ECLI:NL:RBOVE:2026:2804

ECLI:NL:RBOVE:2026:2804

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 26-05-2026
Datum publicatie 27-05-2026
Zaaknummer 08.171286.23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt een 50-jarige man tot een taakstraf van 120 uren. Verdachte heeft zich twee keer schuldig gemaakt aan mishandeling van zijn zoon door hem te slaan en onder een koude douche te laten plaatsnemen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08.171286.23 (P)

Datum vonnis: 26 mei 2026

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1976 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] .

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 12 juni 2025, 11 november 2025 en 12 mei 2026.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. J. Vlug, advocaat in Deventer, naar voren is gebracht.

Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van de door [slachtoffer 1] ingediende slachtofferverklaringen.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: zijn kind [slachtoffer 1] heeft mishandeld op 28 maart 2023;

feit 2: zijn kind [slachtoffer 2] heeft mishandeld op 25 januari 2023;

feit 3: zijn kind [slachtoffer 1] heeft mishandeld op [geboortedatum 5] 2022;

feit 4: zijn kind [slachtoffer 3] meermalen heeft mishandeld in de periode van 28 december 2015 tot en met 31 december 2019.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1

hij op of omstreeks 28 maart 2023 te IJsselmuiden, gemeente Kampen

zijn kind, [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum 2] 2014),

(fysiek en/of psychisch) heeft mishandeld door

-voornoemde [slachtoffer 1] (krachtig) te schoppen en/of te trappen en/of (vervolgens)

-krachtig om/bij de (boven)arm vast te pakken en/of vast te houden en/of

(vervolgens) in en/of op een bed te trekken en/of te duwen en/of (vervolgens)

-één of meermalen met de hand krachtig op/tegen de rug en/of de ontblote billen te

slaan en/of (daarbij)

- voornoemde [slachtoffer 1] luidkeels uit te schelden en/of toe te schreeuwen en/of te

kleineren;

2

hij op of omstreeks 25 januari 2023 te IJsselmuiden, gemeente Kampen

zijn kind, [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum 3] 2017), heeft mishandeld door

-voornoemde [slachtoffer 2] krachtig één of meermalen op/tegen het lichaam te

duwen/drukken en/of (daarbij) op/tegen de grond te duwen/drukken en/of

(vervolgens)

-één of meermalen op/tegen het lichaam te slaan en/of te schoppen;

3

hij op of omstreeks [geboortedatum 5] 2022 te IJsselmuiden, gemeente Kampen

zijn kind, [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum 2] 2014),

heeft mishandeld door

-voornoemde [slachtoffer 1] krachtig om/bij diens arm(en) vast te pakken en/of

(vervolgens)

-één of meermalen (krachtig) op/tegen het lichaam te slaan/stompen en/of

(vervolgens)

-met een handdoek, althans een slagvoorwerp, (krachtig) één of meermalen

op/tegen het ontblote lichaam en/of het geslachtsdeel te slaan en/of

-onder een koude douche te laten plaatsnemen en/of te laten staan;

4

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 december 2015 tot

en met 31 december 2019 te Genemuiden, gemeente Zwartewaterland en/of te

IJsselmuiden, gemeente Kampen, althans in Nederland

zijn kind, [slachtoffer 3] (geboren [geboortedatum 4] 2004),

(telkens) (fysiek en/of psychisch) heeft mishandeld door

-voornoemde [slachtoffer 3] één of meermalen op/tegen het lichaam te

trappen/schoppen en/of (vervolgens)

-één of meermalen (krachtig) op/tegen het lichaam te slaan/stompen en/of

(vervolgens)

-één of meermalen in/tegen het gezicht te slaan en/of (vervolgens)

-(krachtig) om/bij het lichaam vast te pakken en/of vast te houden en/of

(vervolgens) (krachtig) op/tegen een kapstok te duwen/drukken en/of

-één of meermalen voornoemde [slachtoffer 3] luidkeels uit te schelden en/of toe te

schreeuwen en/of (daarbij) (onder meer) die [slachtoffer 3] de woorden ‘kutwijf’ en/of

‘hoer’ en/of ‘kuttekop’, althans woorden van gelijke strekking, toe te schreeuwen.

3. De bewijsmotivering

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van feit 1 voor wat betreft het slaan op de billen gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Wat betreft de feiten 2 en 4 heeft de raadsman bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken omdat de verklaringen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] niet voldoende betrouwbaar zijn en er onvoldoende steunbewijs is voor hun verklaringen. Ten aanzien van feit 3 heeft de verdediging vrijspraak bepleit omdat er onvoldoende steunbewijs is voor het feit.

Het oordeel van de rechtbank

Feiten 1 en 3 ( [slachtoffer 1] , hierna [slachtoffer 1] )

Feit 1

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:

de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 12 mei 2026;

het procesverbaal van bevindingen van het studioverhoor van [slachtoffer 1] van 14 juli 2023, p. 210-212.

Feit 3

De rechtbank ziet zich, gelet op de ontkennende verklaring van verdachte, voor de vraag gesteld of er voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is voor het onder 3 ten laste gelegde feit en overweegt als volgt.

[slachtoffer 1] heeft in een studioverhoor verklaard dat hij, op de verjaardag van zijn broer [naam] , zijn broertje [slachtoffer 2] een bloedneus had geslagen en dat verdachte daarom boos op hem was. Hij heeft verklaard dat zijn moeder toen zei dat hij maar even moest gaan douchen en dat verdachte toen de douche binnen kwam. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat verdachte hem naast de douche meermalen heeft geslagen met een handdoek tegen het lichaam en in zijn kruis en dat verdachte hem onder een koude douche heeft gezet.

Getuige [getuige] , moeder van [slachtoffer 1] , heeft verklaard dat zij op [geboortedatum 5] 2022 met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] bij verdachte thuis was voor de verjaardag van [naam] . [getuige] zag dat [slachtoffer 2] op een bepaald moment een bloedneus had. [slachtoffer 1] vertelde aan [getuige] dat hij [slachtoffer 2] een bloedneus had geslagen. [getuige] heeft toen tegen [slachtoffer 1] gezegd dat hij onder de douche moest gaan. [slachtoffer 1] is toen naar boven gegaan om te douchen. [getuige] zag later [slachtoffer 1] weer naar beneden komen met een wit gezicht en [getuige] zag dat hij bang was. In de auto vertelde [slachtoffer 1] aan [getuige] dat verdachte hem uit de douche had getrokken en hard had geslagen op zijn buik, benen, rug en in zijn gezicht, met een handdoek drie keer hard tegen zijn geslachtsdeel had geslagen en dat verdachte hem onder de koude douche had gezet.

Volgens het tweede lid van artikel 342 Wetboek van Strafvordering (Sv) kan het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op basis van de verklaring van één getuige. Deze bepaling heeft betrekking tot de tenlastelegging in haar geheel en niet op een onderdeel daarvan. Deze bepaling beoogt de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing te waarborgen, in die zin dat artikel 342, tweede lid, Sv de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen als de door één getuige naar voren gebrachte feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. De vraag of aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vereist een beoordeling van het concrete geval.

In dit geval vindt de verklaring van [slachtoffer 1] [verdachte] voldoende steun in de verklaring van getuige [getuige] . [getuige] heeft de angst en emotie bij [slachtoffer 1] gezien vlak na het incident. Ook vindt de verklaring van [slachtoffer 1] voldoende steun in de verklaring van [getuige] wat betreft de details en de context van het ten laste gelegde.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het onder 3 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

Feit 2 ( [slachtoffer 2] , hierna [slachtoffer 2] )

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 2 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Zoals hiervoor overwogen, kan het bewijs dat de verdachte een feit heeft begaan, niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige, maar moet de verklaring voldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal.

[slachtoffer 2] heeft in een studioverhoor verklaard dat verdachte hem heeft geduwd en geslagen op 25 januari 2023. De verklaring van [slachtoffer 2] vindt wat betreft de feiten en omstandigheden onvoldoende steun in de overige bewijsmiddelen in het dossier.

Feit 4 ( [slachtoffer 3] , hierna [slachtoffer 3] )

De rechtbank acht ook niet bewezen wat aan verdachte onder 4 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

[slachtoffer 3] heeft verklaard dat zij in haar jeugd regelmatig is mishandeld door verdachte. Getuige [getuige] heeft verklaard dat zij heeft gezien dat [slachtoffer 3] is geslagen door verdachte, maar deze verklaring is onvoldoende concreet in tijd en plaats. De rechtbank is daarom van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer 3] onvoldoende steun vindt in de overige bewijsmiddelen in het dossier.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen en de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

1

hij op 28 maart 2023 te IJsselmuiden, gemeente Kampen

zijn kind, [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum 2] 2014), heeft mishandeld door

- voornoemde [slachtoffer 1] krachtig om/bij de (boven)arm vast te pakken en vast te houden en vervolgens

- meermalen met de hand krachtig op de ontblote billen te slaan;

3

hij op [geboortedatum 5] 2022 te IJsselmuiden, gemeente Kampen

zijn kind, [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum 2] 2014), heeft mishandeld door

- voornoemde [slachtoffer 1] meermalen (krachtig) op/tegen het lichaam te slaan en vervolgens

- met een handdoek (krachtig) meermalen tegen het ontblote lichaam en het geslachtsdeel te slaan en

- onder een koude douche te laten plaatsnemen en/of te laten staan.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1, feit 3

(telkens) het misdrijf: mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn kind.

5. De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

6. De op te leggen straf of maatregel

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, met een proeftijd van drie jaren, en met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering in het reclasseringsrapport van 30 april 2026.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om rekening te houden met het tijdsverloop, het feit dat verdachte sinds de tenlastegelegde feiten niet opnieuw in aanraking is gekomen met politie en justitie en de meewerkende houding van verdachte ten opzichte van de betrokken hulpverleningsinstanties.

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

De ernst van de feiten

Verdachte heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan mishandeling van zijn jonge zoon [slachtoffer 1] , toen deze 8 en 9 jaar oud was Verdachte heeft hiermee de lichamelijke integriteit van [slachtoffer 1] geschonden en pijn en angst veroorzaakt bij [slachtoffer 1] . De mishandelingen vonden thuis plaats, terwijl juist dat een veilige plek zou moeten zijn voor [slachtoffer 1] . Uit de slachtofferverklaringen van [slachtoffer 1] blijkt ook dat [slachtoffer 1] bang is voor zijn vader als zijn vader boos is en dat het gedrag van zijn vader hem verdriet doet. Verdachte heeft ter zitting weinig inzicht getoond in zijn eigen handelen en in zijn aandeel in de onveilige opvoedsituatie. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

De persoon van de verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 7 mei 2026. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit.

Daarnaast heeft de rechtbank gelet op de inhoud van het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland van 30 april 2026. De reclassering heeft beschreven dat ten tijde van de ten laste gelegde feiten sprake was van stress bij verdachte door werkdruk en relationele problemen. Vanuit die stress is verdachte zijn zelfbeheersing verloren. De kinderen van verdachte zijn onder toezicht gesteld en er is hulpverlening betrokken geraakt bij het gezin. Verdachte heeft meegewerkt met de hulpverlening en hij heeft inmiddels weer onbegeleide omgang met zijn kinderen. Verdachte is geen directeur meer en hij werkt minder uren, waardoor hij minder stress ervaart. De reclassering beschrijft dat nog wel sprake is van scheidingsproblematiek waardoor er een risicovolle opvoedsituatie bestaat. De reclassering adviseert om bij bewezenverklaring van meerdere feiten een deels voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en meewerken aan een ambulante behandeling.

De strafoplegging

De rechtbank houdt bij het bepalen van de strafmaat rekening met straffen die in vergelijkbare gevallen door rechters zijn opgelegd. Omdat de rechtbank voor de feiten 2 en 4 vrijspreekt en gelet op het tijdsverloop sinds de bewezenverklaarde feiten, zal de rechtbank geen (voorwaardelijke) gevangenisstraf opleggen aan verdachte.

Alles afwegende, is de rechtbank van oordeel dat het passend en geboden is om aan verdachte een taakstraf op te leggen voor de duur van 120 uren.

7. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 9 en 57 Sr.

8. De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 2 en 4 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feiten

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1, feit 3, (telkens) het misdrijf: mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn kind.

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 en 3 bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren;

- beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 (zestig) dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Holten, voorzitter, mr. R.M. van Vuure en mr. M. ter Riet, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Lautenbag, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2026.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer ON1R02302 (onderzoek Genetta). Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Feit 3

1. Het procesverbaal van bevindingen van het studioverhoor van [slachtoffer 1] van 14 juli 2023, pagina’s 216 en 218, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

V: 24 klappen. Jij zegt: dat weet ik nog dat dat in 2021 was (de rechtbank begrijpt: 2022) want toen was mijn broer jarig.

A: Ja [naam] . Toen ging [slachtoffer 2] mij de hele tijd slaan, schoppen, gewoon de hele tijd, en mijn vader ziet dat niet en als ik het doe dan is die weer boos op mij. Dus ik sla mijn broertje terug op de neus, en heeft die een bloedneus. En toen, en toen ging ik naar binnen. In de tuin en mijn vader schreeuwde dat. En mamma zei: ga maar even douchen. En mijn vader komt binnen en doet mijn vader echt waar gewoon 24 klappen, drie keer in mijn ballen, heel vaak op mijn rug, heel vaak op mijn hoofd, heel vaak op mijn benen, op mijn buik, rug.

V: En toen jij onder de douche stond, welke kleren had jij aan?

A: Niks. Toen zag die mij staan en toen deed die douche heel koud en toen moest ik er onder staan.

V: En wie deed de douche heel koud?

A: Mijn vader.

V: Oké je vader oké. En toen ging hij je slaan, en je zegt: die keer in mijn ballen, op mijn rug, mijn buik, mijn benen heel vaak. Met wat sloeg hij jou?

A: Met een handdoek.

2. Het procesverbaal van verhoor getuige [getuige] van 25 mei 2023, pagina’s 256257, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

A: [slachtoffer 1] is op [geboortedatum 5] vorig jaar door [verdachte] in de douche geslagen en onder de koude douche gezet. Dit was op de verjaardag van [naam] , de andere zoon van [verdachte] . [naam] vierde vorig

jaar zijn verjaardag op [geboortedatum 5] . Op een gegeven moment zag ik dat [slachtoffer 2] [slachtoffer 1] begon te klieren. Ik zag dat [slachtoffer 2] [slachtoffer 1] al een paar keer pijn had gedaan. Ik ben er heen gelopen en zei tegen [slachtoffer 2] dat hij moest stoppen. Op een gegeven moment zag ik dat [slachtoffer 2] een bloedneus had. [slachtoffer 1] kwam toen bij mij zitten en zei dat hij dat gedaan had. Hij vertelde dat [slachtoffer 2] zo vervelend was maar wist niet dat hij een bloedneus zou krijgen. Ik zei toen tegen [slachtoffer 1] dat hij lekker onder de douche moest gaan en dat als hij weer beneden kwam alles wel over zou zijn. [slachtoffer 1] is naar boven gegaan. Wat ik niet wist is dat [verdachte] op zoek is gegaan naar [slachtoffer 1] . Hij was woest. Kort hierna zag ik [slachtoffer 1] naar beneden komen. Ik zag dat hij een wit gezichtje had en verdrietig was. [slachtoffer 1] zag mij en verstijfde. Ik liep naar hem toe en ik vroeg hem wat er was gebeurd. Ik zag dat [slachtoffer 1] bang was en [slachtoffer 1] zei zacht dat hij dat niet mocht zeggen van papa. Ik zag dat [slachtoffer 1] zijn tranen probeerde in te houden.

[slachtoffer 1] vertelde in de auto dat [verdachte] heel boos in de badkamer was gekomen en dat hij met de deur had geslagen. [slachtoffer 1] vertelde dat hij hier bang van was geworden. [slachtoffer 1] vertelde dat [verdachte] heel hard geroepen van: “Kom hier.” [slachtoffer 1] vertelde mij dat hij dat niet durfde en toen vertelde hij mij dat [verdachte] hem uit de douche had getrokken en hem overal heel hard had geslagen, op zijn buik, benen, rug en in zijn gezicht. Hij zei dat hij dat heel hard deed en tegen hem schreeuwde. [slachtoffer 1] vertelde dat [verdachte] ook een handdoek had gepakt en met deze handdoek drie keer tegen zijn piemel had geslagen. Ook vertelde [slachtoffer 1] dat hij weer terug onder de douche moest en dat [verdachte] toen de koude douche had aangezet en dat hij maar moest zien hoe hij beneden kwam.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand