RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 71.069511.25 (P)
Datum vonnis: 2 juni 2026
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1965 in [geboorteplaats 1] ,
wonende aan [woonplaats] .
1. Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 12 mei 2026.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. A. Zeeman, advocaat in Amsterdam, naar voren is gebracht.
2. De tenlastelegging
De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan (een levensgevaarlijke vorm van) mensensmokkel dan wel dat hij dit samen met anderen heeft voorbereid.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
Hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2024 tot en met 5 maart 2025te Den Helder en/of Amsterdam en/of [plaats 2] en/althans (elders) in Nederland en/of in Frankrijk,tezamen en in vereniging met een of meer anderen en/althans alleen,
(telkens) een of meer onbekende perso(o)n(en)
behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot en/of doorreis door, en/of uitwinstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland en/of een anderelidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad,en/of die perso(o)n(en) daartoe (telkens) gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,
door (telkens) voornoemde perso(o)n(en), al dan niet via een tussenpersoon,- te voorzien van (een of meerdere) rubber bo(o)t(en) en/of (een of meerdere) buitenboordmotor(en)en/of (een of meerdere) brandstoftank(s)/jerrycan(s) (met brandstof voor een buitenboordmotor), en/ofen/althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of het vervoer en/of het verblijf van die voornoemde personen,terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang en/of die doorreis en/of dat verblijf (telkens) wederrechtelijk was,
en terwijl door die/dat feit(en) (telkens) levensgevaar voor een of meer van de voornoemde(gesmokkelde) personen te duchten was, omdat
- de smokkel plaats vond met rubberbo(o)t(en) via de Noordzee/Kanaalroute waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijke smokkelroute met (vele) (dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen tot gevolg, althans een hoog risico daarop, al dan niet (mede veroorzaakt) door een sterke stroming en/of druk scheepvaartverkeer en/of onvoldoende vaar- en/of zwemvaardigheden bij de opvarende(n) van die rubberbo(o)t(en), en/of
- de gebruikte rubberbo(o)t(en) niet geschikt was/waren om de Noordzee/het Kanaal over te steken, en/of- de gebruikte rubberbo(o)t(en) gevuld/beladen werden met meer mensen dan waarvoor dezerubberbo(o)t(en) geschikt zijn,
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op een of meer tijdstip/pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2024 tot en met 5 maart 2025 te Den Helder en/of Amsterdam en/of [plaats 2] en/althans (elders) in Nederland en/of in Frankrijk,tezamen en in vereniging met een of meer anderen en/althans alleen,
(telkens) ter voorbereiding van het misdrijf om een of meer perso(o)n(en),
behulpzaam te zijn bij het zich verschaffen van toegang tot en/of doorreis door, en/of uit winstbejag behulpzaam te zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, en/of die perso(o)n(en) daartoe (telkens) gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen,
terwijl de verdachte en/of zijn mededaders(s) wist(en) of ernstige redenen hadden te vermoeden dat die toegang en/of die doorreis en/of dat verblijf (telkens) wederrechtelijk was,en/of door die/dat misdrijf/ven (telkens) levensgevaar voor de te smokkelen personen te duchten was,(telkens) een misdrijf als strafbaar gesteld in artikel 197a (lid 5) Wetboek van Strafrecht,(door) opzettelijk voorwerpen en/of vervoersmiddel(en) en/of (een) ruimte(n), bestemd tot het begaanvan die/dat misdrijf/misdrijven heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, te weten:- een of meerdere reddings-/zwemvest(en), en/of- een of meerdere rubberbo(o)t(en) en/of peddel(s), en/of- een of meerdere buitenboordmotoren), en/of- een of meerdere (lege) brandstoftank(s) /jerrycan(s), en/of- een of meerdere opblaaspomp(en), en/of -- een opslaglocatie aan de [adres 2] te [plaats 2] .
3. De bewijsmotivering
Het primair ten laste gelegde
Evenals de officier van justitie heeft gerekwireerd en de verdediging heeft bepleit, is de rechtbank van oordeel dat het primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. De rechtbank zal verdachte daarvan vrijspreken.
Het subsidiair ten laste gelegde
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bepleit dat verdachte van het subsidiair tenlastegelegde moet worden vrijgesproken. Uit de aard en hoeveelheid van de in deze zaak aangetroffen goederen kan voor verdachte geen onmiskenbare bestemming van mensensmokkel volgen. En verdachte behoefde dat niet redelijkerwijs te vermoeden, laat staan een aanmerkelijke kans daarop te aanvaarden (voorwaardelijk opzet).
Daarnaast is niet voldaan aan het vereiste van bewuste en nauwe samenwerking voor medeplegen. Verdachte is een slechts een korte tijdsperiode in beeld geweest. Van een meer vergaande bijdrage dan dat gebruik is gemaakt van zijn bedrijfsloods is geen sprake.
Verdachte dient te worden vrijgesproken van het bestanddeel ‘uit winstbejag behulpzaam zijn’, omdat de (voorbereidings)handelingen van verdachte, indien al te bewijzen, gericht waren op het illegale transport en niet op hulp bij illegaal verblijf.
Het oordeel van de rechtbank
Op 27 november 2024 is opsporingsonderzoek 27Mulyandry gestart op basis van een ontvangen proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee (hierna: KMar). Dit betreft een opsporingsonderzoek naar mensensmokkel. Binnen dat onderzoek is naar voren gekomen dat [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) samen met [verdachte] (hierna: [verdachte] ), [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ), [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] ) en [medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4] ) op 5 maart 2025 heeft geprobeerd nautische goederen vanuit Nederland naar Frankrijk te vervoeren. De rechtbank stelt hierna op grond van de inhoud van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden vast aan de hand van de voorhanden zijnde bewijsmiddelen.
3.2.3.1 De feiten en omstandigheden
- Observatie 5 maart 2025
Naar aanleiding van bevindingen van de KMar is [medeverdachte 1] vanaf 5 december 2024 stelselmatig geobserveerd. Op 5 maart 2025 is uit de observatie onder andere naar voren gekomen dat [medeverdachte 1] een Peugeot 5008 met het kenteken [kenteken 1] (hierna: de Peugeot) heeft gehuurd bij [bedrijf 1] . Omstreeks 12.40 uur die dag parkeert [medeverdachte 1] de Peugeot bij de Praxis aan de Stekkenbergweg in Amsterdam. Op enig moment is [medeverdachte 4] daar ook aangekomen. Rond 12.43 uur wisselen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] van auto; [medeverdachte 4] rijdt met de Peugeot weg en [medeverdachte 1] rijdt met zijn eigen auto (Toyota Aygo) weg.
Rond 13.03 uur wordt de Peugeot gezien in de directe omgeving van het bedrijf ‘ [bedrijf 2] ’ in [plaats 1] . Dit is een bedrijf voor nautische goederen. [medeverdachte 4] heeft hier dan een peilstok de op 4 maart 2025 gekochte buitenboordmotor opgehaald. Hij is ook op 3 maart 2025 bij dit bedrijf geweest om een buitenboordmotor te kopen. Op 4 maart 2025 heeft hij ook een buitenboordmotor van dit bedrijf gekocht, die hij elders heeft opgehaald.
Rond 13.05 uur stapt [medeverdachte 4] in de Peugeot en rijdt weer weg, waarna hij omstreeks 13.51 uur met de Peugeot wordt gezien bij het bedrijf van [verdachte] , genaamd [bedrijf 8], in [plaats 2] . Daar legt hij een groot voorwerp in de kofferbak van de Peugeot en parkeert hij de auto vervolgens in de directe omgeving van [bedrijf 8]. Daarna stapt [medeverdachte 4] in een Renault Trafic en rijdt daarmee het bedrijfspand van [bedrijf 8] binnen. Dit is het voertuig van [medeverdachte 2] . Kort daarna stapt [verdachte] samen met een andere man in de Renault Trafic en rijdt daarmee naar de Kwantum. Eenmaal terug bij [bedrijf 8] stapt [verdachte] met de andere man met meerdere fleecekleden uit de Renault Trafic en lopen met die kleden bij [bedrijf 8] naar binnen.
Rond 14.55 uur stappen [verdachte] en de andere man weer in de Renault Trafic en rijden daarmee naar de [adres 1] in [plaats 2] . Een minuut later verlaten [medeverdachte 4] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] het pand van [bedrijf 8]. [medeverdachte 4] sluit het pand af met een sleutel. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] stappen in een Citroën C1 en rijden daarmee weg.
Rond 17.00 uur komen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] met de Citroën C1 aan bij de kringloopwinkel ‘ [bedrijf 3] ’ in [plaats 2] . Daar gaan zij naar binnen. Een minuut later vertrekken zij weer. Zo’n twee minuten later wordt gezien dat [medeverdachte 4] drie opblaaspompen van de achterbank pakt. Rond 17.07 uur betreden [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] het pand van [bedrijf 8] weer. Vervolgens legt [medeverdachte 4] een zwarte vuilniszak, afkomstig van [bedrijf 8], en twee bruine tasjes uit de Citroën C1 op de bijrijdersstoel van de Peugeot en rijdt weg.
Omstreeks 17.16 uur staan de Toyota Aygo van [medeverdachte 1] en de Peugeot naast elkaar geparkeerd bij het [bedrijf 4] in [plaats 2] . [medeverdachte 1] stapt uit de Toyota met een Albert Heijn-tasje in zijn hand en maakt daar contact met [medeverdachte 4] . Zo’n 2 minuten later parkeert ook de Citroën C1 daar, waar [medeverdachte 2] op dat moment de bestuurder van is. [medeverdachte 4] stapt uit als bestuurder van de Peugeot waarna [medeverdachte 1] als bestuurder in die auto stapt en even later wegrijdt. [medeverdachte 4] stapt vervolgens als passagier bij [medeverdachte 2] in de Citroën C1 waarna ook zij wegrijden.
- Aanhouding [medeverdachte 1]
Op 5 maart 2025 omstreeks 17.41 uur krijgen verbalisanten van de politie een ANPR-hit op het kenteken van de Peugeot. Omstreeks 18.00 uur passeert het voertuig hen, waarop zij het voertuig staande hebben gehouden bij de carpoolplaats langs de A2 ter hoogte van Vinkeveen. In het voertuig zit [medeverdachte 1] als bestuurder. In de middenconsole van de auto ligt een mobiele telefoon waarop het navigatieprogramma Google Maps geopend is. De route staat ingesteld met als eindbestemming ‘Carrefour Duinkerke in Frankrijk’. Ook is [medeverdachte 1] bezig met een groepsgesprek waarin in het Arabisch gesproken wordt. In de auto wordt verder een rubberboot, een buitenboordmotor, twee keer een brandstoftank, een vuilniszak met daarin opblaaspompen en twee bruine tasjes en een Albert Heijn-tasje met etenswaren aangetroffen. De goederen op de achterbank, waaronder de rubberboot, zijn afgedekt met een fleecedeken.
Op de vragen van de verbalisanten geeft [medeverdachte 1] wisselende antwoorden en hij verandert meerdere keren zijn verhaal. Daarop is hij aangehouden voor mensensmokkel.
- Aanhouding [verdachte] en [medeverdachte 2]
De verbalisanten die in verband met de observatie bij het pand van [bedrijf 8] eerder die dag aanwezig waren, zijn daar nog op het moment dat [medeverdachte 1] wordt aangehouden. Zij zien op dat moment dat voor de deur van [bedrijf 8] de Renault Trafic staat. Bij de voordeur van [bedrijf 8] staan [medeverdachte 4] , [medeverdachte 2] , [verdachte] en een andere man. Zij zien [medeverdachte 4] druk bellend in en uit het pand van [bedrijf 8] lopen. Op enig moment stapt [medeverdachte 2] in de Renault Trafic en rijdt deze achteruit door de geopende roldeur een stukje het pand in. [medeverdachte 4] loopt daarop het pand weer in en rijdt even later de Renault Trafic weer vooruit. Direct daarna gaat de roldeur weer dicht. Daarop hebben de verbalisanten de weg van de Renault Trafic geblokkeerd. Twee van de vier aanwezige mannen lopen snel weg. [medeverdachte 2] zit op dat moment achter het stuur en op de vragen van de verbalisanten wat in de Renault Trafic ligt, antwoordt hij dat er twee rubberboten in liggen. Die rubberboten – en een jerrycan – zijn ook door de verbalisanten aangetroffen. Daarop zijn [medeverdachte 2] en [verdachte] , die het [bedrijf 8]-pand verlaat, aangehouden.
- Doorzoekingen
Vervolgens heeft op 5 maart 2026 een doorzoeking in het pand van [bedrijf 8] plaatsgevonden. Tijdens deze doorzoeking zijn onder andere een buitenboordmotor, diverse lege en volle jerrycans, twee zwemvesten en twee handpeddels aangetroffen. Ook is de sleutel van de Citroën C1 gevonden waarin [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] eerder zijn gezien. Ook deze auto is doorzocht. Daarin bevonden zich onder andere een buitenboordmotor en diverse jerrycans.
- Aankoop rubberboten
Uit het onderzoek is daarnaast naar voren gekomen dat door [medeverdachte 3] betalingen zijn gedaan aan [naam 1] ; een bedrag van € 1.596,66 op 2 januari 2025, een bedrag van € 1.508,94 op
9 januari 2025 en een bedrag van € 1.594,33 op 5 februari 2025.
Uit een e-mail van [naam 1] blijkt dat op 3 januari 2025 een betaling van een bedrag van € 1.596,66 is gedaan voor een product met de omschrijving ‘4.70 meter PVC/ Hypalon hull inflatable boat inflatable rescue boat’.
Op 9 januari 2025 is een betaling gedaan van een bedrag van € 1.508,94 voor een product met de omschrijving ‘8 person 10 person inflatable dinghy boat rubber dinghy in China with CE!’.
Tot slot is op 5 februari 2025 een betaling gedaan van een bedrag van € 1.594,33 voor een product met de omschrijving ‘4.70 meter PVC/ Hypalon hull inflatable boat inflatable rescue boat’.
3.2.3.2 De overwegingen van de rechtbank
De rechtbank stelt op grond van de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden vast dat verdachte samen met anderen een hoeveelheid nautische goederen heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft vervoerd en uiteindelijk heeft geprobeerd te laten vervoeren naar Duinkerke in Frankrijk.
- Waarvoor waren die goederen bestemd? Feiten en omstandigheden van algemene bekendheid en het relevante juridische kader
Algemeen bekend is dat vanaf 2018 tot op heden op grote schaal illegale migratie plaatsvindt naar Groot-Brittannië door met (rubber)bootjes vanuit Frankrijk het Kanaal over te steken. Bekend zijn ook de beelden van tientallen mensen die met zwemvesten aan proberen de drukst bevaren zeeroute ter wereld over te steken in een (overvolle) rubberboot met buitenboordmotor. De gebruikte rubberboten zijn doorgaans niet geschikt voor dit doel. Bovendien worden de rubberboten veelal beladen met (veel) meer mensen dan waarvoor ze geschikt zijn. Eveneens is algemeen bekend dat daarbij mensen omkomen, omdat het zeer gevaarlijk is om op een dergelijke wijze het Kanaal over te steken, onder andere door de sterke stroming, het drukke scheepvaartverkeer, de watertemperatuur en onvoldoende vaar- en zwemvaardigheden bij de opvarenden. Het is derhalve een feit van algemene bekendheid dat door op deze wijze migranten te (laten) vervoeren levensgevaar voor die personen te duchten is.
Migranten wagen de overtocht, omdat zij niet op een legale manier Groot-Brittannië in kunnen reizen. Groot-Brittannië is toegetreden tot het Protocol tegen de smokkel van migranten van 15 november 2000. Iemand die behulpzaam is bij een oversteek die moet leiden tot de illegale toegang tot Groot-Brittannië en weet dat die reis wederrechtelijk is of ernstige redenen heeft dat te vermoeden, maakt zich schuldig aan mensensmokkel, strafbaar gesteld in artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Wanneer vervolgens de reis aantoonbaar levensgevaarlijk is en/of de mensensmokkel in vereniging gepleegd wordt, is er sprake van een delict waarop meer dan 8 jaar gevangenisstraf staat (10 jaar maximaal als het in vereniging wordt gepleegd en 15 jaar maximaal als er sprake is van levensgevaar).
Dat betekent vervolgens dat wanneer iemand opzettelijk vervoermiddelen voorhanden heeft die bestemd zijn voor deze in samenwerking te plegen vorm van mensensmokkel, hij voorbereidingshandelingen pleegt, die strafbaar zijn gesteld in artikel 46 Sr.
De rechtbank is van oordeel dat uit de uiterlijke verschijningsvorm van de aangetroffen voorwerpen, de verhullende manier van vervoeren en de plaats waarnaar de voorwerpen zouden moeten worden vervoerd, te weten Duinkerke (aan de kust in Frankrijk), een duidelijke bestemming van de voorwerpen kan worden afgeleid: mensensmokkel over het Kanaal. Een andere bedoeling laat zich lastig denken. De gezamenlijkheid van voorwerpen is kenmerkend voor de hiervoor beschreven vorm van levensgevaarlijke mensensmokkel.
Vervolgens is van belang het antwoord op de vraag of verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden waar de nautische goederen voor bestemd waren. De rechtbank is van oordeel dat ook dit bestanddeel wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.
Allereerst is van belang dat het bedrijfspand van verdachte aan de [adres 2] in [plaats 2] als opslag- en doorvoerlocatie voor de nautische goederen werd gebruikt. In dat pand zijn tijdens de doorzoeking meerdere nautische goederen en verpakkingsmaterialen daarvan aangetroffen, terwijl het een bedrijfspand is voor vloeren. Daarnaast zijn de verdachten op 5 maart 2025 in wisselende samenstelling bij het bedrijfspand geweest, terwijl er nautische goederen in en uit het bedrijfspand werden gedragen en in vervoersmiddelen werden gelegd, ook in aanwezigheid van verdachte. In dat verband acht de rechtbank het ongeloofwaardig dat verdachte niet wist welke goederen en waarvoor die in zijn bedrijfspand lagen.
Gelet op al het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte in nauwe en bewuste samenwerking met anderen opzettelijk goederen heeft verworven en voorhanden heeft gehad met het oog op mensensmokkel, waarvan levensgevaar te duchten valt. Dat die goederen een ander, legaal doel zouden dienen, is bovendien niet door verdachte naar voren gebracht.
- De ten laste gelegde periode
Wat betreft de ten laste gelegde periode stelt de rechtbank voorop dat het dossier aanwijzingen bevat dat de verdachten niet alleen in de maand maart 2025 bezig zijn geweest met het voorbereiden van mensensmokkel. Zo bevat het dossier onder meer track en trace gegevens van verschillende data van door (één van) de verdachten gehuurde auto’s die richting Duinkerke zijn gereden, is [medeverdachte 1] eerder al eens in Nederland staande gehouden met een rubberboot in zijn auto en wordt in [medeverdachte 2] telefoon een route naar [bedrijf 5] – waar ook marine- en watersportproducten worden verkocht – aangetroffen, waar op diezelfde datum 30 reddingsvesten zijn gekocht.
Deze aanwijzingen leveren naar het oordeel van de rechtbank echter niet het wettig en overtuigend bewijs op dat de verdachten zich in de periode van 1 januari 2024 tot en met 28 februari 2025 hebben bezig gehouden met het voorbereiden van mensensmokkel. Om die reden zal de rechtbank de verdachten dan ook vrij spreken van de ten laste gelegde periode voor zover die ziet op de periode vóór de maand maart 2025, te weten 1 januari 2024 tot en met 28 februari 2025.
- Het verwerven en/of voorhanden hebben van een opslaglocatie aan de [adres 2] in [plaats 2]
Aan de verdachten wordt onder het laatste gedachtestreepje van de tenlastelegging verweten dat zij een ruimte hebben verworven en/of voorhanden hebben gehad, die bestemd is tot het begaan van het misdrijf mensensmokkel. Dat betreft het bedrijfspand van [bedrijf 8] aan de [adres 2] in [plaats 2] . In artikel 46 Sr wordt voorbereiding van een misdrijf strafbaar gesteld wanneer de dader ruimten ‘bestemd tot het begaan van dat misdrijf’, in casu mensensmokkel, verwerft of voorhanden heeft. Het begrip “dat misdrijf” doelt derhalve niet op de voorbereiding zelf (zie ook: ECLI:NL:HR:2020:1199). De opslaglocatie aan de [adres 2] in [plaats 2] is door de verdachten gebruikt als opslag- en doorvoerlocatie bij de voorbereiding van het misdrijf. Het was niet sec bestemd voor het plegen van het misdrijf mensensmokkel. Daarom zal de rechtbank verdachte vrijspreken van dit onderdeel van de tenlastelegging.
3.2.3.3 De conclusie
De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het subsidiair ten laste gelegde, zoals hierna in de bewezenverklaring is omschreven.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:
hij in de periode van 1 maart 2025 tot en met 5 maart 2025 in Nederland,tezamen en in vereniging met anderen,
ter voorbereiding van het misdrijf om een of meer personen,
behulpzaam te zijn bij het zich verschaffen van toegang tot en/of doorreis door Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, en/of die personen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen,
terwijl de verdachte en zijn mededaders wisten of ernstige redenen hadden te vermoeden dat die toegang en/of die doorreis wederrechtelijk was, en door dat misdrijf levensgevaar voor de te smokkelen personen te duchten was, een misdrijf als strafbaar gesteld in artikel 197a (lid 5) Wetboek van Strafrecht,
door opzettelijk voorwerpen en vervoersmiddelen, bestemd tot het begaan van dat misdrijf heeft verworven en voorhanden heeft gehad, te weten:- meerdere reddings-/zwemvest(en), en- meerdere rubberboten en peddels, en- meerdere buitenboordmotoren, en- meerdere (lege) brandstoftanks/jerrycans, en- meerdere opblaaspompen.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
4. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 46, 47 en 197a Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op:
subsidiair
het misdrijf: medeplegen van het voorbereiden van mensensmokkel, terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is.
5. De strafbaarheid van verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het subsidiair bewezen verklaarde feit.
6. De op te leggen straf of maatregel
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van de tijd die in voorarrest is doorgebracht.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bepleit om in het geval van bewezenverklaring, aan verdachte een
onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op te leggen die de duur van het voorarrest in elk
geval niet overschrijdt. De rechtspraak biedt ruimte om een aanvullende taakstraf op te
leggen, indien de rechtbank dat passend en geboden acht.
Daarnaast heeft de verdediging met betrekking tot de voorlopige hechtenis primair verzocht om opheffing van de voorlopige hechtenis en subsidiair om de schorsing van de voorlopige hechtenis te laten voortduren.
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
- De ernst van het strafbare feit
Verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachten schuldig gemaakt aan het voorbereiden van mensensmokkel. Zij hebben in een gehuurde auto onder andere een rubberboot, een buitenboordmotor, jerrycans met benzine en opblaaspompen in de richting van Frankrijk vervoerd. Ook hebben zij reddings-/zwemvesten, rubberboten, peddels en dergelijke bewaard in een opslaglocatie van verdachte. Deze spullen waren bedoeld voor het smokkelen van vluchtelingen naar Engeland. Hoewel de rechtbank niet de indruk krijgt dat verdachte de persoon is die ‘aan de touwtjes trekt’, heeft hij wel een faciliterende en ondersteunende rol waardoor hij een onmisbare schakel is geweest. Dit rekent de rechtbank verdachte aan.
Daar komt bij dat in de media regelmatig wordt beschreven hoe immigranten met relatief kleine rubberboten het Kanaal oversteken of dit proberen om Groot-Brittannië te kunnen bereiken. De laatste jaren heeft deze vorm van migratie een grote vlucht genomen.
De overvolle rubberboten met buitenboordmotor hebben zeer weinig diepgang, zijn nauwelijks zeewaardig en begeven zich desalniettemin op volle zee. Het Kanaal is de drukst bevaren vaarroute ter wereld en dergelijke bootjes worden daar zeer moeilijk opgemerkt. Duidelijk is dus dat deze overtocht levensgevaarlijk is. In veel gevallen loopt het ook fataal af. Een dergelijk oversteek wordt ondernomen door mensen die niet op een legale manier Europa of Groot-Brittannië binnen kunnen komen en zij zijn (dus) bereid grote risico’s te nemen en hiervoor fors te betalen.
Door mensensmokkel wordt niet alleen het overheidsbeleid inzake bestrijding van illegaal verblijf in en toegang tot Nederland en andere landen, waaronder Groot-Brittannië doorkruist, maar wordt ook bijgedragen aan een illegaal circuit. De handelwijze van de verdachten ondermijnt dit beleid en veroorzaakt maatschappelijk ongewenste effecten. Daarnaast leiden dit soort feiten ook makkelijk tot vormen van uitbuiting en misbruik van kwetsbare personen. Mensen worden als handelswaar gezien waaraan geld te verdienen valt. Verdachte heeft zich van dit alles niets aangetrokken en heeft zich kennelijk laten leiden door geldelijk gewin. De rechtbank neemt hem dit bijzonder kwalijk.
- De persoon van verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte van 13 april 2026. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit.
- De strafoplegging
Bij de strafoplegging heeft de rechtbank rekening gehouden met de straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd.
De ernst van het bewezen verklaarde brengt mee dat in beginsel het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is. De rechtbank houdt daarbij tevens rekening met het feit dat deze voorbereiding van mensensmokkel in maart 2025 niet op zichzelf staat. In het dossier komen genoeg aanwijzingen naar voren dat dit niet de enige keer is dat de verdachte(n) zich hiermee hebben bezig gehouden, alleen zijn die aanwijzingen onvoldoende om de ruimere periode in de tenlastelegging bewezen te kunnen verklaren. Wat de rechtbank betreft staat dit er evenwel niet aan in de weg om aan te nemen dat het feit van maart 2025 geen incident betrof. De rechtbank zal hiermee bij de bepaling van de strafmaat in het nadeel van verdachte rekening houden.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte moet worden opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van 360 dagen, waarvan 176 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met aftrek van de tijd die reeds in voorarrest is doorgebracht.
De in beslag genomen voorwerpen
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle onder verdachte in beslag genomen goederen, zoals die zijn opgenomen door de officier van justitie overgelegde beslaglijst, moeten worden verbeurd verklaard.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen standpunt ingenomen.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal de op de beslaglijst vermelde goederen onder de nummers 1 tot en met 16 verbeurd verklaren, omdat het voorwerpen zijn, met betrekking tot welke het feit is begaan en die tot het begaan van het misdrijf zijn bestemd.
7. De toegepaste wettelijke voorschriften
De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast rust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a Sr.
8. De beslissing
De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
subsidiair
het misdrijf: medeplegen van het voorbereiden van mensensmokkel, terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is;
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het subsidiair bewezen verklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 360 (driehonderdzestig) dagen;
- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 176 (honderdzesenzeventig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
- stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
de in beslag genomen voorwerpen
- verklaart verbeurd de op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst genoemde voorwerpen, genummerd 1 tot en met 16;
opheffing geschorste bevel voorlopige hechtenis
- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Melaard, voorzitter, mr. A.J. de Loor en mr. R.J. Postma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.M. Hoek, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2026.
Bijlage bewijsmiddelen
Leeswijzer
Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de Koninklijke Marechaussee met nummer 27MULYANDRY / 27FCF240016. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
Het proces-verbaal Observeren d.d. 5 maart 2025 op pagina 906 e.v. (pagina 2 e.v. van map 7 ZD Mensensmokkel deel 4), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 5 maart 2025 hebben wij de volgende waarnemingen gedaan:
uur: Ik, 367, zag op de Hexaanweg de Toyota Aygo, voorzien van het kenteken [kenteken 2] , hierna te noemen de [kenteken 2] , geparkeerd staan.
uur: Ik, 372, zag [medeverdachte 1] staan op het terrein behorende bij “ [bedrijf 1] ”, gelegen aan de Hexaanweg.
uur: Ik, 372, zag een Peugeot 5008, voorzien van het kenteken [kenteken 1] , hierna te noemen de [kenteken 1] , in de directe omgeving van de Praxis parkeren. Ik zag [medeverdachte 1] uit de [kenteken 1] stappen en contact maken met Man1. Ik zag Man1 gebruik maken van een mobiele telefoon.
uur: Ik, 372, zag Man1 als bestuurder in de [kenteken 1] stappen. Ik zag de [kenteken 1] wegrijden.
uur: Ik, 372, zag [medeverdachte 1] als bestuurder in de Aygo [kenteken 2] stappen. Ik zag de [kenteken 2] wegrijden.
uur: Ik, 300, zag in de directe omgeving van ° [bedrijf 6] ”, gevestigd in perceel[adres 3] te [plaats 1] , de [kenteken 1] geparkeerd staan. Ik zag de [kenteken 1] ter hoogte van loods 19 geparkeerd staan.
uur: Ik, 300, zag Man1 als bestuurder in de [kenteken 1] stappen. Ik zag de [kenteken 1] wegrijden.
uur: Ik, 367, zag de [kenteken 1] in een loods, welke onder andere behoort bij perceel[adres 2] te [plaats 2] , hierna te noemen de [bedrijf 8], parkeren.
uur: Ik, 300, zag Man1 een onbekend voorwerp ter grootte van ongeveer 1m x 1,5m x 1m, in de kofferbak van de [kenteken 1] leggen.
uur: Wij, 367 en 372, zagen Man1 als bestuurder in de [kenteken 1] stappen.Wij zagen de [kenteken 1] de [bedrijf 8] uitrijden.
uur: Wij, 367 en 372, zagen de [kenteken 1] parkeren in de directe omgeving van de [bedrijf 8]. Wij zagen Man1 uit de [kenteken 1] stappen.
uur: Ik, 367, zag [verdachte] en een onbekende man, hierna te noemen Man2, de bedrijfsruimte, welke behoort bij de [bedrijf 8], hierna te noemen de Bedrijfsruimte, verlaten. Ik zag Man1 contact maken met [verdachte] en Man2 .
uur: Ik, 367, zag Man1, [verdachte] en Man2 de Bedrijfsruimte betreden.
uur Ik, 367, zag Man1 de Bedrijfsruimte verlaten, Ik zag Man1 als bestuurder in een Renault Traffic, voorzien van het kenteken [kenteken 3] , hierna te noemen de [kenteken 3] stappen. Ik zag de [kenteken 3] de [bedrijf 8] inrijden.
uur: Ik, 367, zag de [kenteken 3] wegrijden, Ik zag [verdachte] als bestuurder en Man2 als bijrijder in de [kenteken 3] zitten.
uur: Ik, 367, zag de [kenteken 3] parkeren in de directe omgeving van een “Kwantum”, gelegen aan de [adres 2] 13 te [plaats 2] , hierna te noemende Kwantum.
uur: Ik, 372, zag [verdachte] en Man2, met in hun handen opgeroldefleecekleden, de Kwantum verlaten. Ik zag [verdachte] als bestuurder en Man2 als bijrîjder in de [kenteken 3] stappen. Ik zag de [kenteken 3] wegrijden.
uur: Wij, 212 en 312, zagen de [kenteken 3] parkeren in de directe omgeving van [bedrijf 8]. Wij zagen [verdachte] en Man2, met in zijn hand meerdere opgerolde fleecedekens uit de [kenteken 3] stappen en [bedrijf 8] betreden.
uur: Wij, 299 en 363, zagen de [kenteken 3] parkeren in de directe omgeving van perceel [adres 1] te [plaats 2] , hierna te noemen [adres 1] . Wij zagen [verdachte] [medeverdachte 4] [verdachte] en Man2 uit de [kenteken 3] stappen en [adres 1] betreden.
uur: Wij, 212 en 312, zagen [medeverdachte 2] , Man 1 en een onbekende man, hierna tenoemen Man 3, [bedrijf 8] verlaten. Wij zagen Man1 [bedrijf 8] afsluiten met een sleutel. Wij zagen [medeverdachte 2] als bestuurder en Man1 als bijrijder, in een Citroën C1, voorzien van het kenteken [kenteken 4] , hierna te noemen de [kenteken 4] , stappen en wegrijden.
uur: Wij, 212 en 312, zagen de [kenteken 4] parkeren in de directe omgeving van kringloopwinkel “ [bedrijf 7] ”, gelegen aan de [adres 2] te [plaats 2] , hierna te noemen [bedrijf 7] . Wij zagen Man1en [medeverdachte 2] uit de [kenteken 4] stappen en [bedrijf 7] betreden.
uur: Wij, 212 en 312, zagen Man1 en [medeverdachte 2] [bedrijf 7] verlaten.16.52 uur: Wij, 212 en 372, zagen Man1 met gebruikmaking van een sleutel de deur bij [bedrijf 8] openen. Wij zagen Man1 en [medeverdachte 2] [bedrijf 8] betreden.
uur Ik, 376, zag de [kenteken 4] parkeren in de directe omgeving van kringloopwinkel [bedrijf 3] , gelegen aan de [adres 4] te [plaats 2] , hierna te noemen de [bedrijf 3] . Ik zag Man1 en [medeverdachte 2] de [bedrijf 3] betreden.
uur: Ik, 376, zag Man1 en [medeverdachte 2] [bedrijf 3] verlaten. Ik zag Man1 als bijrijder en [medeverdachte 2] als bestuurder in de [kenteken 4] stappen en wegrijden17.03 uur: Ik, 369, zag Man1 drie opblaaspompen, in de kleuren oranje en zwart, pakken van de passagiersbank van de [kenteken 4] .
uur: Wij, 212 en 312, zagen Man1 en [medeverdachte 2] [bedrijf 8] betreden.
uur: Wij, 212 en 312, zagen Man1 met in zijn hand een zwarte vuilniszak, hierna te noemen de Vuilniszak, en [medeverdachte 2] [bedrijf 8] verlaten. Wij zagen Man1 twee bruine papieren tasjes, hierna te noemen de Bruine Tasjes, uit de [kenteken 4] pakken. Wij zagen Man1 de Vuilniszak en de Bruine Tasjes op de bijrijderstoel leggen van de [kenteken 1] . Wij zagen Man1 als bestuurder in de [kenteken 1] stappen en wegrijden.
uur: Wij, 193 en 235, zagen de [kenteken 2] parkeren op het [bedrijf 4] .17.15 uur: Wij, 193 en 235, zagen de [kenteken 1] parkeren op het [bedrijf 4] ,
uur: Wij, 193 en 235, zagen de [kenteken 2] naast de [kenteken 1] parkeren. Wij zagen [medeverdachte 1] met in zijn hand een Albert Heijn tas uit de [kenteken 2] stappen en contact maken met Man1.17.18 uur: Wij, 193 en 235, zagen de [kenteken 4] parkeren op het [bedrijf 4] .17.21 uur: Wij, 193 en 235, zagen Man1 uit de [kenteken 1] stappen. Wij zagen [medeverdachte 1] als bestuurder in de [kenteken 1] stappen.17.25 uur: Wij, 193 en 235, zagen de [kenteken 1] wegrijden.17.26 uur: Wij, 193 en 235, zagen Man1 als bijrijder en [medeverdachte 2] als bestuurder in de [kenteken 4] stappen. Wij zagen de [kenteken 4] wegrijden.
Het proces-verbaal van bevindingen controle Peugeot 5008 ( [kenteken 1] ), op pagina 976 e.v. (pagina 1 e.v. van map 7 ZD Mensensmokkel deel 5), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op woensdag 5 maart 2025 om 17.41 uur hitte er op de A1 10.6 links een voertuigvoorzien van kenteken: [kenteken 1] . In de hit stond de volgende informatie: “Controlevoertuig en inzittenden bij aantreffen nautische goederen, handelen naar bevindingenbij aantreffen neem contact op met tel. [telefoonnummer] en/of [naam 2] .”
Voertuig:Merk: PeugeotType: 5008Kleur: Wit MET ZWART DAK
Diezelfde dag omstreeks 18.00 uur, passeerde het voertuig ons. Wij verbalisanten zijn ter hoogte van de afslag Abcoude voor het voertuig gaan rijden en gaven het voertuig middels het stoptransparant een volgteken en namen het voertuig mee richting Abcoude. Wij hebben het voertuig vervolgens staande gehouden bij de carpool parkeerplaats langs de A2 te Vinkeveen.
Wij, verbalisanten, zagen dat er in het voertuig één persoon zat, genaamd:[medeverdachte 1] , [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedatum 2] -1974 te [geboorteplaats 2] , Syrië.Wij, verbalisanten, zagen dat er in het voertuig meerdere goederen lagen. Wij zageneen motor liggen voor een boot, een rubberen boot en een tank met brandstof.
Op woensdag 5 maart 2025, te 18.20 uur, hielden wij, verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] ,[medeverdachte 1] geboren op [geboortedatum 2] -1974, aan als verdachte ter zake: Artikel 197a wetboek van strafrecht.
Het proces-verbaal van bevindingen controle Peugeot 5008 ( [kenteken 1] ), op pagina 979 e.v. (pagina 1 e.v. van map 7 ZD Mensensmokkel deel 5), met bijlagen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op woensdag 5 maart 2025 voerden wij, verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , een zogenaamde ANPR controle uit.Op woensdag 5 maart 2025 omstreeks 18.00 uur hoorden wij, verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , dat de collega’s van de LX21.04 zicht hadden op het genoemde voertuig.Wij kregen het voertuig en de collega’s in het zicht op de A2 rechts 39.0. Wij besloten naast het voertuig te blijven rijden en de collega’s van de LX21.04 ervoor.
Wij, verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , zagen dat er een mobiele telefoon inde middenconsole lag met daarop een app geopend, welke wij herkennen als eennavigatie programma namelijk: Google Maps. Ik, verbalisant [verbalisant 3][verbalisant 3] , pakte deze telefoon op en trok hem los van de stekker. Ik zag dat [medeverdachte 1] bezigwas met een groepsgesprek met Arabische teksten. Ik keek waar de navigatie [medeverdachte 1]naartoe zou leiden. Dit betrof: Carrefour Duinkerke te Frankrijk.
Ik, verbalisant [verbalisant 4] , merkte dat [medeverdachte 1] wisselende antwoorden gaf en meerderekeren zijn verhaal veranderde. Eerst wist [medeverdachte 1] niet waar de boot vandaan kwam of hoe[medeverdachte 1] deze boot verkregen had. Daarna vulde hij bovenstaande aan.
Goederen:1 x rubberen boot1 x buitenboord motor2 x brandstof tank1 x plastic tas met opblaaspomp3 x tas met etenswaren
Het proces-verbaal van aanhouding van de verdachte [verdachte] op pagina 268 e.v. (pagina 11 e.v. van map 4 Persoonsdossier [verdachte] ) en het proces-verbaal van aanhouding van de verdachte [medeverdachte 2] op pagina 144 e.v. (pagina 11 e.v. van map 3 Persoonsdossier [medeverdachte 2] ), voor zover inhoudende in onderling verband en samenhang bezien, zakelijk weergegeven:
Naar aanleiding van een observatie die gedaan is op woensdag 5 maart 2025 bevond ik mij nog bij [bedrijf 8] vloeren. Voor de deur stond een Renault Trafic met kenteken [kenteken 3] , bij ons bekend als voertuig op naam van [medeverdachte 2] . Ten tijde van de staande houding van [medeverdachte 1] zagen wij 3 manspersonen zich ophouden bij de voordeur van [bedrijf 8] Vloeren.Een manspersoon, met een zwarte capuchon, beige bodywarmer, baard, zwarte broek en zwarte pet liep meerdere keren bellend in en uit [bedrijf 8] Vloeren.Toen zagen wij, verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] , een manspersoon instappen in de Renault Trafic met kenteken [kenteken 3] en deze reed achteruit naar de roldeur van [bedrijf 8] vloeren, de roldeur ging open en het busje reed achteruit een klein stukje het magazijn in. De manspersoon met beige bodywarmer en pet liep naast de Renault Trafic het magazijn in. Na enkele minuten reed de bus weer naar voren en op dat moment ging het rolluik weer dicht. Wij, verbalisanten, hadden op dit moment sterk het vermoeden dat er nautische goederen in de Renault Trafic geladen waren, en hierop zijn wij, verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] , naar [bedrijf 8] gereden en hebben de Renault Trafic de weg geblokkeerd. Ik, verbalisant [verbalisant 5] , ben naar de Renault Trafic gelopen en heb mij gelegitimeerd. Verbalisant, [verbalisant 6] , zag ter plaatse 4 manspersonen, waarvan 2 personen snel wegliepen in de richting van eetcafé Wilma’s Place. Hieronder was de man met de beigebodywarmer en een ander donker geklede onbekende man.Een van de 4 manspersonen was een oudere grijze man en deze kwam de winkel [bedrijf 8]uitgelopen, later legitimeerde hij zich als [verdachte] .Ik, verbalisant [verbalisant 5] , vroeg de bestuurder van de Renault Trafic wat er in het voertuig lag en hoorde hem zeggen dat er 2 boten in lagen, nadat hij de zijdeur had opengemaakt.Wij verbalisanten, zagen dat er in het busje onder andere 2 kartonnen verpakkingen lagen met vermoedelijk twee rubberen boten erin. De bestuurder van de Renault Traffic legitimeerde zich als [medeverdachte 2] . Hierop heb ik verdachte [medeverdachte 2] en verdachte [verdachte] aangehouden.
5. Het proces-verbaal doorzoeking ter inbeslagneming op pagina 1007 e.v. (pagina 32 e.v. van map 7 ZD Mensensmokkel deel 5), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op donderdag 6 maart 2025 omstreeks 11:00 uur is, door mij, het voertuig Renault Trafic met kenteken [kenteken 5] , welke op naam staat van [medeverdachte 2] , doorzocht. Ik zag dat er veel gereedschap en twee grote dozen in de kofferbak lag. In de dozen zat eenopgevouwen rubberboot. Ook een 10 l zwarte jerrycan met rode schenktuit.
Het proces-verbaal van bevindingen signalering Frankrijk op verdachte [medeverdachte 4] op pagina 361 e.v. (pagina 12 van map 5 Persoonsdossier [medeverdachte 4] ), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Fotovergelijking ID desk
Op 19 maart 2025 is door de ID desk van de Koninklijke Marechaussee een foto van een NNMan met baard en bodywarmer, komend uit een uitgevoerde observatie van 5 maart 2025 vergeleken met een foto van verdachte [medeverdachte 4] uit de politiesystemen.
Ook zijn in dit door hen uitgevoerde onderzoek foto’s meegenomen behorende bij een signalering vanuit het Schengen Informatie Systeem (SIS2) behorende bij Schengen ID: [nummer] en de identiteit: [medeverdachte 4] , [medeverdachte 4] geboren op [geboortedatum 3] 1995 en/of [medeverdachte 4] , [medeverdachte 4] geboren op [geboortedatum 3] 1995.
Uit het door de documentspecialisten van de ID-desk uitgevoerde onderzoek bleek het volgende:
Vanwege de aanwezige stoorfactoren zoals de lage resolutie en de verschillende hoeken en
standen van het gelaat was het niet mogelijk om een volledig gezichtsvergelijkend onderzoek in te stellen.
Echter bleken er wel overeenkomende gezichtskenmerken bij de persoon afgebeeld op de diverse afbeeldingen naar voren te komen wat er op duidt dat het een en dezelfde persoon betreft.
Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming op pagina 1014 e.v. (pagina 39 e.v. van map 7 ZD Mensensmokkel deel 5), met bijlage, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op woensdag 5 maart 2025, doorzoeking ter inbeslagneming in een bedrijfspand, gelegen aan de [adres 2] te [plaats 2] .
Tijdens de doorzoeking in het bedrijfspand werd er een sleutel van het voertuig, Citroen Cl van [verdachte] aangetroffen. Het voertuig is hierna doorzocht en hierbij werd een buitenboordmotor, diverse jerrycans en een mobiele telefoon aangetroffen.
Tijdens de doorzoeking van het bedrijfspand werd o.a het volgende in beslag genomen:
Een buitenboord motor, diverse lege en volle jerrycans, twee zwemvesten, twee handpeddels
en 100 valse 20 euro biljetten.
Het proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige] op pagina 1026 e.v. (pagina 51 e.v. van map 7 ZD Mensensmokkel deel 5), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 5 maart 2025 is hier een man geweest waarvan een toto wordt getoond, herken je deze man? Ze waren met een witte auto en de man op de foto herken ik, hij heeft hier een buitenboord motor gekocht.Waar ken je deze man van?
Van hier van de aankoop.Op welke dagen is hij hier geweest?
Op 4 en 5 maart. Dit ging om dezelfde buitenboord motor.
Via marktplaats heeft hij mij voor het eerst benaderd op 27 februari en op 3 maart ook eenbuitenboordmotor gekocht. In totaal heeft hij hier twee buitenboord motoren gekocht.
Heb jij nog overige info?
Op 3 maart heeft hij de buitenboord motor hier ( [bedrijf 6] ) opgehaald en 4 maart was dit op een parkeerplaats waar ik moest voetballen. Op 5 maart is hij weer hier geweest om alleen een peilstok op te halen.Was hij alleen op deze dagen?
Op 3 maart was hij samen met iemand anders. Deze persoon hield zich afzijdig en sprak alleen Engels.
Was hij op 4 maart met iemand samen?
Ja volgens mij was hij toen weer met dezelfde Engelsman. Op 5 maart was hij alleen.
Het aanvullend proces-verbaal verstrekking en bevindingen historische gegevens [naam 1] .com, nummer 206a, van de Koninklijke Marechaussee, Brigade Recherche, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven:
[Afbeelding]
[Afbeelding]