschap. [gedaagde] heeft echter in haar verweer bij antwoord betwist dat zij een dergelijke erkenning heeft gedaan en dat een dergelijke afspraak is gemaakt. Vervolgens hebben eisers hun vordering gewijzigd.

De rechtbank gaat eerst in op de grondslag van de vordering. Eisers vorderen in deze procedure verdeling van de nalatenschap en betogen dat daarbij rekening moet worden gehouden met vorderingen die de nalatenschap volgens eisers nog heeft op [gedaagde] vanwege de bedragen die [gedaagde] zich volgens eisers ten onrechte heeft toegeëigend. De notaris is over die onttrekkingen in gesprek gegaan met [gedaagde] en eisers stellen dat [gedaagde] daarbij tot een erkenning en een afspraak tot verrekening is gekomen. Om de vordering van de nalatenschap op [gedaagde] te onderbouwen, hebben eisers een beroep gedaan op nakoming van de afspraak die [gedaagde] met de notaris zou hebben gemaakt en zij hebben in verband daarmee gevorderd dat de rechtbank zal vaststellen dat de door hen genoemde bedragen in mindering zullen strekken op het erfdeel van [gedaagde]. De rechtbank kan echter niet uitgaan van de door eisers gestelde afspraak. De afspraak is namelijk niet schriftelijk vastgelegd en [gedaagde] betwist uitdrukkelijk dat zij een dergelijke afspraak heeft gemaakt.

Onrechtmatige daad

Nu de afspraak niet kan worden vastgesteld, komt de vraag op hoe de door eisers gestelde vorderingen van de nalatenschap op [gedaagde] dan moeten worden beoordeeld. De rechtbank begrijpt uit de dagvaarding dat onder de door eisers bedoelde afspraak de stelling van eisers ligt dat er sprake is van financieel ouderenmisbruik. Volgens de dagvaarding hebben eisers namelijk afgezien van het doen van aangifte tegen [gedaagde] omdat zij er van uit gingen dat er bij de notaris een afspraak tot stand was gekomen. De afspraak met gedaagde zou zijn gemaakt om een vordering op grond van ouderenmisbruik/onrechtmatig handelen af te kopen. Dit volgt ook uit de verklaring van de notaris van 22 april 2025. In hun pleitnota hebben eisers ook hun stelling herhaald dat [gedaagde] met de pintransacties en geldopnames misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en zwakke positie van moeder. Zij willen dat de rechtbank ten aanzien van deze bedragen tot verrekening komt met de nalatenschap. De rechtbank begrijpt de stellingen van eisers zo dat zij naast het beroep op nakoming van de afspraak ook willen dat verrekening plaatsvindt vanwege gesteld financieel ouderenmisbruik. Hieruit leidt de rechtbank af dat de vordering oorspronkelijk en in deze procedure mede is gegrond op onrechtmatige daad. Het gaat in dit geval om het feit dat [gedaagde] volgens eisers onrechtmatig gebruik heeft gemaakt van de bankpassen van moeder en dat zij zich daarmee onrechtmatig gelden heeft toegeëigend. Als gevolg daarvan heeft de nalatenschap volgens eisers nu een vordering op [gedaagde]. Nu het beroep op nakoming van de afspraak gelet op het voorgaande niet slaagt, zal de rechtbank de vordering hierna verder op grond van onrechtmatige daad beoordelen.

Het partijdebat sluit daar ook bij aan, omdat partijen feitelijk hebben gedebatteerd over de vraag of [gedaagde] al dan niet gerechtigd was de bedragen te ontvangen. [gedaagde] betoogt dat op haar geen verplichting tot rekening en verantwoording rust en dat zij daarom geen bedragen verschuldigd is aan de nalatenschap. De rechtbank volgt [gedaagde] daarin niet. Zoals hiervoor is uitgelegd, moeten de stellingen van eisers met betrekking tot financieel ouderenmisbruik inhoudelijk worden beoordeeld op grond van onrechtmatige daad. De rechtbank zal daartoe overgaan en daarbij ook het inhoudelijke verweer van gedaagde betrekken ten aanzien van de geldopnames en de pintransacties.

Eisers hebben betoogd dat [gedaagde] zich ten onrechte gelden van moeder heeft toegeëigend door het opnemen van geldbedragen en het ten onrechte doen van pinbetalingen ten behoeve van zichzelf. Daarnaast betogen eisers dat [gedaagde] nog geld aan de nalatenschap is verschuldigd in verband met de auto en de sieraden. De rechtbank zal deze posten achtereenvolgens beoordelen.

Het opnemen van geldbedragen

Eisers stellen dat [gedaagde] in de laatste periode van het leven van hun moeder veel bij moeder over de vloer kwam in het kader van mantelzorg en dat zij in de positie was om gebruik te kunnen maken van de bankpassen (ING en ABN) van moeder. Zij stellen dat [gedaagde] in de periode van 11 juli 2020 tot en met 13 december 2021 in totaal een bedrag van € 62.420,= heeft opgenomen van de bankrekening van moeder. Het gaat daarbij om een groot aantal opnames van bedragen van € 1.000,00 (soms zelfs twee maal op één dag) die zowel voor als na het overlijden van moeder zijn gedaan. Eisers stellen dat moeder geen opdracht heeft gegeven voor het opnemen van deze geldbedragen en dat deze bedragen niet aan moeder ten goede zijn gekomen. De stellingen van eisers komen erop neer dat volgens hen de nalatenschap van moeder een vordering heeft gekregen op [gedaagde] ter grootte van de onterecht opgenomen geldbedragen.

[gedaagde] erkent dat zij ná het overlijden van moeder geldopnames heeft gedaan van de bankrekeningen van moeder ten behoeve van haarzelf. Dat betekent dat zij daarmee erkent dat de nalatenschap in elk geval voor een deel van het door eisers gestelde bedrag een vordering op haar heeft. [gedaagde] betwist echter dat zij betrokken was bij de geldopnames die plaatsvonden in de periode vóór het overlijden van hun moeder. De rechtbank volgt [gedaagde] hierin niet. De rechtbank zal dat hierna toelichten.

[gedaagde] betwist weliswaar dat zij betrokken was bij de opname van diverse geldbedragen in de laatste periode van het leven van moeder, maar ze licht dat niet nader toe. Op de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] slechts verklaard dat ze die opnames vreemd vindt en ze suggereert dat anderen dat zouden hebben gedaan. Dat verweer is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende in het licht van haar betrokkenheid bij het leven van moeder. [gedaagde] heeft immers zelf aangevoerd dat zij (samen met haar partner) nauw betrokken was bij de zorg voor haar moeder, bijvoorbeeld door klusjes in huis te doen, voor moeder te koken en boodschappen voor haar te doen. Zij erkent dat zij die boodschappen betaalde met de pinpas van moeder. Verder is van belang dat tussen partijen vaststaat dat eisers in die periode op grote afstand van moeder woonden. [eiser 2] en [eiser 3] woonden in die periode namelijk in het buitenland (Engeland en Italie) en [eiser 1] woonde weliswaar in Nederland maar op een afstand van ongeveer 200 km van het huis van moeder. Eisers hebben onbetwist verklaard dat zij maar af en toe bij moeder kwamen. Die omstandigheid maakt het niet direct aannemelijk dat zij bij de geldopnames betrokken zouden zijn. Bovendien betwisten eisers dat zij betrokken waren bij het opnemen van geldbedragen. Het had daarom op de weg van [gedaagde] gelegen om een nadere toelichting te geven op de door haar veronderstelde mogelijke betrokkenheid van haar broer en zussen bij het opnemen van geldbedragen. Daarnaast vindt de rechtbank het volgende van belang. Naar het oordeel van de rechtbank ligt het patroon van de geldopnames ná overlijden in het verlengde van de opnames vóór overlijden en vaststaat dat [gedaagde] de geldopnames na overlijden zonder meer heeft erkend. Om succesvol verweer te voeren had [gedaagde] ook daarom meer moeten aanvoeren over de geldopnames tijdens het leven van moeder. Het verweer dat nu gevoerd wordt, is onvoldoende. Verder is van deze opgenomen geldbedragen niet gesteld of gebleken dat die ten behoeve van moeder zijn gekomen of dat moeder daarvoor opdracht heeft gegeven. Bovendien is niet gesteld of gebleken dat deze pinopnames pasten binnen een normaal uitgavenpatroon van moeder. [gedaagde] heeft alleen nog toegelicht dat er in juridische zin geen verplichting tot rekening en verantwoording op haar rust. Dat is – nu de rechtbank op basis van de stellingen vaststelt dat [gedaagde] de pinopnames zonder (rechts)grond heeft gedaan – niet genoeg om tot een ander oordeel te komen. Dat maakt dat het gaat om onrechtmatige onttrekkingen van geldbedragen uit het vermogen en de nalatenschap van moeder. De rechtbank is daarom van oordeel dat de nalatenschap in verband daarmee een vordering van € 62.420,00 heeft op [gedaagde].

Pinbetalingen van boodschappen, dierenarts, benzine

Eisers stellen dat naast deze geldopnames ook sprake is geweest van diverse betalingen door [gedaagde] vanaf de rekening van moeder met behulp van moeders pinpas, maar ten behoeve van [gedaagde]. Eisers zijn bij dagvaarding uitgegaan van de bevindingen van de notaris. De notaris heeft bij zijn werkzaamheden in verband met de afwikkeling van de nalatenschap geconstateerd dat er vele pintransacties (betalingen met de pinpas van moeder, in veel gevallen bij supermarkten) ten laste van de rekeningen van moeder hebben plaatsgevonden in de periode van 22 april 2019 tot aan [overlijdensdatum 2] 2021 (de datum van overlijden van moeder). Daarnaast heeft de notaris geconstateerd dat er nog betalingen hebben plaatsgevonden in de periode van 7 oktober 2021 tot en met 10 december 2021. In die laatste periode ging het om één betaling bij een supermarkt en betalingen bij onder andere een autobedrijf. De notaris kwam tot een totaalbedrag van € 12.349,29 aan zogenaamde ‘opmerkelijke pintransacties’. Bij akte vermeerdering van eis hebben eisers nog meer pintransacties aangemerkt als opmerkelijke transacties. De door eisers als ‘opmerkelijke pintransacties’ aangemerkte betalingen hebben na vermeerdering van eis betrekking op de periode van 22 april 2019 tot en met 20 januari 2022. Het gaat volgens eisers om een totaalbedrag van € 31.130,19. Volgens eisers moet dit bedrag als een vordering van de nalatenschap op [gedaagde] worden aangemerkt. De rechtbank begrijpt de stellingen van eisers als volgt. Volgens eisers heeft [gedaagde] onrechtmatig gebruik gemaakt van de bankpas van moeder om daarmee betalingen te doen ten behoeve van zichzelf. [gedaagde] heeft hiertegen verweer gevoerd.

[gedaagde] betwist dat zij onrechtmatig gebruik heeft gemaakt van de bankpassen van moeder. [gedaagde] erkent dat zij naast boodschappen voor moeder ook boodschappen deed voor zichzelf, maar voert aan dat zij toestemming had van moeder om naast boodschappen voor moeder ook boodschappen en bepaalde uitgaven voor zichzelf te betalen met de betaalpas van moeder. [gedaagde] voert aan dat moeder tegen haar heeft gezegd ‘doe ook maar boodschappen voor jezelf’ omdat moeder blij was met hetgeen [gedaagde] en haar partner voor moeder deden in die periode. Volgens [gedaagde] heeft moeder ook expliciet toestemming gegeven om de nota van de dierenarts te betalen. Daarnaast voert [gedaagde] aan dat uit het attest van de notaris niet volgt dat moeder volledig wilsonbekwaam was. Het attest had vooral betrekking op beslissingen over medische zaken en gaat niet zover dat moeder niet meer in staat zou zijn om haar financiële belangen te overzien.

De rechtbank oordeelt als volgt. Partijen zijn het erover eens dat uit het attest van de notaris niet blijkt dat moeder haar financiën niet meer kon beheren. Hoewel vaststaat dat [gedaagde] met de pinpas van moeder boodschappen heeft betaald, is dat niet genoeg om aan te nemen dat dit onrechtmatig is geweest. Anders dan bij de pinopnames van grote bedragen, gaat het hier ook niet om bedragen die vanwege de omvang en onverklaarbaarheid al ongebruikelijk zijn, maar om een optelsom van op zichzelf te rechtvaardigen pintransacties in supermarkten en andere winkels. Om onrechtmatig handelen aan te nemen, zou moeten vaststaan dat [gedaagde] deze betalingen tegen de wil van moeder heeft gedaan. Dat is echter niet komen vast te staan. Eisers hebben namelijk niet de stelling van [gedaagde] weersproken dat moeder aan haar toestemming heeft gegeven om betalingen van boodschappen voor zichzelf te doen. Als eisers desondanks menen dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld, dan hadden zij die stelling dat de uitgaven voor boodschappen en aankopen in andere winkels tegen de wil van moeder waren, nader moeten toelichten en onderbouwen. Die onderbouwing is echter niet gegeven. Daarom is onvoldoende gesteld om aan te nemen dat de pinbetalingen als onrechtmatige onttrekkingen zijn aan te merken. De rechtbank acht in dat kader mede van belang dat [eiser 1] op de mondelinge behandeling heeft verklaard dat hij bij zijn bezoek aan moeder de post opruimde en dat hij dan ook de bankafschriften in een mapje deed. [eiser 1] had naar aanleiding daarvan vragen kunnen stellen over de afboekingen op de rekeningafschriften maar dat heeft hij niet gedaan. Uit zijn toelichting blijkt juist dat moeder zich over de uitgaven niet zo druk maakte. Die verklaring sluit aan bij het verweer van [gedaagde]. Niet gesteld of gebleken is dat de pintransacties op de bankafschriften op dat moment aanleiding waren om nadere vragen te stellen. Gelet op het voorgaande is de rechtbank dan ook van oordeel dat de door eisers genoemde opmerkelijke pintransacties – behoudens de kosten voor de auto (zie hierna) - niet kunnen leiden tot een vordering van de nalatenschap op [gedaagde].

De auto

Eisers stellen dat [gedaagde] zich de auto van moeder heeft toegeëigend en dat deze daarom in het kader van de verdeling aan haar moet worden toebedeeld. [gedaagde] heeft betwist dat dit het geval is. Volgens [gedaagde] heeft moeder de auto bij leven aan haar geschonken. Zij heeft daarom wel erkend dat de kosten voor de auto voor haar rekening behoren te komen, maar zij betwist dat de auto moet worden betrokken in de verdeling van de nalatenschap.

De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat de auto van moeder aan [gedaagde] is geschonken. [gedaagde] heeft weliswaar kortweg gesteld dat moeder de auto bij leven aan haar heeft geschonken, maar eisers hebben dat weersproken en een nadere onderbouwing voor haar stelling heeft [gedaagde] niet gegeven. Die stelling strookt ook niet met het feit dat de auto bij leven nog op naam van moeder stond. Het enkele feit dat [gedaagde] stelt dat zij van moeder de auto mocht gebruiken, betekent niet dat zij de auto heeft gekregen. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat de auto van moeder tot de nalatenschap behoort. Omdat wel vaststaat dat [gedaagde] de auto na het overlijden onder zich hield en vervolgens heeft verkocht, heeft de nalatenschap een vordering op [gedaagde] met betrekking tot de waarde van de auto.

Volgens eisers moet er van uit worden gegaan dat de waarde van de auto op het moment van overlijden € 10.000,00 bedroeg. Eisers baseren dat bedrag op een verklaring van het garagebedrijf waarbij de auto in onderhoud was. Volgens die verklaring bedroeg de waarde van de auto in maart 2021 € 10.000,00. Nu [gedaagde] zelf niets heeft gesteld over de waarde van de auto en het door eisers genoemde bedrag niet gemotiveerd heeft betwist, zal de rechtbank uitgaan van het door eisers genoemde bedrag.

[gedaagde] heeft erkend dat zij na het overlijden van moeder kosten heeft gemaakt aan de auto die voor haar rekening behoren te komen. Het gaat om een bedrag van € 1.710,47. Dit bedrag zal de rechtbank daarom aanmerken als een vordering van de nalatenschap op [gedaagde].

Sieraden

Zowel eisers als gedaagde brengen naar voren dat moeder sieraden had en zij beschuldigen elkaar over en weer ervan dat de sieraden zijn meegenomen naar huis. Beide partijen betwisten echter dat zij over de sieraden beschikken. Bovendien verschillen partijen van mening over de voorwerpen waar het over gaat en over de waarde ervan en geen van partijen heeft concrete stukken overgelegd ter onderbouwing van die waarde. De rechtbank is daarom van oordeel dat er ten aanzien van de eventuele sieraden te weinig is gesteld. De rechtbank zal de sieraden niet betrekken bij het vaststellen van het saldo van de nalatenschap.

De verdeling

Het voorgaande leidt tot de hieronder volgende vaststelling van het saldo van de nalatenschap en de verdeling daarvan. Daarbij wordt opgemerkt dat de notariskosten hierna als aparte vordering worden besproken en beoordeeld, aangezien de hoogte van het bedrag daarvan nog niet vaststaat. Hetzelfde geldt voor eventuele bankkosten.

bezittingen

schulden

Volgens productie 14 dagvaarding,

waarin begrepen de opbrengst van de woning

€ 543.919,03

Vorderingen op [gedaagde]:

a) in verband met opnemen geld periode van 11 juli 2020 tot en met 13 december 2021

b) auto (waarde bepaling per maart 2021)

c) kosten aan de auto

€ 62.420,00

€ 10.000

€ 1.710,47

Vordering van [gedaagde] op de nlp, betreft kindsdeel uit nlp vader

€ 23.397,82

Kosten (zie productie 14):

- (Notariskosten)

- ontruiming, reparatie, opslag

(zie hieronder)

€ 3.000,00

Totaal

€ 618.049,50

€ 26.397,82

SALDO nlp

€ 591.651,68

Van het saldo van de nalatenschap van € 591.651,68 komt aan ieder van de erfgenamen 1/4e deel toe, dat wil zeggen een bedrag van € 147.912,92. Op het erfdeel van [gedaagde] moeten de vorderingen van de nalatenschap op [gedaagde] worden toegerekend. Dat is in totaal een bedrag van € 74.130,47 (62.420 + 10.000 + 1710,47). Daarnaast heeft [gedaagde] nog recht op betaling van een bedrag van € 23.397,82 wegens haar erfdeel uit de nalatenschap van vader. Aan [gedaagde] komt daarom per saldo toe een bedrag van € 97.180,27. Hierin zijn de onrechtmatige onttrekkingen dus verdisconteerd, zoals door eisers gevorderd.

Notariskosten

Eisers stellen dat de opstelling van [gedaagde] bij de afwikkeling van de nalatenschap heeft geleid tot extra kosten. Volgens eisers heeft de notaris veel tijd moeten besteden aan onderzoek naar de geldopnames en pinbetalingen vanaf de bankrekening(en) van moeder omdat [gedaagde] daarover niet uit zichzelf openheid van zaken gaf. Daarnaast heeft de notaris tijd moeten besteden aan partijen die beslag wilden leggen op het erfdeel van [gedaagde]. Volgens eisers kunnen de kosten van de notaris pas definitief worden vastgesteld na de verdeling en definitieve afwikkeling van de nalatenschap. Eisers vorderen dat de rechtbank zal bepalen dat de helft van het bedrag van de notariskosten ten laste van [gedaagde] komt en dat de andere helft van dat bedrag ten laste van eisers komt. Dit kan gebeuren door verrekening met de erfdelen van ieder. [gedaagde] heeft hiertegen verweer gevoerd, maar dit verweer slaagt niet. Hiervoor in dit vonnis is geoordeeld dat [gedaagde] onrechtmatig geldbedragen heeft opgenomen met de bankpas van moeder. Aangezien [gedaagde] die transacties niet uit zichzelf heeft erkend, was onderzoek daarnaar noodzakelijk. Daarbij past dat [gedaagde] de extra kosten die daarmee gemoeid waren, vergoedt. Dat betreft een vorm van schadevergoeding. Verder is ook alleen aan de kant van [gedaagde] sprake van schuldeisers die beslag hebben gelegd op haar erfdeel, zodat ook wat dat betreft werkzaamheden zijn verricht en kosten zijn gemaakt die verband houden met [gedaagde]. Aangezien de hoogte van de schade op dit moment niet precies kan worden vastgesteld, zal de rechtbank in redelijkheid bepalen dat 50% van de notariskosten door [gedaagde] moet worden voldaan. Dat [eiser 1] bij het onderzoek de hulp van een notaris heeft ingeschakeld maakt dat oordeel niet anders.

Bankkosten

Eventuele bankkosten die gedurende de afwikkeling van de nalatenschap zijn gemaakt, kunnen op dit moment niet door de rechtbank worden vastgesteld. De rechtbank zal daarom bepalen dat eventuele bankkosten naar evenredigheid ten laste komen van de erfgenamen (ieder voor 1/4e deel).

Het oordeel samengevat

De rechtbank stelt de omvang van de nalatenschap (exclusief notaris- en eventuele bankkosten) vast op een bedrag van € 591.651,68. De rechtbank gelast de verdeling van de nalatenschap door te bepalen:

dat ieder van de erfgenamen is gerechtigd tot 1/4e deel van de nalatenschap,

dat na toerekening op het erfdeel van [gedaagde] van een som van € 74.130,47 en bijtelling van haar erfdeel uit de nalatenschap van vader aan [gedaagde] uit hoofde van de nalatenschappen toekomt een bedrag van € 97.180,27. Op het aandeel van [gedaagde] in de nalatenschap is executoriaal beslag gelegd. Daar zal de rechtbank in r.o. 5.21 op ingaan.

dat de kosten van de notaris voor de afwikkeling van de nalatenschap voor 50% ten laste komen van gedaagde en voor 50% ten laste komen van eisers en dat deze kosten verrekend dienen te worden met de erfdelen van gedaagde en van eisers;

dat eventuele bankkosten naar evenredigheid ten laste komen van de erfgenamen en dat deze kosten verrekend dienen te worden met hun erfdelen;

dat de aan eisers toekomende bedragen aan eisers dienen te worden uitgekeerd en dat notaris mr. Koopman van [bedrijf] bevoegd is om dit uit te voeren;

Gedaagde zal worden veroordeeld om aan deze wijze van verdelen haar medewerking te verlenen en bij gebreke daarvan wordt bepaald dat dit vonnis in de plaats treedt van de benodigde toestemming en/of handtekening en/of wilsverklaring van gedaagde.

Het voorgaande betekent dat de nalatenschap kan worden verdeeld op de in dit vonnis vastgestelde wijze. In dit vonnis is geoordeeld dat eisers ieder recht hebben op ¼ deel van de nalatenschap, hetgeen neerkomt op € 147.912,92 behoudens nog te verrekenen kosten. Ten aanzien van gedaagde is geoordeeld dat na toerekening haar resterende aandeel € 97.180,27 bedraagt. Op het aandeel van gedaagde in de nalatenschap is echter executoriaal beslag gelegd. De vraag is wat daarvan de gevolgen zijn voor de verdeling. Deze beslissing over de verdeling brengt mee dat de notaris de aan eisers toekomende bedragen kan uitkeren aan eisers en het bedrag dat gedaagde toekomt kan behouden voor de afwikkeling van het beslag. De rechtbank zal de vordering van eisers dat de notaris bevoegd is de aan eisers toekomende bedragen uit te keren dan ook toewijzen. Eisers hebben in verband hiermee in deze procedure ook expliciet gevorderd dat het bedrag dat aan gedaagde toekomt aan de curator/beslagleggers dient te worden uitgekeerd en dat de notaris mr. Koopman van [bedrijf] bevoegd is dit uit te voeren. Over die vordering kan de rechtbank in deze procedure geen bindende beslissing nemen, omdat dit speelt in de verhouding tussen de curator/beslagleggers en gedaagde terwijl de curator/beslagleggers geen partij zijn bij deze procedure. Wel volgt uit het voorgaande welk aandeel van de nalatenschap voor gedaagde is, te weten € 97.180,27 behoudens de nog te verrekenen kosten. Het executoriaal beslag op het aandeel van gedaagde betekent dat gedaagde geen recht heeft op uitkering van dit bedrag voor zover dit getroffen is door het beslag. De notaris zal over de afwikkeling van het beslag in overleg moeten treden met de curator en beslagleggers.

Proceskosten

Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

6. De beslissing

De rechtbank,

stelt de omvang van de nalatenschap van wijlen mevrouw [erflaatster] (exclusief notaris- en eventuele bankkosten) vast op een bedrag van € 591.651,68 en gelast de verdeling van de nalatenschap door te bepalen:

dat ieder van de erfgenamen is gerechtigd tot 1/4e deel van de nalatenschap,

dat na toerekening op het erfdeel van gedaagde van een som van € 74.130,47 en bijtelling van haar erfdeel uit de nalatenschap van vader aan gedaagde toekomt een bedrag van € 97.180,27;

dat de kosten van de notaris voor de afwikkeling van de nalatenschap voor 50% ten laste komen van gedaagde en voor 50% ten laste komen van eisers en dat deze kosten verrekend dienen te worden met de erfdelen van gedaagde en van eisers;

dat eventuele bankkosten naar evenredigheid ten laste komen van de erfgenamen en dat deze kosten verrekend dienen te worden met hun erfdelen;

dat de aan eisers toekomende bedragen aan eisers dienen te worden uitgekeerd en dat notaris mr. Koopman van [bedrijf] bevoegd is om dit uit te voeren;

dat het aandeel van gedaagde in de nalatenschap zal worden uitgekeerd met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen onder r.o. 5.21;

veroordeelt gedaagde om binnen twee weken na betekening van dit vonnis haar medewerking te verlenen aan de wijze van verdeling zoals de rechtbank heeft gelast, bij gebreke waarvan het vonnis van de rechtbank in de plaats treedt van de benodigde toestemming en/of handtekening en/of wilsverklaring van gedaagde;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.N.R. Wegerif en in het openbaar uitgesproken op

6 mei 2026. (ap)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand