ECLI:NL:RBOVE:2026:2805

ECLI:NL:RBOVE:2026:2805

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 27-05-2026
Datum publicatie 27-05-2026
Zaaknummer 71.023736.25 en 71.146876.25 (gev. ttz.) (P)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 4 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk, het betalen van een schadevergoeding, stelt dat ze zich meldt bij de reclassering en legt haar een contactverbod op met het slachtoffer. De verdachte is schuldig bevonden aan afpersing, omkoping, schending van het ambtsgeheim en computervredebreuk, allen meermalen gepleegd.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 71.023736.25 en 71.146876.25 (gev. ttz.) (P)

Datum vonnis: 27 mei 2026

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1991 in [geboorteplaats 1],

wonende aan [woonplaats],

nu verblijvende in de P.I. [locatie].

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 6 en 27 mei 2026.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en haar raadsman mr. Z. el Wali, advocaat in Diemen, naar voren is gebracht.

Ook heeft de rechtbank kennis genomen van wat namens de benadeelde partij [slachtoffer] is aangevoerd.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, na voeging van de afzonderlijk onder parketnummers 71.023736.25 en 71.146876.25 aangebrachte dagvaardingen op de terechtzitting van 23 juni 2025 en na wijziging van de tenlastelegging onder parketnummer 71.023736.25 als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van 9 december 2025, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

t.a.v. parketnummer 71.023736.25: zich in de periode van 1 augustus 2022 tot en met 10 maart 2025 schuldig heeft gemaakt aan:

feit 1: passieve omkoping;

feit 2: schending van het ambtsgeheim;

feit 3: computervredebreuk;

t.a.v. parketnummer 71.146876.25: in de periode van 1 april 2023 tot en met 8 maart 2025 [slachtoffer] heeft afgeperst voor een totaalbedrag van € 92.920,21.

Voluit luiden de tenlasteleggingen aan verdachte, dat:

t.a.v. parketnummer 71.023736.25:

1

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2022 tot en met 10 maart 2025 te Amsterdam en/althans (elders) in Nederland, als ambtenaar/medewerker (aan de centrale balie) bij/van de Rechtbank Amsterdam een of meer gift(en)(te weten een of meer geldbedragen) heeft aangenomen waarvan zij, verdachte (telkens) wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze haar gedaan en/of verleend en/of aangeboden werd(en), teneinde haar te bewegen om in haar bediening iets te doen, te weten het bevragen van (vertrouwelijke) informatie uit een of meer rechtbank/justitie-systemen (onder andere GPS/BRP(GBA)/BERBER/CIVIEL/IRIS) en/of voornoemde (vertrouwelijke) informatie te verstrekken en/of te openbaren aan een of meer (daartoe niet gerechtigde) derde(n), en/of een of meer geldbedrag(en) als gift en/of als een belofte heeft gevraagd teneinde haar te bewegen om in haar bediening iets te doen, te weten het bevragen van (vertrouwelijke) informatie uit een of meer rechtbank/justitie-systemen en/of voornoemde (vertrouwelijke) informatie te verstrekken en/of te openbaren aan een of meer (daartoe niet gerechtigde) derde(n);

2 zij op een of meer (nader te noemen) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2022 tot en met 10 maart 2025 te Amsterdam en/of [plaats 4] en/althans (elders) in Nederland, (telkens) een geheim waarvan zij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij uit hoofde van haar ambt en/of beroep en/of wettelijk voorschrift dan wel van vroeger ambt en/of beroep, te weten als medewerker bij/aan de centrale balie van de Rechtbank Amsterdam, verplicht was te bewaren, opzettelijk heeft geschonden, door (telkens) in een of meerdere justitie/rechtbanksystemen (onder andere GPS en/of BRP(GBA) en/of BERBER en/of CIVIEL en/of IRIS) (vertrouwelijke) informatie omtrent personen/adressen en/of opsporingsonderzoeken en/of incidenten en/of kentekens te bevragen en/of op te vragen, en wel (onder andere): = in of omstreeks de periode van 8 april 2024 tot en met 16 mei 2024 (meermalen) de bevraging van person(o)n(en) met de familienaam [naam 1] en/of (een) adres(sen) in [plaats 1] en/of [plaats 2] (ZD 1: “GBA-bevragingen. Aanslagen [plaats 1] [naam 1]”, pv pag. 734 e.v.), en/of = op/of omstreeks 17 en/of 18 oktober 2023 (meermalen) de bevraging van een of meer perso(o)n(en) met de (voor)naam [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4] en/of een burgerservicenummer (BSN) eindigend op ...[nummer], (ZD 2: “GBA-bevragingen. Aanslag [plaats 3]", pv pag. 966 e.v.), en/of = op of omstreeks 7 augustus 2023 (meermalen) een bevraging van een of meer perso(o)n(en) met de familienaam [naam 5] en/althans een of meer andere familie(s) en/of personen, (ZD 3: "Zaak zoeking [naam 6]’’, pv pag. 1018 e.v.), en/of = in de periode van 1 augustus 2022 tot en met 10 maart 2025, (meermalen) een bevraging van een of meer perso(o)n(en) met de familienaam [naam 7] en/althans een of meer andere familie(s) en/of personen, (ZD 4: “Zaak GBA-uitdraaien zoeking [adres]”, pv pag. 1160 e.v.), en/of = op of omstreeks 28 februari 2024 (meermalen) een bevraging van een of meer perso(o)n(en) met de familienaam [naam 8] en/althans een of meer andere familie(s) en/of personen, (ZD 6: “Zaak GBA-bevraging en [naam 8]", pv pag. 1304 e.v.), = in of omsreeks de periode van 9 april 2024 tot en met 12 april 2024 (meermalen) een bevraging van een of meer perso(o)n(en) met de familienaam [naam 9] en/of [naam 10] en/althans een of meer andere familie(s) en/of personen, (ZD 7: “Zaak GBA-bevragingen [naam 9] en [naam 10]”, pv pag 1404 e.v.), en (vervolgens/telkens) die verkregen vertrouwelijke informatie aan daartoe niet-gerechtigde personen/derden te verstrekken en/of te openbaren;

3 zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2022 tot en met 10 maart 2025 te Amsterdam en/of te [plaats 4] en/althans (elders) in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) (een) geautomatiseerd(e) werk(en), namelijk in een of meer (delen van) servers van de justitie/rechtbank Amsterdam (te weten onder andere de systemen/applicatie(s) GPS/BRP(GBA)/BERBER/CIVIEL/IRIS) is binnengedrongen met behulp van (een of meer) valse signalen of (een) valse sleutel(s) en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid, namelijk door het (telkens) onbevoegd gebruik maken van een gebruikersnaam en/of wachtwoord voor die syste(e)m(en) en/of applicatie(s) en/of zich toegang te verschaffen tot (delen van de) server(s) van de justitie/rechtbank Amsterdam, waarop informatie was geplaatst met (telkens) een ander doel dan waarvoor haar, verdachte, die gebruikersnaam en/of dat wachtwoord ter beschikking stonden en/of waarvoor haar, verdachte, die toegang was toegestaan en/of (vervolgens) (telkens) de gegevens die waren opgeslagen en/of verwerkt en/of overgedragen door middel van (delen van) die/dat geautomatiseerd(e) werk(en) waarin zij, verdachte, zich wederrechtelijk bevond, voor zichzelf en/of (een) ander(en) (niet gerechtigde) heeft overgenomen, afgetapt en/of opgenomen.

t.a.v. parketnummer 71.146876.25:

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2023 tot en met 8 maart 2025 te [plaats 4] en/of [plaats 5] en/althans (elders) in Nederland meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] (telkens) heeft gedwongen tot de afgifte van (een) (aanzienlijke) geldbedrag(en) (tot een totaalbedrag van euro 92.920,21), in elk geval telkens enig geldbedrag, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer] en/of (een) derde(n) toebehoorde(n), door (telkens) (meerdere) zogenaamde WhatsApp berichten naar die [slachtoffer] te (ver)sturen met als inhoud/tekst -zakelijk weergegeven- dat die [slachtoffer] snel/direct een (aanzienlijk) geldbedrag naar een door verdachte aangegeven bankrekeningnummer over moest maken/boeken anders zou het feit dat er niet betaald/overgemaakt zou worden consequenties voor de gezondheid en/of het welzijn van die [slachtoffer] en/of diens kinderen en/of vrouw en/of overige familieleden kunnen hebben en/of zou er een bom ontploffen en/althans (telkens) een of meer tekstberichten van (soortgelijke) (be)dreigende aard en/of strekking naar die [slachtoffer] heeft verstuurd;

3. De bewijsmotivering

Inleiding

Op 15 augustus 2024 werd [naam 11] op Schiphol aangehouden op verdenking van witwassen in onderzoek 27Mummel. Hierna is zijn woning doorzocht. Tijdens deze doorzoeking is een envelop van de Rechtspraak aangetroffen. In deze envelop zaten uitdraaien van de volledige GBA-gegevens van zes personen met dezelfde achternaam. De Koninklijke Marechaussee heeft, na toestemming van de officier van justitie, deze informatie als restinformatie ter beschikking gesteld aan de Rijksrecherche in verband met aanwijzingen voor verdenking van ambtelijke omkoping.

Uit nader onderzoek van de Rijksrecherche is gebleken dat de lay-out, rubricering en omschrijving van de aangetroffen GBA-uitdraaien overeenkomen met bevragingen die op 7 augustus 2023 hebben plaatsgevonden door een medewerker van de Raad voor de Rechtspraak te Amsterdam. Door middel van de unieke referentiegegevens op drie van de GBA-uitdraaien, de datum van bevraging en de achternaam van de bevraagden is achterhaald wie deze bevragingen gedaan heeft. Dit zou gedaan zijn door verdachte, destijds werkzaam bij de centrale balie te rechtbank Amsterdam. Hieruit is de verdenking ontstaan dat verdachte haar ambtsgeheim zou hebben geschonden, waarop door de Rijksrecherche een onderzoek onder de naam 28Andesien is opgestart.

Verdachte is inmiddels niet meer werkzaam bij de Rechtspraak.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten bewezen kunnen worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft ontkend gegevens van de onder het tweede, vierde en zesde gedachtestreepje genoemde personen van het onder parketnummer 71.023736.25, feit 2 ten laste gelegde te hebben verstrekt aan een derde. Verdachte heeft de feiten voor het overige bekend.

De raadsman heeft geen bewijsverweren gevoerd.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens haar geen vrijspraak is bepleit – conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen.

t.a.v. parketnummer 71.023736.25, feit 1, feit 2 en feit 3:

het proces-verbaal van de zitting van 6 mei 2026, voor zover inhoudende de (bekennende) verklaring van verdachte;

het proces-verbaal van bevindingen (2501211250.PvB), pagina’s 98 t/m 124;

het proces-verbaal van bevindingen (2503171330.AMB), pagina’s 746 en 747;

het proces-verbaal van bevindingen (2505190855.AMB), pagina’s 875 t/m 912;

het proces-verbaal van bevindingen (202505141205.AMB), pagina’s 913 t/m 925;

het proces-verbaal van bevindingen (Mummel042), pagina’s 1025 en 1038;

het proces-verbaal van bevindingen (2504151145.AMB), pagina’s 1315 t/m 1321;

het proces-verbaal van bevindingen (2505191302.AMB), pagina’s 1322 t/m 1359;

het proces-verbaal van bevindingen (2503041030.AMB), pagina’s 1473 t/m 1475;

het proces-verbaal van bevindingen (2504240924.AMB), pagina’s 1476 t/m 1482;

het proces-verbaal van bevindingen (2506061300.AMB), pagina’s 1526 en 1527.

t.a.v. 71.146876.25: afpersing van [slachtoffer]:

het proces-verbaal van de zitting van 6 mei 2026, voor zover inhoudende de (bekennende) verklaring van verdachte;

het proces-verbaal van bevindingen (2505191344.AMB), pagina’s 1614 t/m 1618;

het proces-verbaal van bevindingen (2506030954.AMB), pagina’s 1619 t/m 1624;

het proces-verbaal van bevindingen (2504011430.AMB), pagina’s 1625 t/m 1639;

het proces-verbaal van bevindingen (2503141405.AMB), pagina’s 135 t/m 142;

het proces-verbaal van bevindingen (2504021505.AMB), pagina’s 1640 t/m 1644;

het proces-verbaal van bevindingen (2503181300.AMB), pagina’s 1674 en 1675;

het proces-verbaal van bevindingen (2505190855.AMB), pagina’s 875 t/m 912;

het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 13 mei 2025, pagina’s 1703 t/m 1705;

het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer] van 6 mei 2025, pagina’s 1648 t/m 1702.

Partiële vrijspraak van parketnummer 71.023736.25, feit 2

De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om vast te kunnen stellen dat verdachte gegevens van de onder het tweede ([naam 2], [naam 3], [naam 4]), vierde ([naam 7]) en zesde ([naam 9], [naam 10]) gedachtestreepje genoemde personen daadwerkelijk heeft verstrekt aan een derde.

De rechtbank spreekt verdachte partieel vrij van die onderdelen van het onder parketnummer 71.023736.25, feit 2 ten laste gelegde.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

t.a.v. parketnummer 71.023736.25:

1

zij in de periode van 1 augustus 2022 tot en met 10 maart 2025 in Nederland,als ambtenaar/medewerker (aan de centrale balie) bij/van de Rechtbank Amsterdam

geldbedragen als een gift en/of als een belofte heeft gevraagd, teneinde haar te bewegen om in haar bediening iets te doen, te weten het bevragen van (vertrouwelijke) informatie uit een of meer rechtbank/justitie-systemen (onder andere GPS/BRP(GBA) en voornoemde (vertrouwelijke) informatie te verstrekken en/of te openbaren aan een of meer (daartoe niet gerechtigde) derde(n);

2zij in de periode van 1 augustus 2022 tot en met 10 maart 2025 te Amsterdam en/of [plaats 4] telkens een geheim waarvan zij, verdachte, wist dat zij uit hoofde van haar beroep, te weten als medewerker bij/aan de centrale balie van de Rechtbank Amsterdam, verplicht was te bewaren, opzettelijk heeft geschonden, door telkens in een of meerdere justitie/ rechtbanksystemen (onder andere GPS en/of BRP(GBA) (vertrouwelijke) informatie omtrent personen/adressen en/of incidenten te bevragen en/of op te vragen, en wel:= in de periode van 8 april 2024 tot en met 16 mei 2024 (meermalen) de bevraging van personen met de familienaam [naam 1] en (een) adres(sen) in [plaats 1] en [plaats 2] en/of= op of omstreeks 7 augustus 2023 (meermalen) een bevraging van personen met de familienaam [naam 5], en/of= op of omstreeks 28 februari 2024 (meermalen) een bevraging van een of meer perso(o)n(en) met de familienaam [naam 8]

en (vervolgens/telkens) die verkregen vertrouwelijke informatie aan daartoe niet-gerechtigde personen/derden te verstrekken en/of te openbaren;

3zij in de periode van 1 augustus 2022 tot en met 10 maart 2025 te Amsterdam,meermalen, telkens opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) (een) geautomatiseerd(e) werk(en), namelijk in delen van servers van de justitie/rechtbank Amsterdam (te weten de systemen/applicaties GPS/BRP(GBA) is binnengedrongen met behulp van een valse sleutel, namelijk door het telkens onbevoegd gebruik maken van een gebruikersnaam en wachtwoord voor die systemen en/of applicaties en zich toegang te verschaffen tot delen van de server(s) van de justitie/rechtbank Amsterdam, waarop informatie was geplaatst met telkens een ander doel dan waarvoor haar, verdachte, die gebruikersnaam en dat wachtwoord ter beschikking stonden en waarvoor haar, verdachte, die toegang was toegestaan en (vervolgens de gegevens die waren opgeslagen en/of verwerkt in delen van die/dat geautomatiseerd(e) werk(en) waarin zij, verdachte, zich wederrechtelijk bevond, voor zichzelf en/of (een) ander(en) (niet gerechtigde) heeft overgenomen;

t.a.v. parketnummer 71.146876.25:

zij in de periode van 1 april 2023 tot en met 8 maart 2025 in Nederland, meermalen telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van geldbedragen (tot een totaalbedrag van euro 92.920,21), die geheel aan die [slachtoffer] toebehoorden, door meerdere WhatsApp-berichten naar die [slachtoffer] te versturen met als inhoud -zakelijk weergegeven- dat die [slachtoffer] snel/direct een geldbedrag naar een door verdachte aangegeven bankrekeningnummer over moest maken/boeken anders zou het feit dat er niet betaald/overgemaakt zou worden consequenties voor de gezondheid en/of het welzijn van die [slachtoffer] en/of diens kinderen en/of vrouw en/of overige familieleden kunnen hebben en/of zou er een bom ontploffen en tekstberichten van (soortgelijke bedreigende aard en/of strekking naar die [slachtoffer] heeft verstuurd.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder parketnummer 71.023736.25, feit 1 bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in artikel 363 Wetboek van Strafrecht (Sr), het onder feit 2 bewezen verklaarde in artikel 272 Sr, het onder feit 3 bewezen verklaarde in artikel 138ab Sr en het onder parketnummer 71.146876.25 bewezen verklaarde in artikelen 312 en 317 Sr.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op:

parketnummer 71.023736.25

feit 1, het misdrijf: als ambtenaar een gift en/of belofte vragen teneinde haar te bewegen om in haar bediening iets te doen, meermalen gepleegd;

feit 2, het misdrijf: enig geheim, waarvan zij weet dat zij uit hoofde van beroep verplicht is het te bewaren, opzettelijk schenden, meermalen gepleegd;

feit 3, het misdrijf: computervredebreuk, terwijl de dader vervolgens gegevens die zijn opgeslagen door middel van het geautomatiseerd werk waarin zij zich wederrechtelijk bevindt, voor zichzelf of een ander overneemt, meermalen gepleegd.

parketnummer 71.146876.25

het misdrijf: afpersing, meermalen gepleegd.

5. De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezen verklaarde feiten.

6. De op te leggen straf of maatregel

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De officier van justitie heeft gevorderd een meldplicht, ambulante behandeling, verplichte medewerking aan schuldhulpverlening en een contactverbod met slachtoffer [slachtoffer] als bijzondere voorwaarden aan het voorwaardelijk strafdeel te verbinden. Tot slot heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte een bijkomende straf wordt opgelegd, namelijk een beroepsverbod als ambtenaar voor de duur van zeven jaren.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om rekening te houden met de proceshouding van verdachte en haar persoonlijke omstandigheden, met name de gokverslavingsproblematiek. De raadsman heeft verzocht een straf gelijk aan de reeds ondergane tijd in voorarrest op te leggen in combinatie met een fors voorwaardelijk strafdeel.

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

De aard en de ernst van de feiten

Voor een goed functioneren van de democratische samenleving is het belangrijk dat burgers vertrouwen hebben in de integriteit van de rechtstaat. Dat vertrouwen kan worden beschadigd door medewerkers van de overheid die grenzen van integer handelen overschrijden. De samenleving en de overheid moeten ervan op aan kunnen dat ambtenaren zich houden aan de regels en op een zorgvuldige en respectvolle wijze omgaan met hun vertrouwelijke en persoonlijke gegevens, die enkel aan hen worden toevertrouwd in het kader van de uitoefening van hun functie.

Verdachte had vanuit haar functie toegang tot en de beschikking over een grote hoeveelheid vertrouwelijke en persoonlijke gegevens. Zij heeft jarenlang tientallen keren onbevoegd deze vertrouwelijke informatie in systemen opgezocht en daarin gegevens van derden geraadpleegd. Zij heeft zich hiermee meermalen schuldig gemaakt aan computervredebreuk. Naast dat zij dit voor zichzelf uit nieuwsgierigheid heeft gedaan heeft zij ook in opdracht van een of meer anderen gedaan. Vervolgens heeft zij haar ambtsgeheim geschonden door die vertrouwelijke en gevoelige informatie te delen met die ander(en), tegen betaling. Het handelen van verdachte heeft een negatieve weerslag op de uitstraling van de functie die zij binnen de Rechtspraak had en van de Rechtspraak in zijn geheel naar buiten toe. Verdachte nam, gelet op haar taak en functie bij de centrale balie, een bijzondere plaats in de samenleving in en van haar mocht om die reden ook volledige integriteit en onkreukbaarheid worden verwacht. Van verdachte had verwacht mogen worden dat zij zich nooit door anderen had laten leiden om informatie uit de systemen met hen te delen. In het dossier zijn aanwijzingen te vinden dat de door verdachte verstrekte vertrouwelijke gegevens hebben geleid tot zeer ernstige gevolgen, waaronder een liquidatiepoging, een beschieting van een woning en meerdere explosies bij woningen.

Verdachte heeft door haar handelen misbruik gemaakt van haar positie en heeft zich enkel laten leiden door haar verlangen naar geld. Zij heeft hiermee als zodanig het aanzien en de integriteit van de Rechtspraak in zijn geheel schade toegebracht.

De rechtbank neemt dit alles verdachte zeer kwalijk.

Daarnaast heeft verdachte [slachtoffer] – die zij privé kende – (anoniem) afgeperst met behulp van vertrouwelijke informatie over hem en zijn familie, welke informatie zij in de systemen die zij vanuit haar functie tot haar beschikking had heeft opgezocht. Verdachte heeft hem hiermee ruim € 90.000,00 afhandig gemaakt. Verdachte heeft langdurig, intensief en bij herhaling op een zeer ernstige wijze gedreigd [slachtoffer], zijn kinderen en andere familieleden iets aan te doen als hij niet zou betalen. Zij heeft met deze afpersingen het welzijn van [slachtoffer] twee jaar lang sterk negatief beïnvloed en hem de financiële afgrond ingejaagd voor haar eigen gewin. De rechtbank neemt verdachte ook dit zeer kwalijk.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte van 3 juli 2025. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.

De rechtbank heeft verder acht geslagen op de over verdachte opgemaakte reclasseringsrapporten van 15 april 2025 en 29 april 2026.

Door de reclassering is gerapporteerd dat er bij verdachte sprake is van financiële problematiek ontstaan door gokproblematiek. De reclassering ziet daarnaast aanwijzingen voor psychosociale problematiek en een beperkte morele ontwikkeling. De reclassering ziet risico’s in deze factoren en in het sociale netwerk en de houding van verdachte. Verdachte komt enerzijds impulsief en anderzijds berekenend over in haar handelen. De aard van de (heimelijke) delicten, de duur ervan en de grenzen die hiermee zijn overschreden ten aanzien van wetten en regels, suggereert dat verdachte criminaliteit niet afwijst. Een pro-criminele houding kan niet worden uitgesloten. Reclasseringsinterventies om gedragsverandering en risicobeheersing te bewerkstelligen zijn geïndiceerd. Voor het verminderen van het recidiverisico is het aanpakken van de gokverslaving en de achterliggende psychosociale problematiek door middel van een verslavingsbehandeling van belang. De gokverslaving heeft geleid tot een hoge schuldenlast waarvoor eveneens hulp is geïndiceerd. Verdachte lijkt gemotiveerd om met zichzelf aan de slag te gaan en te werken aan gedragsverandering middels hulpverlening. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen en daar als bijzondere voorwaarden aan te verbinden een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling door Inforsa, een contactverbod met [slachtoffer] en verplichte medewerking aan schuldhulpverlening.

De op te leggen straf

Gelet op de aard, omvang en ernst van de feiten én de impact van de feiten op de samenleving en rechtstaat, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een kortere onvoorwaardelijke gevangenisstraf – zoals door de raadsman is verzocht – dan is gevorderd door de officier van justitie. De rechtbank is daarnaast van oordeel dat het van belang is dat verdachte de juiste behandeling en begeleiding krijgt om zo het recidivegevaar zoveel mogelijk in te perken om te voorkomen dat zij zich niet nogmaals aan strafbare feiten schuldig zal maken. Met het opleggen van deze straf benadrukt de rechtbank dat omkoping, schending van het beroepsgeheim en computervredebreuk zeer ernstige feiten betreffen. Ook benadrukt de rechtbank het belang dat alle ambtenaren die toegang hebben tot vertrouwelijke en gevoelige informatie zorgvuldig met deze informatie dienen om te gaan.

De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren met bijzondere voorwaarden, zoals door de officier van justitie is gevorderd, passend en geboden. Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte een bijkomende straf opleggen in de vorm van een beroepsverbod als ambtenaar voor de duur van zeven jaren.

De in beslag genomen voorwerpen

De officier van justitie en de verdediging hebben geen standpunten ingenomen over de in beslag genomen goederen.

De rechtbank kan op basis van het dossier niet vast stellen dat de onder 1 op de beslaglijst vermelde Swiss telefoon onder verdachte in beslag is genomen. Weliswaar staat deze telefoon vermeld op de beslaglijst van verdachte, maar op pagina 744 van het dossier staat vermeld dat [naam 12] deze GSM bij haar had ten tijde van het verhoor en de Rijksrecherche deze telefoon toen in beslag heeft genomen. De rechtbank zal om die reden in deze zaak geen beslissing nemen ten aanzien van dit beslag.

De rechtbank is van oordeel dat de onder 2 op de beslaglijst vermelde iPhone 8 moet worden verbeurd verklaard, omdat het een voorwerp betreft met behulp van welke het feit is begaan.

De rechtbank zal de teruggave aan de verdachte gelasten van de aan verdachte toebehorende op de beslaglijst onder 3 vermelde administratie, aangezien dit goed niet vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.

De rechtbank is van oordeel dat de onder 4 tot en met 16 op de beslaglijst vermelde goederen vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, aangezien met betrekking tot en/of met behulp van deze voorwerpen de feiten zijn begaan en zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

7. De schade van benadeelde

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 115.231,21 (honderdvijftienduizend tweehonderdeenendertig euro en eenentwintig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade van in totaal € 107.231,21 bestaat uit € 97.151,21 aan overgemaakt bedragen en een afgesloten lening van € 10.080,00 ten behoeve van die overgemaakt bedragen.

Ter vergoeding van immateriële schade wordt een bedrag van € 8.000,00 gevorderd.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering geheel kan worden toegewezen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de vordering niet betwist.

Het oordeel van de rechtbank

Materiële schade

De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat de benadeelde partij een totaalbedrag van € 92.920,21 – exclusief het vrijwillig aan verdachte geleende bedrag van € 3.500,00 – aan verdachte heeft overgemaakt als gevolg van de ten laste gelegde afpersingen. Deze schade is het directe gevolg van de afpersingen. De rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

De rechtbank oordeelt anders ten aanzien van de afgesloten lening van € 10.080,00. De rechtbank overweegt dat deze post niet verhaald kan worden op verdachte, aangezien de benadeelde partij in het licht van schadebeperkingsplicht andere, minder kostbare stappen had kunnen ondernemen dan het aangaan van een lening tegen een hoge rente. Zo had de benadeelde partij bijvoorbeeld eerder aangifte kunnen doen in plaats van de afperser te betalen met geleend geld. De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in dit deel van de vordering.

Het gevorderde totaalbedrag aan materiële schade zal daarom worden toegewezen tot een bedrag van € 92.920,21, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente.

Immateriële schade

De rechtbank overweegt ten aanzien van de immateriële schade dat in geval van afpersing vergoeding van immateriële schade mogelijk is indien de afgeperste in zijn persoon is aangetast als bedoeld in artikel 6:106, onder b, van het Burgerlijk Wetboek.

De rechtbank is van oordeel dat het bewezenverklaarde moet worden beschouwd als een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de benadeelde partij. Verdachte heeft gedurende meerdere jaren stelselmatig en zeer ernstige bedreigingen geuit. Dit heeft geleid tot een ernstige aantasting van de persoonlijke levenssfeer en de persoonlijke vrijheid van [slachtoffer]. [slachtoffer] had geen idee uit welke hoek de bedreigingen kwamen en de wetenschap dat de afperser de beschikking had over zijn adresgegevens en die van zijn ouders maakte dat hij zich gedurende de hele periode enorm veel zorgen maakte over hun veiligheid. Hij heeft zich een slag in de rondte moeten werken en heeft geld moeten lenen om aan de betalingseisen te voldoen. Volgens de toelichting op de vordering sliep hij slecht, had hij enorme geldzorgen en voortdurende angst voor de veiligheid van met name zijn kinderen. Benadeelde verloor klanten, raakte somber en afgestompt en door de toegenomen schuldenlast lijkt zijn leven soms uitzichtloos. De rechtbank is van oordeel, gelet op de aard en de ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor de benadeelde, dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze, zodat de geleden immateriële schade voor vergoeding in aanmerking komt.

Het gevorderde totaalbedrag aan immateriële schade zal daarom worden toegewezen tot een bedrag van € 8.000,00, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente.

Wettelijke rente

De bewezenverklaring betreft een langere periode waarin op verschillende momenten bedragen zijn overgemaakt naar verdachte, wat betekent dat de wettelijke rente vanaf verschillende momenten verschuldigd is. Om proceseconomische redenen sluit de rechtbank bij het bepalen van de ingangsdatum voor het verschuldigd zijn van de wettelijke rente aan bij de datum van de laatst door [slachtoffer] gedane overboeking ten behoeve van verdachte, te weten 15 februari 2025.

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het feit is toegebracht.

Als door de verdachte niet volledig wordt betaald, kan deze verplichting worden aangevuld met 360 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

8. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 28, 31 en 57 Sr.

9. De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder parketnummer 71.023736.25 en parketnummer 71.146876.25 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij;

strafbaarheid feiten

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

parketnummer: 71.023736.25

feit 1, het misdrijf: als ambtenaar een gift en/of belofte vragen teneinde haar te bewegen om in haar bediening iets te doen, meermalen gepleegd;

feit 2, het misdrijf: enig geheim, waarvan zij weet dat zij uit hoofde van beroep verplicht is het te bewaren, opzettelijk schenden, meermalen gepleegd;

feit 3, het misdrijf: computervredebreuk, terwijl de dader vervolgens gegevens die zijn opgeslagen door middel van het geautomatiseerd werk waarin zij zich wederrechtelijk bevindt, voor zichzelf of een ander overneemt, meermalen gepleegd.

parketnummer: 71.146876.25

het misdrijf: afpersing, meermalen gepleegd.

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 1 (één) jaar niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende voorwaarden niet is nagekomen:

- zich meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt verdachte zich binnen drie dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Inforsa op het adres Wittevrouwenkade 6 in Utrecht. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

- zich laat behandelen door Inforsa of een soortgelijke (verslavings-)zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start na aanmelding door de toezichthouder. De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;

- op geen enkele wijze - direct of indirect - contact heeft of zoekt met slachtoffer [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 1979 in [geboorteplaats 2], zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt;

- meewerkt aan het aflossen van haar schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verdachte geeft de reclassering inzicht in haar financiën en schulden;

- draagt de reclassering op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de verdachte:

- ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

- ontzet verdachte van het recht tot het bekleden van ambten, voor de duur van 7 (zeven) jaren;

schadevergoeding

- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 100.920,21, bestaande uit € 92.920,21 materiële schade en € 8.000,00 immateriële schade;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van een bedrag van € 100.920,21 (zegge: honderdduizend negenhonderdtwintig euro en eenentwintig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 februari 2025;

- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat de verdachte verplicht is ter zake van het onder parketnummer 71.146876.25 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 100.920,21, (zegge: honderdduizend negenhonderdtwintig euro en eenentwintig cent) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 februari 2025, ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 360 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

de in beslag genomen voorwerpen

- verklaart verbeurd de in beslag genomen iPhone 8, op de beslaglijst genoemd onder 2;

- gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen administratie, op de beslaglijst genoemd onder 3;

- verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen uitdraaien en een notitieboekje, op de beslaglijst genoemd onder de nummers 4 tot en met 16.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.K. Huisman, voorzitter, mr. M. Melaard en mr. A.J. de Loor, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Drenth, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. S.K. Huisman
  • mr. M. Melaard
  • mr. A.J. de Loor

Griffier

  • mr. K. Drenth

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand