ECLI:NL:RBOVE:2026:278

ECLI:NL:RBOVE:2026:278, Rechtbank Overijssel, 22-01-2026, 12016726 \ CV EXPL 25-4111

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 22-01-2026
Datum publicatie 23-01-2026
Zaaknummer 12016726 \ CV EXPL 25-4111
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

AK Construction heeft van eiser opslagruimte/kantoorruimte gehuurd. Omdat AK Construction een huurachterstand heeft laten ontstaan, heeft eiser de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden. In dit kort geding vordert eiser onder meer betaling van de achterstallige huur en ontruiming van het gehuurde. AK Construction is niet verschenen. Omdat de vorderingen van eiser de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen worden deze grotendeels toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer: 12016726 \ CV EXPL 25-4111

Vonnis in kort geding van 22 januari 2026

in de zaak van

[eiser],

handelend onder de naam [bedrijf],

te [woonplaats],

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser],

gemachtigde: mr. A.W. Mulderij,

tegen

AK CONSTRUCTION B.V.,

te Olst,

gedaagde partij,

hierna te noemen: AK Construction,

niet verschenen.

1. De zaak in het kort

AK Construction heeft van [eiser] opslagruimte/kantoorruimte gehuurd. Omdat AK Construction een huurachterstand heeft laten ontstaan, heeft [eiser] de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden. In dit kort geding vordert [eiser] onder meer betaling van de achterstallige huur en ontruiming van het gehuurde. AK Construction is niet verschenen. Omdat de vorderingen van [eiser] de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen worden deze grotendeels toegewezen. Dit oordeel wordt hierna toegelicht.

2. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 tot en met 6, - productie 7 van [eiser],- de mondelinge behandeling van 8 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,- de pleitnota van [eiser],

- de verstekverlening tegen de niet verschenen gedaagde.

3. De beoordeling

Verstek

AK Construction is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. De voorzieningenrechter stelt vast dat bij het betekenen van de dagvaarding de wettelijke vereisten zijn nageleefd en dat de voorgeschreven termijnen en overige formaliteiten in acht zijn genomen. De voorzieningenrechter zal daarom verstek verlenen tegen AK Construction. Dat betekent voor de beoordeling dat de vorderingen worden toegewezen, tenzij deze de voorzieningenrechter onrechtmatig of ongegrond voorkomen.

Spoedeisendheid

Uit de aard van het gevorderde vloeit reeds voort dat [eiser] een spoedeisend belang bij zijn vorderingen heeft.

Eiswijziging

Ter zitting heeft [eiser] zijn eis gewijzigd, in die zin dat hij onder meer betaling van de huur over de maand januari 2026 heeft gevorderd.

De voorzieningenrechter overweegt dat, indien een partij niet in het geding is verschenen, een verandering of vermeerdering van eis tegen die partij is uitgesloten, tenzij de eiser de verandering of vermeerdering tijdig bij exploot aan hem of haar kenbaar heeft gemaakt (artikel 130 lid 3 Rv). Gesteld noch gebleken is dat [eiser] aan deze eis heeft voldaan. De voorzieningenrechter zal de eisverandering daarom buiten beschouwing laten.

Huurachterstand en wettelijke (handels)rente

[eiser] heeft betaling gevorderd van de achterstallige huur tot en met december 2025 van € 14.138,02, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Deze vordering komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor nu deze door AK Construction ook niet is weersproken. Uit de specificatie opgenomen in de dagvaarding en de facturen die door [eiser] als productie 5 zijn overgelegd, volgt een huurachterstand van € 14.086,23. Dit bedrag is dan ook toewijsbaar. Verder heeft [eiser] vergoeding gevorderd van de wettelijke rente zonder aan te geven welke wettelijke rente hij heeft bedoeld te vorderen. De voorzieningenrechter zal de in artikel 6:119a BW bedoelde wettelijke handelsrente toewijzen, omdat aan alle daarin neergelegde voorwaarden is voldaan.

Buitengerechtelijke incassokosten

[eiser] heeft vergoeding gevorderd van buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 916,38.

De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiser] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 915,86 worden toegewezen.

Ontruiming

[eiser] heeft gevorderd dat AK Construction het gehuurde moet verlaten en ontruimen binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn. Ook heeft [eiser] gevorderd, in het geval AK Construction niet zelf tot ontruiming zal overgaan, hij de ontruiming op kosten van AK Construction, met behulp van Politie en Justitie kan bewerkstelligen.

Een ontruimingsvordering – waarbij toewijzing bijna altijd een definitief karakter heeft – is in kort geding toewijsbaar, indien zeer aannemelijk is dat deze vordering in een bodemprocedure zal worden toegewezen en indien het belang van de verhuurder bij het treffen van een voorlopige voorziening dermate spoedeisend is dat van hem niet kan worden gevergd dat hij de uitkomst van een eventuele bodemprocedure afwacht.

[eiser] heeft in de dagvaarding gesteld dat AK Construction ernstig tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen uit de huurovereenkomst gelet op de oplopende huurachterstand. Daarom heeft hij de huurovereenkomst met AK Construction buitengerechtelijk ontbonden. AK Construction is niet verschenen en heeft deze stellingen van [eiser] (daarom) niet weersproken. De voorzieningenrechter acht het op basis hiervan aannemelijk dat, voor het geval [eiser] een bodemprocedure zal opstarten, een bodemrechter een verklaring voor recht dat de huurovereenkomst is ontbonden per 23 december 2025, zal toewijzen. De vordering tot ontruiming zal dan ook worden toegewezen. Daarbij zal de ontruimingstermijn worden bepaald op de gebruikelijke termijn van veertien dagen na betekening van dit vonnis. De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie zal worden afgewezen, omdat die ingevolge artikel 556 lid 1 en artikel 557 Rv overbodig is.

Huur c.q. gebruiksvergoeding vanaf december 2025

[eiser] heeft betaling gevorderd van de huur van € 1.087,54 vanaf december 2025 totdat het (voormalige) gehuurde zal zijn ontruimd, te vermeerderen met de huur c.q. gebruiksvergoeding zolang AK Construction het gehuurde na ontruiming in gebruik houdt.

De voorzieningenrechter overweegt dat voor de gevorderde huur geen grondslag bestaat nu de huurovereenkomst tussen partijen is ontbonden. Dit is anders voor de door [eiser] gevorderde gebruiksvergoeding. Uit het lichaam van de dagvaarding volgt namelijk dat [eiser] niet voor de periode na ontruiming, maar na de ontbinding van de huurovereenkomst tot aan de dag van de ontruiming een gebruiksvergoeding heeft willen vorderen. Zowel in de dagvaarding als tijdens de zitting heeft [eiser] toegelicht dat AK Construction nog steeds gebruik maakt van het pand. AK Construction heeft nog bedrijfsmaterialen opgeslagen waardoor hij het pand niet aan een derde kan verhuren, aldus [eiser]. Dat maakt dat AK Construction een vergoeding is verschuldigd aan [eiser] totdat zij het pand daadwerkelijk heeft verlaten. Het gaat dan om een toewijsbaar bedrag gelijk aan de laatst verschuldigde huurprijs van € 1.087,54 per maand vanaf de ontbinding van de huurovereenkomst (23 december 2025) tot aan de dag van de ontruiming.

Proces- en nakosten en wettelijke rente

[eiser] heeft tijdens de zitting het gedeelte van zijn vordering dat betrekking heeft op de vergoeding van zijn noodzakelijke reis-verblijf- en verletkosten ingetrokken, zodat dit geen bespreking meer behoeft.

[eiser] heeft verder de eventueel te maken ontruimingskosten gevorderd. Aangezien geen sprake is van een machtiging als bedoeld in artikel 3:299 BW en dit ook door [eiser] niet is gevorderd, worden de op grond van lid 3 van dit artikel gevorderde kosten afgewezen. De voorzieningenrechter wijst [eiser] erop dat een ontruimingsvonnis een executoriale titel oplevert voor het verhaal van de ontruimingskosten in het geval AK Construction wordt veroordeeld in de proceskosten. Een veroordeling tot betaling van de proceskosten omvat ook een veroordeling tot betaling van de nakosten (artikel 237 lid 4 Rv). Onder die nakosten vallen ook de kosten die gepaard gaan met een gedwongen ontruiming.

AK Construction is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

122,35

- griffierecht

732,00

- salaris gemachtigde

543,00

- nakosten

135,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.532,35

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

Uitvoerbaar bij voorraad

Dit vonnis zal, zoals door [eiser] is gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter

veroordeelt AK Construction om, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, aan [eiser] te betalen een bedrag van € 14.086,23 aan achterstallige huur, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de respectievelijke vervaldata van de huurtermijnen tot de dag der algehele voldoening,

veroordeelt AK Construction om, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, aan [eiser] te betalen een bedrag van € 915,86 aan buitengerechtelijke incassokosten,

veroordeelt AK Construction tot betaling van de gebruiksvergoeding van € 1.087,54 per maand gerekend vanaf 23 december 2025 tot aan de dag van de ontruiming,

veroordeelt AK Construction om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te verlaten en te ontruimen met al de zijnen en al het zijne, en met afgifte der sleutels ter vrije en algehele beschikking van [eiser] te stellen,

veroordeelt AK Construction in de proceskosten van € 1.532,35, te vermeerderen met de kosten van betekening als AK Construction niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt AK Construction tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis zijn betaald,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?